Klootoog

Klootoog huppelde op rustige zaterdag morgen over de Pieter de Hooghweg te Rotterdam, nu zou dit levens gevaarlijk zijn, maar in 1893 bestond de Pieter de Hooghweg nog niet, en was het voor Klootoog het konijn geen probleem door het weiland aldaar te huppelen.
Heerlijk vond het witte konijntje dat, grote vette koeien hopen over springend in het heerlijke malse gras.
Ja het leven van Klootoog klinkt paradijselijk in de oren.
Maar het was zaterdag morgen,even nadat de Boer met een ploeg zijn familie had overreden, ze waren allemaal dood.
Mama’s hoofd lag er zelfs af, vader was zo plat als een dubbeltje, even als zijn broertjes zusjes.
Nu was Klootoog dus wees, en daar was hij zo blij mee.
Raar zou een normaal denkend mens denken, maar Klootoog had een kut familie, hij had er geen leven.
Zijn vader negeerde hem volkomen vanaf de dag dat hij uit zijn moeder kwam, wel nadat hij walgend zijn afschuw over het lelijke uiterlijk van Klootoog had uitgesproken, uitgesproken, hij stond daar in dat donkere konijnenhol loeihard te schreeuwen zijn vader, moeder maakte zich onder het persen druk over het geluid wat vader maakte, er konden wel roofdieren opafkomen zo piepte ze tussen het persen door.
Waarop vader schreeuwde dat hij Klootoog dan als voer meteen naar het roofdier kon gooien.
Moeder verzorgde Klootoog zoals het hoorde, maar meer ook niet, als hij tegen haar zachte vacht aan kroop duwde ze hem kil weg, terwijl een broertje of zusje zijn plaats in nam.
En zijn broertjes en zusjes pestte hem, dat hij op een stripfiguur leek en naar stront stonk.
Als hij niet spierwit was geweest was hij het zwarte schaap van de familie geweest.
Nu was hij een ziels gelukkig konijn in de bloei van zijn leven.
De lucht boven Rotterdam was prachtig blauw, wat een dag.
Af en toe wisselde Klootoog het over koeien hopen heen springen af met wat eten van gras of drinken van melk uit de enorme uiers van de talrijke koeien in het weiland.
Hij sprong zo naar een uier, zoog er wat aan, en huppelde weer verder, terwijl de woest loeiende koe hem tevergeefs probeerde te vertrappen.
Na zes weken ging dit luie leventje Klootoog een beetje tegenstaan, het werd een beetje saai.
Dat drollen gespring zette geen zoden aan de dijk.
Hij wilde niet herinnerd worden als Klootoog het drollenspringende konijntje uit Rotterdam.
Er moest toch iets zijn waar door hij een held zou worden, zoveel held heftige konijnen waren er hem niet voor geweest, geen één eigenlijk, er was zelfs geen mensenvolk te bedenken die een konijn als God hadden, als wapen of als logo van een bedrijf.
Nee de konijnen werden simpelweg gezien als voer, voor mens en dier.
Te triest voor worden, er lag een weg voor Klootoog open, hij kon een voorbeeld worden voor het konijnen ras, zoals Bugs Bunny, Roger Rabbit en het Bruna konijntje dat lang na de dood van Klootoog werden.
Maar daar had Klootoog deze konijnen niet als helden nemen,hij moest hun voorbeeld gaan worden.
Terwijl hij diep nadacht zat hij onbewust wat in een nog rokende koeiendrol te kneden.
Opeens had hij door wat hij daar zo hersenstormend had gedaan, hij had zichzelf nagemaakt in met als materiaal de koeiendrol.
Wat was hij trots op dit resultaat, meteen huppelde hij met een bijna volledig onder de stront zittende ooit witte pels.
Hij maakte van de volgende drol kleinere brokken, en boetseerde zo zijn dode familie tot in de perfectie.
Moe kroop hij die avond zijn holletje in bij de struikjes op het weiland.
De volgende morgen huppelde hij door het nog natte gras, waardoor hij meteen weer een beetje schoon werd.
Hij ging kijken naar zijn evenbeeld en zijn dode familie vervaardigd uit stront.
Alles was hard geworden, Klootoog sleepte alle kunstwerken naar de struiken waar de koeien niet kwamen.
Hij ging helemaal los, en binnen korte tijd stond er een museum aan drollen beelden tussen de struiken.
En al snel kwamen er konijnen van heide en verre op zijn kunstwerken af.
Diep onder de indruk waren ze van zijn kunstwerk.
Hij speelde de gevoelige kunstenaar door te vertellen hoe moeilijk het voor hem was geweest zijn dode familie na te moeten maken, diep ontroerd waren alle konijnen.
Het ging van konijn naar konijn de Wereld over, en met zeeschepen kwamen konijnen naar het Rotterdamse weiland.
Inmiddels had Klootoog een gezin en meerder vrouwen, hij had bereikt wat hij wilde, het eerste beroemde konijn worden die als held werd gezien.
Hoewel er nog één ding aan hem knaagde, de mensheid had nog altijd geen notie van zijn bestaan.
En die schreven immers alles op, waardoor men niet vergeten zou worden.
Na een banale seks avond met zijn vrouwtjes, waar de honden geen brood van lusten, vertelde Klootoog dat hij naar de boer zou gaan om hem te laten zien wat hij kon.
Je zou denken dat de vrouwtjes hem dat uit zijn gekke konijnen koppie zouden praten, maar ze stemde toe.
Als de boer zijn nekje zou omdraaien, konden zijn pronken met het Klootoog museum, een dode kunstenaar is veel meer waard zo wisten die konijnen vrouwtjes dat toen ook al.
En daarbij vonden ze Klootoog wel lief, maar zo lelijk dat ze onder het vrijen moesten kokhalzen, waardoor Klootoog dacht dat ze klaarkwamen, wat dan weer mooi meegenomen was.
De volgende morgen vroeg al, had de ijverige Klootoog een drol voor de deur van de boer neer gelegd.
Hij begon de boer hier uit te kneden.
Het resultaat was verbluffend, het was de boer als twee druppels water.
Toen de boer zijn klompen instapte viel zijn mond open van verbazing, daar stond zijn evenbeeld uit stront gebeeldhouwd door een lelijk bruin konijn die er trots naast stond.
Hij deed zijn klompen weer uit om zijn vrouw te roepen.
Ook die wist niet wat ze zag.
De boer gooide met een schep nog een flinke baal stront neer en zei,”nou maatje maak mijn vrouw maar na, wijzend naar zijn mollige vrouw”, Klootoog achterlijk was.
Meteen begon Klootoog weer te boetseren, af en toe naar zijn stralend glimlachende model kijkend.
Maar de neus van de dame was heel moeilijk, hij bleef maar kloten.
Achter zich hoorde hij het echtpaar vermoeid zuchten.
Hij stopte maar, en keek onzeker trots naar het boeren stel.
De vrouw begon te zo’n lelijke neus had ze nou ook weer niet.
De boer werd woest, klote stront konijn, mijn vrouw een beetje belachelijk maken, hij trok zijn klomp uit en gooide het schedeltje van Klootoog in puin.
Daar lag een groot kunstenaar in zijn eigen bloed.
De boer pakte het lichaampje op, en had meteen spijt van zijn daad, hij schold zijn vrouw uit, en zei dat ze niet zo stom moest janken.
Hij had verdorie heel veel geld met dit konijntje kunnen verdienen.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home