WELKOM op mijn Blog De verzonnen titel. U vind hier verhalen over gebeurtenissen uit mijn leven als: Kunstenaar, honden uitlater, puber ETC Moderne sprookjes en verhalen over wat ik had kunnen of willen doen. Meld u nu af of aan voor de meest gehate mailinglist allertijden: pieter@eye-cramps.com Neem ook een kijkje op http://www.eye-cramps.com

Sunday, January 15, 2006

Mijn ruit is heengegaan




Heerlijk lag ik in mijn bedje te slapen, toen ik wreed gestoord werd door glas gerinkel.
Ook mijn lief hoorde dit en zei er word ingebroken.
Nee hoor zei ik slaperig dat is de afwas die op de grond valt.
Gerust gesteld viel mijn lief weer in slaap.
Ik ook.
Maar om negen uur zondag morgen 15 januari werd er gebeld.
Ik trok een oog open, en zei sterf.
Maar de beller bleef aanhouden.
Ik sprong uit mijn bed en zei tegen mijn vrouw dat ik de beller wie het ook mocht zijn, op zijn of haar bek ging slaan.
Met een ochtend erectie verborgen in mij ochtendjas trok ik de deur open.
Het waren twee buurvrouwen die gelukkig meteen zeiden dat mijn winkelruit er uit was gegooid.
Dan hoorde ik dat vannacht zei ik terwijl ik naar het gapende gat in het ruit keek.
Na een bedankt babbel er uit te hebben gescheten voor mijn aller charmantste buurvrouwen ging ik weer omhoog.
Wie dit gedaan zou kunnen hebben was totaal onbelangrijk, als men zich maar niet aan het glas had verwond, en mocht de dader zich toch verwond hebben dan maar liefst dodelijk.
Zou iemand mijn kunst niet aanbeden hebben, het gehaat hebben, en de volgende keer mijn brillenglazen een soort gelijke behandeling zou gaan geven als mijn winkelruit.
Het had allemaal nog leuk geweest als het werk dat er in de etalage stond was gestolen, maar die eer kwam mij niet ten deel, dacht ik aan mijn balzak krabbelend.
Het zal dus vast geen kunst kenner geweest zijn.
Ik zakte dieper in gedachtes en hersenspinsels.
Wat als iemand het op mij gemunt had, een gevaarlijke terrorist, maar waarom zou die, laten we zeggen omdat ik de trotse bezitter ben van een zielig stukje voorhuid, en die wilde ze eraf hebben tot aan mijn kin toe.
Wat moet een mens toch lijden, een traan liep over mijn wang in de richting van Zaltbommel.
Het lag alleen maar in mijn bedoeling de Schiedamse Hoofdstraat wat op te vrolijken, met af en toe een kunstwerk in de etalage van mijn atelier.
De Wereld een stukje visueel geluk schenken, zeg maar.
Maar een onverlaat kon het niet velen, en sloeg mijn raam aan barrels.
Waarom toch, er hing toch een bordje in mijn etalage dat men gediende rustig om te gaan met de Beeldend kunstenaar die hier vertoefde, omdat hij suïcidaal was.
Ik stond op om koeltjes naar mijn immense kledingkast te lopen, menig vrouw zou van mij uitgedokterde kleding kast gaan kwijlen,en dan heb ik het nog niet eens over mijn kaptafel met middeleeuwse haarborstel.
Uit die immense kledingkast pakte ik een regenjas, die ik erfde van mijn neef, dit omdat die hem niet meer kon gebruiken denk.
Moge hij in alle vrede rustig rusten, bij de weg hij heeft geen andere keus.
Ik glimlachte naar de jas en alle mooie tijden die ik met mijn neef meemaakte schoten door mijn hoofd.
Het was maar een kort moment, omdat ik nou ook weer niet kan zeggen dat ik de hele avonturenreeks van Suske en Wiske met mijn neef heb meegemaakt, maar de momenten dat we elkaar zagen waren mooi, ik hou die momenten voor mezelf, niet omdat ik ze niet met u zou willen delen, maar ik wil dit niet gaan bombarderen tot een verhaaltje voor het slapen gaan, waar ik het dan wel toe wil bombarderen weet ik ook niet.
Terwijl ik de uitleg schreef over mijn neef, had ik inmiddels de tijd de regenjas aan te trekken.
Langzaam wandelde ik naar de spiegel met eikenhouten rand.
Ik keek hoe de jas mij stond.
Geweldig dacht ik, maar mijn spiegel schudde dat het niet echt bij me paste.
Ik negeerde mijn spiegel omdat ik niet aan de medicijnen wilde.
Buiten voor het raam nam ik de schade op.
Waarom ging het steeds door mijn hoofd, ik voelde krankzinnigheid opkomen.
Iets erger had ik deze dag nog niet meegemaakt.
Sluw nam ik een beeld van de lege Hoofdstraat in mij op, nee de dader was inmiddels in geen velden of wegen te bekennen.
Mijn verwoede poging tot detective liet ik maar varen.
Ik belde de politie en gaf ze de des betreffende informatie.
Ze vroegen waarom ik zo moeilijk praatte, dit was omdat ik een knijper op mijn neus had gezet om een beetje als Humprey Bogart over te komen.
De politie nam vriendelijk de zaak van me over.
Daar was ik ze dankbaar voor als een kleine jongen met een lolly, of zal ik wat eigentijdser zeggen, een kleine jongen met een X-box.
Eindelijk kon ik mijn bakje gerookte Lapsang thee nuttigen en doen alsof er niks gebeurt was.

1 Comments:

Blogger huigje said...

Wat een ontzettend misselijke mensen zijn er toch. Als je grappig wilt zijn dan behoor je een steen door het raam van een politiebureau te gooien. Dit getuigd van een gevoel van humor en wordt door de gooier zelf ook weer betaald in de vorm van belastingpenningen. Nee dan gooit een of andere lamzak een steen door iemands raam die gewoon in zijn bedje blijft liggen. De humor ligt op straat, je moet alleen wel je ogen open hebben.

Huigje.

1:08 PM

 

Post a Comment

<< Home