WELKOM op mijn Blog De verzonnen titel. U vind hier verhalen over gebeurtenissen uit mijn leven als: Kunstenaar, honden uitlater, puber ETC Moderne sprookjes en verhalen over wat ik had kunnen of willen doen. Meld u nu af of aan voor de meest gehate mailinglist allertijden: pieter@eye-cramps.com Neem ook een kijkje op http://www.eye-cramps.com

Friday, February 17, 2006

My website


For Pieters Art, go to: http://www.eye-cramps.com


pieter@eye-cramps.com

Wednesday, February 15, 2006

Mohammed cartoons




Dood moe word je ervan dat gezanik over die cartoons.
En nu begin ik er ook al over.
En ook mijn woorden zullen weer niet gaan bijdragen aan slimmere mensen waarschijnlijk.
De laatste jaren hoorde je eigenlijk nooit meer iets over cartoons.
En iedere dag worden er overal ter Wereld cartoons gemaakt en vele ook gepubliceerd.
Maar zoveel roem als de cartoons van de Deense cartoonisten kregen cartoons maar zelden.
Ik sla cartoons persoonlijk erg hoog aan, elke cartoonist heeft zijn eigen stijltje.
Er worden al jaren grote festivals georganiseerd waar cartoons van uit heel de Wereld worden opgehangen.
Nu denk ik dat de cartoonisten eerder zelf zullen worden opgehangen.
Ik vind het een schot voor open goal om Moslims op deze manier te beledigen, de meeste Moslims doen toch niks verkeerd lijkt mij.
Waarom pak je niet iets anders om je vrijheid van mening uiting te bewijzen.
Maak zieke grappen over de jongens die jouw krant financieren.
Grote rellen, protesten en nu zelfs doden voor een paar zielige grappen op papier over de profeet Mohammed.
Hier zouden de Moslims toch beven moeten staan, laat die zielige heidenen lekker lachen (al betwijfel ik of de cartoons wel leuk genoeg waren).
En inderdaad na twee maanden barste de bom pas, dus het duurde blijkbaar een lange tijd voor dat de grappen door drongen.
Maar over al die andere hele goeie cartoons die er op deze toch prachtige maar o zo vermoeiende Wereld zijn gemaakt hoor je werkelijk niks.
Alleen dingen die niet mogen vallen op, nooit eens een pluim voor een sterke cartoon.
Het wachten is op rellen van woedende cartoonisten die heel hard lopen te schelden en als dwaze moeders rond rennen op zoek naar doelen die ze kunnen aanvallen, omdat hun beroep op een negatieve manier de aandacht krijgt.
Maar ik ben ervan overtuigd dat we er wel weer uitkomen, en er later gezamenlijk uit zullen komen, wij zullen er dan niet meer zijn, nee wij worden dan uitgelachen omdat we zo primitief waren in deze tijd.
Aandoenlijk dom bijna, dan zal er Allah of God zich allang geopenbaard hebben, en ons de les hebben verteld, nee de Wereld vernietigen gaat hem zelfs te ver.
Met zijn grote vinger zal hij alle rotte mensen uitdrukken, zodat we opnieuw kunnen beginnen.

Tuesday, February 07, 2006

Hoetsekabula




Het is vrijwel zeker, alle geloven hebben gelijk, de Wereld gaat er aan.
En met heel veel geluk zijn wij de gene die dit mee gaan maken, schrijf ik in mijn handen wrijvend, wat op zich al moeilijk is om te doen.
Maar mocht u hier even niet aan toe zijn, sluit u dan vandaag nog aan bij een net uit mijn reet gescheten geloof aan, namelijk,”Hoetsekabula”.
Hoetsekabula gaat overal tegen in.
Het is trouwens het eerste geloof dat nu net in Nederland van start gaat.
De God bent u zelf, u bent namelijk het belangrijkste wat de Wereld, wat zeg ik, het Universum nodig heeft.
U kan schapen en scheppen wat u maar wil, met een beetje creativiteit bent u al hartstikke origineel.
U bent het helemaal en dat iedere dag, elk uur en elke minuut, wat is Hoetsekabula blij met u.
Het maakt echt niet uit wat u doet, uw neus uit baggeren, kinderen baren, en of uw de schompes werken, het maakt niet uit, wij veroordelen u niet.
Wie zijn wij dan wel zult u denken.
Wij zijn nu al u en ik, is dat niet leuk en fijn, dacht het wel.
Mocht u al geloven in een religie, dan haten wij u niet hoor, lekker blijven geloven.

Het bidden bij Hoetsekabula bestaat uit het zeggen van Hoetsekabula, pal na dat u een stuk bruin restafval in de WC pot hebt uit geperst.
Vergeet dit nooit, ook niet in een openbaar toilet.
Spreek het altijd uit vol trots, u mag de uitroep gepaard laten gaan met een klap op uw borst of borsten.
Hoetsekabula heeft uw geld niet nodig, dat mag u opmaken aan hoognodige dingen, wij hoeven niks te onderhouden behalve wat ons lief is.
Dan kan ik net zo goed niet geloven, zou u denken.
Maar dat is niet waar, Hoetsekabula is meer als niks, Hoetsekabula is mooi en fijn.
Sluit u aan, en wees een God om van te houden ………….

Thursday, February 02, 2006

Bitch




Op één van de laatste dagen dat Galerie Slaphanger bestond, hadden we een expositie aan de roze wanden van bezoekers.
Dat wil zeggen, iedere bezoeker kon iets tekenen en dan ophangen.
Wat soms goeie dingen opleverde en natuurlijk veel ongein en belabberde dingen, maar al met al zag het er leuk uit en was er veel te zien vond ik als zeg maar Galerie Houder.
De zon scheen en het was druk op de markt aan het Grote Visserijstraat waar je vanuit Slaphanger op uit keek.
Een blond gekruld meisje kwam vrolijk binnen wandelen, ik wilde haar net weg sturen omdat kinderen niet welkom waren zonder begeleiding, toen waarschijnlijk haar moeder ook binnen kwam wandelen. Ik groette vriendelijk, haar weder groet wacht ik nu nog op.
Het meisje vroeg wat voor strips wij verkochten, ze babbelde heerlijk, toen opeens haar moeder uit het niets tussen ons in kwam staan.
Ze keek mij met hele felle boze ogen aan.
Het duurde zeker een minuut voor ze door kreeg dat ze mij niet kon dood kijken.
Waarom ik niks zei is mij nog altijd onduidelijk.
“Wat denk jij wel zei ze woest tegen mij”, haar eerste woorden tegen mij waren aanvallend.
Ik dacht dus wat heb ik gedaan, had ik iets verkeerds tegen haar dochtertje gezet?
Nee dat was het niet, Bitch ging verder.
“Iedereen denkt tegenwoordig maar een galerie op te zitten zonder te weten hoe het werkt in de beeldende kunst”.
Nou wie wist wel hoe het zit in de beeldende kunst, dan zou het niet spannend meer zijn.
“Ik ben kunstenares maar zou hier nooit en te nimmer willen hangen”.
Had ik haar uitgenodigd dan, en ze mocht er best hangen met een touw om haar strot, maar goed ze wilde er niet hangen.
“Haar nek slagader werd steeds dikker onder haar geraas, eigenlijk wilde ik hem doorbijten, maar ik hield mij in voor haar dochtertje.
Na haar afkeur babbel hoopte ik dat ze weg zou gaan, naar waar ze hoorde, maar ze ging ook nog eens in de strips en boekjes kijken.
Het kindje was bij haar gaan staan, en leek mij met medelijden aan te kijken, en dat had ik nu juist met haar, dat arme kind en haar monster.
Ik ging achter mijn bureau zitten, en deed of ik haar volslagen vergeten was.
Of was ik nou driftig bezig haar uit mijn hersens te bannen.
Ze zuchtte heel hard en overdreven, en strekte haar rug als een Flamenco danseres na een mooie beweging, en draaide haar gezicht naar mij, en dat had voor mij niet gehoeven.
Vol afgrijzen nam ze mij in zich op, toen kon ik mij niet meer inhouden, ging ook staan, en zei,’ga maar weg’.
Ze wilde weer tekeer gaan, maar bedacht zich, greep haar dochtertje bij haar arm en verdween mijn leven uit.
Mocht ik haar ooit weer ontmoeten, dan zal ik alleen maar zeggen,”ga maar weg”, en hopen dat ze dat dan doet.

Bleekscheet




Laatst zat ik met iemand te kletsen over de goede oude tijd, hij was ouder als ik en had het begin van de Punk meegemaakt, en de door hem gehate disco.
Lachend vroeg hij in welke tijd ik opgroeide, doelende op de muziek.
Ik moest hard nadenken, en zei breakdance, Electric boogie, Hip Hop, reggae en ska.
Hij moest lachen, en zei dat is toch niet werkelijk de muziek waar jij je mee bezighield Pieter.
Vervelende kerel, als hij eens wist hoe ik mijn best had gedaan er bij te horen piepte hij wel anders.
Ik herinner mij de grote feesttent in Delfshaven die daar ieder jaar stond.
Als de bandjes even ophielden rende de jeugd naar de microfoon, en begon te beatboxen, met je mond beats en gave geluidjes maken.
Ik had flink geoefend, en wachtte mijn geduld af.
Eindelijk kon ik dan los gaan, en dat deed ik vol over gave, iedereen lach in een deuk om mijn zielige gestuntel, en dat terwijl ik er flink op los experimenteerde om zo te proberen met originaliteit van de kunde te proberen te winnen.
Maar al snel werd ik weggeduwd als een amateur.
Boos ging ik naar huis, wat dachten die lulletjes wel, dat ze de Fatboys zelf waren.
Ik was geen volhouder, dus hield ik het beatboxen voor wat het was.
Ik had een film over electric boogie gezien, en probeerde dit thuis voor de spiegel.
Het leek meer op een spastische robot, maar ik bleef proberen.
Twee Surinaamse vrienden traden al op in het centrum, waar ze hun electric boogie deden bij een grote gettoblaster.
Ik ging vaak kijken hoe ze het deden.
Nou veel en veel beter als ik, dat had ik al snel door.
Soms vroegen ze of ik meedeed, maar gelukkig heb ik me dat nooit aangedaan.
Wel stond ik erbij alsof ik elk moment alle sterren van de hemel kon gaan dansen.
Later ging ik heel veel naar Hip Hop luisteren.
De vunzige nummers van de 2Leve Crew uit Miami, bekend van hun hit,”me so horny”, schalde door de boxsjes van mijn kamertje.
Mijn moeder stond een keer bij het stofzuigen te zingen,”dick Allmighty”, tot op de dag van vandaag weet ik niet of ze wist wat ze zong, ik denk het niet.
In 1987 brak de hemel voor mij open in Nighttown met de Acid house, het klonk geweldig, en ik was er helemaal gek van.
Eindelijk kon ik dansen zonder regeltjes die het voor mij als bleekscheet onmogelijk maakte te genieten on the dancefloor.
Van twaalf tot zes in de vroege morgen stond ik te dansen zonder drugs, daar had ik zo en zo geen geld voor.
Ik dronk water op bij het toilet, en hoopte dat meisjes me niet zouden aanspreken, omdat ik dan wel eens wat zou moeten aanbieden, en ze meenemen naar het toilet voor wat kraamwater zou ook de blits niet maken.
Later ging ik ook naar Parkzicht, hoewel ik de Gabber wel kon waarderen voor een uurtje, was het niet echt mijn ding en zo kwam ik in de tijd dat mijn jeugd voorbij was en ik mij niet meer op glad ijs hoefde te begeven.
Ja dat is best een geruststellende gedachte.
Nog altijd is mijn zoektocht in de muziek niet beëindigd, ik probeer bij iedereen wat mee te pikken, zo is mijn smaak erg ruim geworden wat muziek betreft, het blijft toch het mooiste wat er is.
Leven de oren…….

De tekenleraar




Na het verhaal over mijn tekenjuf op de LTS verdiend mijn tekenleraar toch zeker ook een stukje.
Niet omdat ik nu wil gaan schrijven over deze onverschillige bloedlul uit respect, nee dat niet echt, ik haatte deze lul grondig vanaf de eerste dag dat ik zijn slungelige rot persoon voor ogen kreeg.
Hij floot de hele tijd deuntjes, ook als hij het niet naar zijn zin had.
Herhaaldelijk heb ik hem gevraagd te stoppen met fluiten, waardoor ik weer op de gang belande, dat was voor mij beter als te moeten luisteren naar zijn zielige gefluit, en de bacteriën die hij zo door de klas blies.
De eerste tekenles wilde ik mij net als alle andere leerlingen in mijn klas bewijzen, met het verschil dat ik het na de eerste beoordeling van die verdomde zweef nicht voor gezien hield.
Hij kraakte mijn hardloper met zichtbaar plezier af, de benen waren veel te dik, zo zou hij nooit kunnen hardlopen zei de dikke drol wijs.Wat leerlingen die hier om lachte keek ik vriendelijk dood.
Ik antwoordde dat de benen niet dik waren maar gespierd, zijn brood magere skelet houder laag dunkend in mij opnemend, en waarom moest het hardlopertje kunnen hardlopen als hij toch op papier stond.
De klas moest erg lachen om mijn verweer.
El Engerd des te minder, met een sarcastische lach op zijn glibberige gladde paapse rot muil, verwees hij mij naar de gang.
Op de gang bedacht ik hoe ik hem zou kunnen pakken, of zelfs doden zonder in de gevangenis te belanden.
Rechtstreeks mijn potlood in zijn oog steken zou teveel oproer geven.
Hem in de lift wurgen zou kunnen, maar hoe kreeg ik zijn lichaam in mijn schooltas.
Steeds als ik naar hem keek, glimlachte hij alsof hij plezier had, ik moest echt vechten om de gang niet onder te kotsen.

Hij liep altijd met gebogen schouders quasi nonchalant door de gang van school, langs ons wachtende tot we door hem de klas in werden geroepen.
Van tekenen kwam niks meer, het enige wat ik nog deed was mijn record zo snel mogelijk naar de gang gestuurd te worden probeerde ik te breken.
Hij haatte mij natuurlijk net zo erg als ik hem.
Al heb ik het bange vermoeden dat hij mij nu niet meer zal herinneren, wat een rot idee is.
Als hij mij niet meer zou herinneren doordat hij bijvoorbeeld bij andere magere mensen op een kerkhof ligt heb ik daar alle vrede mee.
Het was echt zonde van mijn tijd die twee opgedrongen uurtjes gang staan in de late maandag middag.
Ik probeerde de tijd op een keer te doden, door sprintjes door de gang te trekken.
Ook dat werd door hem verboden, toen hij zei dat ik gewoon op één plaats moest blijven staan, en vervolgens met zijn kut gefluit de klas weer in ging, ontplofte ik weer en trapte heel hard tegen de deur.
En ik zag hem schrikken die zuigbek.
Helaas zijn hard hield het, en hij kwam weer naar mij toe lopen.
Langzaam alsof hij niet onder de indruk was, zei hij dat ik naar de directeur moest om mij te melden.
Waarop ik zei dat ik hem dood wenste.
Nu werd hij boos en greep mijn arm, als dat nu was geweest trok ik met die zelfde arm, zijn arm uit zijn lichaam, maar dat kon ik toen niet, al probeerde ik het heftig.
Hij sleurde mij moeizaam mee, terwijl ik hem alles wenste waar je heel pijnlijk aan dood gaat.
Dan kan je fluiten in je graf, kermde ik.
Hij liet mij op een gegeven moment los, want zijn magere lichaam dreigde te bezwijken.
Hij stond zelfs te hijgen, toen spuwde ik op zijn zwetende voorhoofd, hij begon op een duivel te lijken, en ging heel erg tekeer tegen mij.
Had het natuurlijk over mijn toekomst, alsof hij waarzegger was, dan wel een hele kloterige.
Nu grijnsde ik, waar hij volgens mij gek van werd, hij probeerde mij te grijpen, maar ik rende weg, met de volslagen losgeslagen tekenleraar achter mij aan.
Ik trainde toen bij Atletiek vereniging AVR, dus dat kwam heel goed van pas.
Snel ging ik het trappen huis in, ik hoorde hem gillen dat ik moest stoppen, wat ik natuurlijk bijna deed.
Hij had vreselijke pech want wij hadden als laatste les, de rest van de leraren konden hem dus niet helpen.
Maar helaas was de conciërge, dikke lul zal ik hem voor het gemak noemen, nog aanwezig.
Die kon mij bij de lurven grijpen.
Hij zei woest met rode kale varkenskop, jij weer etterbak.
Ik had hem een keer van af de bovenste verdieping een vlijm op zijn kale kop gespuwd., toen hij omhoog keek zag hij mij lachen, door het lachen kon ik niet meer snel schuilen, eikel die ik was.
Dus daar stond ik met twee van mijn grootste vijanden in het zielige kantoortje van de conciërge, ze hadden mij zo kunnen aanrammen, ik zweer je dat ze dat eigenlijk ook wilde.
Wie wil dat nou niet….
Ze begonnen te zeiken en ik was lang zo boos niet meer, waardoor ik kwetsbaarder werd en ging huilen.
Maar hier genoten deze klootzakken natuurlijk van, met zijn tweeën tegen mij de bink uit hangen.
Moesten ze eens proberen in een leer nichten bar.
Zoals wel vaker moest ik die week iedere dag na school tijd de conciërge helpen met klusjes.
En echt hoor al deed ik nog zo mijn best er kon geen vriendelijk woord af bij die volgevreten stront ton.
Als hij zich bewoog werd zijn dikke kop al rood van de inspanning, maar hij flikte het altijd weer gewoon verder te ademen.
Zal hij nu zo goed als zeker niet meer doen de sadist.

Het is nooit meer goed gekomen tussen mij en de tekenleraar.
Tegenwoordig heb ik best veel vrienden en kennissen die tekenles geven, maar daar heb ik gelukkig nooit bij in de klas gezeten, dan zouden het waarschijnlijk geen vrienden meer zijn.

Saturday, January 28, 2006

Optreden is aftreden




Als kind vond ik het een verademing bij ons op het Buurthuis en op school mee te spelen in toneelstukken.
Mijn eerste rol was in een stuk over Piet Hein, die in Delfshaven woonde en ter Wereld kwam en uitgroeide als een legale zeerover, wat men dan zeeheld noemt.
Maar goed we laten Piet liggen waar hij ligt en gaan verder met mijn eerste rol, zeker ook niet onbelangrijk, ik was één van de dwergen, wat die dwergen in een stuk over het leven van Piet Hein moesten snapte ik ook niet, waarschijnlijk zat de ijverige leraar die het stuk schreef aan de verdovende middelen.
Ik was de enige dwerg zonder tekst, geen makkelijke opgave als ik mij bedenk hoe graag ik die dag op mijn zes jarige leeftijd had willen doorbreken, om vervolgens nooit meer naar school te hoeven.
Ik moest wachten op mijn tweede kans waarin ik een baby speelde zonder tekst, ik sliste wat , maar verder was ik duidelijk te verstaan, zeker als ik geen tekst had.
En waar ik dus op hoopte mijn doorbraak ging weer niet door, we wonnen wel met dit stuk op de toenmalige boekenweek.
Ik had er weinig plezier aan, voelde mij bedrogen met een rol als baby van zeven jaar oud.
Waarop de anderen kinderen zeiden dat ze vast niet gewonnen hadden als ik de hoofdrol gespeeld had, en dat snoerde mij de mond tot op de dag van vandaag.
Ik zat ook op het Delfshavens kinderkoor.
Iedere woensdag ging ik er met mijn zusje aan de hand naar toe, Angelique mijn zusje om te zingen, ik voor het snoepje achteraf, en omdat alle mooie meisjes van Delfshaven in dat koor zaten.
Mijn zang talenten beperkte zich tot het braaf mee playbacken.
Maar voorlopig stond ik wel even voor de soundmixshow van Hennie Huisman op de buis kwam, in zowat alle kerken van Rotterdam en omstreken, en nou komt hij, ik stond dus ook nog te playbacken in de Doelen, ja bedankt voor het applaus waar ik geen donder aan heb, nu zeker niet meer, omdat ik er weer niet beroemd mee werd.
Moet maar eens gaan uitzoeken waar ik toen allemaal optrad voor mijn CV, stuur ik hem naar Pavaroti, maakt met terugwerkende kracht misschien de nodige indruk om door hem de nieuwe Marco Bakker te worden, misschien ook niet.

Hierna speelde ik te pas en te onpas nog vaak mee aan stukjes zonder waarde, want mijn teksten werden steeds ingeperkt, zodat ik altijd overkwam als een debieltje.
Maar na veel klagen op het Buurthuis mocht ik zelf een rol schrijven, ik was inmiddels dertien en bezeten van wielrennen en alles wat daar maar een beetje op leek.
Dus ik schreef een rol als zijnde een wielrenner die ook journalist was.
Peter Post noemde ik mij zelf, niet bijster origineel.
Mijn vrouw was judoka en speelde mij alle hoeken in, een echte toneelspeelster (hoewel ik nooit heb onderzocht of ze misschien niet onecht was), begeleide het stuk en speelde mee.
Ze deed haar best mij toch nog een beetje goed naar voren te laten komen.
Maar hoewel ik mijzelf toen erg goed en origineel vond, zag ik wel in dat ik nooit zo goed als Leen Jongewaard zou gaan worden, mijn grote voorbeeld, en nog steeds al is hij een beetje lui geworden.

Het heeft jaren geduurd voor ik weer wilde optreden.
Arjan Doorgeest een Rotterdamse dichter nodigde mij uit om in Nighttown mijn gedichten voor te dragen op een festival.
Spontaan en blij zei ik ja, bijna bevredigde ik hem hier oraal voor, maar net toch helemaal ook weer niet.
Na tien seconden maakte mijn blijdschap plaats voor grote depressieve onzekerheid.
Tot nog toe had ik alleen maar voorgedragen aan Xandra en Raymond.
En veel zekerheid had ik niet over mijn dicht kunsten, ik wist niet eens waar die aan moesten voldoen om een gedicht te zijn.
Daar stond ik lazarus en nog altijd dodelijk zenuwachtig in een pak van mijn vader met gescheurd kruis voor het publiek.
Een hart infarct stond dichterbij als het voordragen van mijn eerste gedicht.
MC. Wisecrack AKA kunstenaar Henri van zanten deed geweldig leuk het commentaar, en kondigde mij aan.
Alleen voor die man, de meest productieve en knallende kunstenaar van Rotterdam wilde ik al gillend van schaamte naar buiten rennen om zo goed en zo kwaad als dit mogelijk was verder te gaan onder Lijn 1 op de Kruiskade.
Maar ik begon met een gedicht over mijn relatie met mijn lul, waarop mensen de zaal al verlieten, MC.Wisecrack groette ze vriendelijk.
Met, Alleen in een kut kom ik nooit te laat, en de boer laat hij wat hij is, liepen er nog meer mensen weg, maar begonnen er ook te klappen.
Verder was het een roes, en kwam meester dichter Gerrit Komrij naakt op mij afrennen, naakt omdat hij onder de douche stond in Portugal toen hij talent rook en naar Rotterdam liep.
Oké dat is niet waar, dit was alweer mijn einde als gedichten voordrager, ik heb zes weken bij moeten komen.
Wat een ellende.
In 1997 trad ik met de Krimpos een nog steeds lopend muziek project van mij en Itam van Teeseling op in het Poortgebouw.
Nou het was een non performance, we zette een bandje aan met onze geluidcollages, namen plaats op twee stoeltjes, met beide een zilveren tiet op ons hoofd.
En dat drie kwartier lang met het publiek hijgend in ons nek, hopende dat er wat ging gebeuren, wie weet staan ze er nu nog.
Het tweede en optreden van de Krimpos die te downloaden zijn op: http://www.eye-cramps.com was op een festival in de Baroeg.
Er stond een groot scherm waarop onze zelfgemaakte clips te zien moesten zijn, maar het hele ding deed het niet, en onze muziek/geluiden waren heel zacht gezet, een complete onvergetelijke afgang.
Nooit zou ik zo iets meer willen doen.
Tot kunstenaar Marc van Elburg mij vroeg om in een oud Badhuis te Hengelooo op een festival met hem en DJ FFF op te treden onder de naam de FCKNG BSTRDS.
Een grote noise sensatie, ik stierf al bijna in de aanloop naar ons optreden.
Ik wist niet wat ik moest doen op dat podium, zong mijn gedichten, en leek wel een punker uit het jaar nul die zo snel mogelijk op een Olifanten geslacht wilde gaan plaatsnemen.
Althans zo zag het er uit op de video beelden, ik heb het hierna nog een paar keer geprobeerd met de FCKNG BSTRDS, maar nog voor ze Wereld beroemd werden droop ik weer de vergetelheid in.
Wat heel leuk was aan dat optreden, was dat Kunstenaar Tom Oomes de enige was die in de zaal bleef en niet naar de bar ging tijdens ons spetterende optreden.
Wat voor mij meer een aftreden werd.
Drie weken liep ik erbij als een oud mannetje.
Voor mijn familie en bekenden trad ik nog wel een keer met heel veel succes op, met mijn Pedokast act.
En zette ik samen met Tommy de Roos de Discogaragerockandroll act de Astma Boys op.
Met veel, heel veel plezier maakte en zong ik liedjes, en maakte Tommy als Pinksnake de muziek.
Het optreden lieten we aan het Astma boys stuntteam over die op onze muziek uit een Chetto blaster van alles kapot gooide.
Aan het einde van mijn zevenjarige leven als galerie houder van galerie Slaphanger trad ik nog één keer op met de Astma Boys, en besefte toen dat het niks voor mij was.
In mijn ateliertje ben ik nog wel stoer hoor, kruip ik wild uit zelf gemaakte vagina’s als die Unborn son op grote podia, en ook kleine podia trouwens, maar allemaal in mijn hoofd gelukkig maar zowel voor het publiek als voor mijn zenuwen.

Strip

De Tekenjuf

Veertien jaar was ik en volslagen debiel, tenminste als ik op school was.
Ik zat op de LTS in Rotterdam Noord, nadat ik van het Grafisch lyceum was getrapt omdat ik de muziek leraar met een stoeltje was aangevlogen.
Waar ik tot op de dag van vandaag behoorlijk spijt van heb.
Want die man kon me daar boeiend vertellen over de muziek geschiedenis.
Maar toen hij mij de waarheid vertelde, namelijk dat ik een onwel willende lul was, vloog ik hem aan.
Het spijt mij nog steeds.
School was voor mij een ramp, mijn moeder was al blij als ik er zonder schelden naar toe ging, dus mij vertellen waar het nuttig voor was kwam ze niet eens toe.
Mijn vader gromde alleen als hij hoorde dat ik mijn best niet deed.
Dus bleef ik mijn tijd uitzitten op die vervelende houten stoeltjes, en dat zitten daar zat eigenlijk het grote probleem, bij dat zitten.
Op mijn achtste was ik aan mijn ruggengraat geopereerd, waardoor ik eigenlijk nooit lang lekker op een stoel zit.
En mij toen zeker absoluut niet kon concentreren.
Had ik dat allemaal toen maar beseft, dan had ik waarschijnlijk in mijn aangepaste troontje alle diploma’s gehaald.
Maar nee ik ging vervelende dingen doen en de boel verstieren.
En zeker op de LTS waar ik voor timmerman studeerde, en weet je wat de reden voor die belabberde keuze was, nou mijn vader was timmerman, dus dacht ik dat het voor mij ook de beste keuze zou zijn.
Echt meer zat er niet achter, ik moest wat.
Twee keer per week moest ik naar het RIAGGGGG om over mijn agressieve gedrag te brallen en verder tekende ik mij het leven door, en deed ik heftig aan sport.
Het mocht niet baten, ik was geboren om als loser ten onder te gaan, arme ik.
Aangezien ik zo graag tekende zou je toch denken dat ik tijdens de tekenles los kon gaan, dat deed ik ook, maar niet op papier.
Bij alle andere lessen lieten de leraren mij al tekenen, omdat ik dan rustig was, ze waren waarschijnlijk bang dat ik aan een longontsteking zou overlijden als ze mij steeds op de gang in de tocht zouden zetten.
Ze zeiden er wel bij dat ze mijn toekomst somber inzagen, och dacht ik het zal allemaal wel.
En dat denk ik nog iedere dag voor het slapen gaan.
Maar goed de tekenleraar was overspannen verdwenen, en zijn vervangster was veel leuker om tegenover te zitten.
Ze was mager lang, en haar witte huid stak sterk af tegenover haar altijd zwarte kledij.
Ze sprak een beetje bekakt op een monotone verveelde manier.
Dat vond ik erg opwindend, waardoor ik haar graag liet praten door haar allerlei onzinnige vragen te stellen.
Zoals waar komt u vandaan, ze kwam uit, “Gaat je niks aan”, waar ligt dat juf zei ik dan denkend dat ik Andre van Duin was, ze negeerde mij dan volkomen.
Ze zat me soms aan te staren, met een blik alsof ze er over nadacht hoe ik er zou uit zien vierdegraat verbrand, heel griezelig.
Achterin zaten de stoere jongens stiekem te blowen, en luisterde ze naar Yellowman zonder iets op papier te zetten.
Niet dat dit mocht van de juf, maar ze liet het toe, waarschijnlijk denkende dat de jongens dan in ieder geval aan longkanker zouden sterven, zo heeft het citaat van Cruijff, “elk nadeel heeft zijn voordeel”, in dit geval een sterke klank.
Vaak zat ik in het Spaans met de Arubaanse David over de juf te praten, en wat je allemaal met haar zou kunnen doen als ze wel gek op ons was geweest.
David moest hier altijd heel hard om lachen, zodat hij op de gang belande.

Het was erg warm toen ik de klas rond keek, waar niet veel gebeurde wat het beschrijven waard was, ik dacht er moet maar wat leven in de brouwerij komen en trok stiekem mijn trainingsbroek en onderbroek naar mijn enkels, ging staan stak mijn vinger in de lucht, en wachtte op de juf die opkeek.
En dat deed ze, ze werd eindelijk rood, haar bleke gelaat was eindelijk rood, haar blauwe ogen stonden nu op afgrijzen,Ze begon te schreeuwen dat ik een zielige achterlijke mongool was, zou een mongool zo iets idioots doen om de klas wat op te vrolijken?
Ik schat mongolen toch wat hoger in.
Waarmee ik doel opdat zij met een beperkte manier van denken vaak heel veel kunnen en ook doen, daar kon ik niet over mee spreken, en daar wil ik nu niet mee gaan zeggen dat ik de mongolen nu wel heb ingehaald, maar ik probeer het tenminste.
Iedereen in de klas was aan het klappen en aan het lachen, dan wel om de grap of de zielige vertoning.
De juf was werkelijk hysterisch, dit had ze zo nog nooit gezien, en zou ze nooit meer zien, of had ze dit al eens gezien en kwamen er gevoelige herinneringen op, verklaarde dit haar bleke gelaat?
Ze kwam op mij aflopen, op mij die daar stompzinnig stond te giechelen, het besef dat dit wel heel dom was begon op mij in te werken.
Dit zou een staartje krijgen.
Ze stond vlak voor mij, beet van drift op haar tanden en siste dat ik onmiddellijk naar de directeur moest gaan.
Ik trok snel mijn broek omhoog en werd even hysterisch als de tekenjuf, en mijn volgende daad was een feit, ik trapte het schoolbord aan gruzelementen.
De juf begon nog harder te schreeuwen, en maakte mij uit voor alles wat heet erg rot was om te zijn.
De Engelse leraar kwam op de herrie af, en vroeg niet eens wat er was, de stinkende reus tilde mij op en bracht me naar onze verschrompelde Directeur.
Ik trapte alleen om me heen als een volsagen losgeslagen idioot.
Toen de directeur mijn ouders belde na geïnformeerd te zijn door de juf, werd ik pas rustig.
Dat was de laatste dag op weg richting hamer en spijkers.
Mijn ouders waren heel erg boos, vooral van schaamte waarschijnlijk……

Friday, January 27, 2006

bom (cartoon)

Monday, January 23, 2006

Bodypainting




Na het zien van een door kunstenaar Keith Haring beschilderde Grace Jones op een foto, wilde ik ook wel eens ervaren hoe het zou zijn iemands lichaam te beschilderen.
Ik begon met mijn eigen lichaam, alleen het boven lichaam duurde mij al veel te lang om stil te zitten, en mij verkrampt te concentreren.
Maar het resultaat en de ervaring mochten er zijn.
Dus belde ik Raymond en Michael of ik ze mocht beschilderen, wel helemaal naakt vroeg ik ze er maar even bij.
Ze vonden het prima.
Michael was het eerste slachtoffer, eerst maakte ik hem helemaal wit met een vochtig sponsje.
Toen ging ik tergend langzaam dikke lijnen zetten, papier, canvas of muur klagen hier nooit over, maar het moet toch knap zwaar zijn de hele tijd naakt als object van mij te dienen, maar van Michael geen woord.
IK had dan wel gezegd naakt, maar toen ik bij zijn piemel aankwam, en deze bekeek, vroeg ik me af waarom eigenlijk naakt, misschien om dat een onderbroek de boel ontkrachtte.
Maar echt veel creativiteit of lijnen pracht kon ik er natuurlijk niet op kwijt.
Om niet te verdacht te worden pakte ik Michael’s pik beet en ging wat kwasten.
Ik had in alle concentratie niet door dat er bloed in zijn geslacht liep waardoor hij dus stijf werd, tot Michael beschamend zei sorry man.
Toen besefte ik dat ik de stijve lul van één van mijn beste vrienden in mijn hand had.
Ik stond meteen op, en gaf hem een knietje in zijn heilige kruis, schreeuwde tegen hem dat hij maar een nep hetero was, en gooide hem naakt de Nieuwe Binnenweg op.
Nee hoor, ik ging rustig als een professional door.
Het resultaat was geweldig, jammer dat alle foto’s mislukt waren, dat wel.
Na vier uur schilderen was Raymond aan de beurt, dit keer duurde het zes uur, ook de doodzieke Raymond hield zich sterk.
Helaas kreeg ook hij een erectie, en begon ik het een beetje gênant te vinden.
Maar Raymond was tenminste geen hetero, hoewel bestaan die nog wel hetero’s.
Leuke vraag voor in de tweede kamer misschien.
Ik hoorde gisteren dat de eerste Nederlandse tekst die gevonden was, van een homofiele monnik was, het was homo erotische poëzie toch leuker als de gebruikelijke ambtelijke teksten die in andere landen meestal gevonden worden als eerste teksten.
Maar goed ook Raymond zag er prachtig uit in zijn nieuwe kostuum.
Ook van hem gingen helaas bijna alle foto’s verloren.
Hierna heb ik hem nog eens beschilderd, toen lukte de foto’s wel.
Er moesten meer mensen aan gaan geloven, mijn vrouw Xandra, die helaas niet naakt wilde.
Mijn stiefzoon Itam waar ik niet aan gevraagd heb hem naakt te beschilderen, ter ons beide bescherming.
Ricardo die absoluut niet naakt wilde, en ik had het hem niet eens gevraagd.
Toen hij beschilderd was, zijn dikke zwaar behaarde buik was niet eens goed te beschilderen, haalde hij zijn penis vrolijk voor de dag, hij zei dat hij zich zo vrij voelde met die verf op zijn lichaam, maar ik vond het wel best zo, maakte foto’s en klaar.
De laatste was Bennie Lang, een havenwerker en heftig Feyenoord fan, het leek hem wel leuk foto’s van hem geschilderd naar zijn vriendin in Bulgarije te sturen.
Wel vroeg hij of we alleen waren die dag, met de hand op mijn hart beloofde ik dat.
We waren nog niet begonnen of de bel ging, mijn ouders kwamen een lamp ophangen, ja die kon ik niet weigeren.
Toen ze de naakte Bennie zagen liggen, groette ze hem en hoorde ik ze giechelen.
Toen kwam Erik binnen, die boven ons woonde en vroeg alsof er niks aan de hand was of we een bakje koffie wilde.
Bennie had het niet meer.
Itam kwam ook nog binnen met zijn zwaar verbaasde vriendje Arjan, ze bleven even kijken naar de arme Bennie die opvallend klein geschapen was.
Iedereen die weg liep hoorde ik lachen op de gang, Bennie zei niks maar zijn norse gelaat sprak boekdelen.
En ja hoor, daar kwamen Xandra en Raymond binnen, ze namen de beschildering op, en vonden het mooi worden.
Na een tijdje hoorde ik ze lachen, ik vroeg wat er was, Bennie ook, maar dan wat minder vriendelijk als ik.
Raymond wenkte dat ik even naar hem toe moest komen.
Toen ik naast hem stond zei hij proestend dat ik naar Bennie moest kijken, en nu zag ik het ook, het was vanuit deze positie alsof ik een enorme kut had geschilderd in Bennie’s kruis.
Toen Bennie vroeg wat er zo leuk was, zei ik maar dat het niet om hem ging, maar om de bloemenvaas in de vorm van een lul op de kast boven zijn hoofd.
Je zei toch dat er niemand zou komen Pieter, zei hij terecht geïrriteerd.
Ik wilde net antwoorden toen de bel ging en Ricardo en Marc binnen kwamen.
Ook die stonden onbeschaamd te lachen.
Bennie was inmiddels af, hij poseerde voor de foto’s, iedereen stond er bij, en het leek Bennie niet meer te deren, hij was er doorheen.
Terwijl we aan het feesten waren zat hij er naakt tussen met zijn meegebrachte veiligheid helm op zijn hoofd.
Het was erg leuk om te doen, maar ik wist niet goed wat ik er verder mee moest.
Mensen vroegen wel eens of ik mensen voor een feestje of een opening wilde beschilderen, maar mijn manier van schilderen duurt te lang.
Dus ik hou het maar bij deze ervaringen.

Klootoog


Klootoog huppelde op rustige zaterdag morgen over de Pieter de Hooghweg te Rotterdam, nu zou dit levens gevaarlijk zijn, maar in 1893 bestond de Pieter de Hooghweg nog niet, en was het voor Klootoog het konijn geen probleem door het weiland aldaar te huppelen.
Heerlijk vond het witte konijntje dat, grote vette koeien hopen over springend in het heerlijke malse gras.
Ja het leven van Klootoog klinkt paradijselijk in de oren.
Maar het was zaterdag morgen,even nadat de Boer met een ploeg zijn familie had overreden, ze waren allemaal dood.
Mama’s hoofd lag er zelfs af, vader was zo plat als een dubbeltje, even als zijn broertjes zusjes.
Nu was Klootoog dus wees, en daar was hij zo blij mee.
Raar zou een normaal denkend mens denken, maar Klootoog had een kut familie, hij had er geen leven.
Zijn vader negeerde hem volkomen vanaf de dag dat hij uit zijn moeder kwam, wel nadat hij walgend zijn afschuw over het lelijke uiterlijk van Klootoog had uitgesproken, uitgesproken, hij stond daar in dat donkere konijnenhol loeihard te schreeuwen zijn vader, moeder maakte zich onder het persen druk over het geluid wat vader maakte, er konden wel roofdieren opafkomen zo piepte ze tussen het persen door.
Waarop vader schreeuwde dat hij Klootoog dan als voer meteen naar het roofdier kon gooien.
Moeder verzorgde Klootoog zoals het hoorde, maar meer ook niet, als hij tegen haar zachte vacht aan kroop duwde ze hem kil weg, terwijl een broertje of zusje zijn plaats in nam.
En zijn broertjes en zusjes pestte hem, dat hij op een stripfiguur leek en naar stront stonk.
Als hij niet spierwit was geweest was hij het zwarte schaap van de familie geweest.
Nu was hij een ziels gelukkig konijn in de bloei van zijn leven.
De lucht boven Rotterdam was prachtig blauw, wat een dag.
Af en toe wisselde Klootoog het over koeien hopen heen springen af met wat eten van gras of drinken van melk uit de enorme uiers van de talrijke koeien in het weiland.
Hij sprong zo naar een uier, zoog er wat aan, en huppelde weer verder, terwijl de woest loeiende koe hem tevergeefs probeerde te vertrappen.

Na zes weken ging dit luie leventje Klootoog een beetje tegenstaan, het werd een beetje saai.
Dat drollen gespring zette geen zoden aan de dijk.
Hij wilde niet herinnerd worden als Klootoog het drollenspringende konijntje uit Rotterdam.
Er moest toch iets zijn waar door hij een held zou worden, zoveel held heftige konijnen waren er hem niet voor geweest, geen één eigenlijk, er was zelfs geen mensenvolk te bedenken die een konijn als God hadden, als wapen of als logo van een bedrijf.
Nee de konijnen werden simpelweg gezien als voer, voor mens en dier.
Te triest voor worden, er lag een weg voor Klootoog open, hij kon een voorbeeld worden voor het konijnen ras, zoals Bugs Bunny, Roger Rabbit en het Bruna konijntje dat lang na de dood van Klootoog werden.
Maar daar had Klootoog deze konijnen niet als helden nemen,hij moest hun voorbeeld gaan worden.
Terwijl hij diep nadacht zat hij onbewust wat in een nog rokende koeiendrol te kneden.
Opeens had hij door wat hij daar zo hersenstormend had gedaan, hij had zichzelf nagemaakt in met als materiaal de koeiendrol.
Wat was hij trots op dit resultaat, meteen huppelde hij met een bijna volledig onder de stront zittende ooit witte pels.
Hij maakte van de volgende drol kleinere brokken, en boetseerde zo zijn dode familie tot in de perfectie.
Moe kroop hij die avond zijn holletje in bij de struikjes op het weiland.
De volgende morgen huppelde hij door het nog natte gras, waardoor hij meteen weer een beetje schoon werd.
Hij ging kijken naar zijn evenbeeld en zijn dode familie vervaardigd uit stront.
Alles was hard geworden, Klootoog sleepte alle kunstwerken naar de struiken waar de koeien niet kwamen.
Hij ging helemaal los, en binnen korte tijd stond er een museum aan drollen beelden tussen de struiken.
En al snel kwamen er konijnen van heide en verre op zijn kunstwerken af.
Diep onder de indruk waren ze van zijn kunstwerk.
Hij speelde de gevoelige kunstenaar door te vertellen hoe moeilijk het voor hem was geweest zijn dode familie na te moeten maken, diep ontroerd waren alle konijnen.
Het ging van konijn naar konijn de Wereld over, en met zeeschepen kwamen konijnen naar het Rotterdamse weiland.
Inmiddels had Klootoog een gezin en meerder vrouwen, hij had bereikt wat hij wilde, het eerste beroemde konijn worden die als held werd gezien.
Hoewel er nog één ding aan hem knaagde, de mensheid had nog altijd geen notie van zijn bestaan.
En die schreven immers alles op, waardoor men niet vergeten zou worden.
Na een banale seks avond met zijn vrouwtjes, waar de honden geen brood van lusten, vertelde Klootoog dat hij naar de boer zou gaan om hem te laten zien wat hij kon.
Je zou denken dat de vrouwtjes hem dat uit zijn gekke konijnen koppie zouden praten, maar ze stemde toe.
Als de boer zijn nekje zou omdraaien, konden zijn pronken met het Klootoog museum, een dode kunstenaar is veel meer waard zo wisten die konijnen vrouwtjes dat toen ook al.
En daarbij vonden ze Klootoog wel lief, maar zo lelijk dat ze onder het vrijen moesten kokhalzen, waardoor Klootoog dacht dat ze klaarkwamen, wat dan weer mooi meegenomen was.
De volgende morgen vroeg al, had de ijverige Klootoog een drol voor de deur van de boer neer gelegd.
Hij begon de boer hier uit te kneden.
Het resultaat was verbluffend, het was de boer als twee druppels water.
Toen de boer zijn klompen instapte viel zijn mond open van verbazing, daar stond zijn evenbeeld uit stront gebeeldhouwd door een lelijk bruin konijn die er trots naast stond.
Hij deed zijn klompen weer uit om zijn vrouw te roepen.
Ook die wist niet wat ze zag.
De boer gooide met een schep nog een flinke baal stront neer en zei,”nou maatje maak mijn vrouw maar na, wijzend naar zijn mollige vrouw”, Klootoog achterlijk was.
Meteen begon Klootoog weer te boetseren, af en toe naar zijn stralend glimlachende model kijkend.
Maar de neus van de dame was heel moeilijk, hij bleef maar kloten.
Achter zich hoorde hij het echtpaar vermoeid zuchten.
Hij stopte maar, en keek onzeker trots naar het boeren stel.
De vrouw begon te zo’n lelijke neus had ze nou ook weer niet.
De boer werd woest, klote stront konijn, mijn vrouw een beetje belachelijk maken, hij trok zijn klomp uit en gooide het schedeltje van Klootoog in puin.
Daar lag een groot kunstenaar in zijn eigen bloed.
De boer pakte het lichaampje op, en had meteen spijt van zijn daad, hij schold zijn vrouw uit, en zei dat ze niet zo stom moest janken.
Hij had verdorie heel veel geld met dit konijntje kunnen verdienen.