WELKOM op mijn Blog De verzonnen titel. U vind hier verhalen over gebeurtenissen uit mijn leven als: Kunstenaar, honden uitlater, puber ETC Moderne sprookjes en verhalen over wat ik had kunnen of willen doen. Meld u nu af of aan voor de meest gehate mailinglist allertijden: pieter@eye-cramps.com Neem ook een kijkje op http://www.eye-cramps.com

Saturday, January 28, 2006

Optreden is aftreden




Als kind vond ik het een verademing bij ons op het Buurthuis en op school mee te spelen in toneelstukken.
Mijn eerste rol was in een stuk over Piet Hein, die in Delfshaven woonde en ter Wereld kwam en uitgroeide als een legale zeerover, wat men dan zeeheld noemt.
Maar goed we laten Piet liggen waar hij ligt en gaan verder met mijn eerste rol, zeker ook niet onbelangrijk, ik was één van de dwergen, wat die dwergen in een stuk over het leven van Piet Hein moesten snapte ik ook niet, waarschijnlijk zat de ijverige leraar die het stuk schreef aan de verdovende middelen.
Ik was de enige dwerg zonder tekst, geen makkelijke opgave als ik mij bedenk hoe graag ik die dag op mijn zes jarige leeftijd had willen doorbreken, om vervolgens nooit meer naar school te hoeven.
Ik moest wachten op mijn tweede kans waarin ik een baby speelde zonder tekst, ik sliste wat , maar verder was ik duidelijk te verstaan, zeker als ik geen tekst had.
En waar ik dus op hoopte mijn doorbraak ging weer niet door, we wonnen wel met dit stuk op de toenmalige boekenweek.
Ik had er weinig plezier aan, voelde mij bedrogen met een rol als baby van zeven jaar oud.
Waarop de anderen kinderen zeiden dat ze vast niet gewonnen hadden als ik de hoofdrol gespeeld had, en dat snoerde mij de mond tot op de dag van vandaag.
Ik zat ook op het Delfshavens kinderkoor.
Iedere woensdag ging ik er met mijn zusje aan de hand naar toe, Angelique mijn zusje om te zingen, ik voor het snoepje achteraf, en omdat alle mooie meisjes van Delfshaven in dat koor zaten.
Mijn zang talenten beperkte zich tot het braaf mee playbacken.
Maar voorlopig stond ik wel even voor de soundmixshow van Hennie Huisman op de buis kwam, in zowat alle kerken van Rotterdam en omstreken, en nou komt hij, ik stond dus ook nog te playbacken in de Doelen, ja bedankt voor het applaus waar ik geen donder aan heb, nu zeker niet meer, omdat ik er weer niet beroemd mee werd.
Moet maar eens gaan uitzoeken waar ik toen allemaal optrad voor mijn CV, stuur ik hem naar Pavaroti, maakt met terugwerkende kracht misschien de nodige indruk om door hem de nieuwe Marco Bakker te worden, misschien ook niet.

Hierna speelde ik te pas en te onpas nog vaak mee aan stukjes zonder waarde, want mijn teksten werden steeds ingeperkt, zodat ik altijd overkwam als een debieltje.
Maar na veel klagen op het Buurthuis mocht ik zelf een rol schrijven, ik was inmiddels dertien en bezeten van wielrennen en alles wat daar maar een beetje op leek.
Dus ik schreef een rol als zijnde een wielrenner die ook journalist was.
Peter Post noemde ik mij zelf, niet bijster origineel.
Mijn vrouw was judoka en speelde mij alle hoeken in, een echte toneelspeelster (hoewel ik nooit heb onderzocht of ze misschien niet onecht was), begeleide het stuk en speelde mee.
Ze deed haar best mij toch nog een beetje goed naar voren te laten komen.
Maar hoewel ik mijzelf toen erg goed en origineel vond, zag ik wel in dat ik nooit zo goed als Leen Jongewaard zou gaan worden, mijn grote voorbeeld, en nog steeds al is hij een beetje lui geworden.

Het heeft jaren geduurd voor ik weer wilde optreden.
Arjan Doorgeest een Rotterdamse dichter nodigde mij uit om in Nighttown mijn gedichten voor te dragen op een festival.
Spontaan en blij zei ik ja, bijna bevredigde ik hem hier oraal voor, maar net toch helemaal ook weer niet.
Na tien seconden maakte mijn blijdschap plaats voor grote depressieve onzekerheid.
Tot nog toe had ik alleen maar voorgedragen aan Xandra en Raymond.
En veel zekerheid had ik niet over mijn dicht kunsten, ik wist niet eens waar die aan moesten voldoen om een gedicht te zijn.
Daar stond ik lazarus en nog altijd dodelijk zenuwachtig in een pak van mijn vader met gescheurd kruis voor het publiek.
Een hart infarct stond dichterbij als het voordragen van mijn eerste gedicht.
MC. Wisecrack AKA kunstenaar Henri van zanten deed geweldig leuk het commentaar, en kondigde mij aan.
Alleen voor die man, de meest productieve en knallende kunstenaar van Rotterdam wilde ik al gillend van schaamte naar buiten rennen om zo goed en zo kwaad als dit mogelijk was verder te gaan onder Lijn 1 op de Kruiskade.
Maar ik begon met een gedicht over mijn relatie met mijn lul, waarop mensen de zaal al verlieten, MC.Wisecrack groette ze vriendelijk.
Met, Alleen in een kut kom ik nooit te laat, en de boer laat hij wat hij is, liepen er nog meer mensen weg, maar begonnen er ook te klappen.
Verder was het een roes, en kwam meester dichter Gerrit Komrij naakt op mij afrennen, naakt omdat hij onder de douche stond in Portugal toen hij talent rook en naar Rotterdam liep.
Oké dat is niet waar, dit was alweer mijn einde als gedichten voordrager, ik heb zes weken bij moeten komen.
Wat een ellende.
In 1997 trad ik met de Krimpos een nog steeds lopend muziek project van mij en Itam van Teeseling op in het Poortgebouw.
Nou het was een non performance, we zette een bandje aan met onze geluidcollages, namen plaats op twee stoeltjes, met beide een zilveren tiet op ons hoofd.
En dat drie kwartier lang met het publiek hijgend in ons nek, hopende dat er wat ging gebeuren, wie weet staan ze er nu nog.
Het tweede en optreden van de Krimpos die te downloaden zijn op: http://www.eye-cramps.com was op een festival in de Baroeg.
Er stond een groot scherm waarop onze zelfgemaakte clips te zien moesten zijn, maar het hele ding deed het niet, en onze muziek/geluiden waren heel zacht gezet, een complete onvergetelijke afgang.
Nooit zou ik zo iets meer willen doen.
Tot kunstenaar Marc van Elburg mij vroeg om in een oud Badhuis te Hengelooo op een festival met hem en DJ FFF op te treden onder de naam de FCKNG BSTRDS.
Een grote noise sensatie, ik stierf al bijna in de aanloop naar ons optreden.
Ik wist niet wat ik moest doen op dat podium, zong mijn gedichten, en leek wel een punker uit het jaar nul die zo snel mogelijk op een Olifanten geslacht wilde gaan plaatsnemen.
Althans zo zag het er uit op de video beelden, ik heb het hierna nog een paar keer geprobeerd met de FCKNG BSTRDS, maar nog voor ze Wereld beroemd werden droop ik weer de vergetelheid in.
Wat heel leuk was aan dat optreden, was dat Kunstenaar Tom Oomes de enige was die in de zaal bleef en niet naar de bar ging tijdens ons spetterende optreden.
Wat voor mij meer een aftreden werd.
Drie weken liep ik erbij als een oud mannetje.
Voor mijn familie en bekenden trad ik nog wel een keer met heel veel succes op, met mijn Pedokast act.
En zette ik samen met Tommy de Roos de Discogaragerockandroll act de Astma Boys op.
Met veel, heel veel plezier maakte en zong ik liedjes, en maakte Tommy als Pinksnake de muziek.
Het optreden lieten we aan het Astma boys stuntteam over die op onze muziek uit een Chetto blaster van alles kapot gooide.
Aan het einde van mijn zevenjarige leven als galerie houder van galerie Slaphanger trad ik nog één keer op met de Astma Boys, en besefte toen dat het niks voor mij was.
In mijn ateliertje ben ik nog wel stoer hoor, kruip ik wild uit zelf gemaakte vagina’s als die Unborn son op grote podia, en ook kleine podia trouwens, maar allemaal in mijn hoofd gelukkig maar zowel voor het publiek als voor mijn zenuwen.

Strip

De Tekenjuf

Veertien jaar was ik en volslagen debiel, tenminste als ik op school was.
Ik zat op de LTS in Rotterdam Noord, nadat ik van het Grafisch lyceum was getrapt omdat ik de muziek leraar met een stoeltje was aangevlogen.
Waar ik tot op de dag van vandaag behoorlijk spijt van heb.
Want die man kon me daar boeiend vertellen over de muziek geschiedenis.
Maar toen hij mij de waarheid vertelde, namelijk dat ik een onwel willende lul was, vloog ik hem aan.
Het spijt mij nog steeds.
School was voor mij een ramp, mijn moeder was al blij als ik er zonder schelden naar toe ging, dus mij vertellen waar het nuttig voor was kwam ze niet eens toe.
Mijn vader gromde alleen als hij hoorde dat ik mijn best niet deed.
Dus bleef ik mijn tijd uitzitten op die vervelende houten stoeltjes, en dat zitten daar zat eigenlijk het grote probleem, bij dat zitten.
Op mijn achtste was ik aan mijn ruggengraat geopereerd, waardoor ik eigenlijk nooit lang lekker op een stoel zit.
En mij toen zeker absoluut niet kon concentreren.
Had ik dat allemaal toen maar beseft, dan had ik waarschijnlijk in mijn aangepaste troontje alle diploma’s gehaald.
Maar nee ik ging vervelende dingen doen en de boel verstieren.
En zeker op de LTS waar ik voor timmerman studeerde, en weet je wat de reden voor die belabberde keuze was, nou mijn vader was timmerman, dus dacht ik dat het voor mij ook de beste keuze zou zijn.
Echt meer zat er niet achter, ik moest wat.
Twee keer per week moest ik naar het RIAGGGGG om over mijn agressieve gedrag te brallen en verder tekende ik mij het leven door, en deed ik heftig aan sport.
Het mocht niet baten, ik was geboren om als loser ten onder te gaan, arme ik.
Aangezien ik zo graag tekende zou je toch denken dat ik tijdens de tekenles los kon gaan, dat deed ik ook, maar niet op papier.
Bij alle andere lessen lieten de leraren mij al tekenen, omdat ik dan rustig was, ze waren waarschijnlijk bang dat ik aan een longontsteking zou overlijden als ze mij steeds op de gang in de tocht zouden zetten.
Ze zeiden er wel bij dat ze mijn toekomst somber inzagen, och dacht ik het zal allemaal wel.
En dat denk ik nog iedere dag voor het slapen gaan.
Maar goed de tekenleraar was overspannen verdwenen, en zijn vervangster was veel leuker om tegenover te zitten.
Ze was mager lang, en haar witte huid stak sterk af tegenover haar altijd zwarte kledij.
Ze sprak een beetje bekakt op een monotone verveelde manier.
Dat vond ik erg opwindend, waardoor ik haar graag liet praten door haar allerlei onzinnige vragen te stellen.
Zoals waar komt u vandaan, ze kwam uit, “Gaat je niks aan”, waar ligt dat juf zei ik dan denkend dat ik Andre van Duin was, ze negeerde mij dan volkomen.
Ze zat me soms aan te staren, met een blik alsof ze er over nadacht hoe ik er zou uit zien vierdegraat verbrand, heel griezelig.
Achterin zaten de stoere jongens stiekem te blowen, en luisterde ze naar Yellowman zonder iets op papier te zetten.
Niet dat dit mocht van de juf, maar ze liet het toe, waarschijnlijk denkende dat de jongens dan in ieder geval aan longkanker zouden sterven, zo heeft het citaat van Cruijff, “elk nadeel heeft zijn voordeel”, in dit geval een sterke klank.
Vaak zat ik in het Spaans met de Arubaanse David over de juf te praten, en wat je allemaal met haar zou kunnen doen als ze wel gek op ons was geweest.
David moest hier altijd heel hard om lachen, zodat hij op de gang belande.

Het was erg warm toen ik de klas rond keek, waar niet veel gebeurde wat het beschrijven waard was, ik dacht er moet maar wat leven in de brouwerij komen en trok stiekem mijn trainingsbroek en onderbroek naar mijn enkels, ging staan stak mijn vinger in de lucht, en wachtte op de juf die opkeek.
En dat deed ze, ze werd eindelijk rood, haar bleke gelaat was eindelijk rood, haar blauwe ogen stonden nu op afgrijzen,Ze begon te schreeuwen dat ik een zielige achterlijke mongool was, zou een mongool zo iets idioots doen om de klas wat op te vrolijken?
Ik schat mongolen toch wat hoger in.
Waarmee ik doel opdat zij met een beperkte manier van denken vaak heel veel kunnen en ook doen, daar kon ik niet over mee spreken, en daar wil ik nu niet mee gaan zeggen dat ik de mongolen nu wel heb ingehaald, maar ik probeer het tenminste.
Iedereen in de klas was aan het klappen en aan het lachen, dan wel om de grap of de zielige vertoning.
De juf was werkelijk hysterisch, dit had ze zo nog nooit gezien, en zou ze nooit meer zien, of had ze dit al eens gezien en kwamen er gevoelige herinneringen op, verklaarde dit haar bleke gelaat?
Ze kwam op mij aflopen, op mij die daar stompzinnig stond te giechelen, het besef dat dit wel heel dom was begon op mij in te werken.
Dit zou een staartje krijgen.
Ze stond vlak voor mij, beet van drift op haar tanden en siste dat ik onmiddellijk naar de directeur moest gaan.
Ik trok snel mijn broek omhoog en werd even hysterisch als de tekenjuf, en mijn volgende daad was een feit, ik trapte het schoolbord aan gruzelementen.
De juf begon nog harder te schreeuwen, en maakte mij uit voor alles wat heet erg rot was om te zijn.
De Engelse leraar kwam op de herrie af, en vroeg niet eens wat er was, de stinkende reus tilde mij op en bracht me naar onze verschrompelde Directeur.
Ik trapte alleen om me heen als een volsagen losgeslagen idioot.
Toen de directeur mijn ouders belde na geïnformeerd te zijn door de juf, werd ik pas rustig.
Dat was de laatste dag op weg richting hamer en spijkers.
Mijn ouders waren heel erg boos, vooral van schaamte waarschijnlijk……

Friday, January 27, 2006

bom (cartoon)

Monday, January 23, 2006

Bodypainting




Na het zien van een door kunstenaar Keith Haring beschilderde Grace Jones op een foto, wilde ik ook wel eens ervaren hoe het zou zijn iemands lichaam te beschilderen.
Ik begon met mijn eigen lichaam, alleen het boven lichaam duurde mij al veel te lang om stil te zitten, en mij verkrampt te concentreren.
Maar het resultaat en de ervaring mochten er zijn.
Dus belde ik Raymond en Michael of ik ze mocht beschilderen, wel helemaal naakt vroeg ik ze er maar even bij.
Ze vonden het prima.
Michael was het eerste slachtoffer, eerst maakte ik hem helemaal wit met een vochtig sponsje.
Toen ging ik tergend langzaam dikke lijnen zetten, papier, canvas of muur klagen hier nooit over, maar het moet toch knap zwaar zijn de hele tijd naakt als object van mij te dienen, maar van Michael geen woord.
IK had dan wel gezegd naakt, maar toen ik bij zijn piemel aankwam, en deze bekeek, vroeg ik me af waarom eigenlijk naakt, misschien om dat een onderbroek de boel ontkrachtte.
Maar echt veel creativiteit of lijnen pracht kon ik er natuurlijk niet op kwijt.
Om niet te verdacht te worden pakte ik Michael’s pik beet en ging wat kwasten.
Ik had in alle concentratie niet door dat er bloed in zijn geslacht liep waardoor hij dus stijf werd, tot Michael beschamend zei sorry man.
Toen besefte ik dat ik de stijve lul van één van mijn beste vrienden in mijn hand had.
Ik stond meteen op, en gaf hem een knietje in zijn heilige kruis, schreeuwde tegen hem dat hij maar een nep hetero was, en gooide hem naakt de Nieuwe Binnenweg op.
Nee hoor, ik ging rustig als een professional door.
Het resultaat was geweldig, jammer dat alle foto’s mislukt waren, dat wel.
Na vier uur schilderen was Raymond aan de beurt, dit keer duurde het zes uur, ook de doodzieke Raymond hield zich sterk.
Helaas kreeg ook hij een erectie, en begon ik het een beetje gênant te vinden.
Maar Raymond was tenminste geen hetero, hoewel bestaan die nog wel hetero’s.
Leuke vraag voor in de tweede kamer misschien.
Ik hoorde gisteren dat de eerste Nederlandse tekst die gevonden was, van een homofiele monnik was, het was homo erotische poëzie toch leuker als de gebruikelijke ambtelijke teksten die in andere landen meestal gevonden worden als eerste teksten.
Maar goed ook Raymond zag er prachtig uit in zijn nieuwe kostuum.
Ook van hem gingen helaas bijna alle foto’s verloren.
Hierna heb ik hem nog eens beschilderd, toen lukte de foto’s wel.
Er moesten meer mensen aan gaan geloven, mijn vrouw Xandra, die helaas niet naakt wilde.
Mijn stiefzoon Itam waar ik niet aan gevraagd heb hem naakt te beschilderen, ter ons beide bescherming.
Ricardo die absoluut niet naakt wilde, en ik had het hem niet eens gevraagd.
Toen hij beschilderd was, zijn dikke zwaar behaarde buik was niet eens goed te beschilderen, haalde hij zijn penis vrolijk voor de dag, hij zei dat hij zich zo vrij voelde met die verf op zijn lichaam, maar ik vond het wel best zo, maakte foto’s en klaar.
De laatste was Bennie Lang, een havenwerker en heftig Feyenoord fan, het leek hem wel leuk foto’s van hem geschilderd naar zijn vriendin in Bulgarije te sturen.
Wel vroeg hij of we alleen waren die dag, met de hand op mijn hart beloofde ik dat.
We waren nog niet begonnen of de bel ging, mijn ouders kwamen een lamp ophangen, ja die kon ik niet weigeren.
Toen ze de naakte Bennie zagen liggen, groette ze hem en hoorde ik ze giechelen.
Toen kwam Erik binnen, die boven ons woonde en vroeg alsof er niks aan de hand was of we een bakje koffie wilde.
Bennie had het niet meer.
Itam kwam ook nog binnen met zijn zwaar verbaasde vriendje Arjan, ze bleven even kijken naar de arme Bennie die opvallend klein geschapen was.
Iedereen die weg liep hoorde ik lachen op de gang, Bennie zei niks maar zijn norse gelaat sprak boekdelen.
En ja hoor, daar kwamen Xandra en Raymond binnen, ze namen de beschildering op, en vonden het mooi worden.
Na een tijdje hoorde ik ze lachen, ik vroeg wat er was, Bennie ook, maar dan wat minder vriendelijk als ik.
Raymond wenkte dat ik even naar hem toe moest komen.
Toen ik naast hem stond zei hij proestend dat ik naar Bennie moest kijken, en nu zag ik het ook, het was vanuit deze positie alsof ik een enorme kut had geschilderd in Bennie’s kruis.
Toen Bennie vroeg wat er zo leuk was, zei ik maar dat het niet om hem ging, maar om de bloemenvaas in de vorm van een lul op de kast boven zijn hoofd.
Je zei toch dat er niemand zou komen Pieter, zei hij terecht geïrriteerd.
Ik wilde net antwoorden toen de bel ging en Ricardo en Marc binnen kwamen.
Ook die stonden onbeschaamd te lachen.
Bennie was inmiddels af, hij poseerde voor de foto’s, iedereen stond er bij, en het leek Bennie niet meer te deren, hij was er doorheen.
Terwijl we aan het feesten waren zat hij er naakt tussen met zijn meegebrachte veiligheid helm op zijn hoofd.
Het was erg leuk om te doen, maar ik wist niet goed wat ik er verder mee moest.
Mensen vroegen wel eens of ik mensen voor een feestje of een opening wilde beschilderen, maar mijn manier van schilderen duurt te lang.
Dus ik hou het maar bij deze ervaringen.

Klootoog


Klootoog huppelde op rustige zaterdag morgen over de Pieter de Hooghweg te Rotterdam, nu zou dit levens gevaarlijk zijn, maar in 1893 bestond de Pieter de Hooghweg nog niet, en was het voor Klootoog het konijn geen probleem door het weiland aldaar te huppelen.
Heerlijk vond het witte konijntje dat, grote vette koeien hopen over springend in het heerlijke malse gras.
Ja het leven van Klootoog klinkt paradijselijk in de oren.
Maar het was zaterdag morgen,even nadat de Boer met een ploeg zijn familie had overreden, ze waren allemaal dood.
Mama’s hoofd lag er zelfs af, vader was zo plat als een dubbeltje, even als zijn broertjes zusjes.
Nu was Klootoog dus wees, en daar was hij zo blij mee.
Raar zou een normaal denkend mens denken, maar Klootoog had een kut familie, hij had er geen leven.
Zijn vader negeerde hem volkomen vanaf de dag dat hij uit zijn moeder kwam, wel nadat hij walgend zijn afschuw over het lelijke uiterlijk van Klootoog had uitgesproken, uitgesproken, hij stond daar in dat donkere konijnenhol loeihard te schreeuwen zijn vader, moeder maakte zich onder het persen druk over het geluid wat vader maakte, er konden wel roofdieren opafkomen zo piepte ze tussen het persen door.
Waarop vader schreeuwde dat hij Klootoog dan als voer meteen naar het roofdier kon gooien.
Moeder verzorgde Klootoog zoals het hoorde, maar meer ook niet, als hij tegen haar zachte vacht aan kroop duwde ze hem kil weg, terwijl een broertje of zusje zijn plaats in nam.
En zijn broertjes en zusjes pestte hem, dat hij op een stripfiguur leek en naar stront stonk.
Als hij niet spierwit was geweest was hij het zwarte schaap van de familie geweest.
Nu was hij een ziels gelukkig konijn in de bloei van zijn leven.
De lucht boven Rotterdam was prachtig blauw, wat een dag.
Af en toe wisselde Klootoog het over koeien hopen heen springen af met wat eten van gras of drinken van melk uit de enorme uiers van de talrijke koeien in het weiland.
Hij sprong zo naar een uier, zoog er wat aan, en huppelde weer verder, terwijl de woest loeiende koe hem tevergeefs probeerde te vertrappen.

Na zes weken ging dit luie leventje Klootoog een beetje tegenstaan, het werd een beetje saai.
Dat drollen gespring zette geen zoden aan de dijk.
Hij wilde niet herinnerd worden als Klootoog het drollenspringende konijntje uit Rotterdam.
Er moest toch iets zijn waar door hij een held zou worden, zoveel held heftige konijnen waren er hem niet voor geweest, geen één eigenlijk, er was zelfs geen mensenvolk te bedenken die een konijn als God hadden, als wapen of als logo van een bedrijf.
Nee de konijnen werden simpelweg gezien als voer, voor mens en dier.
Te triest voor worden, er lag een weg voor Klootoog open, hij kon een voorbeeld worden voor het konijnen ras, zoals Bugs Bunny, Roger Rabbit en het Bruna konijntje dat lang na de dood van Klootoog werden.
Maar daar had Klootoog deze konijnen niet als helden nemen,hij moest hun voorbeeld gaan worden.
Terwijl hij diep nadacht zat hij onbewust wat in een nog rokende koeiendrol te kneden.
Opeens had hij door wat hij daar zo hersenstormend had gedaan, hij had zichzelf nagemaakt in met als materiaal de koeiendrol.
Wat was hij trots op dit resultaat, meteen huppelde hij met een bijna volledig onder de stront zittende ooit witte pels.
Hij maakte van de volgende drol kleinere brokken, en boetseerde zo zijn dode familie tot in de perfectie.
Moe kroop hij die avond zijn holletje in bij de struikjes op het weiland.
De volgende morgen huppelde hij door het nog natte gras, waardoor hij meteen weer een beetje schoon werd.
Hij ging kijken naar zijn evenbeeld en zijn dode familie vervaardigd uit stront.
Alles was hard geworden, Klootoog sleepte alle kunstwerken naar de struiken waar de koeien niet kwamen.
Hij ging helemaal los, en binnen korte tijd stond er een museum aan drollen beelden tussen de struiken.
En al snel kwamen er konijnen van heide en verre op zijn kunstwerken af.
Diep onder de indruk waren ze van zijn kunstwerk.
Hij speelde de gevoelige kunstenaar door te vertellen hoe moeilijk het voor hem was geweest zijn dode familie na te moeten maken, diep ontroerd waren alle konijnen.
Het ging van konijn naar konijn de Wereld over, en met zeeschepen kwamen konijnen naar het Rotterdamse weiland.
Inmiddels had Klootoog een gezin en meerder vrouwen, hij had bereikt wat hij wilde, het eerste beroemde konijn worden die als held werd gezien.
Hoewel er nog één ding aan hem knaagde, de mensheid had nog altijd geen notie van zijn bestaan.
En die schreven immers alles op, waardoor men niet vergeten zou worden.
Na een banale seks avond met zijn vrouwtjes, waar de honden geen brood van lusten, vertelde Klootoog dat hij naar de boer zou gaan om hem te laten zien wat hij kon.
Je zou denken dat de vrouwtjes hem dat uit zijn gekke konijnen koppie zouden praten, maar ze stemde toe.
Als de boer zijn nekje zou omdraaien, konden zijn pronken met het Klootoog museum, een dode kunstenaar is veel meer waard zo wisten die konijnen vrouwtjes dat toen ook al.
En daarbij vonden ze Klootoog wel lief, maar zo lelijk dat ze onder het vrijen moesten kokhalzen, waardoor Klootoog dacht dat ze klaarkwamen, wat dan weer mooi meegenomen was.
De volgende morgen vroeg al, had de ijverige Klootoog een drol voor de deur van de boer neer gelegd.
Hij begon de boer hier uit te kneden.
Het resultaat was verbluffend, het was de boer als twee druppels water.
Toen de boer zijn klompen instapte viel zijn mond open van verbazing, daar stond zijn evenbeeld uit stront gebeeldhouwd door een lelijk bruin konijn die er trots naast stond.
Hij deed zijn klompen weer uit om zijn vrouw te roepen.
Ook die wist niet wat ze zag.
De boer gooide met een schep nog een flinke baal stront neer en zei,”nou maatje maak mijn vrouw maar na, wijzend naar zijn mollige vrouw”, Klootoog achterlijk was.
Meteen begon Klootoog weer te boetseren, af en toe naar zijn stralend glimlachende model kijkend.
Maar de neus van de dame was heel moeilijk, hij bleef maar kloten.
Achter zich hoorde hij het echtpaar vermoeid zuchten.
Hij stopte maar, en keek onzeker trots naar het boeren stel.
De vrouw begon te zo’n lelijke neus had ze nou ook weer niet.
De boer werd woest, klote stront konijn, mijn vrouw een beetje belachelijk maken, hij trok zijn klomp uit en gooide het schedeltje van Klootoog in puin.
Daar lag een groot kunstenaar in zijn eigen bloed.
De boer pakte het lichaampje op, en had meteen spijt van zijn daad, hij schold zijn vrouw uit, en zei dat ze niet zo stom moest janken.
Hij had verdorie heel veel geld met dit konijntje kunnen verdienen.

Friday, January 20, 2006

Verpakt tussen twee negerinnen




Eigenlijk schaam ik mij een beetje voor wie ik was tussen mijn zestiende en twee en twintigste levensjaren, dat wil niet zeggen dat ik nu wel loop te juichen, maar ik heb me er na die tijd maar een beetje bij neergelegd met hoe ik mezelf gebrouwen heb.
Want in die tijd deed ik er alles aan er goed en gezond uit te zien.
Ik sloot mij zoveel mogelijk af van mijn blowende leeftijd genoten, die schade heb ik wel ingehaald hoor, en zo nu en dan voel ik de behoefte in mij opkomen die schade niet alleen in te halen maar ook heel ver voor te blijven.
Toch ga ik zo nu en dan weer flink sporten, al neemt dat gevoel steeds meer af helaas.
Dat in tegenstelling tot de jonge Pieter, hij rende, fietste, zwom zich de schompes, en ging ook nog naar de Sportschool voor weken had hij geen tijd, en educatie was hem ook vreemd.
U gelooft het vast niet als ik zeg dat ik voor mijn twee en twintigste niet wist dat er Kunst academies bestonden, dat speelde in Delfshaven geen rol.
Jammer want ik wist niks beter te bedenken dan flink te tekenen, en het resultaat in de vuilnisbak te gooien.
Maar goed even terug naar de Sportschool, Sportschool Delfshaven hete die heel origineel.
Bij mijn eerste training werd mij al drugs aangeboden om flink te groeien, wat ik afsloeg.
Ik ging bijna iedere dag, en had altijd ruzie met de Hindoestanen eigenaar, niet echt ruzie maar we dolde elkaar.
Hij zei steeds dat ik niet vooruit ging, en ik noemde hem Jakka, terwijl hij Aniel hete.
Ja erg intelligent allemaal.
Het was er erg klein in die sportschool, alle toestellen stonden tegen elkaar aan, met net voldoende ruimte om je oefening goed te doen.
Er was een aantal keer een gevecht, omdat mensen hun beurt niet afwachtte, ik bemoeide mij daar niet mee, maar keek er wel naar natuurlijk.
Jakka probeerde mij iedere dag de sauna in te krijgen, niet om mij eens flink te nemen, want zelf bleef hij grapjes maken achter zijn bar, en op hele slechte manieren zijn fel gekleurde house broeken te slijten, heel doorzichtig die man, je moest wel heel erg dom en idioot zijn als je in zo’n wansmakelijk stukje nylon stof ging rondlopen.
Ik snapte dan ook niet waarom ik er één bij hem kocht.
Maar hij kreeg het voor elkaar mij de sauna in te krijgen.
Daar zat ik dan preuts met een handdoekje om mijn kruis heen naar adem te snakken, op een klein bankje, in een mega kleine sauna.
Maar het voelde relax aan dat zeker.
Tot mijn grote schrik kwam er een hele dikke negerin naast mij zitten, ze groette en leek ergens op te wachten.
Nee niet op mij, want weldra kwam er een nog dikkere negerin aan de andere kant van mij zitten.
Ik zat opgesloten tussen twee enorme bovenbenen van de dames.
Onderwel praatte ze keihard via mijn oren met elkaar alsof ze ruzie hadden.
Wat had ik het benauwd, en wat wilde ik graag dood.
Het sauna deurtje ging open, het hoofd van Jakka verscheen met een vette grijns op zijn smoel.
Hij vroeg of het warm genoeg was, en knipoogde wetende hoe ellendig ik mij voelde naar me.
Met hoofdpijn stapte ik later onder de douche.
Jaren is dit mijn laatste ervaring met de Sauna gebleven.

Thursday, January 19, 2006

Marvin Gaye had de grootste




In het mooiste atelier dat Nederland rijk is zat ik mijn prachtige haardos eens flink te borstelen, door een kier scheen de zon over precies mijn haar, wat in de spiegel waar ik naar me zelf zat te kijken goud geel was, ik leek verdorie wel een mooi prinsje.
Uit mijn chettoblaster schalde de nieuwe cd van de Nedernoise sensatie de FCKNG BSTRDS, ja dan ben ik mij de koning te rijk.
Maar zelfs een kunstenaar heeft natuurlijk niet de hele dag de tijd om zijn haardos te kammen.
Dus zette ik na de FCKNG BSTRDS een cd van Marvin Gaye op.
Nog één maal wierp ik de spiegel een wulpse blik toe, ik lachte naar mijn eveneens prachtige haardos bezitter de spiegel, en pakte mijn verf, om aan een meesterwerk te beginnen.
“Heard it through the grapevine” zong Marvin voor mij.
Wat zong hij toch wonderschoon tot zijn vader hem in 1989 het leven uit schoot.
Er gaan geruchten dat zijn vader dit deed, voor dat een blanke zijn zoon dood schoot.
Klink klare lariekoek natuurlijk.
Het ging namelijk zo:

Marvin lag heerlijk te dromen over hoe hij in een kleedkamer in gesprek was met Elvis Presley.
Elvis keek net als ik in een spiegel terwijl hij zei tegen Marvin die zijn neus inmiddels wat poederde,’’Marvin je hebt een mooie stem”, daarover geen twijfel, maar ik de King blijf de grootste ten alle tijden.
Elvis kreeg geen antwoord omdat Marvin heftig zat te snuiven.
Elvis vroeg of hij verkouden was.
Waarop Marvin zei, ik hoorde je wel Elvis, jij bent de grootste.
Elvis keek trots en wilde net naar het podium huppelen, toen Marvin hem riep.
Elvis draaide zich in een zwaai om naar Marvin terwijl zijn cape door de nonchalante draai omhoog ging.
Wat hij daar zag hangen was niet misselijk, Marvin had zijn trainingsbroek tot op zijn enkels laten zakken, en zei maar ik heb de grootste, maat.
Dit was trouwens het optreden waarbij Elvis meerdere malen zijn tekst vergat.
Marvin moest hard lachen, maar werd uit de droom gehaald door de telefoon.
Godverdomme, zoveel leuke dromen had hij nu ook weer niet de laatste jaren.
Geïrriteerd nam hij op, zonder zijn naam te zeggen.
Aan de andere klank hoorde hij iemand zich voorstellen als Fuck Fister uit Nederland, hij dacht even na, en zei toen tot hem doordrong dat hij de naam niet goed verstaan had, Hey man Ad Visser, “what’s happening”.
Toen Ad zijn verhaal enthousiast wilde doen, gooide Marvin de telefoon tegen de hotel muur aan diggelen.
Wie dacht die idioot wel wie hij was, om hem zo vroeg te bellen.
Marvin keek naar de kapotte telefoon, niet zo slim dacht hij, nu moest hij naar beneden lopen om zijn jarige moeder te bellen.
Hij liep naar het toilet, en deed zijn ochtend plas.
Onder het afdrogen van zijn plasser, kwam hij op het idee om zijn moeder niet te bellen, maar haar te verassen met een bezoekje.
Hij liet een chauffeur voorrijden, en zei tegen de deur open houdende chauffeur alleen ouders, die wist genoeg en de limousine reed naar de ouders van mogelijk één van de beste soul zangers ooit.
Marvin schonk zichzelf een whisky in, en hij zette de radio aan, waarop Boney M voorbij kwam met,’Daddy cool”, lekkere wijven vond hij, die om dat magere mannetje heen kronkelde.
Onderwijl speelde hij wat met zijn jongeheer, toen hij besefte wat hij aan het doen was, schoot hij in de lach.
Hij de grote Marvin Gaye spelend met zijn pik, veel gekker moest het niet worden.
Ik moet snel weer eens flink van bil dacht hij aan zijn Whisky nippend, door de geblindeerde ramen zag hij een bloemenstal, en riep de chauffeur te stoppen, dit deed dit abrupt, zodat het trainingspak van Marvin onder de Whisky zat.
Toen de chauffeur de deur open wilde doen, was Marvin hem voor, en duwde de deur hard tegen de chauffeur zijn benen aan.
Deze stond bijna te janken van de pijn, terwijl Marvin de bloemenstal in verdween, hij kwam eruit met een grote bos tulpen.
Snel stapte hij de auto weer in.
Tulpen vast uit Nederland, het land waar ze altijd dachten dat hij uit Suriname kwam.
Nog altijd wist hij niet waar Suriname in Godsnaam lag.
Na een uurtje stopte de limousine voor het wit houten huis van zijn ouders.
Marvin deed de deur open, zijn moeder keek om vanachter haar breiwerk.
Ze slaakte een gil van vreugde, om vervolgens haar beroemde zoon in de armen te vliegen.
Pas op voor de tulpen zei die nog tevergeefs, alle bloemkoppen lagen op de grond.
Maar dat mocht de pret in huize Gaye niet drukken, zijn moeder had peertjes gekookt zijn favoriet.
Waar is papa vroeg hij in het rond kijkend.
Die zit op de bank.
Marvin liep naar zijn vader, die niet op de bank zat maar ernaast zat van lucifers houtjes een kathedraal te maken..
“Hoi papa groette hij zijn vader”.
“Hoi zoon alles goed met jou”.
“Ja hoor pa, mooi bouwwerk wees Marvin naar de Kathedraal”.
“Dat zal je wel zeggen om aardig over te komen”.
“Nee hoor ik meen het echt, ik wil hem van je kopen”.
Deze zin maakte zijn vader boos.
Met een sprong stond hij op, recht voor zijn zoon,’doe maar weer stoer met je geld’, en je opgeilende liedjes voor ongelovigen’.
“Ik schaam me voor jou, en bid iedere dag tot de heer dat je tot inkeer komt”.
“Bedankt vader, maar dat hoeft echt niet”, en hij draaide zich af van zijn vader om naar zijn moeder in de keuken te lopen.
Zijn vader schreeuwde woest dat Marvin voor hem moest zingen.
Marvin schoot in de lag, die hem verging toen hij zich omdraaide en recht in de loop van een pistool keek, die zijn vader bevend vast hield.
Zing, zei die weer.
“rustig nou mannen ik ben vandaag jarig”, riep moeder uit de keuken.
Toen klonk er een schot, Marvin zakte door zijn benen, met een kogel in zijn hoofd.
Zing zei zijn vader weer, maar Marvin was al een beetje dood, nog drie maal schoot zijn vader op zijn lichaam, en riep steeds zing.
Zijn moeder kwam uit de keuken, gillend zag ze haar dode zoon tussen de tulpen blaadjes liggen.
Haar man was verdwenen, ze belde de politie.
Die haar man vond, naakt op het dak van zijn kerk, huilend met een kruis in zijn heilige achterste.
Ja zo is het gegaan, “zeker en vast”.

Tuesday, January 17, 2006

Mijn aller eerste keren




Het was op de achterbank in de auto van mijn vader, ik was opgewonden omdat ik net twee doelpunten had gemaakt voor mijn voetbalclub Neptunes.
Naast mij zaten mijn zusje en haar vriendinnetje Gerda zal ik maar ter bescherming van haar schrijven.
Gerda’s moeder werkte als prostitué wat heel Delfshaven natuurlijk wist, volgens Gerda werkte haar moeder als barvrouw, en waarschijnlijk zat het er ergens tussenin.
Gerda was twaalf jaar oud en haar lichaam was in tegenstelling tot haar geest volwassen.
Wel had ik veel vriendjes die beweerde al een keer met Gerda van bil te zijn geweest.
Ik zat druk aan mijn vader te vertellen wat een waanzinnige voetballer ik wel niet was.
Opeens werd ik stil toen een handje mijn trainingsbroek in verdween.
Gelukkig nam mijn vader het gesprek over en keek ik naar mijn zusje of ze het doorhad, maar die zat een pop aan te kleden.
Natuurlijk baalde ik dat we al zo snel thuis waren.
Na een tijdje ging Gerda op huis aan.
Snel pakte ik mijn bal, en zei dat ik nog wat technieken ging doornemen.
In de verte zag ik Gerda lopen, en ik rende achter haar aan.
Verbaasd keek ze mij aan,”hoi wil je verkering, vroeg ik haar”.
Ze schoot in de lach, en beschaamd keek ik om mij heen.
Nou vroeg ik haar geïrriteerd, mijn vuisten samenknijpend voor als ze nee zou zeggen.
En ze zei nee, ik wilde haar slaan, maar ze zei ook nog dat ze wel wilde neuken.
Wel was ik even uit het veld geslagen, maar ik vond het een geweldig idee van Gerda, en nam dit aanbod voor lief.

Zonder te praten liepen we naar de Westzeedijk, waar toen nog de loods van, van Gent en Loos stond.
Het ziet er daar nu stukken beter uit als op die voor mij zo geile dag.
Naast een café wat er nu nog staat, stond een klein huisje.
Gerda noemde dit haar hutje.
Aan alles had Gerda gedacht, althans aan één ding had ze gedacht een goor matras, verder lag er niks.
Het was er donker en buiten hoorde je taxi chauffeurs praten bij hun knorrende Mercedessen.
We gingen op het matras zitten, na een tijdje voor me uit gekeken te hebben, hoorde ik Gerda vragen wanneer we gingen neuken.
Oh ja, kraamde ik uit alsof ik dit even vergeten was in alle gezelligheid.
En ik deed mijn trainingsboek en onderbroek uit.
Gerda trok haar rokje omhoog, ze was er op voorbereid, want meteen keek een kutje mij vriendelijk aan.
Ik ging stuntelig op Gerda liggen, met mijn nog slappe piemeltje.
Ik vroeg of Gerda er even aan wilde zitten, waarop ze hem beet pakte en zuchtte, hij is wel klein hè Pieter, ja, ja zei ik ga nou maar verder, de vernedering negerend.
Toen mijn pik op oorlog sterkte was drukte ik hem maar een beetje vooruit.
Weer zuchtte Gerda, en duwde mij weg, ga maar liggen want je kan er niks van.
Ik ging braaf liggen, terwijl Gerda op me klom.
In plaats van haar borsten te pakken, lag ik mijn armen vol verwachting onder mijn nerveuze hoofd.
Godver zei ze opeens, wat is er" vroeg ik gek van geil verlangen.
Ik bloed zei ze, "verbaasd was ik, want naar mijn idee was ik nog niet in haar geweest met mijn enorme stormram.
Ik trok snel mijn broek aan, en verliet het gebouwtje zonder te groetten.
Had iedereen gelogen, was ik degene die Gerda ontmaagd had zonder het zelf te voelen.
Ik denk nu jaren later dat ik Gerda helemaal niet ontmaagd had, ze was ongesteld natuurlijk.
Maar ik ga even verder met de volgende eerste keer, want van mijn slimme bevindingen word u vast ook niet blij.

Maria was ons Kaapverdiaans buurmeisje, ze was twee koppen groter als ik.
Ik zat in die tijd op de Klup, waar we met leeftijd genootjes dingen deden als sporten, toneel en andere dingen.
Tijdens een vergadering zat de altijd lekker ruikende Maria naast mij.
Ik zat onder een soort bespreking een tekening voor haar te maken.
Toen ik die naar haar toe schoof, was haar dank een aai onder de tafel over mij kruis.
Piet de groepsleider was druk aan het vertellen wat we die middag zouden gaan doen, heel boeiend allemaal, ik pakte onder de tafel de hand van Maria, en plaatste die op mijn kruis, ze glimlachte naar mij, en ritste voorzichtig mijn rits open.
En zo speelde ze met mijn kloppende maatje.
Dat deden we iedere bespreking weer, zo hadden we een soort verkering.
Op een middag kwam ik haar tegen, en vroeg of ze mee naar het park bij de Euromast wilde gaan.
En even later zaten we op een bankje in het park heftig te kussen.
En nog weer later lagen we in de bosjes, toen het moest gaan gebeuren, als je op je Dertiende moet gaan spreken over moest, toen kreeg Maria het blijkbaar te kwaad.
Ze ging huilen, ik troosten haar met dat het vast geen pijn zou gaan doen.
Niet stoer bedoeld of zo, ik meende het nog ook.
Maar daar ging het niet om, ze was bang dat haar broer er achter zou komen.
Een beeld van Fernando, die veel ouder was als Maria schoot door mijn hoofd, een hele grote en breed geschouderde kerel met een bos dreadlocks op zijn hoofd.
Hij groette mij altijd vrolijk, en ik wilde dit best zo houden.
En zo liepen wij gewoon als brave kinderen naar huis.

Maar nu dan de echte allereerste keer, voor zover u daar benieuwd naar mocht zijn.
Het was in Spanje, onze familie vertoefde in een groot huis bij de Familie Moner Bernal.
Een grote familie van twee en twintig mensen, van wie de meeste volwassen en gelukkig het huis uit.
Ik lag met drie broers op een kamer, nee die spelen geen rol bij mijn eerste keer.
Wel Juanita hun zusje die even oud als ik was, zestien.
Mijn ouders en de meeste mensen waren naar het strand, ik was thuis gebleven met mijn zusje en Juanita.
Ik had al weer verkering met haar, dat vroeg ik waarschijnlijk aan haar, nog voor ik haar kende.
Ze liep te lonken, en ik vroeg mijn zusje weg te gaan, naar de speeltuin of zo.
Wat ze murmelend deed.
Juanita zette zwoele Spaanse popmuziek op, en weldra kwam ik veel te snel klaar onder een Jezus figuurtje aan een kruis.
Ja die viespeuk is ook overal bij, zelfs bij mijn eindelijk eerste keer……

Sunday, January 15, 2006

Mijn ruit is heengegaan




Heerlijk lag ik in mijn bedje te slapen, toen ik wreed gestoord werd door glas gerinkel.
Ook mijn lief hoorde dit en zei er word ingebroken.
Nee hoor zei ik slaperig dat is de afwas die op de grond valt.
Gerust gesteld viel mijn lief weer in slaap.
Ik ook.
Maar om negen uur zondag morgen 15 januari werd er gebeld.
Ik trok een oog open, en zei sterf.
Maar de beller bleef aanhouden.
Ik sprong uit mijn bed en zei tegen mijn vrouw dat ik de beller wie het ook mocht zijn, op zijn of haar bek ging slaan.
Met een ochtend erectie verborgen in mij ochtendjas trok ik de deur open.
Het waren twee buurvrouwen die gelukkig meteen zeiden dat mijn winkelruit er uit was gegooid.
Dan hoorde ik dat vannacht zei ik terwijl ik naar het gapende gat in het ruit keek.
Na een bedankt babbel er uit te hebben gescheten voor mijn aller charmantste buurvrouwen ging ik weer omhoog.
Wie dit gedaan zou kunnen hebben was totaal onbelangrijk, als men zich maar niet aan het glas had verwond, en mocht de dader zich toch verwond hebben dan maar liefst dodelijk.
Zou iemand mijn kunst niet aanbeden hebben, het gehaat hebben, en de volgende keer mijn brillenglazen een soort gelijke behandeling zou gaan geven als mijn winkelruit.
Het had allemaal nog leuk geweest als het werk dat er in de etalage stond was gestolen, maar die eer kwam mij niet ten deel, dacht ik aan mijn balzak krabbelend.
Het zal dus vast geen kunst kenner geweest zijn.
Ik zakte dieper in gedachtes en hersenspinsels.
Wat als iemand het op mij gemunt had, een gevaarlijke terrorist, maar waarom zou die, laten we zeggen omdat ik de trotse bezitter ben van een zielig stukje voorhuid, en die wilde ze eraf hebben tot aan mijn kin toe.
Wat moet een mens toch lijden, een traan liep over mijn wang in de richting van Zaltbommel.
Het lag alleen maar in mijn bedoeling de Schiedamse Hoofdstraat wat op te vrolijken, met af en toe een kunstwerk in de etalage van mijn atelier.
De Wereld een stukje visueel geluk schenken, zeg maar.
Maar een onverlaat kon het niet velen, en sloeg mijn raam aan barrels.
Waarom toch, er hing toch een bordje in mijn etalage dat men gediende rustig om te gaan met de Beeldend kunstenaar die hier vertoefde, omdat hij suïcidaal was.
Ik stond op om koeltjes naar mijn immense kledingkast te lopen, menig vrouw zou van mij uitgedokterde kleding kast gaan kwijlen,en dan heb ik het nog niet eens over mijn kaptafel met middeleeuwse haarborstel.
Uit die immense kledingkast pakte ik een regenjas, die ik erfde van mijn neef, dit omdat die hem niet meer kon gebruiken denk.
Moge hij in alle vrede rustig rusten, bij de weg hij heeft geen andere keus.
Ik glimlachte naar de jas en alle mooie tijden die ik met mijn neef meemaakte schoten door mijn hoofd.
Het was maar een kort moment, omdat ik nou ook weer niet kan zeggen dat ik de hele avonturenreeks van Suske en Wiske met mijn neef heb meegemaakt, maar de momenten dat we elkaar zagen waren mooi, ik hou die momenten voor mezelf, niet omdat ik ze niet met u zou willen delen, maar ik wil dit niet gaan bombarderen tot een verhaaltje voor het slapen gaan, waar ik het dan wel toe wil bombarderen weet ik ook niet.
Terwijl ik de uitleg schreef over mijn neef, had ik inmiddels de tijd de regenjas aan te trekken.
Langzaam wandelde ik naar de spiegel met eikenhouten rand.
Ik keek hoe de jas mij stond.
Geweldig dacht ik, maar mijn spiegel schudde dat het niet echt bij me paste.
Ik negeerde mijn spiegel omdat ik niet aan de medicijnen wilde.
Buiten voor het raam nam ik de schade op.
Waarom ging het steeds door mijn hoofd, ik voelde krankzinnigheid opkomen.
Iets erger had ik deze dag nog niet meegemaakt.
Sluw nam ik een beeld van de lege Hoofdstraat in mij op, nee de dader was inmiddels in geen velden of wegen te bekennen.
Mijn verwoede poging tot detective liet ik maar varen.
Ik belde de politie en gaf ze de des betreffende informatie.
Ze vroegen waarom ik zo moeilijk praatte, dit was omdat ik een knijper op mijn neus had gezet om een beetje als Humprey Bogart over te komen.
De politie nam vriendelijk de zaak van me over.
Daar was ik ze dankbaar voor als een kleine jongen met een lolly, of zal ik wat eigentijdser zeggen, een kleine jongen met een X-box.
Eindelijk kon ik mijn bakje gerookte Lapsang thee nuttigen en doen alsof er niks gebeurt was.

Saturday, January 14, 2006

Edo

Seksshop De Lamme Pols

Een zacht schijnend winter zonnetje komt neer op de kale bol van Edo, die heftig probeert een krant te lezen op een houten bankje in het Bergsebos.
Maar de wind doet de grote dikke zaterdag krant steeds tegen het bebrilde gelaat van Edo aankomen.
Na een keer of tien, gooit Edo de krant nijdig in een plas en gaat er scheldend rood aanlopend op staan springen.
Als hij beseft dat hij niet de enige in het Bergsebos is, denkt hij te doen alsof er niks gebeurt is, pakt de natte krant op en doet of hij verder leest.
Passerende voetgangers bekijken het tafereel met volle verbazing.
Het water van de krant druppelt zo het kruis van Edo in.
Maar Edo gaat stug door met doen alsof hij bezig is met de gewoonste zaak ter Wereld.
Een natte onleesbare krant lezen op zaterdagmorgen in het Bergsebos.
Dan slaakt hij een vreugde gilletje, er staat namelijk nog iets leesbaars in zijn krant, namelijk een advertentie.
Seksshop De Dikke Pols op de Nieuwe Binnenweg zoekt namelijk nog personeel.
Helaas is het telefoonnummer onleesbaar.
Maar dat houdt Edo niet tegen, hij stapt op de Tram richting de Nieuwe Binnenweg.
Wat zocht hij allang naar een baantje als deze.
Als hij ergens verstand van heeft is het wel seks, nee niet het beoefenen van seks, die kans heeft de drie en dertig jarige Edo nog niet gekregen.
Hij leeft al weer vijf jaar in een klein huisje op de Bergselaan, althans in het tuinhuisje van zijn ouders die wel een groot huis bezitten.
Edo weet alles van pornofilms, van het heden maar ook kent hij zijn klassiekers.
Zijn grootste ster is pornoster Ron Jeremy, die kan net als Edo zijn eikel kussen.
Ooit zal Edo het ook met vrouwen in films gaan doen.
En zijn begin naar een gevierde carrière als pornoster is vandaag aangebroken.
Via Seksshop De Dikke Pols zal hij zich gaan bewijzen.
Vrolijk en uiterst goed gemutst loopt Edo de Sekshop binnen.
Overal staan enorme dildo’s achter glazen vitrines te pronken.
De winkel is ros verlicht, en op een TV scherm ziet Edo een enorm gespierde lul in een hijgende dame verdwijnen.
Edo schrikt als hij iemand hoort zeggen,”kan ik u helpen”.
Edo draait zich wat overdreven om, alsof hij net betrapt is.
De man waar de vraag uitkwam kijkt vriendelijk naar Edo.
De man heeft zwarte krullen tot op zijn schouders, een blouse met felle kleuren die open staat tot op zijn navel, en hij draagt een leren broek en cow boy laarzen.
Het keurig snorretje onder de neus van de kerel maakt hem tot een gladjakker van de ergste soort.
Edo zet zijn antieke bril wat rechter op zijn neus.
Hallo ik kom voor de sollicitatie uit de krant.
De man neemt Edo in zich op, het natte kruis van Edo doet hem wat fronsen.
Edo merkt dit en verontschuldigd zich, hij is in een plas gevallen liegt hij maar.
Eindelijk breekt de man de gevallen stilte die boven de soul muziek op de achtergrond overstemd.
Ik had eigenlijk een lekker wijf met dikke tieten verwacht.
Hier voldoet Edo natuurlijk niet aan.
Hij wil zonder iets te zeggen met een roodhoofd uit het leven van de kerel verdwijnen.
Maar die houdt Edo tegen, ik maak maar een grapje hoor, en hij reikt Edo zijn hand aan, om zich voor te stellen als Aad.
Je kunt direct beginnen als je achter even een andere broek aan trekt.
Edo loopt achter de verwijfd lopende Aad aan, die hem een broek aanwijst die in een metalen kastje hangt.
Een leren gadver denkt Edo.
Maar braaf trekt hij hem aan terwijl Aad kijkt hoe Edo dit doet.
Aad schud zijn hoofd, nee knul die onderbroek kun je beter uit doen, in verband de open achterkant van de leren broek.
Verschrikt voelt Edo aan zijn achterste, en voelt zijn slip.
Met alle mogelijke moeite in de Wereld doet Edo zijn onderbroek uit, als Aad de ruimte eindelijk verlaat.
Als hij de broek aanheeft en in de spiegel naar zich zelf kijkt moet hij bijna kotsen.
Niet naar kijken Edo, mompelt hij zich zelf moed in sprekend.
En zo loopt hij naar Aad.
Aad legt beknopt uit hoe het in De Dikke Pols reilt en zeilt.
Even later komt er een neger binnen met precies dezelfde zwarte krullen als Aad.
Edo loopt op de an af en vraagt of hij hem van dienst kan zijn.
Tot Edo’d teleurstelling komt de man voor Aad.
Hij zegt dat Aad achter is, en de man bedankt Edo met een knipoog en loopt naar achter.
Edo kijkt naar het TV scherm hoe twee mannen een vrouwelijke anus vullen, en met een wel gemeend WOW steekt hij zijn bewondering niet onder stoelen of banken.
Hij wordt in zijn enthousiasme gestoord door de giechelende Aad, die het naar zijn zin blijkt te hebben.
Een oude man met vet grijs haar komt De Dikke Pols binnen.
Zo nieuw hier jongen zegt hij Edo in zich opnemend.
Ja zegt Aad naar waarheid.
Dan weet je zeker mij geen goeie geile neuk film aan te bieden.
ER schieten meteen honderden films door het kale hoofd van Edo heen.
Hij moet er even bij gaan zitten, maar gaat snel staan als hij de Pornoblaadjes aan zijn billen voelt plakken.
De oude man vraagt of het wel goed gaat met Edo.
Ja hoor maak u geen zorgen, ik weet heel veel van pornofilms.
Snel kijkt hij de rij films af en gaat op zijn tenen staan om er één te pakken.
Dan voelt hij een droge hand op zijn kont, als hij omkijkt, ziet hij de oude man die zegt, sorry makker ik kon het niet laten, jou kale billen doen mij aan mijn vrouwtje denken, die er allang niet meer is.
Edo negeert de daad van de oude man, en vertelt over de film die hij heeft gepakt.
Niet even maar een kwartier lang.
De man gaat weer weg met alle films die de regisseur ooit heeft gemaakt.
Hij loopt naar achter om dit in al zijn trots aan Aad te gaan vertellen.
Met een zwaai doet hij de deur open.
Hij schrikt zich lam, als hij ziet dat Aad op de stam van de Neger zit.
Sorry zegt hij lullig, om vervolgens af te druipen.
Hij hoort Aad weer giechelen.
De leren broek is niet erg groot en drukt in het kruis van Edo.
Dit maakt hem buitengewoon geil.
Het liefst zou hij dit er even op het toilet uit rukken, maar hij moet op de winkel passen terwijl zijn chef inwendig onderzocht word.
Tot overmaat van ramp komt er een vrouw binnen.
In een mini rok, een Oosterse denkt Edo.
Hallo dame kan ik u van dienst zijn zegt Edo vriendelijk.
De Dame kijkt hem indringend aan, en vraagt of hij boekjes verkoopt waar veel in gepijpt word.
Weer schieten er foto’s van pijpende dames door zijn kop.
Zijn hoofd is bezweet, en met schorre stem brengt hij wat titels uit.
De dame luistert vol bewondering naar de kennis die Edo over deze discipline heeft.
Blijkbaar vind ze dat ze Edo uitleg verschuldigd is en legt Edo uit dat ze haar lieve man zo goed mogelijk wil pijpen.
Edo doet alsof hij dit dagelijks hoort, en vraagt zich hard op af waarom ze dan boekjes wil kopen.
Dan is de handeling alleen statisch te zien, nee dan kan ze beter films kopen.
Tevreden loopt de dame met een stapeltje films weg.
Weer wil Edo het liefst naar Aad toe lopen, maar laat dit nu maar uit zijn hoofd.
Zo handelt Edo klant na klant af, en verdiend die dag heel veel geld voor De Dikke Pols.
Toch vind hij het wat saai, te makkelijk voor hem.
En als hij dan ook nog zijn geilheid de hele dag moet ophouden dan ontploft hij nog eens.
Eindelijk komt Aad weer vrolijk aanlopen.
En ging het schat, vraagt hij.
En het schat negerend vertelt Edo trots over zijn verkoop.
Aad pakt zich zelf bij zijn wangen en wiegt heen en weer.
Dan zegt hij, ik heb een goud mijntje met jou binnen gehaald.
Edo kijkt trots, maar zegt dat hij het toch maar niks vind om in een seksshop te staan.
IK wil in een pornofilm spelen zegt hij.
Aad begint weer te giechelend.
Maar Lieve Edo, dan moet je wel groot gereedschap onder de navel dragen hoor.
Dat heb ik ook hoor Aad zegt hij wat onnozel.
Laat maar eens zien dan, zegt Aad wenkend met zijn handen die onder de gouden ringen zitten.
Edo twijfelt, maar doet dan zijn broek naar beneden.
Weldra hangt zijn leuter trots in het roze licht.
De mond valt open van Aad.
Jezus hoort Edo hem zeggen als hij Aad weer naar achter ziet lopen, om vervolgens terug te komen met de nog altijd naakte neger.
Die kijkt naar het enorme geslacht van Edo.
Hij lacht en vraagt met zware stem cynisch of Edo wel een blanke is.
Dan beseft Edo wat hij aan het doen is, hij staat trots zijn lul aan twee nichten te tonen.
Snel doet hij de leren broek weer omhoog.
Aad zegt, nou jongen voor jou ligt er een Wereld open.
Edo loopt naar achter en trekt zijn natte jeans weer aan.
Edo ontvangt honderd en vijftig Euro en loopt De Dikke Pols uit.
Hij heeft besloten toch maar te wachten met de pornofilm industrie.
Als hij zo’n goede verkoper is, waarom zou hij het dan niet eerst een tijdje gaan proberen in een dames lingeriezaak………

Thursday, January 12, 2006

Trouwen




Als iemand het over de mooiste dag van diens leven heeft, spreekt men in vele gevallen over hun trouwen.
Ik ben ook gelukkig getrouwd, maar ik wil die 11 Maart 1999 niet de mooiste dag van mijn leven gaan noemen.
Het was ook niet de ergste dag uit mijn leven, maar hij zat er knap dichtbij.

Ik leerde Xandra begin jaren negentig kennen, en volgens mij vroeg ik haar al erg snel ten huwelijk.
En dat deed ik daarna ongeveer één keer per week.
En Xandra zei op haar beurt één keer per week nee.
Een boeiende bezigheid, dat staat vast.
Ze was al getrouwd geweest, en zag het niet zitten dit nog eens te gaan doen, zelfs niet voor mij.
Maar ik bleef stug door vragen, en de aanhouder wint ging uiteindelijk voor mij op.
We stonden te wachten op een bel tegoed kaart, toen ik het haar weer vroeg.
Ze zei terwijl de bebaarde Arabier met de bel tegoed kaart aankwam lopen,”we gaan zo naar het gemeentehuis”.
Hiermee bedoelde ze ja, ik kon wel huilen, gelukkig hoorde de Arabier het niet, want ik had geen zin dit aan hem uit te gaan leggen, en hij had er waarschijnlijk even weinig zin in mijn boeiende verhaal aan te horen.
En tien minuten later zaten we tegenover een ambtenaar om ons huwelijk aan te laten tekenen.
OP die mooie zonnige 11 maart werd ik misselijk wakker, ik keek naar mijn slapende vriendin, die straks mijn vrouw zou zijn.
Eindelijk zouden we gaan vrijen, dat deden we al, maar dan zouden we het zelfs getrouwd gaan fiksen, en verandering doet eten.
Ik begon me al druk te maken, zou ze wel wakker worden, of gewoon denken krijg toch maar een vet hard met je trouwen.
Zenuwachtig en kots misselijk ging ik naar de keuken om koffie te zetten.
De misselijkheid werd zo hevig dat ik dacht dat ik op de meest geforceerde dag uit mijn leven dood zou gaan.
Ik ging maar douchen, dan zou het wel goed komen sprak ik mezelf moed in.

Met mijn kostuum aan gekocht door mijn moeder leek ik wel Franz Bauer, ie wat te vlot voor mijn gevoel.
En dat gevoel was alles behalve vlot, ik liep de straat op om een ommetje te maken.
Was dit vlucht gedrag, ging ik nu de benen nemen.
Ik belde mijn moeder vanuit een telefoon cel, met de mededeling dat ik het allemaal niet meer zag zitten.
Ze negeerde mijn slappe gezwam en zei dat ik terug naar huis moest gaan.
Ik keek nog even naar een gezelschap matrozen bij een marine schip.
Waar zouden die naar toe gaan vroeg ik me af, één ding was zeker, ze gingen niet trouwen.
Thuis aangekomen hield ik mij sterk.
Onze vriendin Loes kwam ons in een gehuurde auto ophalen.
Xandra zag er beeldig uit, wat was ze mooi in haar donker blauwe jurkje van het Floddertje, het tweede hands winkeltje aan de Hoofdstraat.
Haar hoed was ontworpen door Chris, weer een andere vriendin.
Maar goed we stapte de auto in met Loes en Itam de zoon van Xandra.
Hij had zijn fototoestel meegenomen, om er later achter te komen dat zowat alle bezoekers inclusief onze huwelijks fotograaf Moha Boudat er één meegenomen hadden.
Daar gingen we dan, op weg naar het oude Schiedamse stadhuis.
De misselijkheid werd steeds erger, ik kokhalsde zelfs, waarop Xandra mij verbaasd aankeek.
Ik probeerde een sexy glimlach op mijn gelaat te toveren, maar dat had dan voor het eerst geweest.
Voor het Stadhuis stapte we uit, ik was daar ook, maar zo voelde het niet.
Ik voelde mij een geest die even daarvoor zijn lichaam had verlaten.
Volgens mij maakte ik wat grapjes tegen vrienden en familie, maar dat weet ik niet zeker meer.
We liepen de muf ruikende gang van het stadhuis in waar een lange vrouw, de ambtenaar ons vriendelijk begroette, ik dacht al aan het afscheid van haar nemen.
Langzaam liepen we naar de trouwzaal, ik kreeg het gevoel dat daar iemand opgebaard lag, althans die sfeer zat in mijn vreemde kop.
Angstig keek ik om, de hele meute liep vrolijk achter ons aan, zou ik dan de enige zijn die zich ongelukkig voelde.
Nee, want later hoorde ik dat mijn tante Jozien uit Leidendorp op het toilet een lichte beroerte had gekregen.

Daar zaten we dan, het kon elk moment gebeuren.
Mijn zus zat met één kind op haar schoot en één kind in haar buik bemoedigend naar me te knikken, alsof ze zag hoe beroerd ik mij op dat moment voelde.
Iedereen lachte vriendelijk, en ik lachte vriendelijk terug.
Voor ik het wist was het gebeurt.
En zaten we weer in de auto met Loes en Itam richting Scheveningen, de aanvallen van misselijkheid kwamen op om weer langzaam weg te gaan en terug te komen.
Het was verder een hele mooie dag.
Geen big party gewoon met zijn vieren, een big party had ik zeker niet overleefd.
De misselijkheid is een jaar blijven hangen, het bleek een zenuwen inzinking te zijn.
Die had ik toch liever niet op onze bruiloft gehad.
Maar misschien was dit ook wel de aanleiding.
Nee ik had dat gevoel al een tijdje daarvoor, maar de mooiste dag was het niet.
Dan vraagt u zich misschien af welke dat dan wel was.
Daar ga ik over nadenken, en kom daar dan vast nog wel een keer op terug, laat ik het erop houden dat die nog gaat komen.
Heb ik iets om naar uit te kijken…





Wednesday, January 11, 2006

Loser op de Wallen




Vrolijk, uitermate uitgelaten en mijn voelend als gangster zat ik tegenover mijn vriend Ricardo.
Terwijl de Golf oorlog net was uitgebroken en men nog niet wist of de Amerikaanse soldaten in hun eigen bloed zouden verdrinken, zo als Sadam Hoessein had gezegd, zaten wij quasi gevaarlijk ons geld te tellen, we hadden voor het eerst in ons achttien jarige leven ingebroken.
Twee en twintig honderd gulden was de buit, die zouden we flink gaan aanbreken in Amsterdam.
Jawel we zouden naar de Wallen gaan, nu niet eens niet om langs de ramen te lopen, en te fantaseren wat men in zo’n pees kamertje allemaal wel kon doen.
Neuken dat was duidelijk, maar gelijk ook erg vaag.
Er hing immers altijd een spanning rond het seks hebben met een hoer, en die gingen wij maar even mooi doorbreken.

Koortsig liepen we even later over de Wallen.
Het gangster gevoel had plaats gemaakt voor een vreemd soort= huppelkut gegiechel.
Wat waren wij zenuwachtig, niet normaal meer.
Een hele dikke negerin deed haar deur open, en wenkte naar ons.
Gatver zei Ricardo, voordat ik hem een duwtje naar de vleesmassa in de rug gaf.
Hij werd aan zijn arm naar binnen getrokken, angstig naar mij omkijkend.
Ik zwaaide met een vette grijns op mijn gezicht, en liep door opzoek naar mijn betaalde liefde.
Een mooie Aziatische dame zat poedelnaakt mooi te wezen op een krukje.
Ze lachte naar mij, achteraf denk ik dat ze mij eigenlijk uit lachte.
Ik deed haar deurtje open, heel zelf verzekerd, tot ik daar dus binnen stond, ze bleek niet de enige horizontaal werkster te zijn.
Er kwam een hele lelijke donkere dame op mij af, een mix van Samuel Jackson en Micheal Jackson, ik wees dom naar de Aziatische vrouw en wist niet wat ik moest zeggen.
Al mijn zelf zekerheid van zo even lag blijkbaar nog buiten.
Moest ik nu zeggen ik wil neuken met haar, die daar op dat krukje, en niet met jou griezel.
Nee dat had niet aardig geweest, misschien wel dodelijk zelfs.
Dus ik liet mij maar begeleiden door de donkere dame, die bij een fonteintje mijn trots waste.
Nou trots, hij was inmiddels niet veel groter als een Hollandse garnaal.
Ik wilde maar één ding, heel erg graag weer weg.
Buiten mijn zekerheid was nu ook mijn geilheid verdwenen.
DE donkere dame had een enorm grote mond, en het leek alsof ze heel veel tanden had.
En waar haar borsten hoorde te zitten, waren ze in ieder geval niet.
Naakt ging ik op een smoezelig bed liggen.
In het Engels vroeg de dame waar ik vandaan kwam, ik zei Holland zonder enige vorm van trots.
Zei kwam van Jamaica,”Bob Marley”, zei ik bij gebrek aan beter.
Ze moest lachen en kwam naast mij liggen.
Ze pakte mijn zielig hoopje plas vlees, en probeerde hem neuk klaar te maken.
Ik keek rond, ik was beland in een honk waar zoveel mannen voormij deze dame geneukt hadden, bedacht ik mij opeens.
Een gedachte die mijn penis niet harder deed worden.
Opeens rook ik een enorme strontlucht, ik moest bijna kotsen terwijl Miss Jamaica allerlei geilen dingen tot vervelends toe in mijn oor bralde.
De strontlucht bleek van haar af te komen, nee niet uit de plaats waar die normaal gezien uit zou moeten komen, nee uit haar enome mond kwam die mij misselijk makende lucht.
Ik draaide mijn hoofd van haar weg.
Ik begon mezelf maar af te rukken, en dat hielp, eindelijk ging ze weg om op mijn in condoom verpakte half slappe piemel plaats te nemen.
Meteen begon ze overdreven te kreunen, ik was beland in de zieligste pornofilm ooit.
En door haar gekreun werd de stront lucht niet te harden, en mijn pik floepte onwelwillend uit haar roze werkplaats.
Ze moest lachen, de trut.
Voor vijftig gulden meer zou ze mij wel even pijpen, zo gezegd zo gedaan.
Haar enorme mond nam mijn Kleinduimpje te grazen, het zag er angst aanwekkend uit.
K durfde er net als bij een dokters ingreep niet naar te kijken.
Na een tijdje duwde ik haar weg, en ze kwam weer naast me hijgen.
Daar lag ik dan naast Miss poepbek mezelf klaar te maken, de zieligste vorm van aftrekken was een feit.
Met mijn andere hand greep ik naar een grote donkere tepel die eigenlijk op een borst hoorde te zitten, ze sloeg op mijn hand alsof ik een koekje wilde pikken.
Hoe ik het deed weet ik niet maar ik perste er wat sperma uit.
Ik waste mijn geslacht in deze vernedering en nam vlug de benen.
Buiten stond Ricardo op mij te wachten.En hoe was het vroeg hij nieuwsgierig, goed hoor, loog ik.
En hoe was jou dikkerdje vroeg ik ook maar.
Heerlijk zei hij, ze zag er niet uit, maar ze deed het ongelofelijk goed, ik kwam alleen erg snel klaar klaagde hij.
Ik baalde verschrikkelijk van mijn ervaring in de betaalde liefde.
We brachten de nacht door in Hotel Admiraal, in een twee persoonsbed, Ricardo rolde continu snurkend door het ingedeukte matras tegen mij aan.
Ik stapte uit bed en ging net als de hoertjes voor het raam zitten.
De gracht deed mij alleen nog maar meer aan mijn seksuele afgang denken.
Uiteindelijk viel ik in slaap, op de grond naast het bed.
Bij het wakker worden wilde ik meteen weer naar de Wallen, ik zou mijn slechte ervaring gaan weg neuken.
Tegen de verbaasde Ricardo zei ik dat ik weer zin had.
Hij niet, zei hij, wat ik zogenaamd verdacht vond.
Hoezo niet, plaagde ik meer mijn geweten als Ricardo, was het niet lekker dan.

Wat later wandelde wij weer over de Wallen, nu nam ik de tij voor een goede keuze.
Pas toen het donker werd liep ik naar een raam waar een mooie vrouw weer naar mij lachte.
Ik zwaaide naar Ricardo, en deed de deur open.
Zwoel kwam de toch wel erg kleine dame op mij aflopen.
HI zei ze in het Engels.
En even later lag ik met de langharige dwerg in bed, ze vertelde dat ze half Spaans, half Indiaas.
Toen ze op mij plaats nam, zei ik iets in het Spaans, waarop een Spaans gesprek tijdens het neuken volgde.
Het was lekker, maar heel erg namaak allemaal.
Wat de erotische sfeer ook niet ten goed kwam was de radio die aanstond.
Toen ik bijna klaar kwam begon ze hysterisch te gillen, nee niet van mijn acties, maar van de aanval op Bagdad die door de nieuwslezer op de radio bekend werd gemaakt.
Terwijl het lucht alarm de pees kamer door loeide, vroeg ik of het wel ging met haar.
Ze was inmiddels van mij afgestapt en zat naast mij te huilen.
IK aaide over haar rug, om zo een soort troost te bieden.
Het was mij allemaal veel te bizar, ik zei dat ik niet zo nodig hoefde te neuken.
Ze vertelde dat ze het zo erg voor mij vond terwijl Bagdad in brand stond.
Ik kwam er vast wel overheen.
Toen ik weg wilde lopen riep de mooie dwerg mij terug,”hier een appel voor lieve jongen”, zei ze in het Nederlands.
Tot de appel weg rotte heeft hij op mijn nacht kastje gestaan.
Tot zover de eerste en laatste ervaringen van een loser op de Wallen.






Tuesday, January 10, 2006

Jeuk




Wielrennen speelt sinds ik op dertien jarige leeftijd mijn voetbal schoenen aan de in ruilde voor een racefiets een belangrijke rol in mijn leven gespeeld.
Ik wilde niks liever als de Nederlandse Luis Herrera worden, de kleine Colombiaanse tuinman, en de door mij zeer aanbeden klimgeit die in de tour de France iedereen zelfs Bernard Hinault zijn hielen liet zien, dansend alsof hij een tochtje op zondag maakte schoot hij omhoog.
Dat wilde ik dus ook, een klimmer worden.
Het was het enige onderdeel van het wielrennen waarin ik mede door mijn gewicht sneller was als mij vader, wat de keuze voor mij nog makkelijker maakte natuurlijk.
Alleen de bergen in Zuid Holland zijn natuurlijk op geen hand te tellen, hiervoor fietste ik drie keer per week na schooltijd naar de meest vervuilde berg die ik ken, de Brienenoordbrug.
Ik fantaseerde me weg van die vieze rijksweg waar ik eigenlijk reed, ik reed natuurlijk op de Tourmalet, wat scheelt het.
Buiten mijn vader had ik maar één training maatje, mijn school vriendje Bennie Lang, hij had een bloedhekel aan klimmen, hij was er dan ook niet goed in, maar hij gaf nooit op.

Ik sloot me aan bij de Rotterdamse wierenvereniging de Pedaalridders, en meteen werd ik Clubkampioen, wat een talent zult u misschien denken, nou dat niet hoor ik was de enige in mijn leeftijd categorie, dus ik was zowel de winnaar als mijn enige tegenstander.
Vrij surrealistisch, na mijn rondjes stond ik te braken van de inspanning die eigenlijk voor niks was geweest, ik had er net zo goed drie dagen over kunnen doen.
Bij mijn eerste wedstrijd werd ik voor de start streep door andere wielrennertjes uitgelachen, ten eerste omdat ik veel kleiner was, ten tweede dat ik de enige Pedaalridder was en ten derde om mijn trotse blik waarschijnlijk.
Ik had in mijn blonde hoofd de wedstrijd al gewonnen.
Voor deze wedstrijd had ik al een heleboel wielerrevues gelezen, wat ik had ze bestudeerd.
Ik zou er gebruik van maken dat ik niet in een ploeg zat.
Meteen na het start schot reed ik zo snel als mijn lichaam dat kon weg,
Dit varkentje zou ik wel even wassen, de omroeper noemde mij Jan Jandoliet, wat de pret niet mocht drukken.
In het publiek zag ik mijn vader heel vermoeid kijken.
Twee rondes verder toen het peloton met voorbij zoefde, en achterliet wist ik waarom mijn vader zo vermoeid keek, ik was kapot, uitgewoond in het Kneteman’s zogezegd.

Ik ben nooit een goeie wielrenner geworden, na wat valpartijen werd ik een angstige rijder in het peloton.
Wat dat betreft kon je mij wel vergelijken met een slecht sturende Colombiaan.
Toch ben ik het wielrennen altijd trouw gebleven, middels literatuur, en prachtige verhalen uit het verleden.
Ten tijden van de Tour de France ben ik helemaal in mijn nopjes, ieder jaar weer.
In de avond uurtjes kijk ik naar het tour journaal en geniet met volle teugen.
Prachtige sport hoor, onvergelijkbaar wat ik hier dan ook niet ga doen.

Wel wil ik nog iets kwijt over een training rit met mijn vader.
Ik reed in een wollen wielrenbroek, gekregen van Aad de Masseur van mijn vader.
Aad had heel veel beroemde wielrenners gekneed, en vertelde hier mooie verhalen over.
Overal stond hij op foto’s met wielrenners als bijvoorbeeld Didi Thurau die volgens Aad zo ijdel was, dat hij zelfs de onderkant van zijn wielerschoentjes poetste.
Zo kwam ik ook aan mijn wollen wielrenbroek, die van een baanrenner was geweest waarvan ik de naam ben vergeten.
Aad gaf mij die cadeau, hij jeukte niet alleen verschrikkelijk, hij slobberde ook nog om mijn bovenbeentjes heen.
Ergens fietsend bij Nootdorp moest ik het achterwiel van mijn vader laten gaan.
Ik was alleen nog bezig met krabbelen, wat had ik een jeuk.
Kreunend stapte ik af om gênant in mijn kruis te krabbelen, ik was even de tijgerbalsem vergeten die ik tegen de kou op mijn benen had gesmeerd en die dus nog aan mijn handen zat.
Het kon mij niet schelen dat passerende scholieren naar me riepen dat ik een viezerik was, ik leek wel een schurftige hond.
Eindelijk reed ik weer verder, de jeuk had nu plaats gemaakt voor een branden
gevoel aan mijn edele deeltjes.
Dit was nog veel erger, ik ging steeds harder fietsen niet alleen om zo snel mogelijk te kunnen douchen, maar ook om de wind die dan extra lekker langs mijn kruis gleed.
OP de Doenkade langs vliegveld Zestienhoven passeerde ik mijn verbaasde vader, hij kwam naast me rijden en vroeg of ik peper in mijn reet had.
Nee geen peper maar tijgerbalsem riep ik.
Hij moest erg lachen, en begreep meteen waar ik het over had…………..



Het schilderij boven dit stukje stelt Marco Pantani voor op weg naar de Hemel

Monday, January 09, 2006

Praag




Door gezang werd ik uit mijn slaap gewekt.
Toen ik een oog kon openen zag ik een geheel kinderkoor naast mijn bed staan.
Dit is toch de meest bijzondere wekker die je, je maar kan indenken.
Nog bijzonderder was het geweest als de Bulgaarse meisjes voor mij hadden gezongen.
Maar de meisjes stonden met hun rug naar mijn bed toegekeerd.
Ze zongen voor James, de Amerikaanse breakdancer die trots op de punt van zijn bed naar zijn jonge fan’s luisterde.
Je zult wel denken wat die lui allemaal in mijn kamer kwamen doen.
Zingen dus.
Maar niet in mijn slaapkamer, nee dit was een grote slaapzaal.
Waar de Nederlandse delegatie van een internationale culturele uitwisseling verbleef.
Dit was mijn tweede dag in Praag.
De avond ervoor was het laat geworden, ons breakdance team had op getreden, onze Surinaamse zangeres en onze Kaapverdiaanse Bubbling danseressen.
Vanavond zou het mijn beurt worden.

Laat ik eerst vertellen hoe ik in dit rare verhaal was belandt.
In de wijk Delfshaven waar ik woonde mocht ik de muur van het jeugdcentrum beschilderen.
Leuk zou je denken, nee dus een ramp.
Iedere bezoeker van het jeugd centrum kraakte mijn schildering af, zelfs mijn beste vrienden.
Gelukkig was Hans de jongerenwerker wel enthousiast.
Hij beloofde me dus de reis naar Praag.
Te gek dacht ik, tot ik dus in Praag aankwam en niet wist wat ik er eigenlijk moest doen.
Mijn dagen vulde ik met tekenen, werkeloos zijn en mijn vriendinnetje neuken.
Niet echt bijzonder eigenlijk.
Het had misschien een optie geweest als mijn vriendinnetje mee was gegaan en we in het prachtige theater tussen de Bulgaarse kinderkoren, breakdancers en weet ik veel wat allemaal meer op het eikenhouten podium hadden liggen vrijen, maar ze mocht niet mee.
En om nou voor een gevulde zaal te gaan zitten tekenen was ook een afgang.

Daar lag ik dus in mijn bed met het koor naast me over te piekeren.
Terwijl James adressen van de meisjes in ontvangst nam, ging ik maar douchen.
Harold onze begeleider in Praag vertelde dat ik met James het busje moest schoonmaken, omdat we die middag een bezoek zouden brengen aan het centrum van Praag.
Het zou allemaal niet zo ongelofelijk vervelend zijn geweest, als het niet vroor.
Onze handen lagen er zowat af, ik hoop dat Harold zijn penis tenminste voor Eén nacht niet omhoog zal krijgen bij zijn geliefde.
Verder was hij een fijne gozer hoor die Harold.

De bus was weer schoon, en James en ik zaten met opgezwollen vingers in het druk kletsende gezelschap richting Praag centrum.
We waren nog geen vijf minuten aan het wandelen toen ik een mooie etalage bekeek.
Toen ik uitgekeken was merkte ik dat de groep verdwenen was.
Geen paniek dacht ik nog, en rende een flink blokje om, op dezelfde plaats weer aangekomen hield ik twee agenten aan, en vroeg in zei in het Engels dat ik bij een groep uit Nederland hoorde, en dat ik die kwijt was.
Ze verstonden mij niet zeiden ze in het Duits, en zeiden dat ik maar moest wachten, dan zouden ze wel terug komen.
Dit deed ik een uurtje starend naar de oude gebouwen die nog onder het kolen roet zaten.
Maar toen ging ik ze toch maar zoeken, verkleumd van de gure kou.
Nergens kon ik ze vinden, en ik begon wat angstig te worden, ik stapte op de Metro die vol zat met alleen maar chagrijnig kijkende mensen.
Misschien lag dit aan de Russische muts met communistisch embleem die vrolijk op mijn onwetende hoofd stond.
Die mensen waren nog niet zo lang geleden namelijk bevrijd van de Russische bezetters.
Maar ik had die muts toch echt van een Tsjech gekocht, wat verder ook niks zegt.
Na een tijdje stapte ik uit, helemaal niet wetende waar ik uitstapte, overal stonden saaie flats, die mij deprimeerde net als de kou.
Opeens leek het alsof mijn naam omgeroepen werd door de luidsprekers, iedereen zou erop afgaan, ik niet hoor, nee ik dacht dat ik begon te hallucineren en stapte geschrokken de Metro weer in terug richting het Centrum van Praag.
Daar liep ik tot het donker begon te worden, net toen ik beelden van mijzelf als Praagse zwerver begon te zien, zag ik een bolle agent.
IK hield hem aan en ging paniekerig tegen de man praten.
Hij maakte een gebaar, wat erop duidde dat hij dacht dat ik teveel gedronken had.
Niet zo raar, want ik sprak niet alleen paniekerig tegen hem, in mijn verstrooidheid sprak ik ook Spaans tegen de diender.
Toch was hij de rotste niet, en wenkte me met hem mee te lopen.
We liepen langs gebouwen met een rijk verleden, hij vertelde er trots over in het Tsjechisch, ik vroeg maar niet of hij dronken was.
We kwamen aan op een heel oud bureau, waar hij over me met een andere agent stond te babbelen.
Die lachte en bood mij thee aan.
Hij zei dat mijn vrienden me weldra kwamen ophalen in het Engels, gelukkig.
Harold was blij me weer te zien, al had ik hem een rot dag bezorgt, dan had hij mijn dag nog niet meegemaakt.
Die avond gingen we stappen.
In een discotheek die meer leek op een oude balzaal ging ik helemaal los met James op de dansvloer.
Opeens duwde een gast met een gezicht wat het meest op een borst deed denken, mij ruw in de rug.
Ik ramde er zonder iets te vragen op los, dit bleek de begeleider van de Belgische culturele delegatie te zijn.
Harold en James haalde mij van de man af.
Hij zei dat ik zijn knip probeerde te stelen, waarop ik kans zag te antwoorden met een trap in zijn maag.
Harold had het niet meer, en duwde mij op een stoel.
Ik baalde flink, en had het al flink gehad in Praag.
De Belg kwam op mij af, en zei dat hij zich vergist had, en hij bood me een biertje aan.
Ik zei dat ik dat niet lusten en dat het verder wel okay was.
Even later kwam er een dame naast mij zitten, ze was denk drie keer zo oud als ik en heel slecht opgedroogd na haar geboorte.
Ik negeerde haar zwoele blikken.
Maar na een tijdje vroeg ik haar ten dans.
Dat had ik dus niet moeten doen, ze begon heftig tegen mij aan te rijen op muziek van de Guys en Dolls.
Ik duwde haar van me af, en liep aar het toilet.
Ik stond lekker te wateren, toen ik een hand die niet van mij was mijn geslachtsdeel zag pakken.
Ik slaakte een gil, en duwde mevrouw wil wel, ruw tegen de plavuizen aan.
Ze begon te krijsen, dus kwamen er weer mensen op mij af, ik had het helemaal gehad.
Gelukkig had Harold het allemaal wel gezien, op de WC scène na dan, gelukkig en hij redde ons eruit.
Toen we weer in ons appartement aankwamen, vroeg iemand van de organisatie waar ik die avond was gebleven als tekenaar.
Harold handelde dit verder af, en de volgende dag moest ik dus mijn ding gaan doen.

De zaal zat vol mensen uit allerlei landen, na een concert van een groot orkest uit Sofia Bulgarije, werd mijn naam omgeroepen.
Onder het geklap liep ik naar het podium.
Het had zoveel makkelijker geweest als ik wist was ik daar ging doen.
Een vrolijke dame, vroeg dan ook wat ik ging tekenen.
Mezelf aan een touw bungelend dacht ik diep bedroefd.
Ik kon niks meer zeggen, anders zou ik vast gaan huilen.
Weer kwam Harold als de redder in nood, en hij regelde dat ik kinderen van een Zuid Koreaans gezelschap mocht na tekenen.
Nou ze waren echt leuk die kinderen dan, mijn tekeningen sloegen echt kant nog wal, maar kind na kind liep er juichend mee weg.
Na drie uurtjes was ik zo dacht ik er wel klaar mee, maar nee ik moest met weer een andere dame naar een kleuterschool om Tsjechische peuters na te tekenen.

In een klein klasje werd ik achter het bureau van de blonde juf neergezet.
Terwijl ik begon te tekenen liep zij de klas uit.
Ik was verdiept in het tekenen en hoorde van alles om mij heen vallen en janken.
Toen er geen peuter meer voor mij kwam zitten, ging ik staan en keek om mij heen, ze hadden het lokaal totaal vernield.
Sommige van de portretten lagen in proppen op de grond.
Kasten omgegooid weet ik veel wat ze allemaal niet hadden uitgevreten.
Ik liep de klas uit de blonde jus liep in de gang terug naar haar rampjes, ik groette haar.
Achter mij hoorde ik gillen, de juf ging uit haar naad.
Ik werd netjes terug gebracht en had mijn ding gedaan in Praag, ik wilde maar één ding, terug naar Rotterdam.

Mislukte pooier




Net terug van een heerlijke vakantie bij mijn familie in Barcelona zat ik op mijn kamertje in het ouderlijk huis te jammeren over mijn vakantie liefde Angeles, in een volgend verhaal meer over deze Spaanse schone.
Mijn vriend Ricardo belde mij dronken op, of ik meteen naar de kroeg wilde komen, hij had een verassing voor me.
Verveeld vertelde ik dat hij die maar in zijn reet moest stoppen, zijn verassingen waren nooit echt bijzonder.
Maar hij bleef aandringen.
Met de vlinders nog in mijn buik liep ik de Havenstraat uit naar cafe Axum.
Ricardo gebaarde mij naar hem toe te komen, hij zat aan een tafeltje met twee dames.
Hola zei hij enthousiast, dit zijn Maria en Elda uit Costa Rica.
Voor ik het wist werd ik door de meiden omhelsd alsof of ik als verloren soldaat net uit de loopgraven kwam.
Ze willen met je praten Pieter, zei Ricardo de omhelzingen onderbrekend.
Waarom in Godsnaam, wat heb je ze over mij verteld, vroeg ik hem, glimlachend naar de toch wel erg mooie vrouwen.
Nou dat je Spaans spreekt.
En het gesprek brak los, Maria de oudste en kleinste van de twee woonde al een tijdje in Schiemond een wijk aan de Maas, zeg maar de Bijlmer maar dan anders.
Elda haar zus was net in Nederland aangekomen.
Ze vertelde op de zangerige Zuid Amerikaanse toon hoe mooi Costa Rica was, en dat ik er welkom was.
Ricardo bralde er iedere keer doorheen dat hij Elda zo geil vond.
Of ze geil was liet ze niet merken, ze sprak over haar opgegeven baan in een museum en haar arme familie.
Dus dat was niet echt geil, ze was wel heel erg mooi.
Zwarte krullen vielen op haar schouder, en ze praatte erg zacht, zwoel zo gezegd.
De vlinders voor Angeles hadden in mijn buik plaats gemaakt oor de vlinders van Elda.
Ik luisterde braaf en zei eigenlijk niet veel.
Het werd laat, en ze vroegen of we mee gingen naar hun huisje, Ricardo moest de volgende dag vroeg op en excuseerde zich.
En niet veel later liep ik gearmd tussen de twee druk babbelende zussen.
In de galerij flat aangekomen drukte ze tot mijn schrik op een deurbel.
Voor ik kon vragen bij wie ze woonde deed een dikke jongen in alleen zijn onderbroek open.
Ik wilde een hand geven, maar hij draaide zich om en liep de huiskamer in.
Ik werd een klein kamertje ingeduwd, en wat ik hoopte gebeurde niet.
Wat ik hoopte was een heel erg flink portie Zuid Amerikaanse seks, maar nee de dames gingen klagen over de jongen die Ton hete en inmiddels loeiharde hardrock muziek had opgezet, hij wilde ze alleen maar neuken zo zeiden ze, de schoft zei ik schijnheilig.
Ze wilde zo snel mogelijk op zich zelf wonen.
Nou zei ik, ik heb een huisje waar ik toch nooit ben, misschien kunnen jullie daar wonen.
Nou ze gilde het uit van vreugde, en ik kreeg volop kusjes, meer niet.
De volgende dag gingen we naar de Volmarijnstraat, een straat bij de Nieuwe Binnenweg.
Ze vonden het een prachtig huis, vooral de door mij gemaakte muurschildering.
En mijn kikker collectie vonden ze ook prachtig.
Ik zei dat ze alleen de huur en het gas en licht aan me moesten te betalen.
En vervolgens liet ik ze achter.
Thuis belde ik Ricardo, die woest op mij was, hij had van Ton gehoord dat ik de Costa Ricaanse vrouwen geneukt had.
Dan wist Ton toch echt meer als ik, maar Ricardo was niet voor rede vatbaar en hing op.
Die avond ging ik bij Elda en Maria eten, ik had ook Jan een vriend van mij gebeld, hij zou er zijn.
Door mijn huisje klonk vrolijke salsa muziek.
Ze hadden flink huis gehouden, de door hun zo aanbeden muurschildering was licht blauw over geschilderd, ik deed maar of ik het niet zag.
De bel ging en Jan kwam binnen, hij vroeg zich af waar ik die meiden vandaan had.

Binnen een half uur zat hij al druk te tongen met Maria, ze schuurde met haar kont over zijn kruis, terwijl Elda en ik achter ons lege bord naar het tafereel keken.
Toen gingen de lovers de slaapkamer in, Elda was stil en zei niet veel.
Ik probeerde de pijnlijke stilte te doorbreken en vroeg of ze fotos van Costa Rica had.
En wat betreft die pijnlijke stilte, die werd eigenlijk al doorbroken door het heftige kreunen van Maria, die blijkbaar aan de studenten lul van Jan werd geregen.
En dan dat hij niet eens Spaans sprak, wat het allemaal extra knap van hem maakte.
De foto waren prachtig, witte stranden met daar achter een oerwoud, ik kon zachte gepraat bijna niet verstaan door haar kreunende zus.
Maar ondanks dat versette ik mij naar de witte stranden van Costa Rica, en daar liep ik in alleen een witte broek achter Elda in, als in de meest romantische kut films.
Maar de klaarkom kreten van Maria deden mij weer beseffen dat ik naast Elda naar de fotos van Costa Rica stond te kijken.

Na deze avond hielden Elda en Maria de boot af, en zag ik ze alleen maar als ik maandelijks mijn geld aan de deur kwam ophalen.
Maar de liefde voor Elda was nog niet over.
Na drie maanden hield een buurman met vet haar op een ongelofelijke verlopen kop mij aan, hij zei, je boert goed he maatje met die hoertjes van je.
Zonder te antwoorden diep gekrent liep ik door, wat me op begon te vallen was dat steeds meer lui mij vanuit auto’s begonnen te groeten, waar ik ze van kende was mij niet duidelijk.
Twee dagen later vroeg ik dat aan een andere buurman, die vertelde dat de dames aan hun klanten vertelde dat ik hun pooier was.
Ik geloofde mijn oren niet, en wilde het met eigen ogen aanschouwen.
En dezelfde avond zag ik inderdaad om het half uur iemand uitstappen en mijn huisje naar binnen gaan.
Ze gingen doen wat ik zo graag gedaan had met Elda mijn Costa Ricaanse prinsesje.
Een maand later was ik verliefd op Xandra, een veel lievere en mooiere Indonesische princes, en ik besloot haar mijn huisje te laten zien.
Ik belde netjes aan, maar de dames deden niet open, ik deed de deur open en liep met Xandra naar binnen door het gangetje, ik klopte voor alle zekerheid op de kamerdeur maar er werd niet open gedaan.
Toen gingen we maar naar binnen, mijn mond viel open, alles, echt alles wat er stond hadden ze meegenomen, zelfs mijn kikker collectie.
Ik keek rond en slaakte een gil, er lag een hele berg vuile kleren van ongeveer anderhalve meter hoog met daarboven op een rubberenkut.
Daar stond ik dan met mijn vriendin die mij niet in de verlegenheid wilde brengen, en zei leuk huisje hier kunnen we wat van maken.
De dames heb ik gelukkig nooit meer iets van gehoord.
Maar die rubberenkut blijft me een raadsel, Baantjer maar eens benaderen.

Verliefd op een Jehova getuige




Zo tussen mijn achttiende en één en twintigste levensjaar zat ik vaker in Spanje bij mijn familie als in Nederland.
En natuurlijk ook voor de zon en het eten, de cultuur, de taal en de dames.
Op de één of andere manier is het mij nooit gelukt er flink op los te paren.
Hoe graag ik ook wilde en er alles voor deed en liet, een playboy was ik niet.
Want een echte playboy word niet op iedere griet stapel verliefd, dat zou hem zijn hart kosten (op de één of andere manier moet ik bij playboy altijd aan de oude man denken die achter een bordje met muntjes zit bij het openbaar toilet in het Schiedamse winkel centrum) .
Ja gevoel kan je maar moeilijk uitschakelen, althans daar had Hitler geen moeite mee, hoewel haat ook een gevoel is natuurlijk, waarschijnlijk was hij overgevoelig, in ieder geval gestoord en morsdood wat dan weer fijn is.
Maar goed we gaan nu naar het strand van Badalona een voorstad van Barcelona, waar ik zeventien jaar geleden met mijn Oom Wim op een handdoek lag, althans beide op een eigen handdoek.
Mijn oom ging dagelijks tijdens de siësta zonnen, hij was dan ook abnormaal bruin, hij hield hier maar mee op toen huid kanker bij hem werd waargenomen, daar schijnt de zon niet goed voor te zijn.
Terwijl mijn oom zeurde dat ik niet zoveel aftershave op moest doen als ik ging stappen, omdat dit ordinair was, viel mijn oog op een slank meisje met stijl lang bruin haar.
Voordat oom Wim erover zou beginnen wat ik het best aan kon trekken besloot ik een duikje te nemen in de Middellandse zee, die lag daar toevallig ook in de zon.
In het voorbij lopen van het meisje groette ik haar met,”Hola”, ze lachte lief terug als wonderschone groet.
Ik nam een duik en zwom een eind borstcrawl de zee in, helemaal niet om indruk te maken of zo.
Na dit staaltje hard zwemmen ging ik in de branding zitten, toen er een schaduw over mij heen viel, ik verwachtte dat dit de schaduw van mijn oom was die mijn zwem techniek kwam bekritiseren, maar toen ik angstig omkeek zag ik een knulletje van een jaar of veertien mij vrolijk aankijken.
Hij reikte mij de hand en stelde zich voor als Ruben.
Hij vroeg of ik Fransman was, als hij had gevraagd of ik Duitser was had ik nu nog in een Spaanse gevangenis gezeten.
Ik vertelde hem dat ik Nederlands was, hoewel ik best Fransman had willen zijn.
Hij vroeg of ik bij hem kwam zitten, net toen ik wilde zeggen dat ik met mijn oom was en niet wilde ingaan op zijn misselijke versier truc, zei hij dat hij met zijn twee nichtjes was, en hij wees naar het meisje waar mijn oog op was gevallen.

Ze hete Cristina, en haar mollige nicht, sorry haar naam is mij ontschoten.
Laat ik die Gertruida Johanna Catarina dopen en het verder niet meer over haar hebben.
Terwijl Ruben honderd uit vertelde, zag ik mijn oom op de achtergrond het strand verlaten.
We zouden samen wat gaan eten, dus excuseerde ik mij met moeite.
Maar ik had wel een afspraakje geregeld helaas met Ruben erbij, ze hadden mij gevraagd me rond te lijden door Barcelona, dat zag ik wel zitten, ik vertelde maar niet dat ik daar bijna iedere dag kwam.
De volgende dag stond ik bij de afgesproken bushalte, precies om half twee.
En dat is erg dom als je met Spanjaarden, in dit geval Catalanen afspreekt, een uur later kwamen ze aan gekakt.
En ze hadden zich nog gehaast ook.
Een half uur later liepen we over de Ramblas druk te babbelen.
Op een terras op mijn favoriete berg de Monjuich vroeg Cristina of ik gelovig was.
Nee zei ik naar waarheid.
Sta je er wel open voor vroeg ze haar grote bruine ogen nog wat groter makend.
Natuurlijk zei ik bijna verzuipend in mijn eigen kwijl.
Wij zijn namelijk Jehova getuige.
Ik sloeg mijn glas Cola kapot op de rand van mijn tafeltje, en drukte die des Duivels in haar gezicht.
Nee hoor, ik vroeg heel dom of het zwaar was.
Volgens haar niet, het was juist een verlichting.

Daar zat ik dan naast Cristina en de rest van haar familie in de Koninkrijkzaal van Badalona.
Mijn Spaanse taal heb ik aangeleerd op straat, alles wat me in de taal van pas kwam aan woorden heb ik me aangeleerd, het gezwam van de kerel die door een microfoon stond te zeiken begreep ik dan ook niet.
Gelukkig kon ik me concentreren op de benen van Cristina, ook best Hemels.
Ik vroeg me onderwijl arrogant af of ik voor deze mooie meid Jehova getuige wilde worden, het was immers het proberen waard, als we getrouwd zouden zijn was het mij tegen Jehova.
Dat moet de man van pornoster en voormalig getuige Kim Holland toch ook gedacht hebben.
In ieder geval lag ik er die nacht wakker van in de keuken van Oom Wim.
Ik durfde hem niet te vertellen over mijn liefde voor een Jehova getuige, hij zou niet meer bijkomen.

Ik was in de Koninkrijkzaal uitgenodigd door de vader van Cristina om bij ze te komen eten.
Nou en dat was me een maaltijd niet normaal meer.
Juan een grote kerel vertelde dat hij in Duitsland had gewerkt, en sprak steeds Duits, na twintig keer gezegd te hebben dat ik geen Duits kon of wilde spreken gaf ik het op en deed maar of ik hem verstond, hij was immers zo enthousiast.
De wijn ging er goed in, een beetje te goed, want toen ik wilde opstaan om de wijn om te toveren tot urine in het toilet viel ik stront lazarus in de armen van Juan, die in een deuk lag.
Ik lachte ook tot dat ik het woest kijkende gezicht van Cristina zag.
Na het plassen wilde ik weg gaan, maar dat mocht niet, ik moest en zou daar blijven slapen.
Met dubbele tong belde ik mijn oom.
Die me de huid vol schold dat ik een slapjanus was die dronken werd bij het eerste bezoek aan de ouders van een meisje.
Een beetje gelijk had hij wel.

Niet veel later viel ik gelukkig zonder te kotsen in slaap.
In de ochtend gloren gingen mijn ogen met moeite open, maar het beeld van een swastika deed ze wijd open staan.
Ik lag tussen de nazi uniformen, foto’s van Hitler en weet ik veel wat voor zielige rotzooi nog meer.
Ik wilde alleen nog maar weg.
Verward en met koppijn van de beroemdste kater des wereld liep ik in mijn onderbroek in de huiskamer tegen de moeder van Cristina aan.
Die duwde me op een stoel en gaf mij koffie.
Ik vroeg haar van wie dat nazi museum was.
Ze zei lief lachend dat die van haar oudste zoon was, het was alleen maar zijn hobby zo zei ze.
Cristina was aan geschoven, en toverde gelukkig een stralende lach op haar gezicht, ze gaf mij een boekje.
Geen bijbel maar wel iets over jonge Jehova getuigen wat ik echt zou moeten lezen.
Ik beloofde dit plechtig en nam afscheid.
Op een bankje in een parkje bladerde ik het boekje door, het ging over seks, dat wil zeggen wat je allemaal niet mag.
Mijn interesses verzwakte helemaal toen ik zag dat je jezelf niet mocht bevredigen.
Met een prachtige gooi belande het boekje in een donker groene prullenbak.
Jehova had het van mij gewonnen……….

Foxy foxtrot




Alle Jeeeeezus wat is het leven toch mooi en fijn, echt zo prachtig, het leven kan best zonder mij.
Nee dat bedoel ik niet cynisch , het leven zou namelijk ook zonder mij mooi en prachtig zijn, daar ben ik, of zijn mijn ervaringen absoluut niet voor nodig.
En dat is maar goed ook, en baad mij geen onnodige zorgen, want mocht ik daar in mijn kistje liggen wil ik wel heerlijk weg rotten, op mijn gemak, want als ik me tijdens het rotten ook nog zorgen moet gaan maken over of het allemaal nog wel prachtig en mooi is zonder mij, nee daar wil ik even niet aan denken.

Maar ik leef nog hoor, althans op het moment dat ik dit schrijf.
En dat wil ik weten ook, dat wil ik nu eens echt even lekker beseffen op die ene vrijdag 16 december om acht minuten voor de klok elf aan zal slaan.
Ja eigenlijk is elke seconde er maar Eén, een kort momentje ergens in de tijd van het bestaan dezer mooie aardkloot.
Dus maak er wat van, laat elke seconde blinken, ja dat is een wat vermoeiende gedachte, maar zoals Nico Haak ooit zo gezellig zong, niet geschoten is altijd mis.
Nico was geen nare man, maar verder denk ik niet dat ik met zijn persoon wat in dit verhaaltje kan…….
Had hij maar op zijn zevenen twintigste aan een overdosis chemisch genot ter ziele moeten gaan, en niet aan een hard stilstand op pak hem beet zijn vijftigste.
Dan was het niet Hendrix met Foxy lady, maar Haak met Foxy foxtrot.

Maar goed wat is mijn leven toch een paradijs, nee ik zit niet met veertig loopse maagden om mijn druk typende persoontje heen, die gedachte is zo en zo niet mijn gedachte, maar die van een paar miljoen andere originele zielen.
By the way, als een vrouw zich opblaast, wat heeft zij dan aan die veertig maagden?
Soms snap ik geen reet van religie.
Daar ga ik me dan ook verder maar heel even niet in verdiepen.
Ik verdiep me in mijn zo mooie leven, wat ik nu al de hele tijd druk aan het beseffen ben, oh mensjes lief wat is het leven mooi.
Hoe kan men zich vervelen, er is door de mensheid zoveel moois gemaakt, vroeger toen alles beter was, en nu wat later vroeger beter was.
Muziekanten deden en doen zo nu en dan hun best om hun emoties onze dankbare oren in te laten zweven.
Kunstenaars doen en deden hun best de kijker te plezieren, of te laten beseffen wat zij besefte wat ze voelde toen ze op een doek creëerde.
Schrijvers god wat waren het er veel, schreven zich de blaren om ons maar te vermaken.
Ja met zoveel moois en nog veel meer moois en goeds is het leven toch maar een lolletje.
Al zou er niks meer gemaakt worden dan is er genoeg gemaakt om tot de dood er op zal volgen, en er is vast ook nog wel genoeg gemaakt om zelf na uw dood nog heel lang door te kunnen genieten van wat er gemaakt is.
Deze vrolijke Frans is in zijn nopjes, in zijn vest van Hans textiel, zijn broek even kijken, ja die is ook van Textiele Hans, nou zeg zelfs mijn onderbroek, zakdrager zeg maar is van Hans, wat een prachtige avond is dit aan het worden, ik knijp in mijn knuistjes van blij genot.
Zal ik schreeuwen van geluk, rukken misschien dat maakt wat minder geluid, nee nu even geen gespuit, voor mijn plezier haal ik mijn lul Hennes er niet uit.
Hij zou de pret maar bederven met zijn chagrijnige kop.
Nou ik ga de nacht in, op zoek naar een gezellige bar in de Schiedamse Gorzen, om te dansen met een verlepte bloem, op als mijn geluk zich zal doorzetten, op de gezellige klanken van Nico “pretsnor”Haak………..

Seks circus Baklip




Debbie staat druk te wokken in haar schort van een naakte bodybuilder.
Haar Remco komt zo thuis van zijn werk, ze wil hem verwennen met een trendy maaltijd.
Onderwijl zingt en deint ze mee op de muziek van een droog neukende miljonair, die haar clipje vol danst en zingt op de breedbeeld televisie.
De zangeres doet het voorkomen alsof ze alle mannen worsten in Eén klap in haar oventje tot niks wil laten verbranden.
Maar goed haar probleem, Debbie is inmiddels klaar met de wok maaltijd.
De buiten deur gaat open, het bekende,”wat ruikt het weer lekker schatje”, komt voor Remco zelf via geluid golven de kamer in.
Remco loopt met een grote grijns op zijn olijke gelaat op zijn vrouwtje af en omhelsd haar.
En nog nieuws, vraagt Debbie terwijl ze zich los wurmt uit de omhelzing van haar man.
Ja schat ik ben ontslagen vandaag, zegt Remco alsof hij het over zijn zweetvoeten probleem heeft.
Debbie moet lachen, nee even serieus Rem, is er vandaag iets gebeurt op je werk.
Weer zegt Remco blij dat hij ontslagen is.
En dat zeg je zo vrolijk, vraagt Debbie verontwaardigd met haar handen op de heupen.
Inderdaad schat, dat zeg ik vrolijk, mijn energie zal ik niet steken in het getreurd over mijn ontslag, stelt Remco met een wijs vinger in de wok lucht.
Debbie maakt zich nog iets langer, neemt haar man goed in zich op, en vraagt dan waar hij zijn energie dan wel in wil gaan steken, en geen flauwe grappen nu, zegt ze tot slot om te voorkomen dat Remco zijn bekende grappen over insteken op haar los laat.
Het blijkt inderdaad dat hij hier een grap over wilde maken, want de blonde reus ligt dubbel van het lachen.
Debbie begint wat moe te worden van haar kinderachtige man en drukt zuchtend uit, NOU waar ga jij je energie insteken, ga je clown worden, daar ben je niet leuk genoeg voor hoor.
Remco schrikt van zijn vrouw die anders nooit zo geïrriteerd naar hem doet.
Rustig nou Deb, ik wil met jou een seks circus beginnen, zegt hij overdreven lief.
In Eén gooi beland de wok met het trendy eten op de oud Hollandse kop van Remco, klootzak val maar dood schreeuwt ze het uit, pakt haar jas en gaat de deur uit.
Als ze woest bij het langslopen van het raam naar binnen kijkt ziet ze dat Remco op de grond ligt.
Even zo snel als ze naar buiten ging liep ze weer naar binnen, Remmie wat heb ik gedaan zegt ze hysterisch.
Ze knielt neer naast haar man die net weer bij komt uit zijn tijdelijke bewusteloosheid.
Gaat het jongen vraagt ze bezorgd terwijl ze Remco over zijn zere hoofd aait.
Ga maar op de bank liggen, dan bel ik de pizza lijn wel.
Remco doet braaf wat van hem verlangt wordt, en de rust is weder gekeerd in het huis van de familie Baklip.
Debbie belt de pizza lijn en veegt zwijgzaam met spijt van haar daad de vloer aan.
Remco kijkt naar zijn vrouw, wat is ze toch mooi denkt hij.
Dan zegt hij, schat ik wil een Seks circus beginnen, wij zullen het runnen we doen er zelf niet aan mee.
Debbie bijt op haar onderlip en besluit haar man maar aan te horen, en ze neemt plaats naast hem op de bank.
Remco slaat zorgzaam een arm om haar heen.
Wijfie we hebben het vaak zat over al die idioten in die seks reclames op televisie.
Ja, zegt Debbie vragend haar man aankijkend wat hij hier mee wil.
Nou ik dacht zo er zijn zoveel idioten die van alles doen om maar gekker doen en grenzen verleggen, als wij dit nou eens gaan motiveren en wat idioten bij elkaar brengen in een heus circus, dat is een hit, zeker in deze tijd.
Denk je vraagt Debbie zich hard op af.
Ja wijfie echt zegt Remco die merkt dat zijn plan doorgang vind bij zijn vrouwtje.
Ze kijkt voor zich uit in het niets, Remco doet zijn grote hand in haar shirtje, en speelt met haar tepel.
Debbie duwt zijn hand weg en vraagt of hij al mensen kent die hier aan mee willen doen, en of die bijzonder genoeg zijn.
Om eerlijk te zijn ben ik hierdoor ontslagen Debbie, op kantoor zocht ik naar freaks op het internet, en heb er veel gesproken, maar ze kwamen erachter van kantoor, en nu ben ik ontslagen, maar ik ben wel heel wat freaks rijker voor mijn seks circus, seks circus Baklip, zegt hij de laatste twee woorden met trots.
De bel gaat, Debbie loopt naar de buitendeur waar de Pizza puber de pizza’s komt bezorgen, goeden avond zegt de jongen verlegen glurend naar de ene harde tepel van Debbie.
Goedenavond lieve knul zegt ze quasi geil, wil je binnen komen zegt ze zo hard dat Remco het hoort.
Hoezo, ligt uw geld binnen vraagt de jongen verbaasd hopend op een verassing, nee maar misschien dat je toevallig twee lullen in je broek hebt of een vagina inplaats van een navel, dan kun je voor ons seks circus werken.
De jongen weet niet wat hij moet zeggen en krijt twintig euro in zijn open mond gedrukt, de deur valt et een klap dicht.
Moest dat nou zegt Remco geïrriteerd als zijn vrouw grinnikend binnenkomt met de pizza’s.
Sorry lieverd maar ik denk dat ik niet vrij genoeg van geest ben voor jou circus plannen, zegt Debbie op verslagen toon.
Ze voelt zich raar in haar hoofd en ziet continu vreemde lui op haar netvlies met drie borsten, een orgie van zwaarlijvige mensen, vrouwen die het met beesten doen, haar pizza laat ze on aan gebroken staan.
Dan vraagt ze met wie Remco contacten heeft.
Opgewekt verteld Remco over allerlei gedrochten, en Debbie’s maag gaat er van draaien.
Toch doet ze alsof ze geïnteresseerd is.
Ze ziet na een uurtje alleen de lippen van Remco nog maar op en neer gaan.
Opeens vind ze zijn neus krom, is zijn mond scheef en kijkt hij dom uit zijn ogen, dit heeft ze nooit eerder gezien.
Af en toe vangt ze wat woorden op over Remco’s seks freaks, maar die gaan langs haar heen.
Ze duwt Remco op zijn borst naar achter op de bank.
Verbaasd stopt hij met praten en vraagt wat er is.
Ik ga je pijpen zoals je nog nooit bent gepijpt.
Dat klinkt goed Deb, zal ik de gordijnen eerst dicht doen.
Nee zegt ze laat maar open we zijn immers een seks circus.
En weldra doet ze wat ze beloofd had, na een tijdje houd ze op en laat Remco achter met een stijf lid.
Waar ga je heen schatje vraagt hij zielig.
Hij krijgt geen antwoord, dan komt Debbie de kamer weer in en gaat op haar knieën zitten en gaat verder waar ze gebleven was.
Remco word helemaal gek, zo heerlijk heeft Debbie het inderdaad nog nooit gedaan.
Dan voelt hij een helse pijn en bloed spatten in zijn gezicht, als hij naar kreunend naar Debbie kijkt ziet hij zijn vrouw met bebloed gezicht voor zich, in haar mond zijn penis de voorhuid tussen haar tanden de rest van zijn jonge heer hangend op haar kin, in haar hand een groot vlees mes.
Wat heb je gedaan vuile slet.
Dat lijkt me wel duidelijk zegt Debbie, Remco’s piemel op de grond spuwend, je lul er af gesneden, dan kan je optreden in je eigen circus, als de man zonder lul………………..



Sam Cohen




Hoe oud ik was weet ik niet meer precies, een jaar of zeven denk ik.
Toen hoorde ik mijn moeder praten met de buurvrouw over die vieze ouwe sigaren Jood.
Hiermee bedoelde de dames onze sigarenboer Sam Cohen.
De buurvrouw vertelde met haar lijzige zeikstem dat hij een foto van een meisje uit de buurt in zijn etalage tussen de seksboekjes had neergelegd, en de vader van dat meisje had de arme Sam bijna gewurgd.
Sloeg natuurlijk helemaal nergens op, zoals zoveel dingen die er gebeurde in Delfshaven gebaseerd waren op onwaarheden en grote mis verstanden.
Die seksboekjes lagen er altijd al, en de foto van dat meisje had Sam gevonden en er tussen gelegd zodat degene op de foto die kon ophalen, maar de barbaren begrepen dat natuurlijk weer verkeerd.
Die seksboekjes van Sam koste mij zowat een arm, nee niet van de zelf verwennerij, daar was ik toen nog niet mee bezig, mijn plassertje diende in die tijd alleen als plas gerei.
Maar mijn moeder rukte mijn arm er altijd bijna af, als ik er naar keek bij het langslopen op weg naar de supermarkt of een andere dagelijkse bezigheid.
Sam knikte altijd vriendelijk met zijn kalende kop en hemels blauwe ogen.
Net boven zijn ogen op de plaats waar Hindoestanen een rode stip zetten zat bij Sam een bruine moedervlek, die ik heel goor vond,
Voor ik mijn boterhammen at, keek ik ze eerst na of die moedervlek er niet ergens tussen was gekropen.
Het rare is dat ik er zelf ook Eén had en nog heb net onder mijn navel, die ik omgedoopt heb tot Sam.
Maar goed mijn interesse voor naakte dames kwam dus door Sam, een oude sigarenboer.
Beetje vreemd is het wel, maar zijn sigarenwinkel had iets magisch .
Het pandje aan de Havenstraat was helemaal wit, er boven zat Herman een grote dikke kerel altijd op dezelfde plaats voor het raam.
Vet haar en het hoofd van een varken, zijn stemgeluid leek ook op snurken.
Mijn vader vertelde ooit dat Herman een biertje kreeg als hij in café De Windhoek zijn enorme leuter op de bar neerlag, ja een beetje vreemd waren ze wel in Delfshaven, wat moet je in hemelsnaam met die informatie, geef die man gewoon een pilsje.
Herman werd in de jaren tachtig gevonden in de Rotte, hij had er een eind aan gemaakt nadat hij verliefd was geworden op een vrouw die hem natuurlijk afwees, rust in vrede Herman.

De sigarenwinkel werd steeds rommeliger, volgens mij was mijn vader de enige die er zijn pakje zware van Nelle ging kopen, toen mijn vader stopte met roken moet Sam gedacht hebben, laat ik maar stoppen met de rook gerei.
Hij verkocht toen alleen nog tweedehands boeken, seksboekjes en seksstrips, van die dikke boekjes als, Wallestein, Lucifera, Sneeuwwitje en Vampirella, stuk voor stuk geweldige verhalen de moeite van het heruitgeven meer dan waard.
De tekenaars stonden er nooit in genoemd, maar waarschijnlijk waren het Italiaanse tekenaars.

Op mijn elfde begon ik Sam te helpen met het sorteren van boeken.
Waarschijnlijk waanzinnige boeken, maar ik had alleen interesse in die seksstrips, waar meer verhaal als seks inzat.
Voor het sorteren kreeg ik altijd zo’n boekje van Sam mee.
Sam slofte altijd op zijn te grote schoenen en slonzige pak door zijn winkeltje heen, af en toe zei hij iets als ik enthousiast een stapelboeken te hoog maakte, of vroeg hij hoe het met mijn ouders ging en mijn zusje.
Meestal antwoordde ik dan koeltjes dat het goed met ze ging, en dat ik eigenlijk niet mocht komen in de winkel van Sam.
Wat me vaak extra boekjes opleverde.
Sam was een angsthaas, en dat werd hij helemaal toen hij werd overvallen en vast gebonden in zijn onderbroek, model bungalow tent werd gevonden met een prop seksboekjes in zijn mond.
Daarna moest je altijd bij hem aanbellen als je wilde rondneuzen.
Er werden steeds minder boeken gekocht in zijn winkel, en de tweede hands seksboekjes gingen ook niet echt hard.
Maar Sam kon er van leven, en hij stond bekend als de sneldichter van Delfshaven, in de december maand zat hij in de Bijenkorf op bestelling voor de mensen gedichten te schrijven.
Sam was als enige met nog een Joodse groenteboer terug gekomen uit Nazi Duitsland, en gelukkig maar, want wie wil er nou niet zo’n bijzondere sigarenboer.

In 1983 moest de arme Sam naar een bejaarden tehuis na dat zijn beide benen waren geamputeerd, niet lang hierna is hij overleden.
Bij het intypen van zijn naam vond ik tot mijn grote geluk dit gedichtje in dialect.


gedichtje

Die nep sauger met zijn ramsj partijeen beetje rachmonus is er niet bijhij verkoopt wel een hoop narriesjkatmaar misschien is die schore wel gejathij springt straks in de majemhij zit onder de jajemDeis je, zeg, voor het gajesdie Sjors zit allang in de bajesTel uit je winst, met zo'n gabberhij krijgt voor mijn part het klababberSjor zit allang in de penozelou tof, hoor, die flinke gozerZeg, deis je voor de prinsemarijer zitten een hoop loenenaars bijgeen mezomme in mijn platvinkIk ben toch wel doodsbemorehet lou loene met die tofbinkDie ari met zijn loene schorewat een ijskonijn is die fielhet echte patsef van schlemielJanus zit weer flink in de vernieligwat een verschutting, zijn vrouw kreeg een drielingHij kreeg ook nog eens drie maanden wegens jattenzijn vrouw nam fijn de kuierlattenop groot lef is-ie nou voor zijn eigen begonnenmaar hij heeft geen poser, laat staan een paar tonnen


Geweldig toch die Sam

Marinus het konijn




Dit verhaal gaat over Marinus het konijn, of eigenlijk meer over het baasje van Marinus het konijn, namelijk over Hein.
Hein was een dertien jarige jongen die aan de dijk nabij Streefkerk woonde op de boerderij van zijn verwekkers, die ons eigenlijk alleen maar de hoofdrol speler Hein hebben bezorgd, en er verder in dit verhaal niet toe doen.
Hein was een magere blonde krullenbol, die altijd in zijn blauwe overal en op zijn gele klompen zich rond liep over de boerderij en zich vermaakte..
Dit was knap van Hein, want er was daar aan de Lek geen reet te beleven zonder fantasie dan, Want als Hein iets had was het wel fantasie.
Vaak stond hij met in zijn ene knuist een bruine boterham met oude kaas, met zijn andere hand zwaaide hij naar de passerende Lek aken .
Hij had het niet meer als zo’n schipper dan op de toeter drukte, hij sprong dan op zijn klompjes heen en weer, en in de zomer dook hij dan van vreugde in de Lek.
En op den duur kende de schippers Hein ook, althans dat idee had Hein ten minste.
Hij herkende de boten op hun naam, zo gaf hij die schippers dan de naam van hun boot, zo zei hij dan bijvoorbeeld, “dag Schipper Thea”.
Verder ging Hein natuurlijk naar school, waar hij een vreemde eend in de bijt was, zijn klasgenootjes negeerde hem, wilde niks met Hein te maken hebben.
Hein had dit niet door, en was tegen iedereen vriendelijk, en vertelde zijn belevenissen, zonder dat iemand er enig oor voor had.
Op een dag kwam Hein op zijn fiets uit school, en wilde hij een hond.
Zijn ouders zagen dit niet zitten, en gaven Hein als troost een wit konijn.
De eerste dagen keek Hein niet naar het loslopende dikke konijn om.
Maar al snel begon hij van zijn konijn te houden.
Hij noemde zijn konijn Marinus, buiten dat het konijn vaak tegen Hein aan kwam liggen als Hein naar de wolken keek, en hier allerlei figuren in zag, deed het konijn niet veel spectaculairs.
Dit was jammer vond Hein, dus besloot hij de dikke Marinus trucjes te gaan leren.
Hij gooide een klein takje weg, waar Marinus op af rende om er aan te knagen, maar dit was niet genoeg, Hein wilde dat Marinus het stokje terug kwam brengen.
Na maanden van oefenen, kwam Marinus het stokje terug brengen.
En tot grote vreugde van Hein, deed die dit nu keer op keer.
De vreugde tranen rolde uit de zee blauwe ogen van Hein zijn rode wangen over naar weet ik veel waar.
Hier kon Hein iets mee, zo dacht hij.
En op die aankomende Koninginnendag stond Hein met Marinus op de braderie in Streefkerk,
De mensen waren verbaasd over de prestaties van Hein en Marinus het konijn.
De burgermeester noemde het zelfs een gave.
In een bakje gooide mensen wat geld voor Hein.
Al snel noemde mensen rond alle plaatsjes aan de Lek, Hein het konijnenjong van Streefkerk.
Op school werd dit konijnenjong omgedoopt tot Hein de konijnenkeutel.
Maar die waren jaloers volgens Hein.

Hein werd overal gevraagd op feesten en trouwerijen om zijn trucje met Marinus te komen voordragen.
Van het verdiende geld kon hij allang een hond kopen, maar daar moest Hein niet meer aan denken.
Wel kocht hij een roeibootje, die hij Marinus het wonder konijn noemde, en in dit bootje ging hij samen met Marinus varen als het weer het toe liet.
Op een mistige dag kwam Hein uit school, en besloot te gaan trainen met Marinus, die al op hem af kwam lopen door het verse gras.
Meteen na de knuffel, wierp Hein het stokje weg, en ging Marinus er achteraan.
Na een keer of tien gooide Hein het stokje weer weg, nu best ver.
Toen sprong Bleder, de herder van de buren over het hek heen, dat de boerderijen scheiden.
Hij rende ook op het stokje af.
Hein moest lachen, want Marinus was er eerder als Bleder.
Maar hij kreeg de schrik van zijn leven, toen hij zag dat Bleder Marinus met stokje en al in de bek nam, en hem vervolgen wild heen en weer tegen het gras aan beukte, de stukken Marinus vlogen in het rond.
Neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee riep Hein door merg een been gaande.
Hij rende huilend naar de schuur waar hij een houten hooivork pakte, die nog van zijn overgroot vader Johannes Maria was geweest.
Van grote afstand wierp Hein de antieke drie tander in de rug van Bleder die zich kermend met de hooivork in zijn lende het hazenpad nam.
Hein wist dat dit natuurlijk een staartje zou krijgen, en vluchtte huilend in zijn bootje de Lek op.
Na een uur van roeien tegen de stroming in, viel Hein in slaap, hij werd gewekt door een scheeps toeter, slaperig deed hij zijn hand omhoog, en zei”dag Schipper Truus”, en dat was het laatste wat de arme Hein ooit uitbracht, want de binnenvaart boot kon in geen mogelijkheid meer uitwijken, met een krakend geluid verbrijzelde hij het bootje, Marinus het wonder konijn en de slapende Hein.
Heden te dagen staat er een beeldje aan de Lek van Hein spelende met Marinus zijn wonder konijn.
Dankzij Marinus is Streefkerk nu een toeristen oord, waar klasgenootjes, nu oude bejaarden van Hein nu nog verhalen over Hein aan de mensen vertellen………….

Onder het bloed




Heftig zit ik hier op mijn stoeltje te zweten, vol van angst en haat.
Angst naar wat er komen gaat, de politie die mij in de boeien zal slaan, omdat ik mij schuldig maakte aan zinloos geweld.
Dan komen we meteen op de haat, ik sloeg nog geen half uur geleden, een jongen waarschijnlijk besneden half dood, alvorens hij door een tram werd overreden.
Hij de schavuit, het onopgevoed varken had het gedurfd mijn moeder aan te raken, middels een klap op haar grijs harig denkwerk.
Zomaar uit het niets bij het instappen van tram 5.
Toen ze het mij vertelde werd ik woedend, sprong op mijn scooter met mijn moeder achterop.
Ze wees hem aan en ik ging los, helemaal los.
Gillend als een viswijf reed ik hem in de rug.
Voor hij iets kon zeggen, verdween mij ringvinger met trouw ring diep in zijn oog, ik voelde geen hersens, had die bij hem ook niet verwacht.
Achter mij riep mijn moeder, Pieter het is de verkeerde.
Een waas kwam voor mijn ogen, en voor ik het wist stond ik van de Wereld tussen wat ooit een klas pubberende school kinderen was.
Overal op mijn kleding zat bloed, ik leek verdomme wel een slager, daar in dat groene Schiebroek.
Mijn God of Allah, waarom kon hij het niet laten, mijn lieve moeder aan te raken.
Nu zou ik mijn kerstfeest moeten vieren achter de tralies, als een ordinaire moordenaar.
Natuurlijk dan zou ik een boek kunnen schrijven over hoe het niet moet, net als de Wijlen Amerikaanse Tookie, nee niet het broertje van Snoopy, maar een voormalig bendelid, die er vier het leven uitschoot.
Hiervoor kreeg hij de doodstraf, mede dankzij Arnold de Terminator, wat een mop.
Dat zou mij niet gebeuren, de doodstraf zou ik mooi ontlopen, geen soapster die hier iets aan zou kunnen veranderen.
Maar goed ik zit hier dus onder het bloed, en voel me niet goed.
Zal ik mij verstoppen, onder mijn bureau, nee ze zouden me vast vinden.
Zal ik een touw om mijn nek binden, nee dat staat mij vast niet goed.
Ik kan mezelf weg toveren in een zwarte hoge hoed, maar ook dat zal mij niet helpen, want dit onzin verhaaltje word echt never nooit meer goed………………….

Tante Ada




Delfshaven is nu een deelgemeente, toen ik er opgroeide was het nog gewoon een wijk in Rotterdam.
In de negentiende eeuw was het een plaatsje dat bij Delft hoorde, Piet Hein en kunstenaar Kees van Dongen werden er geboren en de Pelgrimvaders vertrokken er in hun schip de Speedwell om de Nieuwe Wereld te gaan stichten.
Nou dat is toch niet mis hoor ik u denken.
Nee dat is niet mis, maar waar je nooit iemand over hoort lullen, is over Tante Ada onze over buurvrouw in de Havenstraat, dat ga ik dus maar doen.
Ze was ongeveer 1 meter 60 klein en mollig.
Haar bijnaam was olienoot al weet ik niet waarom.
Mijn vader noemde haar stronttonnetje, al deed de lafaard dit nooit als Ada het hoorde.
Voor haar keek hij wel uit, Ma Flodder zou er een straatje voor om lopen.
Die liep op kaplaarzen, heel leuk en ordinair, maar Ada liep weer in weer uit het liefst op haar blote voeten zo zwart als roet.
Ze had een zoon en een dochter net als haar konden die niet of nauwelijks lezen.
De vader van deze kinderen woonde al jaren in de kelder van hun huis, het was niet duidelijk of ze gescheiden waren.
Nu ging ze met een zuiplap die ze continu vernederde en in elkaar sloeg als hij meer als drie fluitjes bier per dag dronk.
er gingen geruchten dat Ada vroeger met jonge jongens, de zogezegde nozems van Delfshaven een nummertje maakte, op een oude fiets moet je het leren, maar deze fiets zou een blinde nog afslaan.
Regelmatig sloeg ze trouwens vrouwen en mannen in elkaar die haar niet bevielen.
En echt hoor die kon vechten.
Als we haar hoorde gillen, verlieten we thuis de televisie zette stoelen voor de ramen, en keken hoe Ada iemand afdroog.
Haar huis zat vol huisdieren, die stonken verschrikkelijk, en zaten onder de schurft en gezwellen, haar kinderen noemde ze die liefkozend.
Mijn moeder onderhield een oppervlakkig buren contact met Ada, die niet oorspronkelijk uit Delfshaven kwam , maar uit Gelderland.
Maar ze praten plat Rotterdams, dus ze zal hier wel als kind zijn komen wonen.
Eigenlijk was Ada een ramp op twee benen.
Ze had een hekel aan buitenlanders, maar met haar scharrels had ze daar geen problemen mee.
In de zomer stalde ze bijna gezellig stoeltjes uit, om vervolgens mensen die langs liepen te beledigen, dat ze arrogant waren of in het ergste geval kankerhoer.
Ja veel mensen zullen haar die ziekte verwenst hebben.

Ooit maakte ik een strip over haar waarin ze de Burgermeester van Delfshaven Pueblo was.
Helaas heb ik die niet meer, ik zou een schilderij aan haar kunnen wijden, maar als ik die zou maken met het oog op een slimme verkoop, dan kan ik dat beter laten.
Een standbeeld zou haar meer ten goede komen, als een status symbool voor mensen uit een achterbuurt bijvoorbeeld.
Maar ik ga stoppen over Ada, want mocht een omroep knakker dit stukje ter ogen komen ben ik de lul.
Ik wil absoluut geen real Ada life show op Televisie, dan gaat al het pure eraf.



KING KONG GEKUT PUR SANG




En ja hoor doe eens origineel, de zoveelste remake van de wezenloze idiootste aap, en daarbij een reusachtige schande voor het apenras, jawel hou u vast,”KING KONG”.
Wat heb ik een hekel aan deze kut kever van een geslachtsloze leeg hoofdige stront aap.
Dat begon al in 1976, ik was toen zeven jaar oud en onder de indruk van de verhalen over King Kong, neem mij deze indruk van toen niet kwalijk, het werd mij opgedrongen door kut vriendjes, ja kut vriendjes omdat zij wel naar die idioot waren wezen kijken, en ik er volgens mijn ouders te jong voor was.
Kut ouders zou je kunnen denken, en dat mag best, ik weet verdomme ook niet waarom ik het geen kut ouders vind.
Maar goed de film waar mijn kut vriendjes huppelend naar toe waren geweest was al een zoveelste remake van de eerste King Kong uit 1949 waar ze wat mij betreft hadden moet stoppen, dat remaken is alleen maar ontkrachten in vele gevallen.
Mensen paren toch ook niet om dan maar te hopen dat wat er zo wonderwel uit moeders schede zal komen een ongelofelijke remake zal wezen van wat pa of ma zijn.
Tenminste dat denk ik als kinderloze King Kong hetende vader.
Terug naar 1976, ik kreeg toen wel een King Kong pop uit handen van mijn moeder, die een kei was in het troosten van haar kroost.
Helaas tante Sien was op bezoek, een vrouw die niet mijn tante was trouwens, maar een buurvrouw die er geen uitzondering van maakte om op het woensdag kinderuurtje op TV binnen kwam lopen om er met haar oninteressante kut verhalen door heen te tetteren, zo heeft ze menig uurtje van mij en mijn zusje flink vernacheld.
En ook mijn King Kong Pop werd me door haar ontnomen, er waren namelijk kinderen overleden die op deze pop gekauwd hadden.
Gelijk trok mijn moeder die klote aap uit mijn handen en gooide hem weg.
Daar stond ik dan, wilde net samen met King Kong mijn playmobil poppetjes een lesje gaan leren, kwam tante Sien er weer tussen.
De enige hoop die ik toen nog kon hebben was op een lege klas, want wie weet hadden die kut vriendjes wel op King Kong Gesabbeld.
Maar dat was dus niet zo.

Het enige leuke wat er nog overblijft voor mij V.S King Kong is dat hij op begraafplaats Crooswijk begraven ligt, na dat ze in 1986 zijn botten hadden opgegraven om te kijken of hij het wel was, en oh ja hij bleek ook nog fout te zijn geweest in de tweede Wereld oorlog, en bevriend te zijn geweest met wijlen Prins Bernard, maar die goede man had natuurlijk iets met dieren. (http://www.tonbiesemaat.nl/content/portfolio/300602.html )

Toen ik voor het eerst de enige echte King Kong film uit 1949 mocht aanschouwen was ik onder de indruk van het filmwerk.
Maar het verhaal was toch wat onlogisch, men vond de behaarde dwaas bijvoorbeeld in de jungle waar ze eerder de andere tijd genoot en al even spraakgebrek hebbende Tarzan hadden gevonden.
Een Duitser in een korte slipje die Engels probeerde te praten, wacht eens even zou *Arnold Jazegger een remake zijn van Tarzan?
Maar goed King Kong werd dus gevonden in de jungle terwijl hij al lang en breed iets met de Tweede oorlog te maken had gehad.
Maar goed de mongool werd dus verliefd op een blonde schone, een Amerikaanse opgedrongen versie van wat in die dagen geil moest zijn.
En die nam hij dus mee, om er vervolgens naar te gaan zitten staren, ja wat wil je zonder penis moet de arme drommel gedacht hebben.
FUCK hem die debiel, wat was ik blij dat ze hem met alle mogelijke moeite van die wolkenkrabber afschoten.
En afgelopen uit, einde van het verhaal.
Misselijke klootzakken club daar in Hollywood, zo zielig als de naam Hollywood zijn de gedachtes van alle King Kong filmmakers, in plaats van die film te her neuken, konden ze beter een film maken over waarom ze na de dood van King Kong hem in godsnaam in Crooswijk gingen begraven.
Had de toenmalige burgermeester Pieter Oud een bedevaart oord in gedachten?
Dan is dat mooi niet gelukt beste naam genood, want bij al het gezeik over de Nieuwste King Kong anno 2005 heeft niemand het met geen woord over dat die slappe aap in op Crooswijk ligt.
Mijn enige troost die nu nog rest is dat ik in de krant las dat bij de première in Amerika het publiek massaal weg bleef, Hopelijk zijn ze remake moe geworden…………..

Gezelligheid kent geen tijd





Net probeerde ik het weer eens, vanaf mijn Zuidelijk geëtaleerde balkon naar de Maas te kijken.
En nog steeds lukt het niet, omdat er walgelijk niets zeggende nieuwbouw blokken staan.
En zouden die opeens opgeblazen worden, dan zou ik nog de Maas niet zien, omdat wat wij de Maas noemen, niet de Maas is maar de Nieuwe Waterweg, zei de wijsneus.
Maar ik ben al jaren gek op die nep Maas hoor, ECH WEL!
Dus van die nieuwbouw trek ik mij wat dat betreft niet veel aan, ik kan er zo naar toelopen, als ik er van wil genieten, doe dat dagelijks twee, drie keer samen met mijn drollen schijtertjes op vier pootjes.
Ik loop dan door of langs de Gorzen, een wijk vol arbeiders huisjes die er ooit neergezet zijn voor haven arbeiders.
En volgens mij wonen de nazaten van die haven arbeiders er nog altijd.
Straks tijdens het WK voetbal zal de wijk weer oranje versiert zijn, hopelijk tot de finale aan toe.
Nu hebben ijverige mensen de hele wijk met kerst lichtjes, kerstmannen en noem het maar op aangekleed.
Volkskunst zou je het kunnen noemen, of ze dit als een eer zouden opnemen vraag ik mij ter degen af.
Waarschijnlijk boeit het ze geen reet, als het er maar gezellig uit ziet, en dat lijkt mij geen gekke instelling.
Mijn maag draait ook rond bij het woord gezellig, maar stiekem ben ik er altijd naar opzoek, het is iets wat ik in mijn opvoeding mee kreeg, en overal mee naar toe neem.
Nee verwacht geen gezelligheid brenger, het is meer een onbewuste gezelligheid zoeker die ik ben.
Ik wil het niet eens, maar een gevoel, het ellendige gezelligheid gevoel waar ik verdomme maar niet vanaf kom.
Het is de meest gemeenschappelijke sfeer ter Wereld.
Als men alles op een gezellige manier zou aanpakken, dan zouden we de Wereld een stuk mooier kunnen maken.
In plaats van elkaar beledigen, vernederen of zelfs vermoorden zouden we ook gezellig thee of koffie kunnen drinken, ja dat kan altijd zou u denken, maar die vergaderingen op het Binnenhof zien er gewoon niet gezellig uit, laat wat huisvrouwen uit de Gorzen de tweede kamer aankleden, hier en daar wat wollen kleedjes, een leuk kaarsje en we zijn op de goede weg.
Als een politieker dan uit zijn naad gaat, hoef je alleen op je wollen kleedje te tikken, en wijs te zeggen,”laten we het effies gezellig houden Wijfie/gozert.
En de Politieker zal zijn standpunt in schaamte vergeten, want de gezelligheid verstoren was niet zijn ding.
Dus mijn gevecht tegen gezelligheid is verloren, ik heb er aan toe gegeven, wat is een begrafenis zonder de gezellige koffie en Cake achteraf?
Het zou alleen leuk zijn als de begrafenis zelf wat gezelliger zou zijn, bijvoorbeeld een wollen kleedje over de kist heen van het feestnummer.
Ik zal niet meer in de weg staan, is er gezelligheid, dan ben ik daar ook.
Mijn kerstmis zal de gezelligste kerstmis in mijn geschiedenis worden.
Zalig uiteinde dan maar……….

Kerstverhaal




“Daar hoorde ik engelen zingen”,”last Christmas”, en tja dat begon dus al bij mijn wakker worden, normaal ga ik hier tegen in, maar nu zo de dag voor eerste kerstdag besloot ik het nummer van het kwijl duo Wham eens flink op te zetten.
Nou niet dus, ik bleek tot mijn grote schrik dit icoon niet in huis te hebben.
Xandra had ik al aan gestoken, ook mijn vrouwtje liep het nummer al te zingen.
Weet je wat zei ik de mouwen van mijn badstoffen ochtend jas opstropend, ik ga hem halen.
Verbaasd keek ze mij aan, wist ik wel wat ik zei, ja dat wist ik, niet zeuren maar doen.
Na alle Wereld rampen van 2005 moest dit toch te trotseren zijn.
Joseph zou zonder ezel en Maria naar de stad gaan.

Met Last christmas in mijn knar liep ik stoer op het centrum van Schiedam af, op de Oranjestraat passeerde schrijver Raoul de Jong mij, meteen schoten de twee boeken die hij geschreven had door mijn hoofd, althans gedeeltes daarvan, moest ik hem aan klampen en zeggen dat ik genoten had van zijn boeken.
Waarschijnlijk zou hij mij verbaasd en kijken, bedankt zeggen om vervolgens snel weg te komen van deze mogelijke stalker.
Hij liep de Hoogstraat op, de kerst ellende in.
Ik sloot aan bij een rij voor de pinautomaat, heerlijk gezellig in de rij als varkens voor de slachterij.
Achter mij stond een Zuid Europees stelletje.
De man zei met een prachtig accent tegen de dame,”stop to smile at me, you killing me”, en zo zwijmelde hij een tijdje door, en verzwakte mijn interesse voor deze hoogst waarschijnlijk Italiaanse romanticus.
Tot ik hem heftig grinnikend hoorde vertellen dat hij de “BIERTJE” reclame zo goed vond.
Toen kon ik hem niet meer serieus nemen, en pinde de tappenflapper.
Om mij vervolgens zo stoer mogelijk de Hoogstraat op te draaien.

De platenzaak was afgeladen met chagrijnen, wat hadden ze een zin in kerst, ik baalde dat ik dit keer geen last van mijn maag had en lekker kon ruften, dit helpt altijd enorm bij de ruimte die ik krijg als ik naar muziek zoek.
Jammer dat ik zelf altijd koppijn krijg van mijn eigen gassen, een soort kringloop idee denk.
Maar nergens de kerst CD waar Last Christmas op stond.
Ik wilde helemaal niet opvallen, echt niet waar, maar mijn mobieltje ging af, ik kreeg bozen blikken, waarschijnlijk door mijn zelf gecomponeerde dodenmars die als ring tone dient.
Ik nam lekker op, en zei vrolijk, Hallo met Pieter omdat ik zo heet, en dat wist nu de hele zaak.
Het was Desiree een vriendin die kerstkaarten van me had gekocht en die had verstuurd, vergeef mij alle opendeuren in dit kerstverhaal, ze wilde kwijt dat de ontvangers mijn ontworpen kaarten erg gaaf vonden, dat is natuurlijk altijd te gek om te horen, zeker in de Hel waar ik mij op dat moment bevond.

Ik liep de winkel uit naar de volgende zaak, ik was er net binnen, toen ik zag dat een enorm grote kerel een andere oude kerel tegen de muur aan duwde, deze oude kerel werd hier terecht boos om.
“klootzak kan je niet uitkijken’ zei hij, de enorme kerel keek heel boos naar de niet geschrokken oude man, prachtig, dit kon wel eens een kerst gevecht worden dacht ik verheugd.
Maar uit het niets kwam een zonnebank gebruinde worm met twee oorbellen tussen de kemphanen staan, ik schreeuwde nog net niet sla hem dood, en hij zei stoer,”he mannen hou het rustig met deze dagen, wat een gebakken lul dacht ik, komt hier even emoties sussen met zijn dagen, die twee kerels zouden dankzij hem, die bruine wortel de hele kerst met pijn in de maag van opgekropte woede op de sofa zitten, ik had spontaan een hekel aan deze nep George Michael.
De mannen keken verdwaasd naar de worm, en liepen elk een andere richting uit, terug de vergetelheid in.
Ja jongens de vergetelheid in, je had hier zojuist de kans een enorm bekende Nederlander te worden, als je elkaar flink had verminkt, maar nee dat laten ze verzieken door die verdomde kerst worm.
Ik ging verder met zoeken, toen ik zag dat de bedrijfsleidster met de nog niet helemaal afgekoelde oude man stond te praten, ze was wel iets te laat.
Ze sprak de oude man belerend toe, die keek naar haar reet, en zei maar dat ze gelijk had.
Wat een Wereld.

Snel liep ik zonder Wham de winkel weer uit, op de Broersveld riep een lang harige rocker,’Hey kankerhoer”.
Iedereen keek in de richting van waar de lang harige idioot het naar waagde dit te roepen.
Een vrouw stond voor een bar, en lachte en zei vrolijk hoi hoe gaat het man.
Kankerhoer is blijkbaar haar koosnaampje.
Het is een kwestie van grenzen verleggen zal ik maar denken.
Ik herkende de kankerhoer, ze stond twee zomers terug op een tweede handsmarkt in de Gorzen, met haar hees sprekende moeder.
Toen vroeg ik aan de hees sprekende moeder wat een boek stripboek wat daar lag koste, de hees sprekende moeder zei hees dat ze niet wist wat die koste.
Waarop ik naar haar dochter keek in de hoop dat die wist wat de strip koste, de hees sprekende moeder vatte dit verkeerd op en gooide haar dochter in de uitverkoop door hees te zeggen, ja die wil je wel neuken he knul, uiteraard wist ik niet waar ik kijken moest.
De dochter lachte verre van sexy en zei dat haar moeder der muil moest houden, als met in een badtrip liep ik snel weg van de lachende duivelinnen.
Aan Schiedammers zal ik wel nooit echt wennen.

Op de terug weg van het Schiedams kerst gebruis, liep ik over de Tuinlaan met in mijn hoofd,”Last Christmas”, om hier aan toe te voegen,”was het maar waar……

Gorzen eiland





Over allerlei steden en dorpen zijn er boeken beschreven die toeristen informatie verschaffen over de geschiedenis van zo’n plaats of over leuke uitgaan gelegenheden, bijzondere mensen die daar geboren zijn of wat voor boeiends dan ook.
Ik ga u in dit stukje toeristisch geil maken voor de Gorzen, nee niet het prachtige natuur gebied op de Zuid Hollandse eilanden waar wijlen Rien Poortvliet zoveel tekeningen over maakte, maar over de wijk waar ik woon, en die dus waarschijnlijk naar die Gorzen genoemd is, want er zijn ook tal van straatjes naar plaatsjes op de Zuid Hollandse eilanden genoemd.
En bovenal is de Gorzen ook een eiland, dat zou ook een mogelijkheid voor zijn naam kunnen zijn natuurlijk.
De enige verbindingen met het vaste land van Schiedam zijn wat bruggen.
Ik ben maar wat trots om op een eiland te wonen, dan wel zonder palmbomen en tropische vruchten, maar dat mag de pret niet drukken toch?
Als u de Lange Nieuwstraat af rijd, loopt of van mijn part vliegt langs het oudste stadspark van Nederland,”de Plantage”, komt u bij een blauwe brug die eigenlijk vertrouwelijk wit had moeten wezen, de brug ziet er nu uit alsof hij niet hoort op de plaats waar hij zo trouw dient.
Over de brug ziet u meteen Koffieshop Pas op!, waar u buiten gras en Hasjjjj ook nog heerlijke koffie kan nuttigen, aan de wand hangt het vol met kunst van veelal Schiedamse kunstenaars, het doet eigenlijk meer denken aan een galerie, op grote afstand kunt u deze Koffieshop al zien door de helse verlichting, en O ja ik noem het een Koffieshop, maar het is een limonade café, uniek in Nederland en omstreken.
Net naast het limonade café ziet u een etalage van waarschijnlijk een kunstenaar, waar vaak vreemde werken staan, best eng, maar volgens horen zeggen kunt u er gerust aanbellen voor een bezoekje aan het atelier, ik doe graag voor u open.
Nog iets verder ziet u postzegelhandel JAVA, een handel die zich kranig sterkt in deze snelle tijd van email verkeer, er gaan zelfs geruchten dat Riny de eigenaresse van JAVA bezig is met een geheimzinnig plan, ze is bezig met het ontwikkelen van een postzegel voor op emails, KASSA!!!!!
Ook de winkel van Pien Westerveld dochter en kunstenares van Riny huist in JAVA, het hangt er vol met haar kunst, een bezoek meer als waard.
Niet afwijken waarde lezers, dit gaat over Gorzen eiland en niet over onze hoofdstad Amsterdam.
Nou dan gaat u via een poortje waar niet zo lang geleden nog een man met twintig messteken om het leven kwam de pittoreske Gorzen in, uw oeeeeeeeeeeeeeeh en aaaaaaaaaaaaaaah zal dan niet de lucht zijn.
Want deze laag bouw is gewoon schitterend, een pareltje nietwaar?
En wat zo leuk is als u maar een beetje ondeugend ingesteld bent is de Gorzen een waanzinnig openlucht museum.
Overal kunt u namelijk heerlijk naar binnen gluren.
De ramen zijn ultra moderne 3d schilderijen, ik geef toe dat ze wat droogjes zijn en soms wat op elkander lijken, maar dat mag de pret niet drukken, iedere man die op de bank ligt met een biertje is toch weer anders, en ze kijken heus niet allemaal naar voetbal op TV, met veel geluk kijken ze naar pornofilm of ander moois.
En in de Zomer komen deze mensen hun schilderij ook nog uit om hun biertje in het zonnetje te drinken.
Langzaam komt u indien u niet in elkaar geslagen bent wegens gluren op de Groenelaan, jawel de winkelstraat van de Gorzen.
Hier vind u alles, vooral wat u niet nodig hebt.
En dan beland u in nog meer gedeeltes waar u kunt gluren tot u aan de Maasblvd met park beland, ja de Gorzen heeft werkelijk alles.
Het is voor mij een eer om dit stukje over de Gorzen met een half harde erectie naar u toe te promoten.
Het is echt meer als een bezoekje waard, er zijn op Gorzen eiland heel veel plekjes waar u rustig uw plekje kan ontdekken, dus op naar Gorzen eiland.


Hieronder wat sites van kunstenaars, schrijvers, muziekanten ETC die in de Gorzen wonen, geboren werden of werken.

SAGE: www.geveejes.web-log.nl

www.fotolog.net/sage_art
www.fotolog.net/sage_daily_photo
www.sage.artolive.com
http://galerie93.risee.net
http://sage-camera.magix.net

Diet wiegman : http://www.galeries.nl/mnexpo.asp?exponr=8681

Jacues Tange: http://www.jacques-tange.com/

Esther Zitman : http://www.galeries.nl/mnkunstenaar.asp?artistnr=10559&vane=1&em=&sessionti=883019759

Pien Westerveld: http://uk.geocities.com/perrypien/photopageceltic.html

Fury 161: http://www.fury161.sucks.nl/

Limonade cafe Pas op http://www.limonadecafe.nl/

Rini van Willigen: http://www.eye-cramps.com/ear-cramps/music/rini_van_willigen/

http://www.spottheloony.nl/KunstSpot.html

Mocht u meer sites weten over en Gorzen eiland plaats ze dan AUB als reactie op dit stukje!!!

Darm klanken




Beste dokter, ik heb een probleem…….
Begin jaren tachtig liep ik een spastische darm op, gevolg was een stekende pijn in mijn zij, en een opgezette buik, die doet denken aan ondervoede negertjes in Afrika of misschien wat leuker om mee vergleken te worden, hoog tot wel zeer hoog zwangere dames.
Van de Eén op de andere minuut heb ik dan zo’n enorme pens.
Wel fijn is dat je er nooit meer vanaf komt, vezel rijke voeding helpt, en dat zal dan ook wel.
Het zou anders waarschijnlijk nog veel erger zijn.
En er is mee te leven, anders zou u nu naar een leeg blad staren.
Ik heb het vast en zeker te danken aan de cola die ik in liters heb gedronken, gelukkig vaak de Aldi versies, dus ik heb aan de rijkdom die Coca Cola vergaarde maar een minimale bijdrage, maar toch nog net genoeg voor een nieuwe heftruck waarschijnlijk.
In de winter maanden is het meestal erger gesteld met mijn darm partij, als in de overige maanden van een jaar.
Nu lig ik minimaal drie keer per week flink wakker.
Het begint met winden, enorm veel winden, mijn vrouw heeft normaal een bos krullen van heb ik jou daar (dit gezegde heb ik trouwens nooit goed begrepen), maar aan het eind van een avond is door de anale darm klank concerten die mij arme anus er op los laat geen krul meer te zien, ze heeft dan tot ze gedoucht heeft stijl haar.
Om het dan nog maar niet te hebben over de aanslag op haar reuk orgaan.
En echt hoor de winderigheid komt niet alleen door slechte TV programma’s.
Was dat maar waar, dan deed ik de buis uit, en pleurde hem vrolijk uit het raam, maar nee dat richt niks uit tegen het gassen.
Na de darm klanken komt het poepen, ik moet dan om het half uur minstens poepen, nee geen diaree, dat zou nog fijn zijn, en mijn anus sparen, maar nee er komt gewoon iedere keer een volwassen hoop uit.
Het is dan een geloop van mijn bed naar het toilet en terug.
Mijn hoofd word steeds duffer terwijl mijn maag energiek blijft pruttelen.
Dan begint de ellende pas goed, het donker in de slaapkamer veranderd langzaam, heel langzaam, tergend langzaam in begrafenis grijs, daarmee bedoel ik dat een begrafenis pas een echte begrafenis is met grauw grijs weer, een begrafenis in de zon is geen echte begrafenis, zei mijn oom altijd.
Het is niet altijd zo, maar soms beginnen mijn darmen het dan van mijn hersenen te winnen, de vermoeidheid maakt plaats voor angstige gedachtes, waardoor ik alleen maar heftigere darm klanken ga produceren.
Ik denk dan na over iedere keer opnieuw hoe en waar ik mijn laatste adem zal uitblazen, ja lekker belangrijk zeg ik nu, maar dan is het anders, dan ben ik daar helemaal in weg gezonken, het is alsof de scheten lucht een griezelige chemische reactie naar de dood veroorzaakt, verrotting waarschijnlijk.
Het gezicht van mijn oom Roel komt dan tevoorschijn, met een glimlach kijkt hij mij aan, zou ik ook doen als iemand zo angstig lag te meuren, zijn pony is naar voren gekamd, om zijn kaalheid te bedekken, de man had een nierziekte en werd op veertig karige leeftijd gek, ze vonden hem uit elkaar geklapt in zijn bed.
Gezellig maar ik ga dan nog maar een keer bouten, lig ik dan in bed passeren alle zelfmoordenaars zoals een neef en vrienden de revue.
Met alle geluk van de Wereld val ik dan in slaap na vele uren spoken met spoken, allemaal door die darmen van mij.
En de volgende morgen word ik dan fijn gebroken wakker, maar geheel weer het mannetje hoor, niks aan het handje.
Maar ga het met mij niet over zelfmoord hebben, want ik verdom het de hele nacht aan je te gaan liggen denken………..
Slaap lekker.

Sunday, January 08, 2006

Zou jij iemand kunnen vermoorden?




Paike is mijn hondje, een zwarte labrador pygmee of Labrador op schaal zo u wilt..
Ze is een vuilnisbakkie vandaar haar maat.
Het is een Wereld meid echt waar.
In alles is ze beter als mijn eerder besproken andere hondje Dali, die nu alweer boos naar mijn computer scherm loert.
Er is echter een ding waar ze niet zo goed tegen kan, vuurwerk, en daar kan Dali die toch echt geen kleine oortjes heeft wel tegen.
Als Paike een knal hoort springt ze tegen mij op, het liefst tegen mijn zak aan, zodat ik blazend door de knieën naast haar neer zak.
Ze heeft het dan niet meer.
Ze vliegt alle kanten op behalve de goeie.
De goeie kant, is naar de strot van een rotjes gooier.
Laatst had ik het met iemand, misschien wel met mezelf omdat ik me de iemand niet meer voor de geest kan halen over de moord op Theo van Gogh, en we waren vast niet de enige die deze moord misbruikte om een beter onderwerp maar te mijden.
Hij vroeg, “zou jij iemand kunnen vermoorden Pieter”.
Ja in een vlaag van woede wel, en dan maakt het mij echt niet uit of hij/zij gelooft of niet.
Ik zou een moord niet kunnen voor bereiden, zoals de moordenaar dat van Theo deed, nee want dan zou mijn woede alweer af zwakken.
Zo zou ik dus met gemak die mongool, mocht hij trouwens willen dat hij de intelligentie van een mongool had, die dood leuk achter elkaar rotjes stond af te steken terwijl hij lachend naar mij stuntelend met de angstige Paike keek kunnen vermoorden.
Maar mijn vrouw kon me tot bedaren brengen, want ik wilde hem al aan vliegen.
Ik had zijn kop in zijn witte reet willen proppen , om het stuk ademend stront vervolgens tussen de woonboten te trappen.
Of ik daarna spijt zou krijgen, dat zal vast wel, maar voor dat moment zou ik opgelucht zijn even als Paike.
Na de daad zou ik wegrennen, om vervolgens het nieuws af te wachten.

SCHIEDAMMER GEVONDEN

Een 17 jarige Schiedammer werd gisteren door een visser uit de Maas gevist. Volgens de arme visser zat bij het lijk zijn hoofd in zijn anus. Vermoedelijk is de dader van Marokkaanse afkomst, die zich vergiste en dacht dat het slachtoffer een homo was.


Jammer voor alle Marokkanen, die nu vast wel door hebben dat Marokkaan in Nederland een ander woord voor verdachte is.
Ik kom er zo mooi vanaf natuurlijk.
Er zal misschien een burger oorlog losbarsten, maar ik hoef de gevangenis niet in.
Zo als gewoonte getrouw draaf ik wat door in dit verhaal.
Een andere moord had ik willen plegen toen ik een keer met mijn vrouw in een gezellig bruin café, een drankje wilde drinken.
Aan de bar zaten twee verlopen hoofden van Nederlandse afkomst, het verlopen hoofd met snor en lang vet piek haar, zei tegen het verlopen hoofd zonder snor en lang vet piek haar, dat hij dat lekkere bruine mokkeltje wel even wilde verkrachten op het biljart.
Natuurlijk had ik dit moeten opnemen als een grap, en de verlopen hoofden op een goud gele rakker moeten trakteren, en had ik ze niet allerlei uitzaaiingen moeten wensen, het was immers niet eens kerstmis.
Ik had ze willen vermoorden, piekhaar had ik verzopen in de spoelbak van het toilet en de ander had ik alle biljart ballen willen laten inslikken.
Maar we gingen weg, zonder een drankje genoten te hebben.
Dagen liep ik denkende aan deze ellende met pijn in mijn maag.
Nog steeds zou ik over ze heen rijden als ik ze zou zien lopen, maar op mijn fiets zou dit weinig tot geen zin hebben.
En zo maakte ik vele dingen mee onder andere op mijn fiets als ik voor de miljoenste keer bijna tot tweeling werd gereden door een auto, waar ik iemand voor had willen vermoorden.
Maar voor mijn lol zomaar uit het niets zou ik niemand vermoorden, of uit geloof overtuiging, want die heb ik niet.
Maar wie weet wat ik na een hersenbeschadiging wel zou doen

Zeg maar niets meer




8 uur in de morgen, mijn wekkerradio neemt de ordinaire gewoonte mij te wekken met allerlei mogelijke rampen.
Een orkaan (Henkie zal ik hem maar noemen) die Werelds armste mensen weg blaast, een Moslim terrorist die Amerika niet in mag, omdat hij wel goed bij zijn hoofd is en eigenlijk geen terrorist is, en zo kan ik deze om te huilen berichten die mijn radio als een stompzinnige tegen mijn slaperige rotkop uitkotst.
Maar dan hoor ik iets opbeurends, Andre H6 blijkt niet dood, hij blijkt alleen maar opgenomen met een zware longontsteking.
Meteen zit ik recht op in mijn bed, waarop mijn vrouw me met een elleboog mijn kussen weer in stoot.
Ik besluit het H6pad te nemen, en peer hem naar beneden.
Ik vergeet de douche en rijd vrolijk naar onze sigarenboerin, waar het altijd naar natte hond meurt.
Ik loop meteen naar de tijdschriften, hoe laat is het vraag ik aan ze, maar de tijdschriften zwijgen , waarschijnlijk omdat ze een hekel aan flauwe grappen hebben.
Op een van deze bullebakken staat een verlepte blondine mij glimlachend als iemand die net onthersend is, aan te kijken.
Ik staar naar haar enorme melk reservaten die haar navel afschermen voor geile oogjes.
Achter mij praat een dame met een stem zo laag als die van drie mijnwerkers (ze praat met een laag echo gehalte), over onderzoeken naar borstkanker.
Bij het weg gaan zegt ze terwijl ze een gratis stadsblad pakt, je meid en dan is Andre ook nog dood.
Quasi stoer vraag ik aan de geblondeerde sigarenboerin dochter of ik net vernam dat Andre H6 overleden is?
Ja zegt ze die is niet meer.
Spottend zeg ik, en dat terwijl hij zo gezond leefde.
Dat zal het zijn hoor ik bits de sigarenboerin achter mij zeggen.
Ik kijk lachend om, alsof ik net een geslaagde One man show achter de rug had.
Maar het lachen vergaat mij als ik de verwilderde blik van onze hoog geblondeerde sigarenboerin in de blauwe ogen kijk.
Ik speurt de winkel uit voor ze mij een vrouwtje maakt, door mijn trots van mijn middel te bijten.
Buiten vergeet ik verward van angst bijna mijn fiets.

Thuis realiseer ik mij dat H6 echt weg is.
Nee dit is geen brief voor zijn moeder, hij is morsdood.

In een discotheek zat ik van de week, nou en lekker belangrijk.
Naast een lege kruk, vindt je het gek?

Ik mis hem wat moet ik doen.
Ik bel mijn bel tegoed weg aan het al mijn vrienden het erge nieuws te verkondigen.
Ik heb nu ook geen vrienden meer.

Hoi vriend
He Pieter hoe gaat tie man?
Slecht, kreun ik zielig alsof iemand net een vrachtwagen in mijn achterste parkeert.
Wat is er dan zegt vriend bezorgt.
Heb je dan nog niet gehoord wie er dood is?
Nee, zegt vriend nu wel erg bezorgd en duidelijk geschrokken.
Andre H6
Na een scheld ritueel van tien minuten van vriend, zegt hij voor hij mij de vergetelheid indrukt.
Ik wil je nooit meer zien, je lijkt mijn moeder wel.

Dit gesprek voerde ik met veertig verschillende vrienden, die nu van een gelukkig leven zonder mij genieten.
Allemaal dankzij H6.
Die nu eindelijk geen eenzame kerst meer hoeft te vieren.
Ik wel nu ik geen vrienden meer heb.
Ik besluit naar de condoleance in de Arena te gaan,
Niet voor H6 die het geen reet kan schelen dat ik daar ook zal zijn.
Nee ik kom daarvoor vrienden, die allemaal voor een moment een zullen zijn.
In een keer weet ik veel hoeveel vrienden.
Dat kan allemaal als H6 dood gaat.
Blij zet ik een plaatje op van Sjonnie Cash, en verheug me al op de Arenana.

Gedicht voor Xandra


Xandra

Mooie, lieve vrouw
Waar ben je nou
De dag lijkt een jaar te duren
Zonder jouw
Ik wil je nooit niet missen
Het liefst wil ik dat je me helpt bij het pissen
Terwijl jij hard werkt en energie verliest aan emmers met twee gaten
Zit ik hier tegen de computer te praten
Zonder jou is er geen tering an
Weinig kan me dan boeien
Sta ik het liefst met jou in gedachten aan mijn lul te voelen
Soms zou ik willen dat mijn plasser jouw naam kon loeien
Dat is weer eens wat anders als een vervelend bosje onkruid of een doosje met wat voor denkbare inhoud dan ook
Ja jij verdiend het beste, mooiste net uitgedachte
Dat zou je iedere dag moeten krijgen
In plaats hiervan krijg je mij die in je nek staat te hijgen
Om nog maar eens een open deur in te trappen
Dat is het leven
Nou geen genoegen mee nemen
Tegen in gaan
Met je vuist op mijn muil slaan
Als iets je niet uitkomt
Mijn klote eraf draaien en in mijn bek proppen tot ik met een blauw gelaat dood val
Vergeet vooral de camera niet aan te zetten
Dit lijkt me toch een goed begin naar een geweldige tijd
Het je alleen al af vragen hoeveel je moet draaien tot je mijn ballen bebloed in je handen hebt liggen kan een niet onaangename bezigheid zijn

Weldoener




Ergens in de voorbije zomer zat ik in een gele hoer, zoals graffiti spuiters de trein die zij maar wat graag bevlekken noemen.
Het moet een erg onbelangrijke reis zijn geweest want ik kan me alleen nog herinneren hoe de reis was, niet meer waar ik heen ging, of waar ik vandaan kwam.
Om het makkelijk te maken verzin ik gewoon even dat ik op weg was van het plaatsje Bloed aan de paal, naar het pittoreske stadje Past hij wel. Gelijk misschien eens leuk om in het programma Ontdek je plekje te proppen.
Om niet al te diep te verzanden in mijn geliefde infantiele woordjes brei, gaan we verder met mijn reis, in de gele hoer.
Ik zat heerlijk op het fel groene bankje, tegenover mij zat een dame ook al op zo’n even fel groen bankje mij druk te negeren.
Heerlijk, kon ik mooi haar talrijke rimpels tellen.
Ze moet een flink stukje over de datum van houdbaarheid geweest zijn, een jaar of zeventig.
Ze was zwaar geparfumeerd, alsof ze vieze luchtjes wilde verbergen.
Opeens vielen mijn ogen op haar enorme borsten, die in een strak paars T-shirt huisde. Maar na een kwartiertje was ik hier al opuitgekeken.
Dus keek ik rond door de wagon, waar alleen maar bejaarden bleken te zitten op de zelfde groene bankjes als mijn zielige persoontje.
Ik voelde iets rebels in me opkomen, ik wilde voor de grap mijn veter vast maken en dan mijn hoofd net iets te hard tegen de borst van de dame tegenover mij stoten.
Dit moest toch een leuke reactie uitlokken die de dag voor de reizigers iets zou kunnen breken, met veel geluk zelfs wel hun leven.
Maar de trein stopte en de meeste mensen inclusief de dame met haar paarse tweeling tegen over mij.
Net toen ik wat teleurgesteld in een peinzen wilde verdwalen, kwamen twee studenten de wagon vrolijk kwebbelend binnen wandelen, ze gingen tegenover mij zitten.
De jongen leek op een twintig jarige Harry Potter, een tiet met een brilletje, nee hij leek erop, hij miste iets van karakter in zijn gezicht.
Hij stootte tegen mijn been aan en zei geen sorry.
Meteen plaatste ik hem op mijn lange zwarte lijst, het meisje was een brunette met een paardenstaart, grote rode wangen, ja ze had een frisse gezonde niets zeggende kop op haar nek.
Ook haar plaatste ik op mijn zwarte lijst, niet omdat ik haar niet mocht, maar omdat ik de jongen niet alleen wilde omleggen.
Laat ik ze Aars en Tietje noemen om u vooral niet te verwarren.
Aars bleef maar schijten uit zijn trut mondje.
Als Aars zag dat ik duidelijk meeluisterde, trok hij zijn lipjes bozig op.
Wat kreeg ik een enorme zin in zin loos geweld, voor iedereen zinloos behalve voor mijn plezier.
Soms ben ik alleen maar bezig mij zo goed mogelijk aan te passen, mijn sadistische trekjes in te perken, ja u leest de woorden van een enorm zielig persoon, maar ik denk maar zo, ik ben soms blij dat ik ook rond huppel op deze grote ronde afgang.
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAH waarom wijk ik nou altijd uit naar de zwarte dieptes van mijn grijze hersenmassa.

Terug naar Aars die met al het geweld de hoofdrol in de lege trein wagon op zich begint te nemen.
Hij blijkt een goed mens uit zijn verhalen op te maken die hij aan Tietje verteld, zij kijkt hem vol bewondering aan, haar mond staat wijd open , het enige dat ontbreekt is de penis van Aars die er als gegoten in zou moeten passen.
Aars is zo’n beetje lid van elke milieu organisatie verteld hij.
Op zaterdag werkt hij vrijwillig in een bejaarden tehuis en op zondag gaat hij naar de kerk waar hij ook werkzaamheden verricht.
Ik zie een pastoor voor me, met een verzadigde glimlach op zijn uitgestreken gelaat, de rest bespaar ik u maar.
Als ik een niet eens zo’n harde boer laat notabele achter mijn hand, kijken de twee levende lijken mij vernietigend aan.
“Mijn excuses zeg ik niet gemeend”.
Terwijl Aars de weldoener verder gaat over wie hij allemaal niet helpt of nog van plan is te helpen, kijk ik naar Tietje, ze doet haar naam geen eer aan want haar tietjes heeft ze voor deze reis thuis gelaten, maar daarin tegen heeft ze bij het uit delen van benen vooraan gestaan.
In haar zwarte panty zitten twee paar zeer goed gebouwde benen verstopt.
Zoals gewoonlijk kan ik mijn ogen er niet meer vanaf houden, hoe graag ik voor u ook verder had geluisterd naar Aars, mijn vervelende mannelijke hormoon neemt de overhand en hoe vaak ik de twee studenten ook boos naar me voel kijken ik ben verloren, verzopen in mijn testosteron spiegel, die nu bijna op springen staat.
Een mooi einde aan dit verhaal moet ik u dus dankzij de benen van Tietje onthouden, sorry daarvoor.

WE ZIJN IN OORLOG



Heerlijk zit ik aan onze eettafe,l onze eettafel na te tekenen, niet op een velletje boom, maar gewoon zo op onze eettafel.
Doe ik altijd op 1 september 2004.
Met naast mij een gezondheid drankje, genaamd Kefir.
Een drankje waarmee je de weg naar de eeuwenoude weg naar een lang leven kunt vinden.
Handig drankje dat Kefir want dan hebben mijn vakanties een doel, ik ga daar iedere keer met een krat Kefir op zoek naar die eeuwenoude weg.
Niemand heeft hem tot dusver gevonden, tenzij u honderd en twintig jaar een lange tijd vind.
Ja tijd is betrekkelijk, als je aan je kloten (indien bij u voorradig) een touwtje vastmaakt en die weer aan een rijdende fiets, ja dan is honderd en twintig jaar een lange tijd.
Tien seconden is dan allang.
Maar om niet teveel tijd te verliezen aan mijn gezondheid drankje, ga ik verder met de intro waar ik altijd zo’n moeite mee heb.
Ik was dus onze eettafel aan het vol tekenen, toen ik achter mij de TV hoorde praten.
Hij/zij zei “WE ZIJN IN OORLOG” hij/zij zei het niet in hoofdletters trouwens, maar dat sterkt deze zin nog wat aan.
Ik draaide me verschrikt om.
Het bleek dat niet mijn TV deze zin uitbraakte, maar een bebaard slecht opgedroogd manneke.
Zijn naam heb ik gelukkig verdrongen.
Laat ik hem dus Dokter andersom Schaambaard noemen en het verder niet meer over hem hebben.
Ik was flink van slag.
Wat was ik in hemelsnaam toch voor onbelangrijks aan het doen.
Terwijl we in staat van oorlog waren, zat ik lekker onze eettafels te tekenen, stoephoer die ik was, of graag wilde zijn.
Ik rende door mijn kamer heen, gilde we zijn in oorlog.
Ik remde even, we, ik was toch alleen.
Maar er zouden vast nog wel meer mensen in oorlog zijn.
Voorzichtig sloop ik naar het raam, nee nog niemand lag dood op straat.
Jammer, want dit had het verhaal er een stuk spannender op gemaakt.
Waar ik normaal het gestommel uit de haven hoorde komen, hoorde ik nu bommen vallen.
Misschien was dit altijd al zo, en was er geen haven.
We waren misschien wel mijn hele leven in oorlog, en ik maar vrolijk mijn leven leiden.
Maar goed ik was nog in leven, en besloot mijn maatregelen te treffen.
Naar buiten kon ik niet gaan, dus ging ik naar mijn slaapkamer.
Daar trok ik een sexy pantypak aan.
Geheel naakt dook ik in dit nylon.
Van onder tot boven was ik nu gekleed.
Uit een oude doos pakte ik een enorme dubbele dildo (dildo met aan weerskanten en plasbolletje) als wapenstok.
Ja ik heb een nogal gevarieerde garderobe.
Trok mijn gouden glitter gympies aan, deed een roze vergiet op mijn hoofd en was paraat.
Er was een klein probleem, nee ik schrijf hier niet over mijn geslachtsdeel.
Maar over onze vijand, ik wist in met wie we in oorlog waren.
Toch rende ik naar buiten.
De buurvrouw groette mij vriendelijk, nog voor het goede mens zich kon verbazen sloeg ik haar keihard neer met mijn dubbele dildo.
Iedereen kon immers de vijand zijn.
Op mijn weg naar de Passage waar Schiedam zijn winkeltjes heeft, zoveel dat ze het maar het centrum hebben genoemd.
Sloeg ik achtereen volgens buiten oosten, de postbode, een tasjes dief, de dominee en ongeveer dertig volslagen onbekende.
In de Passage bleef ik rammen, mijn pantypak zat vol ladders.
Dit maakte mijn outfit nog enigszins stoer.
Ik voelde me een echte held.
Onder het meppen ontwaarde ik zelfs een trotse erectie.
Net toen ik die groette, liep ik tegen een vuist aan.
Het werd grijs voor mijn ogen, mijn benen werden zwaar en ik viel neer.
Ik ontwaakte alleen even uit staat van bewusteloosheid om au te zeggen, omdat ik bij het vallen mijn erectie had gekneusd.
Voor de tweede keer ontwaakte ik uit mijn bewusteloosheid in een politiebusje.

Nu zit ik in een inrichting onder de medicijnen op hun eettafel soldaatjes te tekenen.
Moraal van dit verhaal “laat je niet gek maken door de TV en zijn vriendjes”

Wat ik zie dat geloof ik




19 September 2004 net de honden hun behoefte laten doen in het Sterrenbos, hoewel de naam van dit bos wat misleidend is, is het Sterrenbos naar mijn weten geen homo ontmoetingsplaats.
Het is zelfs niet eens een bos, het is een strook van ongeveer een kilometer lang waar bomen staan, 2 tennisparken en naar mijn weten geen sterren.
Een dame vroeg me er ooit of hier het meisje is vermoord.
De dame uit naar haar zeggen Oud-Beijerland afkomstig doelde op de vreselijke moord op Nienke in het eveneens Schiedamse Beatrixpark.
Zo krijgt een stad toch zijn nare punten.
Maar het Sterrenbos heeft met de moord gelukkig niets te maken.
Wel is er de afgelopen zomer een potlood venter gesignaleerd.
Ik had toen net van mijn dierbare neef een jas geerfd, jawel een regenjas die ik maar even thuis heb gelaten.
Misschien wekt zo’n jas trouwens wel vreemde behoefte’s op, kan de potlood venter er eigenlijk niks aandoen.
Dit is vast nooit onderzocht.
Ik heb er toch menig voetbal coach raar in zien doen.

Ik kwam dus thuis nadat ik mijn hondjes had uitgelaten in het hierboven duidelijk omschreven Sterrenbos.
Toen ik een bon van een bezinpomp op mijn deurmat vond.
Ik heb geen auto dus wat had ik aan een al betaalde bon.
Mijn naam stond er vrolijk opgeschreven.
Voor ik verder ga omschrijf ik u de andere kant van de bon van boven naar beneden:

Franco
Jeroen Evers
Bel:(ik hou het telefoon nummer maar voor mezelf)
Als je die
Kent
-kent, 1998
-kant
-kunt Brunsum
Herenpad 15b 12
STEM VOOR Bush
Bush liegt niet.

Nou komt u eruit?
Ik ben dom, dus ik ging me afvragen van wie dit bonnetje geweest kon zijn.
Ik heb veel rare vrienden, maar naar mijn weten hebben die geen abstracte humor.
Maar uit het verleden ken ik een Jeroen die behoorlijk vaag was.
Even ter verduidelijking u leest nog steeds een vehaal van Pieter Zandvliet en niet van Baantjer of een andere boeiende detective.
Maar goed ik besloot het telefoon nummer te draaien.
Dit ging als volgt:
Hoi met Pieter
Heeeeeeeee je bent toch thuis
Nou eigenlijk nu pas (wil hem het verhaal van de honden uitlaten vertellen, maar hij onderbreekt me)
Ik sta voor je deur doe je open.
Uh ja zag ik verbaasd dat hij al voor mijn deur staat.
Ik loop naar beneden en doe de deur open.
En ja hoor Jeroen, tenminste aan zijn lange postuur te zien dan, want hij loopt meteen langs me de trap op.
Terwijl ik Jeroen de trap op volg mijn eigen huis in, bekijk ik hem eens goed.
Nee in zijn lichaam had ik geen interesse, maar ik wou nu toch wel eens weten of het Jeroen was.
In de kamer groet hij mijn hondjes en vraagt of we met zijn drieen wonen.
Als ik wil uitleggen hoe en met wie ik woon, draait deze reus zich eindelijk om.
Ik krijg een ongelofelijk grote hand in mijn hand gedrukt.
Dan kijk ik hem in zijn ogen die tot mijn verbazing nauwelijks tot geen pupillen bevatten.
Misschien dat dit komt door de blow die hij in zijn mondhoek heeft.
Ik kijk dus in twee licht blauwe rondjes, dit is dus niet de Jeroen die ik uit mijn verleden kende.
Hoewel hij als twee druppels water op hem lijkt.
Maar dan zou Jeroen dus niet ouder zijn geworden.
Mijn maag begint ie wat te draaien.
Vermoeid bied ik Jeroen een plaats aan en zie dat hij een groen foto album op mijn tafel legt.
Nu mag dat best, maar als het een blauw album was geweest had ik hem vermoord.
Ik vraag hem schijn nieuws gierig wat hij bij zich heeft, doelend op wat er in het album staat.
Dit komt wat onbeschoft over, maar bij kunstenaars is dit vrij normaal.
Die laten elkaar dingen zien tot vervelens toe.
Op mijn vraag haalt hij zijn zakken leeg, en zegt je mag alles van me zien.
Waar ik uit concludeer dat hij geen kunstenaar is.
De vraag blijft wat is hij dan, en wat moet ik met dit Gods geschenk genaamd Jeroen.
Dit zal mij snel duidelijk worden.
Hij begint met verheven stem, en zwaaiende armen te praten.
Jij bent dus kunstenaar, wil je beroemd worden of ben je dat al, beroemd. Ik besluit hier maar niet op te antwoorden en begin de goedzak al flink niet te mogen.
Ik, zegt hij niet op mijn antwoord wachtend, ik heb hetzelfde als Nostradamus.
Ook een kleine pik denk ik stiekem.
Maar nee, hij kan de toekomst vertellen.
Dat heb ik dus ook, en iedereen kan de toekomst vertellen, of hij klopt is een tweede.
Maar goed la ik de show niet gaan stelen, die is voor Jeroen.
Hij zegt opeens Schiedam is vrede Pieter, Schiedam is al en nog duizend jaar vrede.
Een malloot maar dat had u denk al door.
Mij begon dat hier pas te dagen, dit omdat ik te vaak gekke heb ontmoet en ze tegen beter weten in altijd een eerlijke kans wil geven.
Ja Pieter wij zullen voor gekken uitgemaakt worden.
Waarom zeg ik, nee joh.
Denkende hou dat wij voor jezelf, wees een vent en wees lekker alleen gek of niet gek.
Ik heb een bloedhekel aan het ons gevoel, zeker als ik iemand nog geen vijf minuten meemaak.
Schiedam ruikt lekker Pieter, Schiedam ruikt naar verbrand hout.
Naar kankerverwekkend petroleum uit de Botlek zal hij bedoelen.
Terwijl hij de ene na de andere wijsheid (verwarring) tegen mijn bek aan poept, vraag ik me af waarom hij op mij is afgekomen.
Mijn atelier zit in een oude groente winkel onder mijn huis.
Met een etalage ruit, en in het midden staat een groot werk.
Nadat Nostrawacko weg was, naar waarschijnlijk een ander slachtoffer ging ik even naar mijn werk kijken.
En het stelt inderdaad een man voor die de weg flink kwijt is, en tot overmaat van ramp, ook nog in de bergen staat met naast hem een afwachtende gier.
Naar mijn idee heeft Jeroen zich hier onbewust dan wel bewust in herkend.
Tijd om gordijnen voor mijn etalage te hangen dus.
Jeroen gaat gewoon door met babbelen tot hij mijn vrouw de trap af hoort komen.
Hij schrikt en vraagt wie eraan komt.
Mijn vrouw zeg ik vermakelijk om zijn angst.
Dan loopt hij op er af.
Ik volg hem voor de zekerheid.
Vreugde staat dicht bij verdriet zegt hij opendeur wijs tegen haar.
En begint te huilen.
Ja dit heeft mijn vrouw nu eenmaal, niet bij mij hoor maar voor andere is ze blijkbaar om te huilen.
We bieden de gebroken Messias ijs thee aan.
Helaas weer op krachten gekomen gaat hij verder.
Pieter wie is Franco?
Dat heb jij op dat bonnetje geschreven, ik niet.
Dat kwam niet van mij, ik schreef het maar op.
Aha zeg ik en leg uit dat Franco een Spaanse dictator was, die goeie maar veelal kwaaie dingen deed.
Dan ben jij dat.
Bedankt zeg ik.
Nee, echt dat is een teken.
Ja dat zal zeker wel, zeg ik verveeld.
Dan vraag ik of ik in zijn fotoalbum mag kijken.
Ja dat is mijn boek, het enige wat ik heb.
Ik kijk naar zijn auto sleutels met daaraan het labeltje Rover.
Die zal hij dan wel geleend hebben, of wie weet heeft hij net hiervoor wel een gezin uitgemoord.
Maar goed het album staat vol leuzen die ik u bespaar en zelf al verdrongen heb.
Als ik al snel uit ben gelezen vraagt hij of ik wil schrijven in zijn fucking klote boek, hoe ik drugs zou omschrijven.
Als ik de pen van Dr,Bizzarro aanpak zegt hij dat hij al weet wat ik op ga schrijven omdat hij me dit ingeeft.
Vermoeid schrijf ik op, drugs is chemisch genot.
Nee, nee zegt hij met een spottende lach, drugs is controle.
Ik kon hem pakken op, dat hij even daarvoor zij dat hij mij ingaf wat ik op zou schrijven, maar wou van hem af.
Mijn vrouw was de engel in nood, en wimpelde Jeroen af met het verhaal dat we nog weg moesten.
Zonder echt te groeten ging hij waar hij vandaan kwam, hoewel ik dat denk.
Toen we inderdaad weg gingen, zag ik zijn Rover nog staan.
Toch vreemd dat je zo makkelijk bij mij binnenkomt, en dat ik nog naar allerlei onzin ga zitten luisteren ook.
Er was iets wat me is bijgebleven (niet zo gek het is nog maar acht uur geleden dat hij hier was), hij zei “wat ik zie dat geloof ik”
Een prachtige zin, maar als je die toepast raak je dus de weg kwijt.
Arme Jeroen, hopelijk ben ik een dom kadaver en is hij werkelijk de God die hij graag wou zijn.
Tot slot het bewijs dat hij gek was, hij zei dat hij op Bush gaat stemmen, en dat Bush een God is die overal schijt aan heeft.
Bush denkt dus dat hij God is, en kan zich het in zijn positie veroorloven zich voor God uit te geven, en inderdaad Bush heeft overal scheit aan dat wel.
Leve Jeroen!

Vreemde Vogels




Als ik aan vreemde vogels denk, dan denk ik zelden of nooit aan gevleugelde vliegertjes die zo nu en dan op mijn kop schijten.
Misschien dat als ik over mezelf nadenk dat ik dan onbewust aan een vreemde vogel denk, maar bewust denk ik zelf nooit dat ik een vreemde vogel ben, dat is natuurlijk ook niet iets waar je bij jezelf aan denkt, ik bedoel je stelt je nooit voor als “Hallo ik ben Jopie een vreemde vogel”.
Men schopt je zo en zo in een kooitje vol gepropt met medicijnen, mocht je de moed in je donder hebben je zo voor te stellen.
Dan ben je nood gedwongen een vreemde vogel tegen wil en dank.

Als ik aan vreemde vogels denk, denk ik aan mensen die de Wereld en zeker hun Wereld anders in vullen.
Je zou dan aan kunstenaars kunnen denken maar die zitten negen van de tien keer ook door allerlei regeltjes vast in een geregeld leven, en wijken niet af van kantoor piemeltje Moos hoog in een kantoorgebouw.
Maar zowel onder de kunstenaars als onder de kantoor piemels heb je natuurlijk vreemde vogels, die het allemaal net even anders doen als de buurvrouw of buurman.
De volgende figuren in mijn sprookje zijn allemaal vreemde vogels die “God heb mij lief” niet op mijn hoofd schijten of in een kantoorpand zitten en echt bestaan.
De hoofdrol speler in mijn sprookje is alles behalve een vreemde vogel, hoewel hij kan heel snel fietsen op zijn superfiets, zelfs over water, nee niet op een waterfiets maar op een gewone fiets, eigenlijk dient hij Kobus als aanknoop punt in het sprookje, okay daar gaan we dan……

Er was eens een Kobus die heel snel kon fietsen, hij zag er niet uit met zijn scheiding waar Jan Peter Balkenende een stijve verwekker van zou krijgen, een bril waar Jamai hetero voor zou worden en borsten die echter zijn als die van Georgina Verbaan.
Ja in een sprookje kan een kerel borsten hebben, daar kan immers alles net als in Amerika.
Maar daar gaan we het in dit sprookje niet over hebben, veel te griezelig.
Maar om langdradig wat in te perken, kous reed op zijn rode superfiets als een los geslagen idioot met een gangetje van pak hem eens lekker beet, vijfhonderd kilometer door Rotterdam, dwars door alles en iedereen heen.
Op de Hudsonstraat in Rotterdam kneep hij in de remmen om ergens op een bel te drukken.
Hij wist precies waar hij moest bellen om een vreemde vogel te ontmoeten omdat een computertje dit aangaf op zijn super fiets made in Taiwan.
Een vrouw met drie borsten deed de deur open, hoe vreemd drie borsten ook mogen zijn ze zijn net als twee borsten allemaal hetzelfde, dus dit kon niet de vreemde vogel zijn.
En inderdaad Kubus moest drie trappen op om bij de studenten kamer van de vreemde vogel te belanden.
Netjes klopte Kobus op de beplakte deur.
En al snel klopte een naakte man Kobus op de schouder met de vraag of hij bij hem moest zijn.
Met een rood hoofd zei Kobus zachtjes ja.
“Waarom dan wel” voor de man onderwijl zijn peper en zout gekleurde paardenstaart knopend.
Volgens mijn computer bent u Merijn van Ham een vreemde vogel.
Verbaasd keek Merijn naar Kobus.
Iets zekerder vervolgde Kobus zijn uitleg,”ik doe onderzoek naar vreemde vogels, zo kom ik een dag op uw bank zitten en kunt u gewoon doen wat u altijd doet.
Merijn deed de deur open van zijn kamertje, overal hingen zwarte sokken te drogen.
Ga dan maar zitten.
Terwijl Kobus met laptop op schoot plaats nam op de instaat van ontbinding zijnd bank, deed Merijn zijn groene broek model vuilniszak aan, een t’shirt en een grijze trui en zwarte sokken.
Merijn nam plaats achter zijn computertje uit de tijd van Oscar Wilde Bras.
Weldra klonken er electro klanken door de kamer, opgewekte deuntjes perfect in en om elkaar passend.
Wat later haalde Merijn weer andere klanken uit zijn gameboy waar hij zo’n beetje alles mee kan.
Na een uurtje stond Kobus wild te dansen, naakt op een paar zwarte sokken van Merijn, Merijn die verdiept was in zijn gameboy.
Moe geworden speelde Kobus nog wat met een Barbie met lingerie uit fietsbanden rubber aan, ontworpen door Merijn.
Toen Merijn zijn bedje laat op de avond inkroop en in een mooie droom wegzakte, gaf Kobus, Merijn een kusje op zijn voorhoofd en vertrok richting Schiedam.
Buiten ontdekte Kobus dat zijn superfiets gestolen was, “YES” zei Kobus opgewekt en drukte op zijn afstandsbediening.
Binnen een fractie van een seconden stopte zijn superfiets met dief voor de neus van Kobus.
De dief wist klaarblijkelijk niet wat hem was overkomen, en viel dood naast de fiets neer, de schrik had het kloppen van zijn hart ontnomen.
Lachend reed Kobus weg, dwars door de haven naar de Schiedamse wijk de Gorzen, op de Hoofdstraat remde zijn fiets voor een kunstzinnig ingerichte etalage.
Kobus gluurde naar binnen en zag daar een geblondeerde knakker aan het werk, hij stond een erectie in beeld te brengen op zijn schildersdoek, hier had Kobus geen zin in, van die nichterige kunstenaars.
En hij vervolgde zijn weg, nadat hij op de hoek naast het atelier van de nichterige kunstenaar in Limonadecafe Pas op!, een sappie en flinke blow had verorberd.
Maar tij kost geld en slappe spreekwoorden zijn vervelend, dus vervolgde Kobus zijn weg door de Gorzen.
Inmiddels sliep iedereen al in de Gorzen, maar remde de fiets van Kobus toch weer voor een deur waar het licht nog vrolijk zijn dienst deed.
Kobus belde aan, een kerel van in de vijftig deed open, verwilderd net uit een ander universum gekropen keek hij Kobus aan.
“Wat mot dat” zei de vreemde vogel met haaienvin op zijn hoofd.
Kobus deed zijn verhaal dat hem bij Merijn op de bank deed belanden.
En weldra zat hij op het blauwe bankje van Rini van Willigen, de tweede, eigenlijk derde vreemde vogel in dit al maar boeiender wordende sprookje.
Rini was in zijn kleine huiskamertje aan het schilderen, even later was hij weer muziek aan het maken, en weer later zat hij vrolijk mensen dood te rijden, verkrachten en te beroven op zijn spel computer.
Dit wisselde hij voortdurend af, eigenlijk deed hij alle drie de dingen te gelijk.
Rini vertelde onderwijl dat hij zijn hele leven in bandjes had gespeeld, niet zonder succes, maar dit vond hij toch het lekkerst.
Af en toe zette hij zijn woorden wat kracht bij door ze in het Duits te zeggen.
Rini maakte nu thuis cd’s met zo af en toe een covertje erop, veel eigenzinnige nummers, dan weer serieus dan weer grappig, net waar hij zin in heeft.
Zo werkt hij ook met zijn schilderijen, hij is niet voor een stijl te pakken.
Toen Kobus vroeg in de morgen uit de bank opstond zag hij een streep angst zweet achter gelaten op de bank, hij was toch een beetje bang geweest.
Riny stapte zijn mandje in terwijl Kobus die niet slaapt omdat het sprookje anders te lang wordt.
Nog maar net vertrokken remde de superfiets alweer in de Lekstraat, veel vreemde vogels in de Gorzen dacht Kobus.
Hij belde aan, Werner Spaland deed open.
Kobus deed maar meteen zijn verhaal toen hij de boze blik van de zwijgende Werner waar nam.
Zonder te antwoorden las Werner een gedicht voor:


zomerkijker
onder de steen flanst zich de vijver luchtbellen bellen bellen in de grijze loods kierwijd open vastgespijkerd aan een mierennest vol rimpelarme prijs in maanstofzakjes zon op sneeuw brillen m/v malle keerkring onder schedel water oorzaak van vis? vis oorzaak van water? loodraap de geur vermugt tot dolle olifratsen in een schets met uitgerolde lanen lopen naar de kapper knippen maar

Kobus was onder de indruk, net toen hij naar binnen wilde wandelen, klapte Werner de deur dicht, en zal wel weer achter zijn computer verdwenen zijn, in ieder geval had hij geen behoefte aan pottenkijkers.
Kobus reed weer weg op zijn superfiets, binnen een kwartier stopte hij voor een fabriek in Nieuw Leusen vlak bij Staphorst om met dit swingende dorp even te verduidelijken waar Nieuw Leusen ligt.
Dit moest de Hondenkoekjes fabriek wel zijn, het stond immers op de gevel.
Dit Dada motel word onder andere bewoond door kunstenaar Marc van Elburg die de deur opendeed voor Kobus, die mij al erg gaat vervelen als lulletje rozenwater in dit sprookje.
Marc vond het prima dat Kobus een dagje langs kwam.
Hij nam zelf ook plaats naast een verbaasde Kobus.
Na een tijdje voor zich te hebben uit gestaard, verliet Marc schoffelend zijn atelier, Kobus liep achter Marc aan, maar een zware deur die dicht klapte tegen de neus van Kobus deed hem met een klap terug zakken in de bank.
In een heel vreemd pak kwam een man met enorme ogen van minimaal een meter groot de kamer ingelopen en deed zijn dansje met noise op de achtergrond.
Na hem wisselde steeds weer andere hem af in steeds gekkere pakken.
Uiteindelijk kwam Marc zijn atelier weer ingelopen, en nam fluitend plaats achter zijn bureau om daar vervolgens te tekenen, al jaren maakt marc boekjes vaak vergezeld met zelf gemaakte cd’s, vaak alleen en soms met andere vreemde vogels van waar ook ter wereld.
Met zijn vriendin Wilja Jurg, die misschien nog wel een vreemdere vogel als Marc is, maar omdat de computer van Kobus ingesteld staat op mannelijke vreemde vogels ontwijkt hij Wilja, brengt hij de ondergrondse uit, een alternatieve leesmap.
In de Hondenkoekjes fabriek huist ook een underground bibliotheek, waar geïnteresseerden naar harten lust kunnen lezen.
Marc maakt eigenzinnige cd’s en heeft dan nog tijd om net als bijna iedere niet vreemde vogel veel, heel veel TV te loeren.
Na een blik geworpen te hebben op de beschilderde matrassen van Marc, nam Kobus Kloothommel afscheid.
Weldra zoefde de superfiets van Kobus over de Atlantische Oceaan.
Haaien hapte jammer genoeg mis naar Kobus zijn spillebeentjes.
Wat is een puist uit knijpen toch heerlijk, maar wat ik verder zit te doen doet er natuurlijk helemaal niet toe in dit sprookje zonder spanning.
Niet veel later kwam Kobus aan in San Antonio een stadje in Texas met 1,2 miljoen inwoners.
Een van die inwoners is Micro-Phobic de elektrische cowboy, wonend op de Adrian drive.
Een grijs bebaarde man staat mieren te melken in zijn tuin.
Hallo zegt Kobus.
De man kijkt op, en zegt”Hallo wie ben jij”.
Kobus doet zijn verhaal weer en beland tussen allerlei katten op de sofa van Micro-phobic.
Nog niet binnen kruipt Micro achter zijn computer en haalt daar geweldige muziek uit waar hij als een dronken kerel nummers overheen zingt, als”Mecca Texas”, “Sex maniac woman” en wat al niet meer.
Als Kobus naar een stapeltje uitgebrachte cd’s kijkt, vraagt hij hoelang Micro al bezig is met muziek.
Sinds mijn bezoek drie jaar geleden aan de Gorzen in Schiedam, toen ontmoete ik Pieter Zandvliet die buiten kunst ook muziek maakte met Itam onder de naam de Krimpos.
Kobus dacht aan de nichterige kunstenaar die hij had ontweken, en dacht dat moest hem geweest zijn.
Micro-Phobic liet ook nog zijn animaties zien die in het zelfde programma als South park waren gemaakt.
Hij liet echt van alles zien behalve zijn piemel, en daar was Kobus eigenlijk voor gekomen.
Hij gaf Micro een hand en stapte op zijn fiets terwijl Micro-phobic en zijn vrouw kunstenares Joan Fabian hem uitzwaaide.
Op een lange weg stopte Kobus even om te plassen, maar je moet altijd stoppen naast de weg, zo reed er een grote Amerikaanse truck over Kobus en zijn superfiets heen, en tja dan is het sprookje afgelopen natuurlijk.
Tot de volgende keer gelukkig zonder Kobus

Timmie


Veertien jaar was ik, en toen liet ik al een hondje uit.
Knap van Pieter zult u misschien denken, maar laat hij die hondjes nu maar eens in zijn reet steken.
Dat zal ik eens proberen, dat beloof ik.

Het hondje dat ik toen met veel pijn en moeite uitliet was Timmie, een vuilnisbakkie van de vlooienmarkt in Antwerpen.
Ze was alles behalve lief, kwaadaardig zelfs.
Op mijn vader na, had ze zo’n beetje iedereen in Delfshaven wel gebeten.
Ze was veel te dik en had een bloedhekel aan soortgenoten.
Hoewel ze niet echt groot was, heb ik er nooit van een andere zien verliezen.
Ze had een vaste vecht techniek, beet in de lip van de loeiende tegenstander, en ging er vervolgens met haar volle gewicht aan hangen.
Helaas moest ik hier altijd erg om lachen, en kreeg dan natuurlijk ruzie met de baas van de andere hond, het slachtoffer van mijn heldin Timmie.
Och dat hoort bij honden toch een beetje knokken.

Mijn moeder gaf mij en Timmie vaak de opdracht boodschappen te gaan doen, heel vervelend.
Op Eén keer moest ik naar de slager op de Schiedamseweg, de Schiedamseweg waarvan mijn moeder nu zegt dat er bijna geen Nederlandse winkels meer zitten, wat mij logisch lijkt als er ook bijna geen Nederlandse mensen meer wonen.
Maar goed in de tijd dat ik naar de slager moest zaten die er nog wel.
De slager maakte altijd grapjes, ik was toen erg verlegen, en had een hekel aan de belangstelling die de grapjes over mij uit de bek van de slager kwamen, op de andere klanten had.
Hij zal nu wel uit gegrapt zijn, omdat hij toen al op leeftijd was.
Zo lossen de dingen zichzelf op denk ik dan maar met een Roomse glimlach.
Na weer wat kut geintjes van de slager, peerde ik hem snel naar huis, zonder de slager te groeten.
Snel naar huis toe, om eens lekker naar muziek te luisteren en aan mooie meisjes te denken en wat je daar allemaal voor leuks mee zou kunnen doen.
De gehakt gooide ik nonchalant op de aanrecht, het bureau van mijn moeder zeg maar, laat ze het niet horen.
Net wilde ik de trap op naar mijn kamertje, toen mijn moeder vroeg waar Timmie was.
Die stond als het goed was nog op de Schiedamseweg, waarschijnlijk te janken, ik was haar vergeten.
Vloekend rende ik naar de Schiedamseweg.
Daar zat ze te janken met naast haar een oude dame.
De dame zei tegen Timmie zonder dat ze mij zag.
Arm hondje, welke gek laat jou hier nu achter, schandalig.
Ik raapte alle moed die ik in mijn puberlichaam had bij elkander en zei.
Sorry ik was haar vergeten, alsof ik de dame iets te verantwoorden had.
Ze draaide haar hoofd naar me toe, een rimpel kermis keek mij zeer boos aan.
Zo ventje, kraakte ze, heb jij wel eens nagedacht wat er allemaal met jou hondje had kunnen gebeuren met al die junks hier, ze hadden haar bijvoorbeeld drugs kunnen inspuiten.
Alsof ze die gingen verspelen op mijn Timmie.
Maar dit dacht ik, ik wilde alleen maar weg, weg van die verjaarde hoop bittere ellende.
Maar ze ging voor Timmie staan, en drukte heel naar haar vinger tegen mijn borst en ging verder met haar verwijten.
Stom knulletje, ik vind jou heel dom, je bent zo’n lief beestje niet waard.
De tranen stonden nu tegen de binnenkant van mijn ogen aan.
Het had allemaal zo mooi kunnen zijn, dat ze van kwaadheid dood zou neervallen, maar helaas dat deed ze niet.
Ze maakte liever mij het leven zuur.
Ze ging steeds harder praten, en er kwamen mensen bij staan die het met haar eens waren, allemaal Nederlanders die er nu niet meer wonen of hopelijk dood zijn.
Op Eén vrouw na, die een arm om mij heen sloeg en zei, oprotten allemaal en snel een beetje.
De vrouw was Cor, die ik voor het gemak altijd tante Cor noemde.
De stoerste vrouw van Delfshaven, mijn heldin.
Ik kon nu eindelijk huilen tegen tante Cor aan.
Rustig maar piemelmans zei ze geruststellend.
Ik keek over haar schouder de slager in, waar de slager net deed alsof hij niks gezien had.
Nu al had ik besloten de keer erop naar de Marokkaanse slager verderop te lopen.
Ik groette tante Cor en wilde weg huppelen, toen ze me terug riep, ik vergat Timmie weer.
Timmie was natuurlijk niet al te vrolijk op de terugweg naar huis, ik had haar flink gekwetst natuurlijk.
Het kwaadaardige gezicht van de oude dame heeft me nog jaren lang geïrriteerd, iedereen die me aan haar deed denken, kreeg ik ruzie mee, ze was een complex voor mij geworden die ik niet zomaar uit mijn hersens kon gummen.
Nu gaat het wel weer…….



Televisie




Heb je dit gezien, heb je dat gezien, u kent het wel, je zit bijvoorbeeld op een verjaardag waar men het dan of over buitenlanders heeft, of over Televisie programma’s.
Bij gebrek aan beter word de verjaardag of het feest toch omgebogen tot een soort mislukte vergadering.
Ook ik heb heel veel televisie gekeken, misschien dat ik hem stiekem een beetje heb ingeruild voor internet.
Met het verschil dat internet interactief is, wat ik dan weer een geweldig plus punt vind.
Zo kan ik met mijn , “Onderweg naar zorgen E-zine” mensen vervelen met mijn eigen columns en interviews, dan maak ik toch een soort eigen Wereld, zoals ik dat altijd graag doe.
En echt hoor deze imbeciel gaat er op zijn minst zo serieus mee om als bijvoorbeeld Joop Knap Ellendig, of John zijn Hol, maar mijn doelgroep is wat kleiner, bestaat überhaupt misschien wel helemaal nog niet, toch beest ik door, en als ik er trots over vertel aan mensen, en zeker aan mijn arme lief Xandra, kijken mensen me met een schuin hoofd medelijdend aan.
Je kan veel over me zeggen, maar dan ben je in deze Wereld toch maar even bewust een groot stuk niks.
Met Galerie Slaphanger deed ik altijd al hetzelfde, het was een galerie, maar er gebeurde van alles en voor de buiten Wereld nog niks.
Betweters noemde het onsamenhangend of rommelig, en dat was het ook.
De mensen die er kwamen namen vaak deel aan het geheel, gingen opeens optreden, terwijl ze nog nooit een gedicht hadden gemaakt of een instrument hadden bevingerd.
Of ik kreeg iemand zover te exposeren die zich nooit had verdiept in kunst en/of schilderen.
Natuurlijk werden deze dingen afgewisseld met grote talenten, maar juist de mindere Goden, zoals men, maar ik ze niet graag noemt maakte Galerie Slaphanger zo bijzonder.
Weg van alles wat de tijd de tijd doet zijn, daarmee bedoel ik opgedragen uit de commerciële Wereld wat goed is.

Natuurlijk zijn de populairste dingen, dingen die men ergens mee kan vergelijken, en niet iets dat totaal nergens op lijkt, ja daar hebben we de stier bij zijn klootzak natuurlijk, daarom zegt men dus ook vaak vergezeld van een geïrriteerde bullebakken blik, “DAT LIJKT NERGENS OP”.
De tering, dan is het pas iets, als het nergens op lijkt.
Maar ja, dat moet jezelf nadenken, en de TV zorgt er vaak voor dat zelf nadenken niet meer hoeft, alles word panklaar de hersens ingescheten.
Natuurlijk zijn er nog geweldige programma’s, maar die worden vaak noodgedwongen laat uitgezonden, om te voorkomen dat ze de stront en schijt troep vooral niet in de weg zullen staan.
Zo gaan de mensen die schijt troep kijken dus altijd op tijd naar bed met ander mans stront in hun grijze massa, dat dan weer wel.
Nu is het wel zo dat men tegen men zou kunnen zeggen, hoe zou jij het dan doen, “nichterige kankeraar”, en dat zou ik op dat nichterige na terecht vinden.
Als ik de kans zou krijgen, zou ik eerst Jan Peter Bordvoordekop eens flink afzuigen, niet omdat ik dit al jaren op een verlanglijstje heb staan, maar voor het goede doel, zendtijd dus.
Want geen Eén bedrijf zal mijn plannen willen sponsoren met reclames, en ik ga ook niet voor de kijk cijfers, want dan kan ik net zo goed geen TV maken.
……………………Even hoor mijn zakdoek pakken, ik zit hier te janken nu.
Mocht ik dus de kans ooit krijgen, dan zou ik, nee dat ga ik niet vertellen, stel dat Joop en John dit lezen hahahahahahahahahahahahhaaha
Nou mensen ik ga weer naar de inrichting voor mijn dagverblijf.

Kusjes Pieter

Straatkunst




De eerste keer dat ik met graffiti in aanraking kwam, of er voor open stond was toen ik acht jaar was en met een vriendje een gat aan het branden was in een kauwgomballen automaat.
Vandaar denk dat die dingen niet meer aan de muren hangen, en even ter goede orde ik ben geen buitenlander.
Dus die kunnen er in dit geval in ieder geval geen flikker (sorry) aandoen.
Boven deze succesvol van zijn kauwgomballen beroofde automaat stonden altijd woorden met krijt of spuitbus aangebracht.
Woorden als: hoer, flikker, Feyenoord kampioen, maar goed die laatste is geen scheldwoord. Deze woorden kende ik allemaal wel, maar een woord bleef me bij “sperma” welke oen schreef dat nou op, in mijn ogen dus had iemand Sparta verkeerd geschreven.
De volgende dag liep ik langs de gapende kauwgomballen automaat, en lachte nog even naar sperma.
Dombo mompelde ik wijs.
In de klas zei iemand kut, waarop meester Lex erg boos werd.
Te begrijpen dat hij, ruigridder van de eerste orde dit woord niet tolereerde.
We moesten om het af te leren dacht hij, allemaal om de beurten een vies woord op het schoolbord schrijven.
Na vele poep en plas woorden was het mijn beurt.
Ik schreef sperma op en hoopte dat iedereen in een deuk lag om mijn bewuste spelfout van Sparta.
Nou ik mocht na blijven om aan meester Lex uit te leggen wat dit woord betekende.
Nee hij heeft me niet misbruikt, hoewel dat dit verhaal wel wat had aan gescherpt.
Mijn leven zeker niet.

Nadien heb ik altijd genoten van prachtige pieces, die in Nederland begin jaren tachtig gezet werden.
Als kleine knul, heb ik in Rotterdam een workshop van graffiti kunstenaar Keith Haring en die was een stuk aardiger als meester Lex meegemaakt.
Op dat moment besefte ik niet dat hij dat was.
Daar kwam ik jaren later pas achter.
Zelf begon ik in 1994 op stickers van A4 formaat een soort cartoons te tekenen.
Die plakte ik voor het eerst op de Nieuwe en Oude Binnenweg, voor de etalages waar ik mijn gesmolten Barbies exposeerde.
Het werd een verslaving, overal waar ik kwam en liep plakte ik mijn stickers.
Heerlijk was het om iemand voor een sticker van een dikke lul te zien walgen.
Boven deze dikke lul schreef ik dan dit is een plaspaal.
Dit plakken ging jaren erg goed, tot ik in de stad waar ik nu woon, Schiedam tegen de lamp aanliep.
Ik had vernomen dat men het oude Politie bureau tegen de vlakte wilde gooien.
Een prachtig pand zo vond en vind ik nog steeds.
De ramen waren dicht gemaakt met hout waar ik een grote gele sticker op plakte met de woorden “dit pand moet blijven” het Nar=me.
Ter verduidelijking het Nar=me is een stroming die ik stichtte met dichter Gerrit van Schuppen, kunstenares Saskia van Herwijnen en dj/kunstenaar FFF.
De laatste FFF eigenlijk Tommy de Roos plakte ooit oogballetjes getekend op stickers op de ogen van mensen op reclame posters.
En Saskia en Gerrit, samen werkend onder de naam SAGE houden zich ook bezig met straatkunst, althans kort beschreven, ze vinden iets op straat en maken het tot kunst.

Ik liep verder met onder mijn armen een kunstwerk aangekocht door alweer een kunstenaar Sjef Hendrickx.
Opeens sneed een politiebusje ons (Itam en mij) de pas af.
Zo dat word een bekeuring zei een blauw blouse nors tegen ons.
Ik zag de bui al hangen, en zei op wat humeurige toon.
Okay ik haat de sticker er wel af.
Hier blijven zei de langste agent. Ik weet vrijwel zeker dat hij al langer als een maand niet in het kutje van zijn vrouw/man was geweest.
Hun partners zou ik vriendelijk willen verzoeken hier voortaan rekening mee te houden.
Voor ik het wist stond ik met mijn kin tegen de muziekschool gevel aan.
Geen beweging meer of we stompen je in elkaar, zei de kleinste vriendelijk.
Ik hoop zo dat hij niet meer onder ons is.
Wel, drie weken heb ik last van mijn nekwervels gehad.
Ik wilde vloekend los komen, maar tevergeefs.
Ze worpen mij geboeid het busje in.
Ik schold maar door en was niet meer te stoppen.
Itam werd een cel ingebracht, ik in een andere.
Omdat ik hyperventileerde deed ik wat net geleerde tai-chi oefeningen.
Met zijn zessen stonden ze door het raampje naar mijn voorstelling te staren.
Rukken kon ik dus wel op mijn buik schrijven.
Ik hoorde ze zeggen, “man het zijn Narcisten” “ Nar=ten riep ik beledigd, lezen kunnen jullie ook al niet”.
Uiteindelijk mochten we weg, nadat ze eerst mijn website hadden gecheckt.
Voor het kunstwerk dat ik hierna bij Sjef bracht, ontving ik 150 gulden, precies wat ik voor de boete moest betalen, een niet aangename bijkomstigheid.
En dan waarvoor kreeg ik een boete, ik plakte een sticker op een oud stuk dichtspijkerhout.
En mijn actie ten behoeven van het oude politie bureau was trouwens helemaal zinloos, omdat dat gebouw helemaal niet tegen de vlakte zou gaan hoorde ik later.
Straatkunst, acties en zeker geen testosteron agentjes gaan al helemaal niet samen.
Laat ik nog even door zeiken.
Wat beschermen ze uberhaupt, in mijn ogen gaat graffiti saaiheid tegen.
Maar nee hoor, men voelt zich onveilig op plekken waar graffiti staat gespoten.
Ooit een letter een mens zien neersteken?

Sportschool




Zo nu en dan krijg ik het op mijn heupen, en wil ik opeens een Griekse God worden.
Vanaf 1990 ongeveer ga ik om de zoveel tijd een half jaar aan gewichten trekken.
Maar deze mislukte Hercules mist toch iets om te bereiken wat hij echt wil.
Misschien is het juist dat ik niet eens weet wat ik in Griekse Godsnaam bereiken wil, en dat is handig als je ergens aan begint.
Het ligt niet aan het fanatisme, ik ga er echt voor.
Probeer allerlei training schema’s uit, nee daar ligt het echt niet aan.
Maar wat ik bijvoorbeeld heel zwaar vind, is goedemorgen zeggen, als ik dat niet wil.
Natuurlijk doe ik dat, en voer gesprekjes over niks en zeer weinig met andere sporters.
Dus ik denk dat een half jaar de limiet voor mijn maag is, daarna kan ik echt niet meer opbrengen.
Och er zijn ergere dingen, of moet ik zeggen dat het misschien wel het minst erge ding van alle erge dingen is?
Daar ga ik maar niet te diep over nadenken.

Om het wat leuker te maken ging ik vaak met iemand samen trainen, nee niet om het wat makkelijker te maken, en samen de gewichten op te tillen en weer weg te duwen, we waren zo dom om dat omstebeurt te doen.
De laatste keer dat ik trainde was met Arie Kalkman, een beeldhouwer, ja dat klinkt stoer, dan denkt men aan zo’n oerman of vrouw die in een brok graniet hakt met een bijtel, dag in dag uit.
Arme Arie hij voldoet daar allerminst aan,”stoer” volgens mij weet de goede man niet eens wat dat is.
Hij presteerde het de eerste drie weken alle oefeningen keer op keer zeer geconcentreerd volledig verkeerd na te doen, op laatst keek ik maar niet meer naar zijn eigenwijze gestuntel.
Op zijn sokken huppelde hij vrolijk van het ene toestel naar het andere toestel.
Hij zong voluit, en schreeuwde keihard die lieverd.
Volgens mij had de hele sportschool het idee dat we twee ongelofelijke nichten waren.
Maar dat is hun probleem, we speelde het lekker mee, door na iedere oefening aan elkaar te vragen of de oefening geen pijn deed, of elkaar braaf over de rug te aaien.
Er waren een keer twee dames verpakt in maillot en string pakje er overheen aan het trainen.
Trainen hield voor hun in praten over geile mannen die ze hadden ontmoet.
Arie en ik waren Eén en al oor natuurlijk.
En ik voelde me gevleid toen er Eén in plat Schiedams uitbraakte, dat ik erg sterk moest zijn omdat omhaag te krijgen.
Mijn stoere glimlach werd meteen ontkracht door Arie, die zei dat ik wel meer omhaag kreeg.
Ik zakte door de grond, compleet met de in de kiem gesmoorde stoere glimlach.
De dames waren heel heftig geparfumeerd, echt niet te harden.
Ook niet te harden was toen we na het trainen in de kleedkamer bijna over ons nek gingen van een stront lucht.
Hardop vroeg ik mij af of er misschien ergens een lijk lag.
Na wat grappen over en weer, zagen we een oude kerel in een hoekje staan, met rood hoofd, en een onderbroek in zijn handen, de goede man had in zijn broek gescheten.

Soms dronken we ook iets aan de bar in de sportschool.
Daar stond altijd een stoere Rus achter, hij zei meestal niet meer als goedemorgen, ook als het middag was.
Toen Arie en ik wat misplaatste seksuele grappen maakte, want er komt me toch een hoop testosteron vrij tijdens dat gewichten trekken, niet mooi meer.
Kwam de Rus opeens los, hij begon erover, dat hij graag muzikant had geworden.
Dat kan natuurlijk, waarom niet.
Maar zijn invulling ervan was niet alledaags, hij wilde dan in een bejaarden tehuis optreden.
Arie moest erom lachen, en zei,”met van die hoempa pa muziek zeker” Prachtig.
Nee dat wilde hij niet, hij wilde dat een groep oude dames naakt op een rij gingen zitten.
Hij zou ze dan bespelen, door met zijn rotkop in hun vagina’s te blazen, volgens hem zouden de slap hangende vagina’s dan flubber geluiden op zijn wangen maken.
Nee dat was geen hoempa pa muziek verre van dat.
Onze monden vielen open, om bang van te worden die man.
Dan ben je blij dat de koude oorlog voorlopig voorbij is.
Hij lachte bulderend, het bleek een grap te zijn.
Snel dronken we ons sportdrankje op, en kropen onze veilige ateliers weer in.

Snelle jongen




Snelle jongens, hiermee bedoel ik geen sprinters, nee meer een soort natte scheten in mens vorm.
Als kunstenaar heb ik er al veel, heel veel, teveel ontmoet.
Ze hebben overal verstand van, en hebben allerlei gouden tips achter de hand.
Als snelle jongens, snel leven en hopelijk snel sterven heb ik daar geen enkel probleem mee.
Maar helaas is dat niet aan mij, dit omdat ik nog altijd geen God ben, en mijn staart is te kort om me voor de Duivel uit te geven.
Als ik er weer eens Eén tegenkom, of moet ik schrijven als zo’n snelle jongen me weer eens inhaalt, hmmm dat maakt de zin er niet leuker op.
Maar goed springt er weer eens een snelle jongen mijn leven in, dan heb ik eigenlijk altijd een sterk de ja vu gevoel, zo sterk dat ik op den duur alleen nog de lippen van de snelle jongen heen en weer zie gaan, en eigenlijk in zijn voordeel als een halve zachte overkom.
Laat ik maar eens een snelle jongen uit mijn geheugen vissen om hem aan u te gaan voorleggen.
We beginnen bij de bel TRINNNGGGGG, wetende dat er iemand uit Breda voor de deur staat, loop ik naar de buitendeur.
Voor mij staat een man net uit zijn mid-life crisis, met zwart waarschijnlijk geverfd haar, een soort zwarte Pieten coupe, met daaronder een vette snor, zijn lippen zal ik dus niet zien, een goeie zet.
Hij geeft me een stevige hand, wat zeker overkomt vernam ik eens op een sollicitatie cursus.
Net als ik denk wat een wijven geurtje heeft dit wezen op, zie ik een geblondeerde opmaak pop achter de snelle jongen staan.
Ze geeft mij een slap handje, ik walg van het idee, dat ze daarmee wel eens de snelle jongen aan zijn gerief heeft kunnen brengen
Ik ruik nog net niet aan mijn hand.
Ze heet Betty en net als zij deed haar achternaam er niet toe.
De snelle jongen heet Wil en ook zijn achternaam zal me mijn reet roesten.
Leuk huissie zegt Wil niet gemeend.
Ik wil Wil net vertellen dat ik het niet met hem eens ben, als hij me inhaalt en naar een werk van 3 bij 6 op mijn huiskamer muur loopt. (zie de foto op mijn portofolio)
Hij kon het nauwelijks gezien hebben, als hij zich omdraait en tegen Betty schreeuwt.
“Kijk Betty deze jongen heeft het gewoon”, die gaan we groot maken.
Ik hoop dat Betty dit groot maken niet verkeerd begrijpt.
Ze piept iets, maar Wil hoort alleen zichzelf.
Ik knipoog uit verkeerd medelijden naar Betty, die mij volkomen onbelangrijk vindt, en haar gezicht nog maar even plamuurt.
Dan staat Wil voor mijn muziek collectie, en zegt zo jij hebt alles van Elvis Presley.
Walgelijk doe mij maar de Red hot chilli peppers.
Hij spreekt dit uit alsof hij de Chilli peppers zelf heeft uitgevonden.
Elvis is dood man, out of time.
Alsof ik dat niet zou weten.
De rest van mijn collectie gunt hij geen blik waardig, om te narren zet ik de Butthole surfers, waarop hij verder maar niet reageert.
Net als ik me afvraag of hij zich wel eens door een enorme voorbind lul heeft laten dekken staat hij al druk te doen voor een ander werk.
Ik ga er maar niet op in, en vraag of men iets wil drinken.
Betty kijkt mijn keuken in, en zegt vervolgens nee.
Wil wil wel iets sterks.
Dat heb ik niet, lieg ik.
Doe dan maar iets fris.
Ik schenk een glas sinas in, waar ik al lekker aan gelurkt heb.
Achter mij hoor ik giechelen, als ik me omdraai zie ik dat het enge stel elkaar staat op te geilen.

Zittend aan de eet tafel, vertelt Wil dat hij op internet al zag hoe goed hij mijn werk vond.
Van jouw kan ik een nieuwe Herman Brood maken.
Ik heb niks tegen Herman Brood, sterker ik ben een bewonderaar van zijn oeuvre, van zijn schilderijen, muziek en het meest van zijn gedichten.
Maar ik ben toch het liefst mezelf.
Maar Wil raast door, in zin te grote grijze pak zit de drol druk te gebaren.
Op zijn voorhoofd staan zweet druppeltjes.
Mijn God wat kan ik toch hopen dat iemand dood blijft.
Ik heb een EHBO cursus gedaan, maar zou hem op zo’n Goddelijk moment vergeten.
Terwijl Wil verder zijn bek leeg schijt, droom ik weg.
Ik zie Wil naar zijn vette borst grijpen, zijn ogen worden groot.
Hij kreunt en steunt, verstijfd en valt voor over met zijn gezicht in het glas.
Mors dood, weg van deze Wereld.
Betty geeft de vlees homp een klap op zijn rug.
En jammert, dat er nu sinas op haar rode glitterjurkje is gekomen.
Ik twijfel geen moment en knijp Betty enorm hard in beide tepels.
Ze kermt. Ik brul van het lachen.
Hou op idioot schreeuwt ze terecht.
Dan laat ik eindelijk los.
Trek de bolle kop van Wil aan zijn haar uit het glas, hij bloed.
Dat ziet er slecht uit Wil, dan geef ik hem laf een kop stoot.
En trap als een bezetene op zijn liggende lijk in.
Betty schreeuwt, ze blijkt eindelijk door te hebben dat Wil dood is.
Ik stop met schoppen en draai me om naar het kermende gedrocht op hoge hakken.
Angstig met door gelopen mascara kijkt Betty me aan.
Dan zegt ze zacht, doe met me wat je wil, maar vermoord me niet.
Dat is het enige wat ik wil trut, jou vermoorden.
Ik ren op haar af, pak haar arm en draai haar heel snel rond.
Terwijl ze haar enkels breekt laat ik los, ik val op de grond, boven op Wil.
Als ik op kijk zie ik dat Betty door mijn raam is heen gevallen.
Drie hoog naar beneden.
Als ik door het raam kijk zie ik de bezorgde (ziekelijk nieuwsgierige buren) om het lijk van Betty heen staan.
Ze kijken omhoog, dan hijs ik mijn armen als een winnaar omhoog.
Op dit moment ontwaak ik uit mijn dag droom, en kijk recht in de ogen van de door tetterende Wil.
Ik doe alsof ik mij uitrek bij het gapen.
Sorry hoor maar ik heb vannacht slecht geslapen.
Wil lacht, grijpt Betty in haar zij, en terwijl hij haar tegen zich aandrukt, bluft hij, dat hij ook veel slaap te kort komt.
Nou Pieter, we moeten ervandoor, je hoort nog van mij.
Ja natuurlijk, erg fijn gesprek verzin ik ter plekke, en neem afscheid van mijn nieuwe vrienden.

Vreemde kerels die snelle jongens.
Keer op keer vervelen ze mensen met hun verhaal, en vervolgens verdwijnen ze in het niets.
Misschien zijn het kunstenaars die andere kunstenaars vrijblijvend een soort oervervelende performance voor schotelen.
Voor mij hoeft het in ieder geval niet….

Jonge ondernemers




Er zaten eens drie knullen in een auto, Raymond aan het stuur, Itam op de achterbank en ik naast de bestuurder.
Ik weet echt niet meer waar we heen gingen of vandaan kwamen, maar het zou misschien in de verhaal lijn ontbreken, dus verzin ik gewoonweg iets.
We kwamen uit de reet van Oom Peet.
Zo die staat, het moet heel saai geweest zijn, want we begonnen te fantaseren.
Deze rit zal zich ongeveer twee jaar geleden hebben afgespeeld, want we hadden het over de trendy winkeltjes die toen overal de grond uit schoten, en nu even snel net als echte paddestoelen allemaal weer verdwenen zijn.
Maar dat wisten wij nog niet, hoewel we het stiekem wel aan hebben zien komen, of niet dat doet er ook niet toe.
Ik vond dat we ook maar een trendy winkeltje moesten opzetten, gezellig met zijn drieen.
Raymond kwam op het idee om de Sneeuwster taart weer op de markt te brengen.
Voor de mensen die net als Itam nooit gehoord hebben van een Sneeuwster taart, een Sneeuwster taart is een ronde taart (wat raar), van cake gevuld met advocaat room en besprenkeld met poedersuiker.
In het midden zat een soort ster gekerfd.
Thuis kregen Raymond en ik die als zaterdagse lekkernij.
En echt we zijn geen familie maar die zullen alle Nederlandse kinderen toen op zaterdag wel gegeten hebben, heel speciaal dus.
Dat ding wilde we dus weer op de markt brengen.
Maar hoe, zo lekker is zo’n sneeuwster nu ook weer niet.
We zouden een vierkant glazen gebouwtje midden op de Coolsingel laten neerzetten.
Niet teveel poespas, een toonbankje en een grote oven en dat moest het wel zijn.
Om tegen de Amerikaanse Brownies the concurreren zou er ook een chocoladester op de markt gebracht worden.
By the way, onze toko zou “De Sneeuwster” gaan heten.
Soms weet ik ook niet waar ik de namen vandaan haal, heeft alles te maken met mijn genialiteit.
Ons uniform zou bij het product moeten passen, dus een hoge kokmuts, kokschort, en kokbroek met open achterkant.
Onze witte billen zouden dan aan de sneeuwster doen denken.
Kenmerken zijn erg belangrijk voor een vruchtbare onderneming moet u weten.
Als het even niet druk is in de Sneeuwster zou het vast het winkelend publiek trekken als we uitrusten met onze rug en billen tegen de ramen aan van onze glazen toko.
Iedereen in Rotterdam moest het gaan hebben over onze Sneeuwster.
Itam zou onze bezorger worden, want met alleen afhaal red je het natuurlijk niet meer in deze tijden.
Ook Itam zou er aan moeten geloven een met open achterkant kokbroek door Rotterdam moeten Scooteren.
Regelmatig zou hij in elkaar geslagen worden vanwege zijn out-fit.
Maar daar konden we dan weer de kranten mee halen.
Tot op heden is het bij plannen gebleven, maar wat in het vat zit verzuurd niet….

Slecht nieuws




Met pijn in mijn hart wil ik u het nu volgende mededelen, na dertien jaar zijn mijn lieve vrouw Xandra Severien en ik uit elkaar.
Het zal voor de meeste lezers onder u niet veel uitmaken, omdat u waarschijnlijk niet eens wist dat we bij elkaar waren.
Maar voor wie dat wel wisten zal het misschien toch een shock zijn.
Zo ook voor mij en Xandra, we besefte het pas toen mijn buurvrouw een kaartje door de brievenbus schoof (die brievenbus heb ik meteen afgeplakt).
Op de kaart stond dat er geruchten gingen dat ik weg was bij mijn vrouw, en een verhouding had met Esther Zitman, een geweldige kunstenares die verderop in de straat woont.
Zelden maak ik met haar een praatje en wat vaker zeggen we elkaar gedag, maar dat kan je toch niet zien als een verhouding.
Zaterdag 2 april 2005 was dus een droeve avond ingegaan.
Opeens waren we uit elkaar, en had ik een verhouding.
En nu komt het, de bedenker van dit verhaal, heeft dit verzonnen naar aanleiding van de kranten die ik tegen het raam van mijn atelier heb geplakt, hieruit maakt “HET” op, dat we uit elkaar waren, en dat ik vreemd ging.
Het kan dus allemaal nog slechter als de verhalen van “Geile tijden goede tijden” of “Onderweg naar zorgen”.
Xandra kwam haast om in het lachen, ik besloot een bezoekje aan mijn buurvrouw te brengen.
Ze vertelde dat ze het gehoord had op de Tuinlaan aan de Plantage, van een zangeres, die het weer van iemand anders had gehoord.
Zo gaat dat, de bedenker is onvindbaar.
Gelukkig, want verhaal halen zou ik zeker doen, met grof geweld.
Ik haat dit soort idioten, die zich de tering vervelen, en dan maar dit soort nonsens gaan verkondigen.
WALGELIJK, ik verzin ook, maar dan staat wel mijn naam eronder.

Ik sta hier ook bekend als de piemel kunstenaar, en dan weten ze niet eens waar ik mijn werf mee roer en meng.
Toen we hier in 2000 kwamen wonen hing ik een schilderij van een lul op, verpakt als Mickey, genaamd Dickey.
Na die tijd heb ik er zelden of nooit meer lullen in gehangen, maar van die naam kom ik niet meer af, als ik er nou rijk en gelukkig van werd, of Eén van die twee, dan maakte het mij niet uit.
Nu eigenlijk ook niet, maar ik moet wat te schrijven hebben.
Ik schilder en teken graag lullen, maar er zijn echt wel meer dingen die ik graag doe of creëer, maar de lullen blijven bij de mensen het beste hangen.
Ze zijn dus erg interessant die lullen, dat wel.
Aan de andere kant heeft het misschien wel niks met mijn werk te maken, maar vind men mij gewoon een lul.
Een lul omdat ik lullen schilder.
Vaak hoor ik ook dat als men een werk ziet zonder lul, waar ik er toch het meeste van heb, werken zonder lul,, “zo je bent er overheen”.
Nou mensen ik ben nog nooit over een lul heen geweest, echt niet.
Dat zal binnenkort wel de ronde doorgaan, hier in Zieligdam, maar dan hoop ik dat u van me aanneemt dat dit een leugen is.
Ik schilder of teken een lul naar gelang ik dat wil, voor mij heeft dat niks met een overgang, of ontwikkeling te maken.
Zo nu ga ik lekker poepen.

RIAGGGGG




Veertien jaar was ik, een kut puber van de ergste soort.
Althans op de door mij zo gehate school.
Iedere morgen probeerde ik er onder uit te komen.
Mijn arme moeder moest er op haar beurt alles aan doen mij de trap af te schoppen.
Negen van de tien keer won mama helaas.
Veel, heel veel had ik er voor gedaan om niet naar school te gaan.
Ik zat op de LTS of iets wat er voor door moest gaan.
Simpelweg wist ik niet waar school voor nodig was.
In mijn ogen deed ik toch niemand kwaad met mijn eeuwige tekenen en gesport.
Ik trok de lul van de leraar toch ook niet uit de vagina van zijn geliefde om hem even te vertellen wat hij wel en niet moest doen.
Maar wie was ik?
Daar was ik dus niet achter.
Negen van de tien keer stond ik op de gang inplaats van in het klas lokaal.
Ik leerde voor timmerman, en wist toen al dat ik dat nooit zou worden.
Mijn vader was ook Timmerman, dus ik besloot daar ook maar voor te gaan leren.
Super dom merkte ik na een week opleiding.
Mijn technisch inzicht was te vergelijken met dat van een opgezette aap.
Hoewel ik denk dat zijn technisch inzicht nog beter zou zijn.
Op school had ik een paar vrienden, waarschijnlijk omdat ze er plezier in hadden hoe ik iedere dag wel met iemand op de vuist ging.
En echt hoor ik kreeg geregeld een flink pak slaag, maar leerde het nooit af.
Het was de spanning denk.
Zo werden mijn ouders dus gebeld door onze directeur Parledanus, die wij steevast “ouwe anus” noemde.
Hij stelde mijn ouders de vraag of ik thuis in een hok zat.
Ze waren erg verbaasd, omdat ik thuis rustig op mijn kamertje zat en nooit echt voor problemen zorgde.
Maar goed ik moest naar het RIAGGGGG vanwege mijn agressieve gedrag.
Mijn vraag was of dit in school tijd moest.
Toe mijn moeder zei dat dit zo was, stemde ik toe.

Twee dagen later zat ik in de wachtkamer van het RIAGGGGG, te luisteren naar klassieke muziek.
Die mij aan een begrafenis stoet deed denken.
Na jaren kwam ik pas over dit zelf verzonnen trauma heen.
Ik maakte het mezelf niet makkelijk.
Net toen ik wilde vluchten kwam er een dame binnen, van hoogst waarschijnlijk Surinaamse afkomst.
Ze had lange gespierde benen verpakt en een door mij zo geadoreerde zwarte nylon.
Haar voeten waren gestoken in zwarte laarsjes.
Wat ze verder precies droeg is mij ontschoten.
Het zou mij niks verbazen als ik daar nooit naar gekeken heb.
“Hallo, jij moet Pieter zijn”.
Het liefst had ik gezegd “nee baby, ik ben jouw droom man”maar”.
Maar ik zei verlegen van mijn geile gedachtes,”Ja mevrouw”.
Ze nam mij nog eens goed in haar op.
Ze moet gedacht hebben, is dit verlegen lulletje nu dat los geslagen beest.
Of ik haar wilde volgen.
Nou dat hoefde ze geen tweede keer te zeggen, ik kroop haast in haar prachtige billen, ja ze moet Surinaams geweest zijn.
Ik had haar willen volgen, van mijn part de afgrond in, als ik haar maar mocht volgen.

In haar kamer, zei ze “dit is mijn nieuwe kamer, mooi uitzicht he Pieter”.
En dat was ze een mooi uitzicht, zeker weten.
Het eerste wat ik moest doen was tekenen wat me dwars zat.
Een harde piemel kon ik tekenen, die zat me dwars, maar ik besloot een klasgenoot te tekenen.
“Wie is dat” vroeg ze.
“Ronald” zei ik.
“Teken nu eens wat je het liefst met Ronald zou willen doen”.
Hierop ging ik los en tekende ik een flink aantal messen in Ronald, die al in een verre staat van ontbinding was.
Vol afgrijzen bekeek ze mijn creatie.
Eigenlijk wilde ze haar lange rood gelakte nagels in mijn ogen steken, en mijn zieke breintje doorboren.
Inplaats hiervan bood ze mij thee aan.
Ze liep de kamer uit, haar kont zwaaide mij vriendelijk toe.
Toen ze het stomende kopje uilenzeik voor me neer zette.
Stak ik heel stom mijn vinger op.
Ze moest erg lachen.
“Dat hoeft hier niet hoor Pieter”.
“ik moet plassen” zei ik alsof het er haar wat toe deed wat ik op de WC ging doen.
Daar kun je plassen, drukken of rukken zoals ik deed.
Ik hield het echt niet meer.
Binnen de kortste keren kwam ik heerlijk klaar.
Tot mijn schrik zag ik dat ik over mijn jeans had gemorst.
Snel depte ik het zaad met water, wat de vlek zoals bekend alleen maar groter maakte.
Ik kon wel huilen.
Moest ik het gebouw ontglippen.
Nee ik wilde terug, naar haar.
Maar ik had geen zin om voor joker te staan.
Als mister Bean klom ik op het fontein om met mijn vlek bij de handendroger te komen.
En ja hoor de fontein brak af en ik viel tegen het WC deurtje aan.
Dit maakte een enorm kabaal.
Verslagen lag ik op de grond.
De deur ging open, daar stond ze waar, miss Surinam.
“Wat is hier gebeurd vroeg ze terecht verbaasd.
“Ik leunde op het fonteintje en toen brak hij af”.
Tot mijn grote verbazing geloofde ze het nog ook.
Mijn hele broek was nat, zodat ze de vlek niet meer kon zien.
Ik kon naar huis.

Nog twee jaar ging ik trouw naar haar toe.
Het heeft me nooit echt geholpen, wat ik of zij vertelde is volkomen langs me heen gegaan, maar daar ging ik dan ook niet voor.

Poppenkast speelster




Eergisteren stond er een stukje over mijn schilderij van mijn held Pantani, die helaas overleed aan een overdosis Cocaïne.
Maar goed daar wil ik het niet over hebben, nee ik wil naar aanleiding van dit stukje terug naar 1991 toen ik voor het eerst in de krant stond.
Ik had een strip gemaakt over Delfshaven en al zijn ellende, de buren had ik tot stripfiguren gemaakt, voor zover ze dat al niet waren.
Mijn zus had de krant gebeld, en een interview was daar.
Op de bank, met aan de ene kant mijn moeder en aan de andere kant mijn zus.
Die twee bleken meer over mij te weten als ik en mijn striptekenen.
Onder het artikel stond ons telefoon nummer, ik was dus met mijn naïeve hoofd naast de telefoon gaan zitten in afwachting van een uitgever, best lief eigenlijk.
Er werd gebeld, nee niet door een uitgever natuurlijk.
Maar door een dame die vertelde poppenkast speelster te zijn, en wel iets zag in een samenwerking met mij.
Niet veel later reed ik met de strip in een grote map onder mijn arm naar Spangen waar ze woonde.
Serieus dacht ik al na hoe ik in godsnaam met een poppenkastspeelster kon samenwerken, misschien kon ik achtergrondjes tekenen dacht ik al diep na.
Ik belde aan en besloot te kijken wat de Poppenkastspeelster van me wilde.
Net wilde ik na drie minuten wachten op mijn fiets springen om weer naar de veilige thuishaven te fietsen, toen twee grote blauwe ogen door een raam in de deur mij aankeken.
De deur ging open, en een vrouw van bijna twee meter verscheen, de poppenkastspeelster.
Ze gaf me een stevige hand, dat wil zeggen ze verbrijzelde hem haast.
“Jij moet het tekenaartje zijn zei ze met zware stem”.
Tekenaartje dacht ik, sterf maar snel poppentrut.
Kom verder haalde ze mij uit mijn verbitterde gedachtegang.
Ze had lang blond haar dat op haar billen ruste.
In de gang trok ze een deur open.
Nee dacht ik, daar gaat deze heks mij induwen, en mishandelen, me gebruiken als een opblaas pop, ze was natuurlijk een opblaaspoppenspeelster.
Maar niks was minder waar, aan de muren hingen werkelijk prachtige poppen door haar zelf gemaakt.
Ik gaf haar mijn complimenten.
Die ze beantwoorde met een lach die niet van deze Wereld was.
Ik kreeg de neiging heel hard weg te rennen.
De zweetdruppeltjes angst vocht dropen mijn bilspleet in.
We liepen haar kleine huiskamertje binnen.
Ik nam plaats in een stoel, het had even zo goed een bank kunnen zijn natuurlijk.
Maar het was een stoel, een oranje stoel.
Ze nam naast mij plaats op een andere oranje stoel.
Ze nam mij in zich op, ik besloot mijn map uit te pakken.
Maar een hand, haar grote hand, veel groter als die van mij hield dit tegen.
Verbaasd keek ik de engerd aan,”ze glimlachte, likte haar lip, wat ze steeds deed alsof ze me elk moment als een wolf zou gaan opvreten.
En opeens zei ze uit het niets,”zullen we nu dan maar neuken”, opvallend snel reageerde ik met het lullige”, nou daar was ik niet voor gekomen.
Ze hoorde mij niet en liep de kamer uit.
Mijn hoofd tolde, had ik weer de droom van elke echte kerel, is toch dat een vrouw met hem wil neuken, neuken, neuken……………..
Maar ik zweer je dat al die mannen dan niet aan de poppenkastspeelster dachten.
Daar zouden ze simpelweg niet eens op kunnen komen.
Ze kwam binnen met een pot thee.
Ik dronk natuurlijk geen druppel, ze had me wel kunnen vergiftigen.
Ze pakte een foto van twee blonde meisjes,”Kijk dit zijn mijn dochtertjes”.
“Wat een leuke kinderen zei ik”.
Ze keek me aan, of door me heen dat weet ik niet precies, ze begon keihard te janken.
Ik wist me geen raad, het leek een uur te duren.
Van het ene op het andere moment was ze uitgehuild, en vertelde ze dat ze haar dochters niet meer mocht zien.
Niet zo vreemd natuurlijk.
Voor ik iets opbeurends kon verzinnen werd er aangebeld en verdween ze naar de deur.
Een hele groep straat kinderen kwamen binnen gerend met het poppendwaasje achter ze aan.
De kinderen zaten overal aan en gooide zelfs de TV om.
De poppenkastspeelster zat er vaag naar te kijken.
Ik besloot nu de benen te maken, zonder te groeten nam ik afscheid.
Ik was genezen van mijn krantenroem, zou nooit meer mijn telefoon nummer in de krant zetten………


Door: Pieter Zandvliet

pieter@eye-cramps.com

Playhouse comix




Als kunstenaar verheug ik mij meestal op een bezoekje van mensen die interesse tonen in mijn werk.
Zeker als dit niet ver van te voren is afgesproken.
Het was tegen half twaalf in de morgen. Toen er tegen de winkel ruit voor mijn atelier werd getikt.
Niet over enthousiast liep ik naar het winkel ruit, ik verwachte een junk of een gek.
Ze zou het beide geweest kunnen zijn, maar zo zag de vriendelijk lachende dame ervoor mijn atelier niet uit.
Snel deed ik de klemmende deur open.
“Hallo meneer heeft u dat werk gemaakt” vroeg ze wijzend met een vuur rode nagel op een werk in de etalage.
“Yes “ zei ik net iets te populair voor mijn persoon.
“Ik ben er verliefd op” zei ze lyrisch”.
“Heeft u nog meer” vroeg ze naar de bekende weg.
“Ja hoor wilt u dat zien” kwijlde ik vriendelijk.
En ze liep op haar lak leren zwarte pumps mijn atelier in.
Ze droeg een zwarte leren jas, en had lang krullend rood haar.
“Mooie ruimte” piepte ze, zoals vele al voor haar zeiden.
“Bedankt mevrouw”.
Als een heer stelde ik mij aan haar voor.
Ik gaf haar een hand, ze had lange zachte en warme vingers.
Ze zei haar naam die ik zoals gewoonlijk niet hoorde.
Ik durfde het niet, om weer naar haar naam te vragen.
“Wilt u iets drinken, iets fris misschien”.
“Nee hoor want kunstenaars drinken altijd uit de fles” gleed er over haar volle roze lippen.
Ik dronk soms uit de fles, maar om daar nu direct alle kunstenaars van te beschuldigen.
Net toen ik in gedachtes verzakte, over hoe ik haar in mijn tuintje kon begraven, redde ze haar eer, door weer uitzinnig voor een werk van een fantasie figuur te staan doen.
Om het figuur heen wordt er eigenlijk alleen maar geneukt, maar dat is bijna niet te zien, als ik er niet op wijs.
Dat had ik zeker gedaan, maar ik kon deze dame niet inschatten.
En dat kan dodelijk zijn voor de verkoop van een werk.
Tenminste als je nog geen grote naam bent in de kunst Wereld.
Hoewel Pablo Picasso ook voor een vieze oude man werd uitgemaakt bij de laatste expositie in levende lijven.
En dat was hij, maar daar om was hij nog geen slechte schilder.
Maar goed laat ik deze open deur even dicht doen en verder gaan met mijn verhaal.
“ U mag uw atelier wel eens opruimen” zei ze bits.
Waar was ze eigenlijk mee bezig deze “Trut Triangel” van de bovenste plank.
Het ene moment zei ze iets aardigs over mijn werk, om vervolgens een steek onder water te geven.
Het voelde verdomme aan alsof ik gepijpt werd en daarna keihard in mijn bijna spuitende eikel gebeten.
Ja en dan moet u al het spannende in heftige pijn omzetten.
Een ramp dus.
Toen sloeg ze een gilletje uit.
Raar, want ze stond niet eens voor een werk.
“Wat is er” vroeg ik met alle mogelijke moeite.
“Leest u dat” zei ze met boze ogen kijkend naar een Playhouse comix die op mijn werk tafel lag.
“Ja mevrouw ieder maand”, “dan voel ik me net als vroeger ondeugend” zei ik met een lachje, omdat ik dacht leuk te zijn.
“Vieze gore vent” bulderde ze, zodat mijn vrouw boven het ook kon horen.
“Boos liep ze weg met de Playhouse in haar hand” Mevrouw mijn Playhouse” vroeg ik lomp.
Ze stopte en gooide hem in mijn gezicht.
Nog eenmaal keek ze mij vernietigend aan, alsof ik net alle kindertjes op een kleuterschool had verkracht, en liep de vergetelheid weer in.
Snel vergat ik haar weer samen met mijn Playhouse.

Pima




Pima zat voor het grote raam in zijn atelier, die hem uitzicht gaf op een inmens groot weiland.
Waar bonte koeien vredig gras aten.
Als Pima nooit buiten zou komen, en afgaan op wat hem door het raam de hersenen inkwam zou hij een gelukkig beeld over de Wereld hebben.
Maar gelukkig wist Pima wel beter, ik bedoel hiermee, hij zat niet zijn hele leven al achter het raam naar buiten te staren.
Dat staren was overigens vol van gedachtes, die niks met de grazende koeien te maken hadden,
Hij zag ze niet eens, als Pima naar buiten keek was hij altijd aan het dromen .
Dit deed Pima iedere morgen minstens een half uurtje om tot inspiratie te komen voor een kunstwerk.
Vaak vroeg hij zich voor dat grote raam af waarom hij schilderde.
Hij verkocht zelden schilderijen tegen een schijntje van de waarde die het schilderij eigenlijk had.
Feitelijk was hij op een punt beland dat hij zijn werk haten, en daardoor zijn leven.
Bij elke galerie kreeg hij een vriendelijk nee te horen als het op een expositie aankwam.
Soms dacht hij het middel uitgevonden te hebben, door lieve gekleurde beestjes te gaan schilderen, en die niet zelf bij de galeries te presenteren , maar een vriendin Joke.
Joke was een oude school vriendin die goed gebekt was en er goed uit zag.
Maar ook zij kreeg niks van de grond, en kwam na een paar dagen terug met de in de ogen van Pima gladde goed in de smaak vallende werken .
Na dat hij Joke vriendelijk had bedankt voor de gedane moeite, smeet hij de werken kapot, waarbij zijn TV sneuvelde, zijn enige maar voor Pima zo belangrijke contact met de buiten Wereld.
En zijn hobby het kijken van seksfilms met daarin de acteur Jeff Stryker, kon nu ook niet meer.
Pima was homo, maar kwam hier nooit mee naar buiten, Drunen zijn woonplaats was hier zo en zo niet de geschikte plaats voor.
Heel af en toe kon hij zich een mannelijk naaktmodel veroorloven, die hij steevast zijn bed probeerde in te praten.
Of hij ging zolang door met schilderen dat het model bijna wel moest blijven slapen.
Maar het was hem nooit gelukt er eentje te versieren.
Feitelijk lukte Pima niks.
Zijn ouders hadden hem verstoten toen hij er bij zijn zwaar gereformeerde familie vertelde dat hij op mannen viel.
Daardoor mist hij nog steeds drie voortanden die zijn vader eruit sloeg.
Dikwijls schilderde hij op moeilijke momenten zijn vader met de penis van de Duivel in zijn anus.
Maar Pima had het nooit gewaagd deze aan iemand te laten zien.
Hoewel aan Joke had hij er eens een paar laten zien.
Hij dacht dat ze gillend weg zou rennen, maar ze vond ze wel geil zei ze droog.
Ze wilde er zelfs een kopen, maar daar zag Pima vanaf.
Het enige waarvoor Pima nog leefde was zijn kunst, daardoor alleen wist hij wat zijn missie was, hierdoor kreeg hij het idee iemand te zijn.
Maar het was ook wat hem zo intens verdrietig maakte, hij zat in een vicieuze cirkel, waar hij niet uit leek te komen.
Of misschien wilde hij er wel niet uitkomen.
Daarvoor had hij mensen nodig die hem zouden erkennen als kunstenaar, en daarvoor was zijn diploma niet genoeg.
Hij leefde eigenlijk op de zak van Joke, die voor hem dit oude huisje huurde.
In ruil daarvoor nam ze om de drie maanden een werk van hem mee.
Vaak schilderde Pima over oude doeken heen, niet omdat hij ze niet mooi vond, maar zijn schildersdrift won het altijd van een werk dat er stond.
Hij wist niet eens meer wat hij een maand ervoor had gemaakt.
Al jaren kwam Pima niet meer buiten, daar was hij overtuigd dat gevaarlijke demonen hem zouden verscheuren.
Ook Joke was in zijn ogen een heks, maar die had hem in haar macht.
En ze deed hem geen kwaad zolang hij deed wat ze vroeg.
Zo verwilderde Pima, en wist eigenlijk niet wat er om hem heen speelde.
Zijn TV die nu drie daarvoor dus kapot was gegaan, was zijn laatste redding van gekte.
Zijn fantasie had hem gek gemaakt, zijn werken waren schitterend, maar de arme Pima zou ze nooit zelf kunnen vertegenwoordigen.
Hij ging voor het leven een inrichting in, waar hij het zelfde doet als hij in zijn atelier deed, schilderen.
De inrichting ziet hij als de gevangenis van de demonen waarvoor hij schildert.
Joke verkoopt nu zijn werken, en is hij toch nog geworden wat hij ooit zo hoopte, een erkend kunstenaar.
Zo ziet u maar, wie volhoud wint…………..


PS Pima is een kind van Pieter Zandvliet en Marc van Elburg dat nooit geboren is....

Paalschuren




Het zal best wel eens gebeurt zijn, dat ik met een paal in mijn broek dromend naar een mooi meisje heb staan staren.
Helaas kan ik dit niet hard maken, om dat ik me dit simpelweg niet herinner.
Maar tegen een paal aan staan te kruis schuren, het zogenaamde “paaldansen”, dat heb ik nooit gedaan.
En als ik het zou doen, is het om dit fenomeen eens flink proberen belachelijk te maken.
Aan het einde van mijn act moet dan toch minstens de zaal kotsend en walgend naar de onder de stront zittende de paal staren, waar ik even daarvoor lekker mijn bilnaad heb langs staan schuren.
Het zal er zeker niet inzitten dat ik deze act werkelijk ga doen, en het juiste publiek zal mij niet laten dansen, die nemen dan een ordinaire snol, of een zonnebank gebruinde kleerkast.
Laten we even wel wezen, ik ben niet jaloers hoor, tieft nou gouw op!
Naar mijn idee is de bedoeling van het kijken naar de kruis schuurders dat je er geil van wordt, je moet je dan gaan indenken dat de ijzeren paal, jouw pik is.
Dit lukt mij van geen kanten, het indenken niet, en het geil worden al helemaal niet.
En dan zal dat voor dames toch helemaal moeilijk worden, die moeten zich ook nog eens gaan indenken dat ze een pik hebben.
Wat veel dames blijkt te lukken, want ik zag er op televisie al heel wat gillend en even zo vernederend grijpen naar een gespierde geblondeerde trol paal schuurder.
Nou ik vind het niks, eerlijkheids halve draai ik mijn kop niet om voor porno, okay daar word ik ook niet geil van zonder aan mij zelf te zitten, maar dat zou niet eens helpen bij dat paalschuur gemuts, ik zou het geweldig vinden als ik de paal onder 220 volt zou zetten, en het effect op de desbetreffende paalschuurder lijkt mij dan erg boeiend.
Nee weet je wat erotisch is als een vrouw volledig aangekleed danst op zigeuner muziek, zoals in de Franse film,”Gadjo dilo” te zien is.
Dat is verdomme pure schoonheid.
Maar schoonheid en goeie muziek spelen bij geilheid natuurlijk veelal geen rol.
Geilheid is dierlijk, en zeker paal schuren, kijk maar naar beesten met vlooien die schuren ook met hun lichaam langs van alles en nog niks.
Stel je toch eens voor, je bent net als ik een beetje ziek in je hoofd, en je presteert het verliefd te worden op een paalschuur figuur.
Komt hij/zij voor het eerst bij jou eten, heb je in plaats van kaarsen een paal op de eet talfel gezet, een levens grote Goudse kaars zou ook kunnen natuurlijk.
Prachtig vond ik hoe Kim Holland in de film Vet Hard een paar klappen op haar gelaat kreeg, toen ze zwoel stond te paal schuren.
Niet om dat het Kim Holland is, want daar heb ik geen hekel aan.
Maar omdat Jack Wouterse in Vet Hard precies deed wat ik ook graag met paal schuurders zou willen doen.
Het publiek is natuurlijk altijd de schuldige, die maken het mogelijk dat de paal schuurders werk hebben, want ik kan me niet indenken dat je voor televisie naar Netwerk zit te kijken, de televisie uit doet, en denkt ja ik ga even mooi voor mezelf tegen de krab paal van de poes aan ga staan schuren.
Dus ben ik bang dat ik het publiek ook maar moet afschieten…..
Nee laat ze ook maar, ieder zijn meug.

PS Paalzitten vind ik ook niks hoor!

Saaie lul




Een vreugde vol gebeuren zou het moeten zijn, “oud en nieuw”.
U snapt het al, voor mij is dat geheel anders, ik zou er simpel weg niet aan moeten denken er over te gaan schrijven als het voor mij een prachtige gebeurtenis zou zijn.

Laat ik niet lullig doen en het even proberen.

“Oud en nieuw” is voor mij een feest waar ik ieder jaar met een kallende erectie naar uit kijk.
Al bij het ingaan van de herfst krijg ik de kriebels.
Wie ga ik uitnodigen, of beter, door wie ga ik me laten uitnodigen.
Zou het me dit jaar gaan lukken mij een vet beroerte te eten aan de oliebollen, vast wel.
Fijn lekker lekker fijn, zingt een blond elfje door min hoofd, het word weer feest net als vorig jaar, het jaar daarvoor ETC.
Deze keer gaan we weer een mooi jaar in ruilen voor een ander mooi jaar.
Ik zal als goede voornemen niet meer koken en tegen alles en iedereen eerlijk zeggen hoe ik over ze denk.
Hoewel zet ik dan wel mijn volgend oud en nieuw feest op het spel, want niet iedereen zal mij vrolijk door laten leven als ik zeg wat ik van hem/haar denk.

Nou dit was de fictieve kant van mijn oud en nieuw kant.
Ver weg van de werkelijkheid, althans de werkelijkheid die ik veelal aan dit niet interessante kutfeest beleef.
Als kind stak ik een keer een rotje van iemand aan met mijn sterretje, nee ik ben geen tovenaar, ik bedoel met een sterretje zo koudvuur vlammend brandend duf kruidstaafje en niet mijn anus.
Waarschijnlijk was ik de enige die hier aandacht, sorry voor deze morbide gedachte.
Maar goed het rotje knalde uit elkaar in mijn gezicht.
Voor zo ver heb ik er buiten een enorme schrik verder niks aan over gehouden.
Ik heb het over een kutfeest maar eigenlijk is het geen van beide, geen kut was dat maar waar en geen feest.
Maar goed ik vier het waarschijnlijk verkeerd, en ben meestal in een feeststemming als er in de verste verte geen feest is te bekennen.
Meest als de vermoeidheid in mijn knar nog niet op zijn hevigst is, net onder de douche vandaan, heerlijk muziekje op, ja dan wil ik feesten en niemand met mij.
Feesten en zeker oud en nieuw beginnen altijd laat.
En ik drink geen alcohol, dus mijn brandstof is niet echt je van het.
Een saaie lul ben ik, laat me wel wezen, een saaie lul voor anderen, want ik vermaak me wel hoor.
Nee niet op feestjes, daar nou net niet.
En zeker niet met oud en nieuw, het meest opgedrongen feest dat er bestaat.
Iedereen handjes geven, begrijp me niet verkeerd op een aantal klootzakken na, wens ik iedereen een rijk en gezond lang leven toe, maar om ze daar nou allemaal ieder jaar weer de handen voor te schudden.
De afgelopen jaren zit ik meestal gewoon thuis, net als nu achter de computer.
Maar denk maar niet dat ik dan relax zit, nee verre van dat.
Mijn hondje Paike schijt peuken van vuurwerk, of sterker ze schijt helemaal niet uit angst voor die troep.
En dat begint vaak al eind oktober, ik ben dus nood gedwongen al pak hem een lekker stevig beet, twee maanden van te voren met oud en nieuw.
Op sommige momenten houd ik het niet meer, en zou ik het liefst iedere vuurwerk gooier neerschieten, met een geluiddemper dat wel.
Toch moet ik bekennen dat ik op 1 januari altijd met volle teugen geniet, van de kruitlucht, en het idee dat ik geel Euro heb mee gewerkt aan al deze bullshit.

Wacko weekend


Dit jaar hield mijn vrouw Xandra mijn atelier open voor bezoekers die een ronde langs ateliers van Kunstenaars die in Schiedam wonen en/of werken.
Terwijl ik me bezig hield met het kijken naar oude video’s van de Krimpos (zie Ear-cramps) en andere leuke uitspatingen op band vast gezet.
Om te voorkomen dat deze voor mij waarde volle beelden bederven wil ik ze laten over zetten op DVD.
Wat dit verhaal er voor u vast niet spannender op maakt.
Heel leuk was dat mijn oude makker Peter Zincken mij dit weekend kwam bezoeken.
Hij had vrijdag een optreden tijdens het Wreck Havoc festival in Nighttown gehad.
Naakt had hij zoals van hem bekend over het podium heen gerend vergezeld van een hoop tering herrie.
En nu kletste hij gezellig de oren van mijn schedel.
Geweldig ik hoor zijn Amsterdamse accent nog door mijn kop heen gaan.
Onderwijl verkocht Xandra beneden in mijn atelier goed, werken, kaarten het ging allemaal erg goed.
En wat leuk was, de mensen die wat kochten waren bewonderaars van mijn werk.
Op zondag ging ik even kijken hoe het ging, we stonden buiten nog maar net wat te kletsen toen onze buurman langs liep, en een praatje maakte.
En dat was niet zomaar een praatje, hij vertelde dat hij verliefd was op zijn buurvrouw, en dat hij zijn vrouw ging verlaten.
Om het allemaal wat recht te praten, vertelde hij dat hij eigenlijk geen seksueel leven had met zijn vrouw die transseksueel bleek te zijn.
Ik ben nogal een naïeve geest, want buiten haar wat zware stem, vond ik deze Indische vrouw, vrouwelijker als de meeste vrouwen die ik ken.
Ik werd er allemaal wat draaierig in mijn hoofd van.
Terwijl de buurman door lulde gingen mijn gedachtes naar twee jaar voor de dag dat we hier met de buurman praatte.
Op een avond ik meen in november ging deze buurman zijn hondje uitlaten en na het uitlaten maakte hij een praatje met andere buurtjes, toen het hondje van zijn buurvrouw (waar hij nu dus verliefd op is) aan lopen.
Verbaasd vroeg de buurman aan het hondje waar zijn baasje toch was.
Ik heb het vermoeden dat het hondje niks terug zei.
En ook zijn baasje niet, want die was even daarvoor om het leven gebracht door twintig messteken en lag nu in het poortje in zijn eigen plas bloed dood te zijn.
Onze buurman vond hem dus als eerste.
En was diep geraakt natuurlijk, de volgende dag gingen wij als goede buren kijken hoe het met hem was.
Hij vertelde dat de moord er al langer inzat.
Het bleek dat de vermoorde ruzie had gehad met zijn buurman over zijn blaffende hondje, deze had een glas naar het hondje zijn kop gegooid.
Vervolgens belde de vermoorde buurman iedere dag bij de glas gooiende buurman aan, die niet open deed maar steeds banger met zijn kat op schoot in een hoekje zat te bibberen.
De vermoorde buurman zei dat meestal dronken, “Hee flikkertje doe nou open”, iedere dag langer als een jaar.
De politie was al meerdere malen langs geweest.
Maar die zijn er niet om mensen te helpen.
Op een dag moet het de angstige buurman teveel geweest zijn, en wachtte hij met een mes in zijn handen de vermoorde buurman op (die toen dus nog leefde), om als een bezetene op hem in te steken.
En zo ontfermde de buurman zich over de weduwe van de vermoorde buurman, en werd verliefd op haar.
Ik ging maar snel weer naar boven, en keek eens goed naar mijn viervoeters, die zich gelukkig niet met de domme mensen wereld gingen bemoeien.
Blaffen zijn ze veelal te lui voor, of ze zien er de zin niet van in, dat kan natuurlijk ook.

Toen hoorde ik van Xandra dat ze een koper voor ons huis had, het werd steeds gekker, maar we kunnen nu met een gerust hart vertrekken naar Overijssel.

Een vreemd maar mooi weekend, tot ik net van Peter Zincken, een emailtje krijg:
Hoi Pieter

Ik heb een hartstikke leuk weekend gehad bij jullie
alleen tis jammer dat ik moest horen dat mijn vader is overleden
in de bus terug van vakantie uit Spanje !
Hij zou a.s 3 oktober , 62 worden mn moeder zei dat hij een hamburger at mijn vader vroeg of ze ook een happie wilde en hij ging een tukkie doen en toen is het gebeurt in Zuid -Frankrijk
Ik voel me gewoon heel erg kloten want ik had altijd wel wat te ouwehoeren met m ik hing behoorlijk aan hem over hoe hij over de dingen dacht ,tis niet anders
Ben voor dit moment altijd al bang geweest
Nou ja bedank voor de planten ik zal ze goed verzorgen en zie jullie gauw weer zodra deze klote periode achter de rug is liefs Peet

Peter die gisteren nog gezellig met mij aan de Maas verhalen vertelde over zijn vader, alsof hij het voelde aankomen.
Ja een heel rare Open Ateliers 2005

Op de koffie bij mijn ouders




Beste lezers , de volgende drie stukjes gaan over mijn vader, ze zijn los van elkaar geschreven in andere tijden en emoties, de eerste gaat over toen mijn vader twee jaar daarvoor was aangereden door een auto, en hier een flinke hersen beschadiging aan over hield.
De tweede min of meer over mijn verdriet, die erg persoonlijk is, die zou u dus kunnen over slaan.
En de derde over hoe ik er nu mee om ga.

Op de koffie bij mijn ouders

“Suikerspin loopt weer te schreeuwen om een komkommer”.
“Wat bedoelt pa, ma?”
“Oh je vader doet subtiel over de buurvrouw Pieter”
“Nou ze is toch zo geil als boter, en heb je die vieze spataderen op haar kuiten gezien”.
“En de buren hiernaast hebben ook de hele nacht liggen neuken”.
Wanhopig gaat mijn dierbare moeder de keuken in om koffie te zetten, mij achterlatend met een kerel die deze onzin uitkraamt.
Die vreselijke kerel,”komiek der wansmaak”nog steeds mijn vader.
Hij leeft nog, wanneer ik zou willen kon ik hem aanraken.
Hij die betreurde man heeft twee scheuren in zijn schedel, heeft het denkvermogen van een vijf jarig kind.
Hij is zevenenvijftig en huist al sinds zijn zevenenveertigste in het lichaam van een bejaarde.
Dit allemaal te danken aan een automobilist die mijn vader met een gang van honderd en dertig kilometer per uur vernietigde door het rode stoplicht te negeren.
Mijn pa op dat moment een man die zijn fietstochtje maakte in een gezond lichaam.
De dader dekte lijken af op de intensive care in Dijkzicht waar mijn vader terecht kwam, een prettig beroep.
Ik weet niet hoelang mijn vader in coma lag maar de hel er omheen zal ik u verder besparen.
Maar die hel houd voor mijn moeder die mijn de zorg van mijn vader ophaar heeft genomen nooit meer op.
Soms had ze gewild dat haar man er niet meer was.
Waarom moet dat mens en zoveel andere mensen van verkeer slachtoffers dit meemaken.

14 april 1969 werd te Leiden Jan Willem Pieter Zandvliet geboren uit vloerenlegger Pieter Zandvliet en huisvrouw Anneke de Jong.
Deze dag is tot de dag van vandaag een feestdag in de Leidse sleutelstad.
Jan Willem Pieter Zandvliet won namelijk vijf maal de tour de France met twee vingers in zijn neus.
In zijn vrije tijd voetbalde hij in het eerste van Feyenoord en liep als hobby ultra lange afstanden, won drie maal de Ironman triatlon van Hawaï en slechts eenmaal de Elfstedentocht.
Er kwamen meerdere boeken en films over Zandvliet uit.
Als kunstenaar deed hij het ook niet slecht wat te zien is in het museum te Leiden, wat aan hem gewijd is.
Zo had het allemaal met een beetje geluk met mij kunnen lopen.
Maar ik luister nu als vijf en dertig jarige oude man naar mijn vader en drink onze familie koffie, en dat is toch ook leuk of niet?
Mijn ouders zijn verhuisd van Delfshaven naar Schiebroek.
Eigenlijk omdat mijn vader teveel opviel en de mensen die om mijn ouders heen woonde de grootste lol om hadden als mijn vader voor de vijfde keer op een dag zijn auto ging staan poetsen.
En tsja ik zou er ook om lachen.
Heb ik helaas geen tijd om mijn buurman de hele dag in de gaten te houden.
Pa doet de vreemdste dingen die steeds gekker worden.
Zo is hij na het douchen een uur bezig met het droog föhnen van het douche gordijn.
Verteld verhalen die volop niet waar zijn, best leuk, maar hij is altijd de held in het verhaal.
Zo sloeg hij een keer tijdens Leiden’s ontzet met een houten klapstoeltje meer als vierhonderd studenten neer.
De zieken auto’s moesten zelfs uit Den Haag komen, en meer van dit soort bullshit.
Hij roept ook nog iedere dag ons hondje Timmie die al jaren dood is, en dus nooit komt.
Mijn vader ziet ook heel vaak een vrouw in zijn bed liggen, die hij dan weg scheld.
Terwijl mijn moeder puffend achter hem staat.
Als ik op bezoek ben geweest bij mijn ouders moet ik altijd weer even bijkomen.
Het is zo moeilijk te doen alsof je normaal je ouders bezoekt als dat het totaal niet is.
Laat ik maar ophouden, want ik zit te huilen.

Ongelukkige topprestatie

Dinsdag 20 april 2004 bel ik mijn vader op met de vraag of hij zondag 18 maart nog heeft gekeken naar de Amstel Gold race.
Even is het stil tussen Schiedam en Schiebroek, dan komt er een antwoord van mijn pa, ja ik heb wat gezien.
Ik vraag, heb je het einde gezien, de sprint tussen Boogie en Rebellin.
Ja zegt hij dan, en de rest heb van de wedstrijd heb ik ook gezien.
Net als ik mij afvraag waarom hij dan zei “ik heb wat gezien” .
Zegt hij, heb je het al gehoord van die wielrenner die zelfmoord heeft gepleegd.
Nee zeg ik welke dan?
Die Italiaan het olifantje, Marco Pantani.
Normaal zou iemand dan zeggen, Pa wat heb je gedronken, de goede man sloeg ongeveer twee maanden geleden al de hand aan zichzelf.
Maar mijn vader heeft het denk vermogen van een vijfjarig kind.
Hij wou mij een nieuwtje brengen, of dat nou vandaag is gebeurt, twee maanden geleden of misschien wel helemaal niet is gebeurt, doet er voor hem niet meer toe sinds een zonnige dag in september 1994.

OP die bewuste september dag wordt ik wakker uit mijn slaap, en lig me te bedenken wat ik die dag zou kunnen gaan doen, naar Parkpop in Den Haag, of fietsen met mijn vader?
Nee dat valt af want die rijdt allang ergens in het Delfland op zijn racefiets.
Dan gaat de telefoon, ik neem op.
Spreek ik met de Heer Zandvliet, hoor ik mij wat te formeel aan de andere kant van de lijn.
Ja daar spreekt u mee, zeg ik vrolijk naar mijn vriendin wuivend, die gewekt is door de telefoon.
U spreekt met de Politie Rotterdam, we komen u per direct ophalen, uw vader heeft een ongeluk gehad.
Ik zal mij aankleden, zeg ik verslagen als Boogie op zijn berg in Limburg.
Tien minuten later zit ik stijf tegen mij vriendin aan achter in een politie busje.
De besturende agent vraagt mij, of ik goed besef dat het ernstig gesteld is met mijn vader.
Ik weet niet meer wat ik heb geantwoord.

In het Dijkzicht ziekenhuis omhels ik mijn ingestorte moeder en zusje.
Mijn vader blijkt te zijn aan gereden op het Kleinpolderplein te Rotterdam.
Een auto die van de rijksweg kwam, reed met een snelheid van 130 kilometer per uur tegen mij vader aan.
Ook ik barst in huilen uit.

Daar ligt hij dan, op de intensive care, een vervormd hoofd in het verband, alles gebroken wat hij maar kon breken.
In een diepe coma.

Ik zie me weer fietsen achter zijn brede rug uit de wind.
Vaak deed ik alle moeite om hem bij te houden.
Soms keek hij om en zei dan vaak, grappend moet je niet overnemen.
Dan lachte ik, maar was zeker niet blij.
Van fietsen geniet je vaak achteraf.

Mijn arme pa was pas 47 en in puike conditie toen hij door een idioot die ook nog eens door rood reed, uit zijn liefde gerukt.
Wielrennen, wat hij helaas pas op 37 jarige leeftijd kon gaan doen, wegens meer tijd door verandering van baan.
We keken er altijd al naar, en deelde dit als twee vrienden.

Na twee weken ontwaakte hij uit zijn coma.
Volledig in de war.
Niet zo vreemd natuurlijk.
Na twee weken ontsnapte hij uit het ziekenhuis, en werd hij door een buurvrouw gevonden in de buurt van mijn ouderlijk huis, toen nog in de Rotterdamse wijk Delfshaven.
Hij hoefde niet meer terug, want hij zou die dag zo en zo opgehaald worden door mijn moeder.

Sinds die dag zorgt mijn moeder al voor hem, hoe zwaar het ook is.
Hij zorgt ervoor dat mijn moeder nauwelijks aan andere dingen kan denken.
Soms huilt ze het bij ons of mijn zusje uit.
Maar ik weet dat ze mijn vader nooit in de steek laat

In mijn ogen (misschien is het niet zo) mijn vader nog steeds vooruit gaat.
Hij is vrolijker, en wil constant iets voor hulp behoevende mensen betekenen.
Dit verteld hij ons dan ook in geuren en kleuren, mijn moeder staat dan achter hem nee te schudden.
Hij verzint het negen van de tien keer ter plekke.

Grappig is dat mijn pa aan bijna iedereen die hij ontmoet meteen verteld dat hij toch maar even een auto heeft tegen gehouden die 130 kilometer per uur reedt.
Tja dit jokt hij helaas niet.
Een wat ongelukkige topprestatie…….

Nu

Nu heb ik eindelijk een weg gevonden om met mijn vader om te gaan, en zo op deze manier mijn moeder af en toe wat te ontlasten.
Mijn vader vind het namelijk fijn om zichzelf nuttig te maken, waarin hij niet echt vreemd genoemd kan worden.
Hij maakt dus graag mijn scooter.
Wel moet ik er dan bij blijven staan, en verteld hij hoe ik dat ook zo moeten doen.
Na honderd keer braaf’,ik begrijp het gelogen te hebben”, zei hij laatst opeens tegen mij,’’wat snap jij dingen toch snel”, mijn hoofd voelde ik rood worden, ik dacht dat hij mij door had, maar nee hij meende het nog ook.
Volgens mijn moeder schept hij over mij op, dat ik zo handig ben, overal exposeer, en mijn werk voor veel geld verkoop.
Ja hij zou een goede manager wezen dat zeker.
Naar mijn mening zijn we weer een beetje meer van elkaar gaan houden.
En doen daar nu allebei on best voor.
Leven ons dan maar.


Pieter Zandvliet

Neergeschoten




U kent dat wel zo’n zinnige zondag, een goede bui na een goede vrijpartij met partner of hand en dan zin in een mooi naspel.
Wij vulde dat in door te besluiten dat we op mijn scooter naar Bergen op zoom te rijden.
De reis voorliep voorspoedig zonder al te veel verassingen.
Op Eén na dan, na dertien jaar merkte ik op dat mijn vrouw zittend plaste, ik heb daar verder mijn mond maar over gehouden.
Wilde haar goede bui niet bederven.

Al snel reden we de binnenstad van Bergen op Zoom binnen, iedereen keek geïrriteerd naar ons, dit omdat mijn uitlaat veel te veel herrie maakte.
Wij zaten daar ook erg mee, en boden iedere chagrijn onze excuses en wat te drinken uit mijn fles olie aan.
We gingen in een trendy grand café op de Grote markt wat drinken.
Ik liep de trap op naar de toiletten, toen een man zei Meneeeeeer.
Verbaasd zei ik dat ik naar de WC zocht.
Die zijn daar niet, maar beneden onder de trap, zei de oetlul, alsof ik daar dagelijks kwam.
Vrolijk liep ik langs hem, om vervolgens het heren bidet helemaal vol te stoppen met toilet papier.
Het eten was prima.
We besloten na het eten de synagoge te bezoeken, na een partijtje arm worstelen, want Xandra wilde eigenlijk naar de Seks boetiek.
Dan had ze maar meer pap moeten eten.
We kregen een hele toffe rondleiding van een vrouw met een groot kruis aan haar ketting, naar alle waarschijnlijkheid geen Joodse vrouw.
Hierna liepen we naar het Markiezenhof waar een expositie was van politiek tekenaar Ophof, u weet wel van dat dametje die een kernbom wegtrapt.
Heel gaaf.
Toen gingen we de mooie tuin in, we stonden te genieten van de mooie gevel, toen ik dacht dat ik gebeten werd door een horzel, maar niks was minder waar.
Er was een vette kogel tussen mijn kijkers terecht gekomen.
Wat moest ik doen, ik keek naast me waar Xandra onder mijn bloed zat, ze gilde en tranen schoten de lucht in uit haar grote bruine ogen, heel mooi om te zien.
In de verte stond een kereltje met een pistool, volgens mij was het een verdomde Indiaanmoslimtsjetsjeenjunkvolkert . B, maar daar wil ik verder even van af zijn.
Nog altijd stond ik daar met die kogel in mijn hersens.
Ik besloot te doen wat mij in zo’n geval te doen stond, namelijk dood neervallen.
Wat er verder om mij heen gebeurde kreeg ik natuurlijk niks van mee, ik was daar eindelijk van afgesloten.
Wel begon ik er op los te fantaseren, of Xandra nu eindelijk gelukkig zou worden, of dit gezien zou worden als een belangrijk keerpunt in onze vaderlandse geschiedenis, of er daar op het Markiezenhof in Bergen op Zoom een standbeeld (liefst liggend) zou komen te ……. Liggen.
En dan waarom zou de gemene Indiaanmoslimtsjetsjeenjunkvolkert . B mij doodgeschoten hebben, had ik misschien zijn Dove zusje ooit per ongeluk misbruikt, of erger zijn moeder of kussen.

Maar na dit slechte toneelstuk moesten we weer terug naar ons huisje in Schiedam.
Onderweg bezochten we een Canadees kerkhof, vol jonge maar heel erg dode soldaten.
Daar besloot ik mijn leven om te gaan gooien, ik had dat al een paar uur hiervoor besloten, maar dit moment kwam zo mooi uit, tussen al die soldaten en mijn vrouw.
Ik pakte stoer mijn telefoontje, wilde mijn antenne uit trekken, maar mijn telefoon was blijkbaar veder ontwikkelt als mijn gedachtes, want een antenne ontbrak.
Ik drukte het nummer van de beste kunstenaar die er volgens mijn smaak in Nederland rond loopt.
Marc van Elburg ( http://www.xs4all.nl/~tellab/de-HONDENKOEKJESFABRIEK.html )
Ik smeekte hem nederig of ik met mijn hele hebben en houden bij hem in de Hondenkoekjes fabriek mocht komen wonen.
Ja zei hij geïrriteerd, maar ik ben nu bezig.
Dus zullen we volgend jaar verhuizen naar Overijssel.
Mijn stukjes zullen dus af gaan spelen in bossen en op weilanden,
Verandering doet eten zal ik maar zeggen.

En inderdaad een aantal maanden na het schrijven van het bovenstaande gebral, woon ik nog altijd in Schiedam.
Bij naderinzien wilde ik de door mij nog steeds geliefde Hondenkoekjes fabriek niet opzadelen met mijn persoon.
Wel wil ik nog steeds verhuizen.
Want ik ben opzoek naar verandering altijd.

Nederland verdient beter!



Aan de licht therapeute vraag ik tijdens mijn licht behandeling in het Ziekenhuis tegen mijn Psoriasis (huidziekte) of ze die middag nog naar de Coolsingel gaat om te staken.
Nee zegt Luduina resoluut, je komt Rotterdam niet meer in, je zult maar naar chemotherapie moeten.
Tja daar heeft ze een punt.
Of je nou wel of niet bij chemotherapie komt, het blijft een ramp.

Normaal zou ik er niet aan moeten denken naar de stakingen te gaan.
Maar ik had al afgesproken met mijn amigo’s Peter en Miguel.
En die laat je niet alleen met zestigduizend andere in de kou staan.
Ik besloot voor deze gelegenheid maar eens mijn Softcock cafe t’shirt aan te trekken ontworpen door Marc van Elburg.
Terwijl ik naar het huis van Peter reed realiseerde ik me dat ik niet eens goed wist waar ik voor ging staken.
Peter (soort superman die oudjes in Schiedam verzorgd) had al heerlijke Surinaamse broodjes klaargemaakt voor onderweg.
Toch nog iets om me op te verheugen.
In de huiskamer van Peter stonden allemaal vuilniszakken gevuld met kleren voor kinderen in Roemenie.
De vrouw van Peter, Nita had stad en land afgebeld voor kleren.
Dit was in ieder geval een duidelijke en zeker effectievere actie als die wij gingen beleven.
Bij onze waarde vriend Miguel (fotograaf zie http://groups.msn.com/TheSimilanExperience/amazingangkorwat.msnw ) aangekomen, zien we dat hij een vlag van de Nederlandse hartstichting vol geschreven heeft met leuzen.
Waaronder de leus Jan Peter de farizeeer.
Meteen word Miguel omgedoopt tot leider van onze drie koppige groep.
Hij rijdt dan ook voor ons uit richting Rotterdam met de vlag om zijn Spaanse torso gewikkeld.
We zingen strijdliederen van gemiddeld drie woorden en roepen naar havenlieden waar we langs fietsen dat ze moeten stoppen met werken.
Ze kijken ons terecht verbaasd aan.
Op de Nieuwe Binnenweg zingen we dat Peter de nieuwe leider van Nederland moet worden.
Peter speelt zijn rol goed, en wuift iedereen toe.
Maar men merkt ons amper op, tweemaal slaat een idiote automobilist Peter met zijn deur haast van de fiets.
Duidelijk is dat Rotterdam niet maalt om een nieuwe leider, en zeker Peter lijkt geen kans te maken.
En echt hoor hij zou Pim Fortuin doen vergeten.

Op de Coolsingel valt mijn Soft cock t’shirt behoorlijk uit de toom bij alle oranje FNV shirts.
Maar ik zou hem nooit willen ruilen.
Onder de eikel plak ik trots een aangereikte sticker van de SP “Nederland verdient beter”.
Als we in Nederland zo goed zouden verdienen, waarom staan we hier dan te verkleumen voor het stadhuis, vraag ik me af.
Miguel zingt FNV weg ermee wat hem aan de blikken om ons heen, niet in dank wordt af genomen.
Heerlijk!
Naar mijn idee zijn wij de leukste groep.
Op een groot podium dat wij alleen kunnen zien via een groot scherm,zingen twee hoogbejaarden muziekanten die ik niet kan en wil thuis brengen strijd liederen die mijn overgrootmoeder nog te slap zou vinden.
Maar het laait de omstanders op tot gejoel.
Iets in mij hoopt op rellen.
Maar iedereen blijft rustig en juicht mee op het open deur gelul van de FNV leider, die de plaats van de muziekanten heeft ingenomen.
Carry collumiste Radio Rijnmond neemt zijn plaats weer in, en blijkt alle mensen geteld te hebben.
Want trots schreeuwt ze dat er 60.000 stakers (slachtoffers) staan.
Het slechte weer komt volgens haar door dat het ook niet eens is met ons politiek beleid.
Het zou inderdaad kunnen, maar erg waarschijnlijk is het natuurlijk niet.
Peter kijkt eens rondt, en ook hij vindt het allemaal te soft.
Zijn conclusie is dat Nederland nog niet arm genoeg is, want anders zouden ze er wel voor vechten.
Hemeltje lief vechten, laten we het gezellig houden, stel dat ze last van ons krijgen, of dat Den Haag ons opmerkt.
Dan horen wij vanaf het podium dat we allemaal moeten komen op zaterdag 2 oktober naar Amsterdam.
Wat deze dag dus helemaal overbodig maakt.
Volgens Miguel moeten we niet naar Amsterdam naar Den Haag.
En mij lijkt dat ook logischer, en de dag na deze dag zal het Prinsjesdag zijn, dus zeer effectief voor een staking.
Maar dan zou het geen aangevraagde staking zijn, en zou alles vast lopen.
Naar mijn idee zijn stakingen hier juist voor.
Na een tijdje druipen we af naar Cafe Big Ben op het Stadhuisplein.
Terwijl wij concluderen dat deze staking goed kut is, zingen havenarbeiders en brandweer lieden, “Silvie is de hoer van Amsterdam”
Waarop de muziek harder word gezet.
Voordat er nazie liederen zullen komen, peren we hem naar een andere bar en nog een andere bar.
Al snel blijkt dat we de enige over gebleven actie voerders in Rotterdam zijn.
En of we daar nou trots op moeten zijn ????????????

Mohammed




Waarschijnlijk denkt u dat ik het over de profeet Mohammed wil gaan hebben.
Ik zou dit best willen, maar ik weet bitter weinig over deze grootheid.
Dus zou ik me zoals gewoonlijk in mijn stukjes onsterfelijk belachelijk maken.
Nee ik wil het over Mohammed mijn Marokaanse vriend uit Delfshaven hebben.
Het moet ergens in 1979 geweest zijn dat hij met zijn jongeren broertje Omar het Buurthuis binnen kwam wandelen.
Hij sloot zich aan bij de club 9, 10 en 11 zo als men de groep noemde waar ik als tien jarige ook in zat.
Het pesten van de arme Omar was voorbij.
Omar had nog maar een grote tand in het midden van zijn mond aan tandwolf te danken, een ziekte die zo’n beetje alle tanden en kiezen in je mond weg vreet.
Dat het afgelopen was met het uitschelden van haasje tegen de arme Omar kwam je wel achter als je hem uitschold, want op een teken van Omar kwam de stevig gebouwde Mohammed voor je staan en hield je, je wel in.
Hij sprak toen nog geen Nederland en was net vers uit Marokko.
Verbazend snel maakte Mohammed zich meester van onze taal en voetbalde we heel wat af.
Toen we een jaar of achttien waren gingen we ook vaak samen hardlopen in het Euromastpark, ja zo noemde we het park maar dat rond de Euromast ligt.
Mohammed was inmiddels fanatiek kickbokser en hield zo zijn conditie bij.
Hij was nooit zo’n prater en dat is bij hardlopen goed meegenomen.
In de kickboks wedstrijd waar hij voor trainde, kreeg hij niet veel later een flink pakslaag.
Zijn gezicht was volop gezwollen.
Dit weerhield hem echter niet om met mij te gaan hardlopen.
Hij moest en zou zijn tegenstander terug pakken, wat hem later ook is gelukt.
Het was een mooie zomer avond, het kan ook een lelijke zomeravond geweest zijn toen ik op het basketball veldje in Delfshaven me samen met wat andere slachtoffers van het wonen in een saaie wijk krom zaten te vervelen.
Toen de anders zo rustige Mohammed druk vloekend aan kwam lopen.
Al snel werd duidelijk dat een Portugese jongen aan zijn vriendin had willen komen.
Hij wist dat hij op dat moment in discotheek Imperium zat.
Om de verveling tegen te gaan, besloten Supriano en beer van een kerel uit Sint Maarten, zijn bijna even grote broertje Austin, en Cemaletin een Turkse jongen naar de discotheek toe te gaan.
Ik besloot mee te gaan meer voor de sensatie, en ik had zin om te dansen.
We liepen achter de opgefokte Mohammed aan naar Imperium.
Er stond een grote rij voor de ingang, met over wegend Kaap verdiaanse, Surinaamse en Antiliaanse bezoekers.
Na een lange tijd konden we eindelijk naar binnen.
Binnen gingen we direct opzoek naar de vijand van Mohammed.
Daar zit hij, zei Mohammed.
Er zat een jongen met een zwarte zonnebril en snel uiterlijk op een bank.
Mohammed liep op hem af, en begroette hem met een enorme schop tegen zijn hoofd aan.
Het verhaal zou afgelopen zijn, als niet de halve discotheek tot de vriendenkring van de op de grond uitgeteld liggende vijand van Mohammed gehoorde.
Ik genoot van de knockpartij die volgde, door de boksen knalde het nummer “Total confusion” heftig opzwepende house voor die tijd.
Net toen ik wilde gaan zitten kreeg ik een trap tegen mijn toen kale hoofd aan.
Mijn reactie was wild en idioot, ik begon om me heen te slaan en trappen, met succes dat wel.
Hier en daar zakte iemand in elkaar.
Maar de klappen die ik terug kreeg, begonnen mij in een hoekje te drijven.
Dit zou mijn dood worden.
Maar nee Supriano sprong voor me, en sloeg alles en iedereen heel hard.
Hij bleef maar gaan terwijl ik mijn wonden likte.
Het hield eindelijk op toen een groep wakker geworden uitsmijters, ons groepje er uit viste en naar buiten smeten.
We zaten hellemaal onder het bloed, onze kleren waren verrot, maar de trots van de dankbare Mohammed was gered.
Dagen lang heb ik met spierpijn en kneuzingen rond gelopen, en reken maar dat min Nederlandse vrienden me stoer vonden.
Gelukkig waren ze er niet bij, want dan waren mijn stoere verhalen zinloos geweest.
Niet lang na deze gebeurtenis die de geschiedenis net veranderd heeft, kreeg ik het aan de stok met vijf jongens die me van mijn racefiets wilde trekken.
Nu hadden ze de pech dat ik voor het huis stond waar de familie van Mohammed woonde.
Ik belde aan en vroeg of Mohammed even naar buiten kwam.
Als een speer was hij er, en zonder te vragen waarom de jongen aan mijn fiets stonden te rukken, mepte hij ze bijna de Voorhaven in.
Ik was hem dankbaar, wat hij weg baande met de woorden dat vrienden dit voor elkaar over moesten hebben.
Nog vaak ging ik soep eten bij de vriendelijke ouders van mijn vriend.
Zijn vader vertelde in gebrekkig Nederlands prachtige verhalen uit Marokko.

Mohammed haalde niet veel later zijn diploma bij de Fokker vliegtuigbouwers.
Hij werkte daar nog maar net toen zijn oudste broer overleed aan een hersentumor.
Deze broer was een drugs dealer waar Mohammed erg van hield.
Zoveel dat hij de zaakjes van zijn broer over nam.

Nadien zag ik Mohammed nog maar zelden.
Een keer stopte er een gele sportwagen op de Nieuwe Binnenweg waar Mohammed uitstapte, hij groette mij uitbundig.
Hij vroeg of ik mee wilde rijden naar zijn discotheek in Schiedam.
Hoe graag ik ook had gewild, ik deed het maar niet.

Twee jaar later hoorde ik van een meisje dat Mohammed was doodgeschoten in zijn auto.
En dat een week erna de moordenaar door Cematletin en Austin is vermoord.
Ik stond te trillen op mijn benen.
Het was zo raar allemaal, het waren mijn vrienden die ik toch vaak zag.

De vader van Mohammed is volgens familie leden van Mohammed van verdriet overleden.

Vaak zeg ik dat ik niks van drugs dealers moet hebben, en dat is nog steeds zo.
Maar ik had in het geval van Mohammed die ik persoonlijk mee heb gemaakt als een te gekke vriend, dat ik nu had kunnen schrijven dat hij een waanzinnige vliegtuig bouwer was geworden, of misschien een Wereld kampioen kickboksen, want een drugsdealer was toch in mijn ogen veel te min voor Mohammed.
In feite toont zijn dood ook wel aan dat het niks voor hem was….

Mijn schoonmoeder




Mijn schoonmoeder aan de hoogste boom hangen die er in Nieuw Zeeland te vinden is, weg ermee.
Ze verziekt mijn relatie, en wat erger is mijn leven.
Een monster is het, ik haat haar zo erg dat als denk dat ik niet meer verder kan ademen als ik aan haar denk.

Ja nu had ik het over de doorsnede schoonmoeder, niet over die van mij, echt niet.
Een betere bestaat er echt niet hoor.
Augustina Bernadina Carolina Dugas, ik leerde haar kennen via mijn vrouw, wees eerlijk dat had niet zo hoeven te zijn.
Ze is geboren op Java uit een Chinese moeder en een Franse vader.
Waar ze op groeide tussen de nonnetjes in een klooster, was ik haar maar, het eerste seksklooster zou een feit zijn.
Ze leerde er schilderen……..
Maar haar geschiedenis is ongeveer zes en tachtig jaar lang, dus vergeef me als ik terug ga naar de mijn tijd met haar.
Voor het eerst zag ik haar zitten in een auto, strak voor zich uitkijkend, met in haar hand een Spaanse waaier ter verkoeling van haar sterke temparament
Ze maakte me bang voor onze eerste ontmoeting, die zou een week later plaats hebben.
Nou geen probleem hoor, ik werd haast dood geknuffeld door die prachtige Chinese dame.
Ze had zo haar dingetjes, haar waarheid was de enige waarheid, als je jou waarheid probeerde uit te leggen lachte ze die gewoon weg, alsof je een volslagen idioot was.
Maar dit deed ze mooi, zo mooi dat haar waarheid inderdaad leek te kloppen, maar mooi niet, soms wel natuurlijk.
Nu is ze dement en zit ergens op een stoel in een bejaarden tehuis in Rotterdam Zuid.
Altijd moet ik alle moed bij elkaar schrapen om haar met mijn vrouw te bezoeken.
Daarbij moet ik mijn vrouw nog eens overtuigen van dat het haar goed zal doen als ze haar moeder even gezien heeft, en daar heb ik tot dusver altijd gelijk in gehad.
En alle eer komt Tante Oes toe, zoals ik haar noem.
In de lift naar de etage toe waar ze verblijft, zijn mijn vrouw en ik altijd stil, aan de lift muur hangt een postertje waarop staat iedere woensdag Alzheimer café, probeer dit als patiënt van deze vreselijke brute on respectvolle kut ziekte maar eens te onthouden.
De lift gaat open, daar zit ze dan, lief te zijn in een stoel, trillende handjes van de medicijnen die haar temparament helaas te behouden van haar onderdrukken.
Eerst groet ze verbaasd Xandra, die ze al niet meer herkend, maar ze is nu even blij als ze van Xandra hoort dat ze haar dochter is.
En voor de rest van het bezoek blijft wel hangen dat Xandra haar dochter is.
Dit in tegenstelling tot mij, ik stel me steeds weer voor, zo vaak dat ik aan mijn eigen verstand begin te twijfelen.
Ze vertelt me steeds dat ze van me houd, en hoe ze dat verteld is zo god vergeten mooi.
Haar donkere spleet oogjes beginnen te glimmen als kooltjes in de zon, dan komt er een glimlach op haar gelaat en zegt ze,”Ik hou van jou”, keer op keer hartstikke gemeend.
Nou dat is hoe treurig dit allemaal ook is toch maar het mooiste ter Wereld, daar kan niks tegen op.
Om onze tafel heen lopen oudjes verdwaasd rond, als je ze aankijkt lachen ze vriendelijk, want wat me is opgevallen, is dat aandacht ook voor die mensjes nog heel erg belangrijk is.
Een grote pluim voor de mensen die deze mensen verzorgen tot de laatste halte.
Heel mooi, wat dit betreft kunnen we trots zijn op ons Kikkerlandje.
En dan wil ik het niet hebben over rotte eieren, hier mee bedoel ik de verhalen over tehuizen waar het niet goed ging, want helaas het kan natuurlijk niet overal goed gaan.
Maar ik krijg in ieder geval geen slecht idee over de Meerweide waar mijn schoonmoeder verblijft.
Als ik daar zo tussen zit, vraag ik me altijd af wat de mensen vroeger gedaan hebben, en fantaseer daar maar op los.
Alle rangen, rassen en standen komen in ziektes bij elkaar, ja dat ga ik maar niet mooi noemen.
Dat zou eigenlijk ook zonder ziektes moeten kunnen natuurlijk.
Alles lijkt zo puur bij de dementen, ze kijken je schaamteloos aan, voeren uit wat in ze opkomt, en zeuren heel veel over pijntjes, wat volgens de verpleegsters, bijna altijd een drang naar aandacht is.
Daar verschillen dementen dan weer niet in met de niet dementen.
Afscheid nemen van tante Oes is altijd weer moeilijk, we zeggen altijd, dat we haar de volgende dag weer zullen zien.
Liegen voor haar best wil zal ik maar zeggen, want anders zet ze de boel op stelten, om het daarna meteen weer te vergeten.


Ik hou ook van haar, heel veel……..



Meneer Gebuis




Na mijn blindedarm operatie kwam ik langzaam bij in het Dijkzicht ziekenhuis.
Naast me hoorde ik iemand opgewekt zeggen, zo jongen je hebt het overleefd.
Langzaam werd het beeld van een oudere man zichtbaar, pik zwart haar met vet, naar achteren gekamd als Jules Deelder, die dit prachtige Maffiosi kapsel in ere houdt.
In zijn streepjes pyjama keek hij mij vriendelijk toe.
Ik heet Pieter zei ik door mijn misselijkheid heen.
Ik ben Ap, Ap Gebuis en heet je welkom in het ziekenhuis, grapte hij.
En ik ben Leen, Leen Swartouw zei een rijkelijk besnorde andere oude man in het bed tegenover mij. Naast zijn bed stond een houten been.
Daar weer naast lag een grote oude bebrilde reus zijn krantje te lezen, en toonde ons verder geen blik waardig.
Daar lag ik dan als de veertienjarige tussen de mannen uit andere tijden.
Leen Swartouw vertelde me dat hij uit een rijke havenfamilie kwam en altijd het zwarte schaap was geweest. Ze wilden niks van hem weten en hij niks van zijn familie.
Hij praatte ontzettend enthousiast en breed gebarend, heerlijke kerel.
Dat was de reus naast hem allerminst met mij eens. Hij snauwde continu dat Leen zijn bek moest houden.
En Leen ging dan heel even wat zachter praten, maar als hij mij of meneer Gebuis zag lachen, bulderde hij er weer vrolijk op los.
Het mooist was wanneer hij zong en danste op 1 been.
Wat hij zong weet ik niet meer, maar voor mij was hij een rasartiest.
Deze voorstelling gebeurde terwijl de norse oude reus op de operatiekamer lag voor een pacemaker wissel. Hij kwam nooit meer terug. Zijn overlijden maakte het er in onze kamer niet minder gezellig op.

Met meneer Gebuis deelde ik mijn liefde voor de wielersport.
In zijn jonge jaren zo vertelde hij, was hij een talent volle wielrenner. Hij droeg altijd een rode wollen wielertrui, ze noemde hem dan ook de rooie. Hij zei dat men tijdens een wedstrijd niet mocht demarreren in dorpjes. Voor de wielerleken onder ons, demarreren is weg rijden uit het peleton. Meneer Gebuis die niks met de kerk had, maakte hier altijd gebruik van en kwam juist dan weg uit het peloton en behaalde zo menig overwinning, want in de eindsprint maakte hij als kleine opdonder geen kans.
Het kwam wel eens voor dat zijn rivalen een pompje onder zijn neus duwden en hem waarschuwden als hij weer probeerde weg te komen dat ze het pompje tussen zijn spaken zouden steken.
Maar daar, zo zei hij trots, had hij lak aan.
Soms moest hij eerst honderd kilometer fietsen naar een wedstrijd, om die vervolgens te rijden en dan fietste hij weer honderd kilometer terug.
Daar had ik natuurlijk grote bewondering voor.
Later toen hij al een schilders bedrijf had, kwam hij in aanraking met de zeilsport.
Hij heeft heel veel wedstrijden gewonnen in de Regenboog klasse, waaronder die tijdens de Sneek week, dan heb je zeilwedstrijden tussen Friesland en Holland. Hij had veel voordeel uit zijn wielertijd waarbij je ook voortdurend rekening moet houden met de wind.
Op de een of andere manier ben ik gek op dit soort verhalen en is het best raar dat ik nooit in een bejaardenhuis ben gaan werken.
Hoewel bij nader inzien heb ik het geprobeerd, maar werd afgekeurd door mijn zwakke rug. Ze hadden me toch achter de bar kunnen zetten, eikels!
Maar goed, ik maakte met meneer Gebuis een afspraak voor een dagje zeilen op de Kralingseplas.
We reden er naar toe in zijn rode citroen, en natuurlijk was zijn zeilboot ook rood.
Hij liet mij van alles zien over de verschillende golven, aangebracht door de wind op het water.
Na een tijdje gooide meneer Gebuis het anker uit en zag hij door zijn verrekijker een vrijend stelletje liggen in het malse gras. Na wat onderling getwist, kwamen we er achter dat het twee dames waren.
Helaas werden we ontdekt, en haalde meneer Gebuis zenuwachtig het anker binnen.
Niet lang na dit dagje zeilen bezocht ik meneer Gebuis en zijn lieve Joodse vrouw in hun huisje aan de Doggerstraat te Rotterdam.
Zijn vrouw schreef mijn naam in het hebreeuws en vertelde mij over de Joodse cultuur terwijl meneer Gebuis mij enthousiast klassieke muziek liet horen.
Dit waren gezellige bezoekjes.
De laatste keer dat ik Meneer Gebuis bezocht haalde hij zijn film projector voor de dag.
Hij had alleen pornofilms, niet veel. Misschien drie, maar dat mocht de pret niet drukken. Hij drukte me op de borst dit niet aan mijn ouders en mevrouw Gebuis te vertellen.
De film ging over een hitsige dame, die in de ogen van meneer Gebuis jong was, maar in die van mij oud. Ze zag er niet uit en sprong van erectie naar erectie, God wat had dat mens het druk.
Ze had een opvallende paarse clitoris, dat is me altijd bijgebleven.
Eigenlijk kan ik me niet herinneren wat meneer Gebuis aan het doen was.
Waarschijnlijk keek hij net als ik naar de film en moest hij lachen hoe gefascineerd ik naar miss super Klit zat te staren.
Toen ik thuis kwam vroeg mijn moeder wat ik gedaan had, weer over wielrennen praten zeker.
Nee, we hebben een seksfilm gekeken schoot eruit.
Tja, ik mocht er niet meer naartoe en daar baalde ik flink van.
Ik had een belofte gebroken met mijn grote vriend meneer Gebuis.
Het heeft waarschijnlijk geen zin er nu nog langs te gaan. Beetje morbide om op het kerkhof een seksfilm te kijken met meneer Gebuis.

Maandag


Maandag

Maandag ik haat je
Begin van de week mijn reet
Je bent slechts het einde van de zondag
Maandag jij onschuldige rat
Als ik je voor eeuwig kon schrappen deed ik dat
Doe mij maar de stoere donderdag of de dronkenman’s dag zat-erdag
Mijn verjaardag op maandag is klote
Ik wil niet eens tegen je praten
Wie weet krijgen de mensen om mij heen me dan in de gaten…
En vinden ze mij gek omdat ik maandag haat

Kut




Wanneer het was is mij even ontschoten, en doet er ook niet toe bij nader inzien van de nu volgende droeve zaak.
Het volgende gaat namelijk over mannen, ja ik kan me ook een boeiender onderwerp indenken, maar toch ik kon het niet laten mij te verdedigen tegen het stukje dat ik een keer in een tijdschrift las, Jezus ben ik ook al de naam van dat tijdschrift vergeten, gaat goed met mij, laat ik het tijdschrift, “DE RUK”, dopen.
In DE RUK stond dat mannen gemiddeld eens in de vijf minuten aan seks denken.
Ik schoot in de slappe lach, en ik kan u wel kwijt dat mijn slappe lach slap is hoor, verdomd slap.
Maar nu was hij extra slap, wat dachten die kloothommels wel, ze hadden die cijfers wel erg algemeen genomen, want ik denk gemiddeld Eén keer in het uur niet aan seks.
Het Slappe lachen ging pijnlijk over in mijn zwaar gepeins.
Mijn kop ging er zelfs pijn van doen, en kloppen als een op scherp staande plasser.
Wat had ik een zin om het tegendeel van dit onderzoek te bewijzen, ik zou de eerste man worden die een hele dag niet aan seks zou denken.
Ik zat bij het raam, drie hoog in een schommel stoel van mijn helaas te vroeg overleden oma, God hebben haar ziel.
En wat hij met haar ziel doet vraag ik me dan ook maar even af.
Dat kon mij toen al helemaal niet boeien daar in die schommelstoel.
Ik schommelde mezelf in Eén keer het raam door, en kwam in ons tuintje tussen de konijntjes met een doffe klap neer.
Wat ik eigenlijk hoopte was dat ik in coma raakte en drie maanden later zwaar gehandicapt wakker werd, en kon zeggen dat ik drie maanden niet aan seks had gedacht.
Maar wie weet had ik wel aan seks gedacht, zelfs in coma moet dat toch goed mogelijk zijn, “MANNE DENKEN ZELFS ALS ZE IN COMA LIGGEN AAN NIKS ANDERS ALS AAN HARDE SEKS”, ja leuke kop, maar die helpt mij niet aan mijn tegen bewijs.
Balend liep ik de val overleefd het tuintje weer uit.
De volgende dag zou ik het tegen bewijs gaan leveren, ik gooide als voorzorg maatregel al mijn onkuise blaadjes weg, verbrande al mijn seksistische werken, en stuurde mijn vrouw op vakantie.
Niks mocht mijn tegen bewijs meer in de weg staan.
Maar de volgende ochtend had ik de bekende ochtend plasser die ik zoals iedere dag groette, en hij mij zoals gewoonlijk geen blik waardig gunde, wat zo en zo moeilijk is zonder ogen.
En ja hoor opeens moest ik aan een kut denken, gewoon een willekeurige kut, wat krulletjes boven de ingang, neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee niet aan denken eikel.
Vervolgens gaf ik een enorme rechtse tegen mijn arme piemel die hem niet zag aankomen, u weet nu waarom, juist hij heeft geen ogen.
Ik gilde het uit, viel huilend uit bed.
Daarmee kon ik voorlopig niet paren, neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee dacht ik toch weer aan seks.
Het zou dus moeilijk worden.
Het ging zeker drie minuten goed, tot de kut weer langzaam mij hersens indrong, waarom nou, ik was hier bezig met een tegen bewijs, de hele dag kwam de kut steeds sneller mijn gedachtes binnen, voor het avond eten was ik kapot. Ik had de laatste drie uur alleen nog maar aan die kut gedacht.
Verloren had ik, gefaald, een doorsnede loser was ik.
Ik belde de schrijfster van het stukje in DE RUK op, ze nam aan met de naam, “Fiet Spoortniet”, kan ik u van dienst zijn, ik zei puffend,”ja mevrouw, ik heb uw stukje gelezen over mannen die Eén keer in de vijf minuten aan seks denken, het klopt mevrouw, ik heb de hele dag aan een kut gedacht, misschien wel uw kut, ik weet echt niet van wie de kut was waar ik de hele dag aan moest denken…..
Na een dodelijke stilte hoorde ik, JAAAAAAAAAAAAA, en hing Fiet de haak op de hoorn.
Zij had gewonnen.

Kut theater




Een idee voor een kunstwerk komt bij mij veelal spontaan, daar wil ik om de houdbaarheidsdatum van het plan niet te lang over nadenken.
Met mijn manier van werken komt dit het geschiktst uit.
Er woonde ooit een kunstenaar in Parijs die zei,”als ik een idee in mijn hoofd heb hoef ik het niet meer te maken, dan is het er al”, zo ongeveer kan ik me daar wel in vinden.
Misschien kent u deze kunstenaar toevallig, zou kunnen maar er woonden natuurlijk duizenden kunstenaars in de Franse lichtstad, zijn naam was Pablo Picasso.
Maar goed ik ga u niet om de oren slaan met nog meer vergelijkingen tussen mij en de Spanjaard, kon ik dat maar.

Het komt soms voor dat ik een idee voor een werk of object het dat blijft hangen, ik heb dan al heel vaak overwogen het te maken, maar steeds besloot ik het niet te doen.
Zo ook het volgende idee van een dames slip waar ik een vierkant gat in wilde knippen met daarvoor een gordijntje, een kut theatertje zeg maar.
Het zou er luxe uit moeten zien met zelfs een minuscuul staafje waar het gordijntje dan aan bevestigd moest worden.
Het idee spookte al drie jaar door mijn hersens.
Maar deze week kwam het weer omhoog, en ik besloot het te gaan maken.
Ik vertelde erover aan mijn vrouw, die het wel grappig vond, maar ze wilde weten hoe ik het ging noemen,”ode aan de vrouw”, riep ik trots, maar haat verbaasde gezicht deed mij diep, heel diep nadenken over deze naam.
Het is wel erg familiair om alle dames doosjes te gaan vereren, ik heb ze gelukkig niet allemaal gezien.
Ik herstelde mijn naam en zei wat minder trots nu,”Ode aan Xandra”, ook dit was haar iets te machtig.
Waarom noem je het niet gewoon,”ODE”, nou dat vond ik dus een drollerig idee.
Ik besloot het zonder titel te noemen.
Gezamenlijk naar nog veel te lang door bomen over het kut theater besloten we naar de bouwmarkt te gaan, maar eerst natuurlijk naar Hans Textiel, kijken of hij nog wat mooie slipjes in zijn collectie had.
Nou die had hij dus niet, maar ik wilde perse een slip van Hans en anders niks.
We stonden interessant met in Xandra’s handen een slip omhoog te houden, verder niet om ons heen kijkend naar de andere klanten van Hans.
Opeens drong er iets tot mij door.
Xandra, zei ik als Bogart in Cassablanca, leg maar neer die slip.
Waarom zei ze verbaasd.
Het zat namelijk zo dat het gordijntje dus meer naar beneden zou moeten als ik hem precies voor de vrouwelijke in en uitgang zou willen hebben.
En dan zie je dat hele theater niet.
En op de plaats die ik in mijn domme kop had zou je hooguit een stukje venus heuvel zien, en daar gaan mensen tegenwoordig echt niet meer voor naar het theater hoor.
Xandra lag schouder ophalend het slipje bij zijn walgelijke soort genoten en ging opzoek naar leuke aanbiedingen van Hans.
Had ik dat hele gedoe nou maar drie jaar geleden allemaal bedacht, zat dat daar verdorie drie jaar voor niks in mijn kop te rotten.
Ik verliet Hans mijn vrouw achterlatend, stak buiten geen sigaret op en liep langzaam het beeld uit…….

Kobus Pleurisnar




Zit ik in mijn element lekker te werken, heerlijk te werken aan een pentekening die al dagen door mijn hoofd doolde en er nu echt eens uit de pen moest, gaat de deurbel.
Wat heb ik een enorme bloedhekel aan die bel, steek geregeld in het langslopen mijn tong naar het achterlijke ding uit, ik spuug dan nog net niet naar hem in mijn meest ondeugende buien laat ik hem mijn middel vinger zien, maar aangezien mijn bel geen ogen heeft laat het hem allemaal koud wat ik daar met al mijn hersens die hij ook niet heeft staat te doen.
Daarbij kan hij buiten zijn opdringerige schelle geluid er verder ook niks aandoen als hij zich laat horen. Toch schep ik er genoegen uit om hier op te schrijven dat ik mijn bel heel erg haat.
Ik heb mijn bel er al eens afgehaald, maar na een paar dagen kreeg ik berouw toen ik mijn trouwe diender, die daar al minstens vijf jaar mijn buien flink verziekte, zo uit elkaar zag liggen, dat was onmenselijk.
Maar na de eerste ongenodigde bezoeker kreeg ik al weer heel veel spijt dat ik hem weer had opgehangen.
Ik begin nochtans een beetje op een klusjesman te lijken in dit stukje.
Voor u me gaat bellen, ik sloop alles wat u lief is, verkracht de kat en/of hond en eet uw ijskast leeg, daarna poep ik hem weer vol.
Dus ik zou uw schilderijlijstje maar fijn zelf ophangen dat is niet aan deze man besteed.
Zo dat is er uit, als een slechte adem.

Maar nu over wie er achter het bel geluid zit, de veroorzaker van het geluid zeg maar, de gene die met zijn kromme neuspeuter vinger op het witte rondje van de bel durfde te drukken.
Dat was dit keer Kobus Pleurisnar (zal ik hem maar liefkozend benoemen), ongeveer drie keer per jaar, met heel veel geluk 2 keer per jaar komt hij langs, en ja dat is veel te veel, maar zolang hij nog niet gestorven is zal de ellendeling dit wel blijven doen.
Net als mijn bel heeft Kobus geen hersens, helaas heeft Kobus wel ogen en komt er net als bij mijn bel altijd een irritant geluid uit zijn lelijke rot kop.
Ik ben altijd blij als hij weg gaat, maar die blijdschap vloeit al heel snel weer uit mijn broekspijpen als ik met mijn achterlijke hoofd terug ga denken wat hij allemaal zei, en hoe vaak ik hem niet aan een scherp mes had willen rijgen, zijn hersens uit zijn oogkast had willen vreten met een theelepeltje, ja zo’n theelepeltje met daar boven een wapentje waarop dan een plaatsje staat waar mijn Oma ooit is geweest, maar dat theelepeltje was alleen maar om Kobus zijn hersens mee op te eten, en is dus verder helemaal niet belangrijk.
Nu ik dit zo opschrijf vraag ik me toch af hoe ik de hersens van Kobus zou willen opeten, als hij die niet heeft, dilemma, en ik ga echt zijn ingewanden niet opvreten.
Laat ik gewoon net zolang met mijn knie op zijn gezicht rammen tot hij geen gezicht meer heeft, gewoon gezellig zeg maar, Kobus en ik.
U zult denken wat moet Pieter met zo iemand, nou dat vraag ik me nu ook stellig af, ik weet het niet, echt niet.
Hij is meer een vriend van mijn vrouw, wat moet zij met zo’n vriend, tja dat is nu net haar zaak en helaas ook die van mij.
Was hij maar een TV dan kon ik hem tenminste uitzetten.
Hij zou het enige programma zijn waarbij ik reclame een Godsgeschenk zou vinden.
Hij stinkt niet hoor, dat moest er nog bij komen.
Het ergste vind ik mensen die een vraag stellen, die ik hondenpenis dan netjes beantwoord, en waarzij dan altijd al hoofdschuddend het beter weten. Nou Kobus Pleurisnar heeft dat altijd, en als hij dan zijn antwoord op zijn EIGEN verdomde klote vraag, kijkt hij wijs naar mijn vrouw, die hem in negen van de tien gevallen wijselijk negeert.
Hij weet erg veel van kunst af, tenminste hij weet het altijd beter als ik, en praat voortdurend over mijn visies heen.
Ellendige kuttenkop, schijtkever, drollenpijper ja dat moest er even uit, ik jaag zo zijn gelaat uit wat tussen mij en mijn monitor opdoemt.
Mij krijgt hij niet gek, dat ben ik al, en kwaadaardig gek zo nu en dan, dus moet enge Kobus echt uitkijken.
Op zijn grafsteen zal ik beitelen, “eindelijk dood’’, op die van mezelf trouwens ook, want het is op zich best een prestatie om dood te gaan, maar de eerste moet nog opstaan, nee de eerste moet nog blijven staan die niet doodgaat.
Goh wat een wijsheid weer, ja Kobus is net weer langs geweest en heeft me besmet met hersenloosheid.
Geef Kobus maar weer de schuld zult u denken, nou al was het niet zo, ik zal hem altijd de schuld geven, dingen verzinnen, en hem daarvan de schuld geven.
Iedere keer geef ik bij “opsporing verzocht” zijn naam op, bij wat voor delict dan ook, ze moeten hem toch eens achter de tralies schoppen.
Nu ben ik ook de rotste niet en bied ik Kobus veelal wat te drinken aan, maar als u eens weet hoeveel moeite het mij kost hem niet te vergiftigen, ik sta me in de keuken dan voortdurend op mijn vingers te tikken.
Als hij dan verbaasd opkijkt zeg ik hem dat ik op een cursus Flamenco klappen zit, en veel moet oefenen, vooral onder het thee inschenken, dan weet hij natuurlijk beter hoe je Flamenco moet klappen, een hart klapper mag hij krijgen, liefst vier op een rij.
Als hij even niet kijkt spuw ik in zijn kopje thee, of haal mijn vinger even langs mijn bilnaad, en roer met mijn vinger de poep restjes van mijn vinger zijn bakkie in.
Natuurlijk zeikt hij dan dat ik de thee wat langer had moeten laten trekken.
Zelf heeft hij niet door hoe onbelangrijk hij wel niet is, hoe weinig zijn bestaan zin heeft, daar is hij halsstarrig in, dat moet ik hem helaas nog nageven ook.
Ooit zal ik hem krijgen, mocht u tips hebben, ik hou me gaarne aanbevolen, dan hang ik desnoods wel een schilderijlijstje bij u op.



Kleptomanie




Steelzucht, ziekelijke neiging tot stelen staat er achter het woord kleptomaan in de dikke van Dale.
Je zou eerder denken aan iemand die zijn bek niet kan houden.
Maar goed dat is maar mijn mening.
Van mijn vijftiende tot mijn achttiende maakte ik het centrum van Rotterdam onveilig, althans onveilig, ik maakte het meer mezelf onveilig door uit winkels veelal in het centrum van Rotterdam te stelen.
Een hele mooie spannende tijd.
Het begon eigenlijk uit een soort vergelding.
Op een walgelijke manier werd ik een keer door een hele onbelangrijke oetlul midden in het toen al bijna failliete Ter Meulen winkelketen in mijn nek gegrepen, ik schreeuwde dat de kale snor van me af moest blijven.
Iedereen keek naar ons gestuntel.
Goed zo zei een oude teef nog tegen mijn belager.
Ik spuwde woest en verhit in haar gezicht.
Nog harder werd ik in mijn nek gegrepen.
Mijn jas scheurde ook nog.
Hij sleurde mij een kantoortje binnen, waar hij en zijn maat onbelangrijke lul erachter kwamen dat ik niks gestolen had.
Zonder sorry, zette ze mij buiten de deur, en over mijn kapotte jas werd al helemaal niet gesproken.
Als hij al de verwensingen gekregen heeft die ik hem toe riep zal hij zeker niet meer onder ons zijn, en mocht hij dit lezen, ik vergeef het jouw en je maatje echt niet.
Al de volgende dag ging ik terug naar Ter meulen en duwde mijn zakken vol panty’s, ja daar moet het mis zijn gegaan, zowel als dief als seksueel.
Thuis gooide ik dan de rommel in mijn kamertje neer, en keek er niet meer naar om.
Zo jatte ik veelal onzinnige dingen, alleen voor de kick.
Dikwijls rende ik weg met een bewaker achter mij aan, nooit pakte ze me, omdat ik niet anders deed als hardlopen in die dagen.
De boven besproken kale snor heeft me zo vaak op de hielen gezeten, maar me nooit meer kunnen pakken.
Zo liep ik eens bij de boek en plaat club binnen, pakte een schildersezel en liep met het ding de zaak uit.
Helaas een bewaker zag het en rende achter me aan, hij riep dat men de klootzak, ander woord voor dief moest tegen houden.
Niemand deed het, toen hij op het Binnenwegplein heel dicht bij me was, wierp ik de schildersezel in zijn gezicht, hij bleef liggen, hij zei niks meer.
Soms stal ik ook mooie cadeautjes voor mijn vrienden of ouders.
Waren ze echt heel blij mee, deed me goed.
Wat ook een hobby van me was, was als Feyenoord kampioen werd, of als het Nederlands elftal in Rotterdam speelde voor de Mobiele eenheid uit rennen.
‘S avonds kon ik dan van de adrenaline de slaap niet vatten.
Vaak stond ik met vol gestolen zakken aan bewakers te vragen of ze veel winkeldieven grepen, en meestal vertelde ze dat ze, de meeste wel grepen, heerlijk.
Op het laatst liep ik in een lange opvallende jas met daarop een indianen print te stelen.
Blijkbaar wilde ik een soort bekend worden, toch lukte het me keer op keer van alles te stelen, met lege zakken mocht ik van mezelf niet thuis komen.
Later toen ik de jas met een vriend voor een andere jas had geruild werd hij dikwijls door bewakers aan gehouden.
In zo verre was mijn faam dus gelukt.
Het hield van de ene op de andere dag op, toen mijn moeder mijn schatte op mijn kamer ontdekte en ging zitten huilen op mijn bed.
Toen heb ik het nooit meer gedaan.
Maar het blijft aanlokkelijk.

Katendrecht



Ongeveer twee weken geleden kreeg ik een uitnodiging van kunstenaar Moritz Ebinger om mee te doen aan een groeps expositie van de Amsterdamse stichting Zet.
De tekeningen moesten wel iets te maken hebben met Katendrecht, natuurlijk zei ik meteen ja.
Maar toen begon het al, ik wist eigenlijk weinig van deze wijk op Rotterdam Zuid.
In de wijk schuin aan de overkant van Katendrecht, Delfshaven hoorde ik vroeger over de hoertjes die in Katendrecht achter de ramen zaten.
Drie deuren van mijn ouderlijk huis zat een seksclub, maar daar zaten ze nooit achter de ramen, daar zat niet eens een raam in.
Jaren later nam ik deel aan een beroeps keuze cursus in Katendrecht.
Natuurlijk maakte ik in de pauze een ommetje door Katendrecht en zag met een rood hoofd de horizontale werksters achter de ramen zitten.
Ze zagen er niet gelukkig uit, het moet in 1988 geweest zijn, toen was het eigenlijk al op zijn einde met de raam prostitutie in Katendrecht en dus in Rotterdam.
Dat ging veel mensen aan het hart, gelul, ze konden toch zelf achter een raam gaan zitten met een rood lampje, in elk huis zit tegenwoordig wel een raam.
Later liet ik er als interviewer van, jawel Tattoo Bob een tatoeëring zetten, het artikel van net zo slecht als het interview.
Ik herinner me dat mijn oudere neven uit Leiden altijd bij ons langs kwamen om hun tatoeëring in blauwe inkt kwamen laten zien aan mijn vader die er niet warm of koud van werd.
Maar ze waren maar wat trots op hun plakplaatje gezet door tattoo Bob uit Katendrecht, wie weet wat mijn neven er nog meer deden.
Mocht u zich zorgen maken over mijn slechte tattoo, daar is een prachtig nieuw exemplaar door mijn vriend kunstenaar Damy van der Waal.
Nee niet met een kwast, hij tatoeëert ook, door hem is Schiedam nu al minstens zo bekend als Katendrecht.
Leuke anekdote over Damy is dat hij niet begon met oefenen op een dode kip zoals dit vaker voorkomt, maar op zijn eigen kuit, tja hij is vegetariër.

U begrijpt voor wat goeie kunstwerken had ik wel wat meer nodig als deze erg beknopte informatie.
Ik ging dus naar het Rotterdams stadsarchief en scoorde twee prachtige boekjes over deze roemruchte wijk.
Wat een geschiedenis, Tot ergens in 1800 was Katendrecht een boeren dorpje.
Ook van er veel groen en stonden er huizen van rijke haven baronnen, die er van de natuur genoten.
Het was uit met de pret toen men er de Waal en Rijnhaven groef.
Men plaatste er een graanfabriek en nog wat industrie, boten kwamen af en aan uit heel de Wereld, en een nieuw tijdperk brak aan, nu als wijk van Rotterdam die alle dorpjes opvrat.
Een roerige wijk dat wel, maar dat is altijd nog beter als een suffe wijk waar er veel meer van te vinden zijn, ik noem geen namen.
Okay Eén dan Joris, toch een naam genoemd.
Voor een goed stukje moet je als schrijver soms tegen jezelf ingaan, dat deed ik dus net…..
Door stakingen van haven arbeiders werden er uit England goedkope werklieden gehaald, Chinezen die meestal stokers op de grote vaart werden.
Ze nestelde zich al snel in Katendrecht waar ze eethuisjes, opiumhuizen en slaaphonken begonnen.
In het begin moesten de Nederlanders op Katendrecht niks van de Chinezen hebben, maar dit veranderde snel, toen men zag hoe de Aziaten zich aanpaste en zelfs feesten organiseerde.
Katendrecht werd een soort Chinatown, na de tweede Wereld oorlog nam het Chinese wat af, en ontwikkelde de prostitutie zich in sneltrein vaart. Hier wil ik even stoppen met mijn beknopte geschiedenis, want het neemt de plaats in van mijn eigen verhaal, verdorie hoepel op geschiedenis, terug naar het verleden, waar je vandaan komt.

In de boekjes las ik over de cafés, als De Ster, Norge, Nieuw Amsterdam en vele andere.
Toen ik met mijn vrouw mijn gedeelte van de groepexpositie ging inrichten was ik benieuwd of de kroegen er nog waren.
Norge zat er nog maar was gesloten, De Ster was weg, treurig zag ik een bar en met wat droevige krukken eromheen staan.
Een eindje verder zat café Nieuw Amsterdam.
Benieuwd gingen we naar binnen.
Inplaats van de door mij verwachte geblondeerde barvrouw stond er een vriendelijke barvrouw die haar blonde haar waarschijnlijk zwart had geverfd.
We namen twee koffie en keken rond, niks uit het verleden was er terug te vinden, het leek alsof het bar om het half uur verbouwd werd, heel erg nep.
Aan de muur hingen Feyenoord posters, geen foto’s van nachtclub danseressen.
Aan de bar geen prostituees, maar een oude kerel en een wat minder oude kerel met een telefoon in zijn hand.
Ik luisterde met hem mee,; Ja schat, kom zo naar huis, trekkie je string an, wat Valentijnsdag, dan mot je me verwennen, ja kom zo naar huis, oh ja je bent ongesteld das waar ook, en dat op Valentijnsdag.
Onder het praten keek de belman continu naar de grijnzende barvrouw.
Dit was de eerste grijns van ellende die ik ooit zag.
Waar waren de zeemannen gebleven?
Niet hier in ieder geval.
Toen kwam er een grote kerel binnen die ons vriendelijk groette, om vervolgens tegen de belman te schreeuwen dat hij zin in kut had, het was immers Valentijnsdag.
En ik maar denken dat Valentijnsdag voor bakvissen was, mooi niet.
We besloten te gaan, om onze Valentijnsdag ergens anders te gaan vieren.
We maakte een ommetje, en besloten dat Katendrecht er wel weer bovenop zou komen, de kranten stonden vol over groepverkrachtingen van en door minder jarigen, het was er zo dood als een pier, op het Delhiplein na, waar kunstenaars de nachtbarretjes hebben bezet, en waar de leukste dingen worden georganiseerd bijna ieder weekend is er wel iets, echt Katendrecht is nog steeds de moeite waard…..

Hoofddoekje




Ergert u zich ook zo aan al die hoofddoekjes op straat?
Nou ik niet.
Buiten dat ik het in de meeste gevallen bij veel van de dames niet seksueel onaantrekkelijk vind staan maar zelfs heel erotisch en spannend, boeit het mij geen witte billen wat iemand aan of optrekt.
Ik heb er nu ook Eén om gedaan, een mooie licht groene, kreeg mijn vrouw bij de spijkerbroek die ze voor mijn Sinterklaas kocht.
En nee bij mij is het een ramp, hij staat van geen kanten, hoewel misschien de achterkant dan zie je mijn achterlijke gezicht niet.
Jaques Chirac zou mij meteen zijn land uit trappen.
Want zoals bekend houd hij niet van hoofddoekjes en andere religieuze uitingen als kruizen, hij paart zeker nooit?
En buiten dat, ik denk dat de meeste religieuze dragers er niemand kwaad meedoen.
Nou dat deed Jaques wel toen hij met wat bommen de aarde een beurt gaf voor de kust van een prachtig eiland waar naar mijn idee weinig of geen hoofddoekjes gedragen werden.
Echt hoor ik geloof niet meer in politiek sinds ik ze in Den Haag zag ouwe hoeren over hoofddoekjes.
Weet je wat ik ook mooi vind, als je alleen twee prachtige ogen ziet.
Hmmmmmmmm nee mijn vrouw draagt er geen, en dat is natuurlijk haar zaak.
Ik heb het idee dat de meeste vrouwen er zelf voor kiezen een hoofddoekje te dragen.
En bij de dames die dit niet dragen uit eigen beweging, ja dat vind ik triest.
Een burka vind ik wel wat ver gaan, laatst op de bijna gezellige Schiedamse Hoogstraat schrok ik me het apen lazarus toen een kleine burka dame (ik nam aan dat het een haar was) achter een reclame bord voor Zweedse gezondheidsslippers vandaan kwam.
Mochten de dames zich moeten identificeren dan zullen ze hun gezicht toch wel laten zien denk ik.
Het wachten is op een bank overval in burka.
Ja ik kan natuurlijk van hoofddoekjes naar vrouwen besnijdenis springen, hoewel dit ver springen is, zag ik het ze op de steeds vervelender wordende buis doen, gewoon van hoofddoekjes naar vrouwen besnijdenis, omdat men het alleen nog over moslims kan hebben op TV.
Zelf ben ik van mening dat je het beter over dingen kan hebben die wel goed gaan, zodat men het in Den Haag voor ons over de dingen kunnen hebben die niet goed gaan.
Vrouwen besnijdenis dus, ja kut, sterker ik zag een paar jaar geleden afbeeldingen van wat ooit een vrouwelijk geslacht was tijdens de zomeravonden en herkende daar geen kut meer in.
Verschrikkelijk, onmenselijk.
Bij degene die dat doen, moet de ruggengraat levend worden verwijderd, en weer terug geduwd worden via de kringspier.
Iets beters kan ik helaas niet bedenken.
Hervat wil ik niet bedenken.

Laatst zag ik ook een programma over mannen besnijdenis, en dat, dat zo slecht zou zijn.
Nou bij Eén dame die zei dat ze het zo mooi vond staan bij haar baby ging ik haast over mijn nek, of het nou mooi of lelijk is, als je als moeder de pik van je zoon zo mooi vind, ben ik er van overtuigd dat je een gesticht in zou moeten, en wel heel snel.
De onreinste pedofilie.
Maar ik geef hierbij toe dat ik er soms misschien wat ouderwetse ideeën op na hou.
Verder heb ik geen problemen met besneden mannen, als ze maar van mijn pik afblijven met gevaarlijke snijdinstrumenten.
Zo en zo wil ik niet dat iemand ongewenst aan mijn plas orgaan zit zonder mijn toestemming, nee jij ook niet Xandra (mijn vrouw).

Mijn God ik wou het dus over hoofddoekjes gaan hebben, en zit nu al helemaal in de onderbroek van weet ik veel wie allemaal.
Zielige ik altijd.
Laat ik er nog een ziek programma tegenaan gooien, die lui in Afrika ( ik scheer er nu maar even een heel continent tegenaan, omdat ik vergeten ben waar in Afrika) die het met een baby deden om van hun AIDS af te komen.
Ja die mag je dood martelen dat zeker, dan bedoel ik de dader, de baby is dan misschien maar beter ook, meestal al dood.
Maar degene die dit paardenlullen middel verzonnen heeft, verzin daar maar iets veel ergers voor als doodmartelen, zou een leuke prijsvraag kunnen zijn.
Zo en zo verzinnen kan in vele gevallen het leven bewust danwel onbewust veraangenamen het is anders in de werkelijkheid maar een saai zooitje.
Maar verzinnen kan heel gevaarlijk zijn zoals u een paar regels hierboven kon lezen.
Wat te denken van de bekende broodje aap verzinners, verhalen die over de hele Wereld de ronde doen en voor waarheid doorgaan.
Eigenlijk vind ik ze bijna altijd het beluisteren waard.
Maar toen een meisje mij serieus vertelde dat haar vriendin in het ziekenhuis lag, omdat Marokkanen, ja die weer, haar hadden gevraag waar ze voor koos, dat ze haar zouden verkrachten of wilde ze toch liever een smile.
Ze koos voor het meest vrolijke de smile, en vervolgens sneden ze haar mond hoeken uit tot een onherstelbare smile.
Nu had ik het meisje moeten vragen of ze haar vriendin al bezocht had in het ziekenhuis, maar ik nam het voor waar aan, omdat het immers haar vriendin was.
En ik wenste haar nog sterkte.
Niet veel later zag ik dit morbide verhaal tussen de broodje aap verhalen staan.
Walgelijk, en gevaarlijk in landen waar misschien wat overdreven hoop ik, een burger oorlog zou kunnen uitbreken.
Men zou de bedenker moeten opsporen en flink moeten bestraffen, maar dat is natuurlijk niet te doen, en elke honderdste seconden word er wel weer iets verzonnen wat mens en dier kan schaden.
Ik heb wel erg veel hoofddoekjes aan elkaar geknoopt om af te sluiten met een smile…..

Hondenkoekjes en matjes




Er zijn van die dagen in het jaar waar ik altijd naar uitkijk, zo ook de dag die ik nu weer ga beschrijven.
Mijn vrienden Marc van Elburg en Erwin Vulvax kwamen ons verblijden met een bezoekje.
Beide wonen in de Hondenkoekjesfabriek, een al eerder beschreven Dadaistic motel voor uitgenodigde kunstenaars.
Een waar paradijs, waar u zich zeker de ogen uit kijkt.
Geen museum kan er tegen op, indien u opzoek bent naar weer eens iets anders.
Uit heel de Wereld en omstreken treden er acts op.
Er is een underground bibliotheek, aan de gevel hangen kunstwerken en wat al niet meer.
Het aller leukste is eigenlijk dat dit hele gebeuren niet te plaatsen valt, en jawel in deze tijd (20:00 31 Januari 2005) is het maar moeilijk dingen tegen te komen die niet te plaatsen vallen.
Sterker nog het lijkt er soms op dat als mensen iets niet kunnen plaatsen ze het niet zien of willen zien.
Mijn idee is dat de TV hier voor heeft gezorgd, die schijt alles er zo kant en klaar uit, dat zelf denken niet meer nodig is.
Maar goed ik gooi mijn wijze hoed even in de hoek, en ga verder met dit verhaal, anders ga ik net als de TV alles zitten invullen voor u, en echt daar ben ik niet eens toe in staat, voor je het weet ben ik dan in staat van ontbinding, deze staat ligt ergens in Amerika (bedankt voor deze grap Raymond).
Marc en Erwin belde al vroeg aan, snel deed ik wat poeder op mijn gezicht en opende de deur, natuurlijk viel het Marc meteen op dat ik een kleurtje had, hij is zo attent die lekkere scheet.
En lekker is hij hoor, geen vrouw kan haar ogen van hem af houden, allen willen hem meteen berijden als een paard, zelfs de mannen kunnen zich niet bedwingen bij het aanschouwen van dit wonder der natuur.
Een playboy van de eerste orde, niet mee te leven.
Maar gelukkig had masker voor vandaag een masker op, mocht u hem eens in het echt willen zien dan moet u toch echt naar de Hondenkoekjesfabriek, indien u dit doet, meld mij dit dan, want ik ben aan het oefenen voor cameraman.
Buiten dat Marc lekker ding is, is hij ook nog een geweldig kunstenaar, en sterft hij van de kinderen, die zijn vriendin Wilja Jurg vrijwel continu de Wereld op schopt.
Die kinderen zijn gelukkig allemaal creatief en kunt u boeken voor performances, om er maar eens wat te noemen, Truck van rental, Spermatak, Monobrain, OCO, Boetlek Spacetower, Th Fckng Bstrds, Dr.Drek, Truck van Rental, Selena, Bastaman, De Smatlaps en ga zo maar een half uurtje door.
Nee in de Hondenkoekjes fabriek word keihard gewerkt, de enige fabriek waar men niet voor geld werkt, maar om de verveling te doden met creativiteit.
Om de tien seconden komt er wel een, CD, LP, Cassettebandje, video, strip, sticker, boekje, poster of tietshirt uit en dit al ongeveer vijf jaar lang zonder directeur trouwens, ik hou me aanbevolen.

Erwin Vulvax beter bekend als de Thor van Balkbrug, waar Bartje ook vandaan kwam, voor wie niet weet wie Bartje is, Bartje was een kinder serie, over een boertje wat je als je niet uit Overijssel kwam en niet kon verstaan, en o ja hij at geen bruine bonen.
Wat Bartje ook niet deed en Erwin wel onder de naam Vulvax is stukjes gestoorde radio omroep van over naar mijn idee heel de Wereld en vooral regionaal opneemt en op bandjes plant, te gekke collages maakt hij ervan.

In de Tent zouden tijdens het Rotterdams filmfestival filmpjes vertoond worden gemaakt door Marc en Erwin, natuurlijk moesten we daar een kijkje gaan nemen.
Laat ik het zo zeggen, ze kwamen daarvoor naar de Randstad, en werden door ons uitgenodigd om bij ons te komen slapen.
Dit moest ik van mezelf even duidelijk stellen, mocht u anders misschien gaan denken dat ze speciaal voor mij waren gekomen, zie mij maar als hun toetje.
Dan kunnen we nu voor de zoveelste keer verder gaan met dit verhaal die eigenlijk nog niet Eén keer gestopt was.
We gingen in trio op weg in de bus van de Hondenkoekjesfabriek naar Rotterdam.
Een reis die twee en half uur van ons leven in beslag zou gaan nemen.
Dat duurt zo’n reis toch al snel van Schiedam west naar Rotterdam centrum, in een bus dan wel te verstaan.
Allereerst belande we op de Leuvenhaven, waar het zoals bij u allang bekend zal zijn kunt u daar en in de rest van het centrum alleen betaald parkeren.
We konden alleen betalen met een chipknip, volgens Erwin is de chipknip totaal mislukt, en om de eer van deze beroerde uitvinding te redden heeft men maar ingevoerd dat je parkeerbonnen alleen nog kan verkomen door met de chipknip te betalen.
Ik had zo’n ding tot mijn grote verassing op mijn pasje staan, dus liepen Marc en ik richting een betaal automaat om mijn chipknip te vullen.
Met moeite lieten we Erwin achter, na een flinke knuffel en wat geruststellende woordjes konden we hem alleen laten.
Bij de Rotterdamse, “Walk of fame”, of Erwin dat wist vraag ik me nu pas af.
Maar goed we liepen naar de betaal automaat van de Postbank, jawel die geen chipknip hebben.
Vermoeid liepen we terug naar Erwin om het blijde nieuws te verkondigen.
We besloten naar de parkeer garage te rijden, ons al afvragend of de bus niet te hoog was.
Maar de Parkeer garage bewaarder zei dat we makkelijk de onderste garage in konden.
Net de buis in hoorde we al een harde klap en zaten we vast.
We sprongen uit de auto, meteen stak ik mijn wijsvinger in het rechteroog van de parkeer bewaarder, nadat we hem ombeurten gesodemieterd hadden.
Nee hoor, we reden braaf de garage uit na wat geklungel van Erwin die het parkeer pasje in de gleuf van de creditcards stak, inplaats van de gleuf waar het pasje in hoorde.
Uiteindelijk zette we de bus ver buiten het centrum, om daarna ongeveer de afstand Schiedam, Rotterdam te moeten lopen naar de Tent.
Vermoeid namen we plaats achter de DVD speller waar de filmpjes op te zien waren, maar een jongeman vroeg ons hem te excuseren, omdat juist die DVD speler nagekeken moest worden.
Alle moeite van het reizen voor niks dus, we liepen het pleuris eind terug naar de bus, en reden in tien minuten tijd terug naar Schiedam.
Na een heerlijke pasta bonen soep waarvan we heerlijk begonnen te winden gingen we per metro richting Poortgebouw waar een vriend van Marc zou optreden.
Zeker niet voor niks, want Vialka waar de vriend van Marc in speelde met zijn vriendin was geweldig.
Dat ik Marc nooit meer serieus zal nemen als hij mij zijn vriend noemt, kwam ik achter toen de vriend van Marc, Marc niet herkende, en heel misschien nog niet weet dat Marc daar was.
Hier en daar voerde ik gesprekjes met oude bekende die er voor u zeker niet toe doen, waar ik niet mee wil zeggen dat de rest van dit verhaal er wel toe zal doen.
In de Metro zat het vol met dames die elkaar lachend mobile telefoontjes lieten zien, toen ik me begon af te vragen wat er in mijn sinas zat, zat ik op eens in de schaduw van een controleur met matje, die naar onze kaartjes vroeg.
We hadden te weinig zones afgestempeld zei hij, ik vroeg of hij dat dan als nog kon regelen, de tering voor je moet de kleerkast gedacht hebben, en vroeg of we hem wilde volgen.
Braaf volgde we zijn matje.
Marc zei nog dat ze niet uit Rotterdam kwamen en het niet wisten, maar matje liet zien hoe de gastvrijheid van Rotterdam was, door te grommen, “overal hangen boordjes hoeveel zone je moet stempelen”.
Ik had spontaan pijn in mijn maag en mijn kaken zaten vast (was gelukkig na twee dagen alweer over) dat heb ik altijd als ik op de rand van een seriemoord plegen sta.
Dat was dan driemaal 37,50, al met al een duur avondje.
Huilend vervolgde we onze laatste halte, want dat mocht nog wel voor die prijs, zo moeilijk zijn ze nou ook weer niet bij de Rotterdamse Elektrische Tram.
Ik hoop u met dit verhaaltje ellende en vreugde gewaarschuwd te hebben, en dat u er een les uit heeft getrokken.
“Ga nooit met de metro naar de Hondenkoekjesfabriek in Nieuw Leusen.


Het is fijn om uniek te zijn




Ik zat al diep in de vrijdag middag, toen ik besloot mijn dagelijkse sessie wolkstaren voor een keer over te slaan.
Ik was heel erg geil, vreselijk.
Op zo’n dag kan ik met geen bewegend wezen meer een normaal gesprek voeren zonder hem/haar dan in mijn morbide gedachte aan mijn spuitpuist te rijgen.
En dat is moeilijk praten hoor.
Mijn eikel plakte al tegen de wand van mijn zweet nylon slip aan.
Gelukkig was ik al thuis, net uit mijn werk, het huis voor mij alleen.
Dit omdat ik al jaren alleen woon.
Ik liep naar mijn kamer en onderwijl deed ik mijn kleren uit.
Ik kon gewoon niet wachten.
Alle muggen in mijn slaapkamer zou ik gaan doodschieten met mijn dodelijk lava hete zaad.
In de slaapkamer besloot ik mijn slip met rits aan te doen, die ik voor mijn verjaardag gekocht had.
De reetveter trok ik wat verder mijn bilspleet in, alvorens ik op mijn bed plaats nam.
Per ongeluk drukte ik met mijn grote teen (het kan ook de teen ernaast geweest zijn) mijn TV aan.
Gadver Frans Molenaar de mode ontwerper deed zijn verhaal.
Mijn mannelijkheid werd opeens angstig klein.
Ik had die lul zijn pisbek wel willen vol schijten.
Ik besloot hem maar even aan te horen.
Hij had het over zijn wens alle Zebra’s ter Wereld te laten afslachten, zodat iedereen een mooi overhemd van Zebra leer zou aan kunnen.
Uniek vond hij dit.
Nou kon mijn zijn uniek idee me zwaar niet schelen.
Maar ik projecteerde het woord uniek maar eens op mij zelf.
Was ik wel uniek , ik rukte me al zo lang ik mij kon heugen af.
Ben nog nooit met een levend wezen naar bed geweest, en heb er al helemaal nooit mee geneukt.
En ik ben toch alweer 54 jaartjes jong.
Ik herinner mij nog de eerste keer dat ik klaar kwam.
Ik stond naast mijn wijlen grootmoeder (165 lang), ze las op de schommel stoel voor uit Roodkapje geloof ik.
Ik stond wat onschuldig met mijn knuistje in mijn korte broekje aan mijn piemeltje te frummelen.
Toen voelde ik een heel warm gevoel op komen, net toen ik mijn broekje naar beneden deed om eens te kijken wat er loos was, kwam ik klaar.
Oma vertelde rustig door, tot mijn grote schrik zag ik een druppel zaad langs haar wang lopen.
Ze pakte een zakdoek en haalde de druppel weg.
Ze glimlachte naar me, en zei dat ze van al dat vertellen ging zweten.
Maar goed terug naar een ander verleden.

Ik lag dus te luisteren naar Frans Molenaar, en ging me af vragen of ik ergens uniek in was.
Triest moest ik concluderen dat ik echt nergens uniek in was.
Grienend viel ik in een diepe slaap.
Zwetend werd ik wakker, het was inmiddels al donker, wat het verhaal er verder niet beter opmaakt.
Ik had het, ik wist nu hoe ik uniek zou kunnen zijn.
Ik heb namelijk een erg groot plasgaatje.
U voelt hem waarschijnlijk al aankomen.
Ik stak mijn wijs vinger in mijn eikel gaatje en begon mezelf te vingeren alsof mijn leven ervan afhing.
Mijn lul werd keihard en het gaatje omsloot mijn vinger.
Al snel voelde ik mijn kolkende zaad omhoog komen, plop ik trok mijn vinger eruit en mijn zaad kwam er al vlak achter aan.
Ik was uniek, gelukkig.
Ik kon eikel vingeren en nog klaarkomen ook.
Het is fijn om uniek te zijn………………..


Dit verhaal is gebaseerd op waar gebeurde feiten


Het is een ……

He wat is dat daar, een straaljager nee een raket, superman nee het is …, dan even een kleine uitleg over wat het is voor we verder gaan met raden om dit schrijfsel wat meer volume te geven.
Hij zwaait naar ieder vliegtuig dat over zijn burgerlijke kabouter tuintje heen vliegt, opstijgend van vliegveld Zestienhoven.
Noemt de piloten veelal Jopie, naar een buurjongetje die vroeger altijd aan iedereen vertelde dat hij piloot wilde worden.
Als u opzoek bent naar logica in het te raden persoon, kunt u beter iets anders gaan doen, want dit persoon bevat nog minder logica als het journaal, nee het is niet George W. Bush.
Hij loopt tot afgrijzen van de buren veelal in zijn onderbroek door dezelfde burgerlijke kabouter tuin, maar goed hij loopt in zijn eigen tuin, en als zijn piemel opeens zou gaan niesen is dat zijn probleem, want hij loopt ook in de winter in deze Tarzan outfit.
Eén van de genoemde kabouters was nogal ondeugend, hij liet zijn middelvinger zien, dit vond (laten we hem even Tarzan noemen) niet gepast, en zette een planten potje op de vinger, waardoor de kabouter nu een plantje vasthoud.
Tarzan föhnt ook altijd het douche gordijn na het douchen, en de natte theedoeken, ik ben erg benieuwd of er meer mensen zijn die dit doen.
Tarzan scheld ook op mensen die wij helemaal niet zien, zonder bekend te staan als zijnde helderziende.
Een prullenbak heeft Tarzan niet nodig, voor elk papiertje, kruimeltje of voor wat voor vuiltje dan ook, loopt hij de straat weer op, om ergens een container te zoeken waar hij het kan deponeren.
Je zou haast gaan denken dat Tarzan zich een beetje erg verveeld.
Tarzan knapt voor mij ook vaak klusjes op, en legt mij keer op keer uit hoe ik dat zelf zou kunnen doen.
Ik knik dan braaf, en krijg er nog complimenten voor ook van Tarzan, die dan zegt dat ik alles zo snel door heb.

Nou het is dus geen straaljager, een superman ook niet echt, hoewel ze allebei een handicap hebben, ik bedoel Superman had hem, namelijk was verlamd, en Tarzan heeft een zware hersenbeschadiging die maar doet wat hij leuk vind met ….. mijn vader.

Het Galgenveldje




Terwijl John Lennon mooie liedjes mijn vredige kamer in zingt, begin ik aan mijn verhaal over het Galgenveldje.
Een veldje aan de Nieuwe Waterweg, ook wel de Maas genoemd.
Maar goed hoe dat Water heet maakt voor dit verhaal niet of nauwelijks uit.
Lennon had hier eigenlijk als het dan toch moest beter aan zijn einde kunnen komen, het uitzicht is er erg mooi, hoewel je daar met een kogel in je hart natuurlijk weer heel anders naar kijkt.
Waarschijnlijk was er dan nu een Lennon boulevard in Scheidam geweest, waar ik alles behalve welkom was geweest met mijn twee huppelende schijtertjes.
Het veldje is twee keer zo groot als een voetbalveld.
Het zit er vol kuilen, ziet er niet uit waardoor ik er weer zo van hou.
Er is niks meer aan gedaan nadat met de Gusto scheepswerf er werd afgebroken.
De Gusto werf is na de jenever en molens waar de Schiedammers trots op zijn, veel mensen hebben er gewerkt, de Gorzen de wijk waar ik woon is er special door de Gusto werf gebouwd voor zijn werkers.

Maar daarom heet dit veldje natuurlijk niet het Galgenveldje.
Nog langer geleden werden hier mensen opgehangen, zodat de binnen varende schepen konden zien aan de bungelende lijken, dat met Schiedam niet te fucken viel.
Ja zo gek was men vroeger nog niet, hoogstens wat grof.
Als men het over die goeie ouwe tijd heeft, bedoelen ze vast niet de tijd van de galgen.

De doodse sfeer hangt nog altijd op het veldje, maar stoort niet, en dat is een Goddelijk gegeven.
Lekker rustig.
De schippers laten er hun honden uit, en zo nu en dan maak ik een praatje met ze, en echt hoor dat is een stuk leuker praten als over iemand zijn hele hebben en houden.
Nee doe mij maar zeemans verhalen of over kleding waarmee je het mocht je in het water donderen drie uur langer uit houd als in je gewone kloffie.
Sinds kort heb ik het er ook over kunst en het arm tierige bestaan van kunstenaars, nee niet met de zeemannen, die zouden me uitlachen.
Nee met twee andere Schiedamse kunstenaars, die er sinds kort ook hun viervoetertje Ravi uitlaten.
Het is er das erg gezellig aan het worden op het Galgenveldje.
Voor zo lang als het duurt, want men wil er zoals overal bedrijfspanden geen neerzetten, en ik denk dat mijn hondjes daarin niet lekker mogen poepen, dus zal ik weer moeten afzakken naar het Sterrenbos of de Plantage, echt veel keus heb ik niet.
Maar zo land als ik ervan kan genieten doe ik het.
De hele dag zie je grote en kleine boten langs varen, en droom ik lekker weg, over bijvoorbeeld zo’n boot heen gaat, wat er zou zitten in die containers, of de zeemannen het met elkaar zouden doen op zo’n lange reis echt ik droom dan over de meest interessante dingen.
Heel vredig eigenlijk.
Dan zit ik daar op een houten wandje, waarschijnlijk bij de schippers al bekend als Lulletje Waterweg uit Schiedam.
Misschien zetten ze er ooit wel een beeldje van me neer, die een junkie dan steelt en bij de oud ijzerboer brengt voor zijn shotje.
Maar het vredige is voorbij als de schemer valt over het Galgenveldje.
Ten eerste zie je de kuilen er dan niet, en breekt er je enkels af tot aan je bovenste nekwervels, heel naar.
En er gaan miljoenen levende wezens verloren in condooms.
Hoertjes werken er n aan de waterkant hun klanten af.
Dat moeten ze natuurlijk zelf weten, het zal allemaal best de moeite waard zijn, maar het zou leuk zijn als ze de condooms inslikken en niet op de grond neergooien, het maakt het zitten dromen op het houten wandje voor mij echt een stuk minder leuk.
De mensen die in een flat wonen bij het Galgenveldje klagen dat het niet moet kunnen neuken op het Galgenveldje.
De flat staat er best een eindje vandaan, je zou echt met een verrekijker, sterker nog een nachtkijker moeten kijken om te zien of het piemeltje past.
Dus een beetje gezeik is het wel, misschien zijn ze wat jaloers, ik zou het niet weten.
Wat ook zou kunnen is dat ze bang zijn er een lijk te treffen, dat is niet geheel ontrecht aangezien het vaak voorkomt dat een zielige dwaas een hoertje van haar leven beroofd.
Ondanks dit blijft het Galgenveld een bezoekje waard…


Het einde van vadertje tijd



Sinds kort ben ik in het bezit van een scooter, dat wil zeggen dat ik er al weer drie maanden vrolijk op los rijd.
Het is een tweedehandsje, hoewel handsje is wat zwak uitgedrukt, mijn Kymco Dink is een bakbeest.
Hij is even groot als een motor scooter.
Een heel geschikte vriend om lange tochten op te maken.
Het is voor hem totaal geen probleem om een echtpaar op de rug te nemen, geweldig.
Toen ik hem kocht zei de dealer dat hij wel een beetje te hard ging, maar dat de politie daar geen problemen over zou maken.
Ik had nog niet vol gas gereden of een chagrijnige motor agent vroeg me of ik hem wilde volgen.
En dat wilde ik dus helemaal niet, maar omdat een vraag bij de politie niet bestaat (waardoor de arme drommels dan ook altijd ruzie met burgers krijgen), maar een vraag bij de politie altijd een bevel is, volgde ik hem.
Zijn billen kwamen goed uit in zijn leren drollen vanger, maar dat even daar gelaten.
Op het parkeer plaatsje achter het politie bureau Overschie te Rotterdam stonden al heel wat slachtoffertjes, die me droevig aan keken.
Snel werd ik naar de rollerbank verwezen.
Ik vroeg of ik de agent moest helpen de scooter op de rollerbank te zetten.
Nee zei hij stoer, maar na wat gekreun en getrek aan mijn trots (nu bedoel ik voor de verandering mijn scooter eens), vroeg hij aan mij en een andere grinnikende agent of we hem wilde helpen.
Vervolgens ging er een trouwe diender op de rug van mijn scooter zetten en startte hem.
Ik keek mee op de teller, toen die over de vijfenzestig ging wist ik dat ik de lul was.
Uiteindelijk stopte mijn vriend tegen de negentig aan, niet een beetje maar veel te hard dus.
Dat was een bon van 30 eurotjes.
Ik vertelde ze het verhaal van mijn dealer, die zei dat de politie hier geen probleem van maakte, maar werd terecht genegeerd.
Eén agent vond de beschildering op mijn scooter erg gaaf, en vroeg of ik dat ook voor mijn vriendjes deed.
Nou antwoordde ik, ik ben zesendertig jaren oud, eigenlijk heb ik geen scooter vriendjes.
Ik zie me al rijden, rondjes door de wijk, volgens mij is die tijd voorbij.
En toen die tijd er wel was, deed ik dit al niet.
Wat niet wil zeggen dat ik niet als een idioot reed, ik deed allerlei truckjes op mijn Peugot, tot hij door midden brak van ellende.
Hierna kreeg ik van mijn vader een Kreidler, ik woog toen krap 58 kilo, en hing te zweven aan mijn stuur, als ik volluit reed.
Hij ging voor de wind honderd en negen, wat best hard was als je bij ons door de straat reed.
Ook deze prachtige oldtimer kwam bij mij aan zijn einde, tegen een auto.

Maar nu ben ik ouder en grijzer, en geniet van lange ritjes.
Zo namen we ons voor om naar mijn expositie in Nieuwe Schans, in de provincie Groningen te rijden.
Een behoorlijke tocht, zeker als je die over de Afsluitdijk neemt.
We gingen om negen uur van huis, en kwamen pas om half zeven bij de Afsluitdijk aan.
Maar we lieten ons niet kisten en reden zo naar Bolsward waar we naar pas twee korte stop’s gingen tanken bij de Chinees.
Ongezellig aten we ons eten, de ober zie eet smakelijk toen wij hem al om de rekening vroegen.
Want we waren maar net op de helft.
Friesland is toch even te mooi, om er als een dwaas door heen te karren.
Na Sneek en Leeuwarden kwamen we in Drachten aan.
Na drie rondjes Drachten, waar we maar niet uit kwamen, we vonden geen B wegen.
Dit die weg open lag.
Uiteindelijk kon ik na veertien uur rijden, mijn geduld niet meer bedwingen en wilde de rijksweg op rijden, maar Xandra verbood me dit ten zeerste.
We stapte bij een hotel naar binnen, om te vragen of ze een weg naar Groningen wisten, na veel gezeik kwam het erop neer dat ze wilde dat we daar bleven slapen.
Maar koppig als we waren belde we vrienden in Groningen die ons kwamen halen.
De scooter werd opgeslagen in een plaatsje bij Drachten, en mij missie om in Nieuwe Schans aan te komen was mislukt.
Het lag niet aan mijn scooter, maar puur aan vadertje tijd, sinds dien is de vriendschap tussen mij en vadertje tijd dan ook op een laag pitje komen te staan, die vuile rat.

Andere dingen die ik ondervond, waren bijvoorbeeld dat meisjes bijna altijd hun hooft omdraaien als ze het geluid van een scooter horen.
Maar de teleurstelling als ze mij, een man van middelbaren leeftijd onder zijn helmpje zien zitten is fenomenaal.
Ze kijken me vaak aan alsof ik ze iets misdaan heb, terwijl ik daar vriendelijk niet al te verdacht glimlach en langs tuf, de suggestie probeer te wekken dat ik Eén van de weinige niet zieke geesten ben die er maar op een scooter langs ze kan rijden.
Maar goed ik moet om deze situaties altijd erg lachen.
Besef dan iedere keer maar weer dat de tijd niet stilstaat.
Mijn God nu ik dit stukje braaf intyp, besef ik opeens dat vadertje tijd met zijn vervelende klokkenspel, met mij aan het sollen is.
Heeft hij een hekel aan mij, of aan scooters?
Die bebaarde eikel ga ik vandaag nog opzoeken, om eens flink over hem heen te rijden.
Weg met die man, eindelijk zal de mensheid verlost zijn van de tijd.
Weg ermee……..

Henk Spermatank




Een pakkende naam zult u denken.
Helaas bestond en bestaat Henk nog steeds.
Zijn echte achternaam zou ik niet weten, doet er ook niet toe, dit was de bijnaam van mijn buurman, toen ik nog veilig bij mijn ouders in Delfshaven woonde.
Henk was een scheel gedrocht, hij had een scheve bek, waar een Brabants accent uit voort kwam.
Ik wilde eigenlijk geen contact met hem, zoals met de meeste mensen uit de buurt.
Maar op een zonnige dag was ik aan mijn brommertje aan het sleutelen, dit stelde niet veel meer voor als de Bougie los en vast draaien.
Henk kwam er bij staan en vertelde dat hij vroeger ook een brommer had gehad.
Al hadden ze hem levend begraven, dan wilde ik dat nog niet weten.
Maar ik had een goede bui, en deed alsof het me interesseerde hoe hij zijn jeugd had meegemaakt.
Helaas zag hij me blijkbaar meteen als zijn beste vriend, en nodigde hij me uit voor een disco feestje, zoals we huis partijtjes toen nog lullig noemde.
Na lang nadenken, besloot ik op het aanbod in te gaan, mede omdat erop vrijdag in Delfshaven niet echt veel te beleven was, net als de resterende dagen in een week trouwens, Delfshaven was niet voor niks een dorp wat eigenlijk bij Delft hoorde.
Henk zou voor dames zorgen, eten, drinken en muziek.
Nou dat beloofde wat.
Ik probeerde vrienden nog zover te krijgen met me mee te gaan, maar bij de naam Henk Spermatank haakte ze ogenblikkelijk af.
Dus stond ik die vrijdag avond met een fles rode wijn voor de deur van Henk.
Vrolijk deed hij open, met een zilver glitter petje op zijn denkvermogen.
Hij omhelsde me, en zei vrolijk kom binnen man.
Vermoeid liep ik achter vrolijke Henk aan.
De bezoekers bestonden uit een bankstel, twee stoelen en wat kussens.
Binnen een kwartier had ik mijn meegenomen fles wijn leeg, en staarde naar Henk die achter zijn installatie plaatjes draaide als mislukte voorloper van pak hem beet DJ Tiesto.
De muziek die hij draaide bestond uit, Luv, de Dolly Dots, Babe en meer vrouwen groepjes, die ik ruk plaatjes noemde.
Andre Hazes,”Dit is de laatste keer”, had het meest op zijn plaats geweest.
Om vier uur besloot ik de avond van mijn leven af te sluiten.
Ik mocht van Henk blijven slapen, daar zag ik niet echt veel heil in.
En heerlijk viel ik in slaap, dromende over de Dolly Dots die Henk martelde.

Henk nodigde me bijna wekelijks uit voor zijn geweldige feestjes, maar ik reageerde niet op zijn zielige flyers.
Later zag ik hem steeds vaker lopen met heroine hoertjes, die meestal op hem liepen te schelden, zijn doelgroep van bezoekers was waarschijnlijk veranderd.
Niet veel later was Henk gearresteerd vanwege een moord op een prostituee.
Waarschijnlijk wilde het arme mens niet meer naar zijn feestjes.
In een plantenbak boven station Coolhaven, waar nu een grote zwarte flat staat, werd haar ontzielde lichaam gevonden.
En dan te bedenken dat ik daar die nacht mijn blaas in had staan legen.
Die zelfde ochtend werd ze gevonden, wat ben ik blij dat ik haar niet had zien liggen.
Nu hoop ik dat ik niet respectloos over haar heen heb staan plassen.
Maar goed ik wist het gelukkig niet.

De laatste keer dat ik Henk zag, was toen een andere buurman hem in elkaar sloeg.
Het zag er heel mooi uit, Henk stond hardop te ontkennen dat hij het acht jarige dochtertje van de andere buurman seksueel had misbruikt, en de man maar op hem inslaan en trappen.
Op laatst lag Henk bebloed op de grond, en ambulance nam hem mee.
De andere buurman werd in de boeien geslagen en verdween in een politiebus.
Ja dat er nooit wat gebeurde in Delfshaven neem ik bij deze weer terug.


Hans Textiel

Ik wil absoluut niet weer met dat ik ergens liep met mijn hondjes beginnen.
Maar ik liep er dus wel mee, het verschil maakt dat nu niet mijn vrouw er bij liep maar mijn stiefzoon Itam.
Lekker belangrijk allemaal zult u hoogst waarschijnlijk denken terwijl u nog wat neus inhoud de vergetelheid in piekt.
Voor mij is het wel belangrijk, wat blijkt aan mijn stukjes waar mijn honden maar al te vaak in voorkomen.
Het lijkt wel of ik niks zonder die twee poep doosjes kan beleven.
Een saaie iedere keer dezelfde intro van een tekenfilm voor kinderen tot drie jaar.
Ja daar gaan deze stukjes wel erg op lijken.
Nou ja, dan doen ze in ieder geval nog wat, mijn stukjes.

Nou ik ben er dus niet mee begonnen, ik liep met mijn hondjes en Itam over de Groenenlaan toen ik Hans Textiel inkeek, op zich blijkt dit al een vorm van een saaie wandeling te zijn, anders kijk je Hans Textiel niet binnen.
En dan bedoel ik natuurlijk een winkel van Hans, niet zijn darmgestel.
Heel de Gorzen (wijk die ik bewoon) stond in de rij voor de kassa.
Ik zei stoer tegen Itam, daar ga ik niet tussenstaan.
Deze veel te vaak uitgesproken zin was nog niet gestorven, of ik gaf Itam de hondjes en waagde als een sporter die van levens gevaarlijke acties houd, de sprong Hans Textiel in.
Het was er zo druk omdat, Hans die er zelf overigens niet was, Vijfentwintig procent korting gaf.
Dit omdat Hans zestig jaar is geworden.
Bij deze gefeliciteerd Hans, je moet wel een hele toffe kerel wezen, daar ben ik heilig van overtuigd.
Ik zocht een mooie jas uit van Hans zijn eigen merk”Heren scene”.
Beetje vaag, maar dat is het zo en zo als je Hand Textiel met je volle verstand in loopt.
Hoewel daarbij moet gezegd worden, is het wel zo slim om een trui van een merk te kopen, waar dan heel groot de naam van het merk opstaat, je loopt dan dus reclame en betaald er nog dik voor ook.
Nou dan ben je wel een hele erge klootzak, je bent dit leven dan gewoon niet waard.
Ik heb diverse van die truien in mijn kast hangen.
Ik kocht ook nog een broek waar ik op mijn vrouw’s aanraden er al twee van gescoord had.
Bijna nog net niet huppelend liep ik op de gigantische rij verlept vlees af.
Ik sloot aan bij de kinderlingerie.
Meteen brak het zweet me uit.
Ik mocht me absoluut niet verdacht maken, voor zover ik dit al niet was door hier te staan.
Niet naar de onderbroekjes kijken Pieter, spookte het door mijn zielige hersens.
En hup ik keek de andere kant uit, recht in het bleke gelaat van een meisje van weet ik veel hoe oud.
Dat kan ik op mijn leeftijd niet meer zien.
Niet vanwege mijn ogen of misschien ook wel niet eens vanwege mijn leeftijd, ik kan het gewoon niet zien.
Ze was puber, dat moest haast wel.
Maar dat kon ik niet zien omdat ik inmiddels al heftig naar het plafond keek, om me niet verdacht te maken.
Had ik dat maar nooit gedaan, het rund voor me, de moeder van het meisje liet iets vallen en bukte, heel hard botste ze tegen mijn zo geliefde edele delen.
Nu liet ik mijn kleren vallen en kromp ineen.
“sorry hoorde ik ergens vandaan komen.
Wat moest ik doen, de Hulk worden?
Nee ik ging recht op staan, en hield nu maar de platte reet voor me goed in de gaten.
De platte reet hoorde bij een vreselijke kop die constant rare draai bewegingen maakte.
Een tik was mijn conclusie.
Daar kon ze net als ik, ook niks aan doen.
Maar aan haar vervelende platte reet had ze wel wat kunnen doen.
Die had ze bij zich moeten houden.
Twee gevaarlijke vrouwen voor me, had een vlees homp het erover dat ze nooit maillot ’s droeg, daar werd ze eng van.
Ik gluurde naar heer enorme batterij, en was het met haar eens.
Ik zou er ook eng van worden als zij een maillot zou aandoen, laat staan dat ze hem dan ook nog zou dragen.
De rij was lang, gelukkig er stond nog een man.
Die man stond zich druk te bewijzen door stoere praat.
Alsof zijn verwoedde pijnlijk zielige pogingen hem nog konden helpen uit deze situatie.
Het was gewoon simpelweg diep triest hier te gaan staan.
Maar oh wat voelde het heerlijk om dat te beseffen.
Ik fantaseerde dat we voor wat eet bonnen in de tweede Wereld oorlog stonden te wachten.
Maar de dikke reten trokken me weer in de werkelijkheid.
Die hadden gewoon misplaatst geweest in de tweede Wereld oorlog.
Een hele tijd later, nog heel wat plat reet bewegingen ontwijkend kwam ik aan bij de kassa.
Als een overwinnaar lag ik mijn buit op de kassa.
Ik groette de dames vriendelijk alsof ik blij was en liep de duisternis in, op weg naar een ander spannend avontuur.

Gelukkigste man op aarde




Momenteel heb ik geen werk, al werk ik harder als ooit te voren.
Is dat een kromme zin om mee te beginnen of niet.
Deze kromme zin zal de voedingsbodem voor dit stukje worden, daar is hij dus voor.
Ik werk nu niet voor een baas, heb dat eigenlijk nooit echt gedaan, maar ik was dan wel aan projecten als bijvoorbeeld het jongeren tijdschrift Freelook bezig, of Galerie Slaphanger, en kreeg hier ongeveer het loon van een uitkering voor betaald.
Jammer, maar ik heb er jaren van mogen genieten, wat niet weg neemt dat ze lekker de pleuris kunnen krijgen natuurlijk.
Maar dat is de verleden tijd, nu geef ik me iedere dag opdrachten.
Laat ik voor het verdriet eens een dag uitlichten.
Mijn vrouw vraagt aan me of ik thee wil zetten, maar veelal antwoord ik niet vanuit dromenland, en gaat ze zonder het er verder over te hebben beneden thee zetten.
Wat ik vervolgens doe kan zijn plassen, mijn stijve vriendje wakker schudden of verder slapen.
Dit keer ga ik plassen en zet vervolgens om nog meer wakker te worden een willekeurige cd van de dode heer Elvis Presley op.
Ik neem een slok van mijn kopje thee, en zeur even tegen mijn vrouw aan over mijn moeilijke leven als beeldend kunstenaar.
Mijn vrouw der mond gaat open, niet om te antwoorden of voor vieze dingetjes, maar om er eens verveeld op los te gapen, want had ze dit zelfde gezwam nou niet gisteren al gehoord, zit hier verdomme een jonge demente kerel voor haar, blijkbaar.
Dan gaan we douchen, helaas om de beurt, want ik vertrouw er nooit op dat Xandra zich goed zal wassen.
Dan probeer ik onder het gezamenlijk honden uitlaten uit te komen, wat me soms lukt, maar vaak ook helemaal niet.
Nooit heb ik zin om de honden uit te laten, en drie keer per dag een saaie dood vermoeiende terugblik van de voorgaande uitlaat beurt te beleven.
En wanneer er wel iets noemend waardigs gebeurt, schrijf ik daar altijd een stukje over, kunt u na gaan hoe weinig er dan in verhouding bij het honden uitlaten gebeurt.
Soms val ik tijdens het wandelen in slaap, wat mijn vrouw niet erg vind, omdat ik dan niet zeur over mijn moeilijke bestaan als beeldend kunstenaar, en tips over dat drie keer seks per dag (liefst met mij) haar de gelukkigste vrouw op aarde zou kunnen maken.
Mijn tips werken natuurlijk in mijn voordeel, haar opname luisteren werkt daarin tegen weer in het voordeel van haar.
Leuk hè, hoe wij elkaar uiteindelijk met niks kunnen bezighouden.
Weer terug van de wandeling die weer eens op stront en pis uitliep, ga ik meteen verder of beginnen aan een schilderij.
Hellemaal los ga ik dan, verlies elk gevoel van leven in mijn werk.
Weet dan niet eens dat ik er ook nog ben op deze Wereld.
Dit kan uren duren, die voorbij gaan als minuten.
Daar doe ik het dus voor beeldend kunstenaar zijn.
En zoals de meeste kunstenaars, striptekenaars, fotografen, dichters en andere kunstzinnige is dat het hoogste wat je uit je leven kunt halen.
Maar dat brengt geen kaas op de boterham, om er maar weer zo’n stompzinnige klote uitdrukking tegen aan te drukken.
Nee dan Begint Yang, waarmee ik wil zeggen het zogezegde evenwicht, eerst sta ik heerlijk te werken, als ik schilderen zonder de opdracht van iemand anders zo mag noemen, wat ik even Ying noem, en dan ga je denken zou dit verkopen, en/of zou iemand dit werk willen exposeren,
Nou dat is dus de zure Yang kant.
Die maakt me soms een gek, instaat tot massa moorden en zelf verkrachting.
Dan ben ik gekomen in een cirkeltje, in het midden van de Ying en Yang wip wap.
Meestal iets meer naar de ellendige kant.
Hoop is het enige waardoor ik door ga met dit prachtige leven als beeldend kunstenaar.
Want ik vul het gelukkig in zoals ik dat wil, zoveel mogelijk.
Ik teken, schilder en schrijf, hou me bezig op de digitale snelweg, haal inspiratie op tussendoor, nu ook op mijn tweedehands scooter uit Taiwan.
Tering volgens mij ben ik de gelukkigste man op aarde.
Ja daar sluit ik voor de zekerheid maar mee af, want het kan zo weer veranderen, nou daar komt die dan, het einde.
“Ik ben de gelukkigste man op aarde”.

Haast

Haast

Elf uur in de ochtend, met moeite stond ik op, en dacht aan alle mensen die allang op waren gestaan.
Dat lieg ik, daar dacht ik helemaal niet aan, ik dacht zo als ik iedere morgen denk, aan mijn plasser die fier overeind stond, en wachtte tot ik met hem naar het toilet zou gaan.
Je bent op mijn leeftijd toch altijd weer blij als hij daar zo staat, het is een lulletje, maar van niemand hou ik meer als van hem.
Okay, ik hou meer van mijn vrouw, maar die houd ook weer van hem, zegt ze tenminste.
Maar goed deze ochtend, negeert ze mijn trots volkomen, ze ligt heerlijk te dromen, over wie weet wel wie.
Woedend verlaat ik de slaapkamer, ik haat haar dromen.
Woest plas ik de WC in.
Grommend knijp ik mijn maat de strot af, en ga thee zetten.
Tot zover dit spannende begin.
Met mijn mok thee, loop ik mijn balkon op, en roep naar een dametje,”GOEDEMORGEN” ze valt van schrik bijna van haar trappetje.
Tevreden loop ik weer naar binnen.
Een scheet kan tevreden mijn endeldarm verlaten, vraag me af waar hij heen gaat.
Niet ver, zo word mij snel duidelijk aan de verrotte lucht, ik had ook de deur voor hem open moeten doen.
Ik zet een CD op van de,”Heroïne hoertjes” een cocktail trio uit Stampersgat op.
Ik zing mee op,”Spuiten voor spuiten” en dans mijn kamer door.
Af en toe ontbloot ik mijn eikel met mijn rechterhand, en laat hem naar de wandspiegel knipogen.
De wandspiegel knip oogt natuurlijk terug.
Dan val ik over mijn hond Dali heen, en besef lang uit op de grond liggend dat ze nog een droge boterham tegoed heeft van me.
Na de aflossing, ren ik naar het buiten raam, en kijk naar buiten de Hoofdstraat in.
En net als de ochtend ervoor is er niks aan de hand.
Of u moet het een enorme belevenis vinden om boven op het hooft van een vroeg kalende puber te kijken, die om de twee stappen op de grond spuwt.
Toevallig kijkt hij omhoog, ik zwaai naar hem, want zo denk ik met een Roomse glimlach, de Wereld is al zo hard.
Hij gilt homo, en laat zijn middelvinger zien, hij hoort het al niet meer als ik roep, mooie vinger die heb ik ook.
Met een onaf gevoel plof ik neer op de bank.
Met de zapper, zap ik de kijkkast aan.
Nadat ik 600 keer van net heb veranderd, klik ik hem uit.
Mijn vrouw heeft inmiddels plaats genomen aan de eettafel, ze drinkt haar koffie met een peuk schuin in haar mondhoek.
Dan gilt ze,”IK HAAT JE PIK”, nee hoor dat jok ik, ze vraagt waarom ik me toch altijd zo haast in de ochtend, ik besluit me niet af te vragen of ze dit nu meent, geef haar een kus op haar voorhoofd, en zeg, ik moet weer naar mijn atelier schatje, werken geblazen.

Gekken race




Nu ik weer voorzichtig aan het snellopen, hardlopen durf ik bijna niet te schrijven, ben, moet ik als een oude man van vijfendertig terug denken aan 1988, toen ik 18 jaar oud was en krap 58 kilo woog.
Hoeveel ik nu weeg wil ik niet eens weten, maar als ik na een rondje chemie opsnuiven terug kom, ben ik altijd blij dat ik geen blessure heb opgelopen.
Die had ik in 1988 nooit, toen liep ik vrijwel dagelijks, vaak een rondje van 6400 meter.
Soms liep ik het rondje met wat vrienden, van het Eén kwam het ander, en de groep werd groter.
Ik besloot een ranglijst aan de deur van mijn ouderlijk huis op de Havenstraat 145 B op te hangen met de snelst gelopen tijden, we deelde de ranglijst ook uit op pleinen, wat andere jongeren weer trok om een rondje te wagen.
Er werd wat afgebluft, er was zelfs een jongen die de vijf kilometer in 11 minuten liep, zo zei hij.
Ik zei dat ik dat erg knap vond, een minuut onder het Wereld record van de toenmalige kampioen Said Aouita.
De jongen hield stug vol, tot hij door vrijwel iedereen op ons rondje voorbij werd gelopen.
Mijn record op het rondje stond op 21 minuten en 22 seconden.
In 1992 organiseerde we er een maandelijks terug kerende loop, we noemde het rondje toen de Freelook run, compleet met spandoek boven de weg.
Freelook naar het tijdschrift wat ik toen had opgezet met mijn vrouw Xandra.
Een hele berg los geslagen wild liep dan de niet afgezette straten achter een fiets aan.
Volgens mij hadden we meer nationaliteiten als de Olympische spelen .
We zijn er mee opgehouden toen atleten uit het hele land wilde langs komen om het rondje te lopen.
Jammer genoeg, want het had Delfshaven op een positieve manier in beeld kunnen brengen, maar we hadden geen kleed en douche gelegenheid, en we hadden de manschappen niet om het parkoers af te zetten.
Het parkoers liep overigens van de Havenstraat richting de Lage erf brug (die veel te vaak openstond en voor een tweede start zorgde) langs de Coolhaven naar het Esso station op de s’gravendijkwal over het fietspad naar de Euromast, een ronde om het park heen terug over de Parkade naar de Westzeedijk naar de Oostkousdijk zo de Havenstraat in naar de finish voor mijn ouderlijk huis, waar iedere deelnemer een water ijsje van mijn moeder kreeg.
Nou hoe kan ik dit stukje mooi afsluiten, er schiet me opeens iets te binnen,’’ die tijd komt nooit meer terug”, een prachtige zin van waarschijnlijk een heel erg oubollig iemand.

Kunst en dromen


Kunst

Kleuren kronkels contrasten die de ogen belasten
Rondingen krullen die het canvas vullen
Huilen lachen genieten
Goede kunst maakt mij hitsig

Dromen

De buurvrouw praat over het slechte weer vanuit haar vagina
Mijn matras blijkt een behaarde man
Papa glijd in zijn panty door de supermarkt
Het gras groeit in mijn dromen nooit op de aarde

ERECTIE STOORNISSEN




Wakker worden met Dries van Acht, was nu niet bepaald een droom van mij, maar het gebeurde me gisteren ochtend.
Hij vertelde dat hij het diep treurig vond dat de Koningin niet aanwezig zou zijn bij de uitvaart van de Paus.
Nu wil ik Beatrix geen hand boven de kroon gaan houden, maar ik zou na de begrafenissen die zij heeft meegemaakt in korte tijd ook geen zin hebben in nog maar eens een hoop komedie.
Maar ik ben maar gewoon een burger, Beatrix is de Koningin, ze word dus geacht dit te kunnen.
Blijkbaar verschillen burgers niet zoveel van Koninginnen.
Als ik haar was had ik een stand in gestuurd, net als Sadam dat altijd deelt, wie weet zit er nu wel een stand in met zijn pik te spelen in een celletje.
Had Dries ook weer blij geweest, gelukkig zat hij niet bij me in bed, maar in de wekkerradio naast mijn bed.
Opeens werd Dries opzij geduwd door een commercial, een vrouw zei met lieve maar niet minder opdringerige stem,” BEDERF JE WEEKNED NIET DOOR ERECTIE STOORNISSEN NEEM” en een pikverhardende pillen naam rolde haar bek uit.
Nu hing mijn plasser inderdaad half stok, niet vanwege de uitvaart die dag, van die populaire Pool in, nu onder het Vaticaan, maar vanwege Dries zijn geouwehoer.
Toch maakte ik me niet druk dat mijn pik mijn weekend zou gaan bederven. Die reclamedoos blijkbaar wel.
Wat moet ze met al die harde penissen????
Waar bemoeid ze zich überhaupt mee???
Mocht ze de behoefte hebben, kan ze zo van lul op lul springen, waar dan ook, nee madam maakt zich juist HARD voor de niet omhoog komende plassers.
Arm arm mens.
Hoewel arm, ze moet voor deze onzin toch wel een bom geld krijgen, anders zou ze dit toch nooit doen, waarschijnlijk maakt het haar allemaal geen fuck uit, waar ze reclame voor maakt, ze leent zich net zo makkelijk voor kinderzitjes, of stokbrood propaganda.
Iedere dag krijg ik emailtjes van virtuele dames, die mij viagra aanbieden of penis vergroters.
Een tijd lang maakte ik gebruik van deze diensten, tot ik buiten auto’s hoorde toeteren, mijn penis was een meters lange hefboom geworden die de straat versperde. Ja toen ben ik er maar mee gestopt, je wil immers alles behalve een slechte naam hebben.

De incontinentie bus





Eigen schuld dikke bult, het ligt eraan op welke plaats de bult komt natuurlijk denk ik dan, maar meestal komt de bult erg hard aan.
Dat wil zeggen als een bijdehandje dit tegen je zegt, is dit veelal om je nog verder de stront in te trappen.
Nu komen we dus op mijn bult, dit keer niet mijn geslacht, maar over een bus reis van 17 dagen lang.
Met mijn vrouw Xandra besloot ik om een Peter Langhout bus reis door Spanje te maken.
Natuurlijk had ik beter moeten weten, vandaar die eigen schuld dikke bult dus.

In Eindhoven stapte we nog vrolijk uit de bus die ons van Rotterdam naar de opstap plaats bracht.
We liepen een enorm groot vervelend rot restaurant in.
Zagen een bordje met daarop “rondreis Spanje” .
We waren de eerste en zagen langzaam veel jongeren aan andere tafels plaats nemen, daar in tegen vulde onze tafels zich met bejaarden en vroeg ouderen.
Welke idioot zou nou ook ooit aan zo’n reis deelnemen.
Natuurlijk wij, die geen geld genoeg hadden en dachten kom dit reisje is goedkoop laten we eens gek doen, klootzakken.

Niet veel later zat ik naast mijn vrouw voor in de bus.
Niet om te praten met de bus chauffeur, maar om er zeker van te zijn dat ik de rijksweg zag, en geen kwebbelende grijze hoofdjes.
De bus chauffeur hete Rob (een interessant gegeven) en noemde mijn vrouw schatje.
Een goed begin is het halve werk dacht ik nog.
Hij keek iets te vaak in zijn spiegel naar de benen van mijn vrouw en plaatste meer one-liners als Arnold Terminator in al zijn films bij elkaar.
Ik plukte continu korsten psoriasis (huidziekte) onder mijn haardos vandaan, en gooide ze tot afgrijzen van Xandra om ons heen de bus in.
Erg tof van Rob, was dat hij nog even Parijs inreed voor een stop aan de Seine.
Een hond stond daar de gehele stop te blaffen, en het leek hem maar niet te lukken zijn longen er uit te blaffen.
Als eerste ging ik weer in de bus zitten, en echt niet omdat ik daar niet mijn verdere leven had willen blijven staan, maar die hond trok ik niet.

Zo vervolgde we onze weg, en de verhalen die Rob vertelde waren zowaar een aangename afwisseling op de Gaykrant die ik aan het lezen was.
Ik schreef al eerder, over het eens gek doen, en de Gaykrant hoorde daar bij.
Heerlijk staan twee gespierde besnorde leer nichten stoer de lens in te kijken, hoor je achter je in de bus twee kerels geplaatste grapjes maken over de meisjes uit hun jeugd.

Maar goed de incontinentiebus zo als Xandra onze bus benoemde kwam aan in Tours.
Een soort asiel zoekers centra te midden van een bruisende industrie.
Niet echt iets om na het tafelen te gaan wandelen.
Over het tafelen geschreven, die stonden tegen elkaar aan zodat bij een brand iedereen levend zou verbranden, niet echt erg want om mij heen kijkend leken we met zijn vijf honderd man en vrouw niet echt onvervangbaar.
Voor de meeste zou dit toch maar mooi een kans zijn om in het nieuws te komen.
Wij zaten naast een gezelschap uit een Duitse bus die erg veel plezier hadden.
Aan ons tafeltje schoof een duo uit Eindhoven aan.
Ze vroegen nog net niet waar we heen gingen (we zaten namelijk in dezelfde bus) maar de .vragen waren niet veel snuggerder.
De dame van pakweg drie meter lang dronk als een ketter, en de man probeerde zijn borstbeentje door te roken.

Ik was blij dat ik in mijn bed lag, en dacht stiekem al aan de terugreis.
De volgende dag reden we het groene Baskenland in.
Je zou haast niet zeggen dat het daar 366 dagen per jaar regent.
Het hotel lag boven op een berg, en was in een ver verleden neergezet, net als de meeste mensen uit onze bus.
Ik was ver uit de jongste dus geacht iedere avond de koffers uit te laden.
Om mijn wel verdiende gram te halen liet ik elke koffer die naar mijn idee te laat werd aan gepakt, schijn per ongeluk op een paar voeten vallen.
Op zulke momenten is Wereld vrede mij een volkomen onbekend begrip.
In de vreet schuur namen we plaats aan een enorm lange tafel, ik trok als een gentleman een stoel onder de tafel vandaan waar eigenlijk mijn vrouw op plaats diende te nemen, maar een naar parfum stinkend bebrild monstertje nam hierop plaats.
Net toen ik haar nek wou breken (twee keer maar) fluisterde Xandra dat ze wel aan de andere kant van de tafel plaats nam.
Wat inhield dat ik naast twee Beppen zat.
En die Beppen bepte via mijn oren met elkaar.
Ik had alles behalve trek, en zeker niet in de op ons gezelschap aangepaste dop erwten.
Zonder enige aanleiding vertelde het bebrilde monster dat ze al twee mannen had verloren (ik had echt geen zin te gaan zoeken).
De dame aan mijn linkerkant had nog maar een man verloren.

We verlieten als eerste de tafel en gingen wandelen door het dorpje “Arocena” Iedere jongeren had daar lang haar en keek boos.
Op de muren stond overal ETA, maar dat mocht de pret niet drukken.
Hoewel dit een plaatsje was waar we best wat langer hadden willen blijven, lokte ons bed ons naar zich toe.
En waarvoor? Om mijn knieen er keer op keer tegen aan te stoten, afgewisseld door de knieen van Xandra.
In de nacht werden we keer op keer wakker van de krakende bedden.
In de ochtend wisten we ons in leven te houden met sterke koffie.
Op naar Burgos.
Rob was terug naar huis, een dik kalend mollig opgefokt lulletje had zijn Chauffeurs plaats ingenomen, genaamd Wil.
Hij kwam uit Limburg en keek gluiperig uit zijn groene ogen.
Voor we de bus in Burgos uit stapte kregen we instructies dat we op moesten passen voor Noord Afrikanen.
Hier ook al, zei een lange magere drol achter in de bus.
Ze niet we lagen in een deuk.
We volgde een Spaanse gids, die ons naar de kathedraal mee nam.
Indruk wekkend, of was het indrukslaap verwekkend, laten we het ergens in het midden houden.
Wat me opviel was dat niemand naar de gids luisterde en overal aanzat.
Ik geneerde me, en liep voor de bende uit.
Een vrouw over middel bare leeftijd haalde me in.
Ze droeg een minirokje tot net boven haar navel.
En liep moeilijk op haar hoge hakken.
Ze liep naar het graf van een waarschijnlijk belangrijke God’s dienaar, en riep kijk Theo hij heeft een stijve, wees ze naar de bult(eigenlijk plooi in zijn tij) van het liggende sculptuur van het beeld.
Ik keek om naar de druk filmende Theo.
Lachen zei hij, je staat op de film.
Ik toverde een lach op mijn vermoeide gezicht.
Helaas had Theo, die zo klein was dat hij net boven mijn navel uitkwam, door mijn glimlach contact.
Zo waar kom jij vandaan vroeg hij mij met een vervelend niet te plaatsen accent.
Uit de vagina van mijn moeder dacht ik.
Uit Schiedam zei ik.
En u murmelde ik mijn mond uit.
Uit Edam
Ik maakte aanstalten weg te komen, desnoods naast een heilig lijk gaan liggen, maar weg van enge Theo.
Maar te laat hij greep mijn arm, hoe oud denk je dat ik ben, vroeg hij met een grijns op zijn bebaarde bek.
Wat kon mij dat schelen, hoe oud die lul was, als hij maar niet te oud zou worden.
Nou, wilde hij de leeftijd uit mijn mond trekken.
Vijftig zei ik beleefd en alles behalve recht uit mijn hart.
Theo’s lach bulderde door de Kathedraal Vista Paraal geheten heen.
De hele groep keek ons aan, ze dachten vast dat hier twee ongelofelijke vrienden plezier hadden.
De gids lachte niet, ze probeerde ons dood te kijken.
Zeventig ben ik, zei Theo.
Aha zei ik en liep verder hopende dat Theo dit als een belediging zou zien.
Theo hoorde ik achter mij aan zijn vriendin vertellen dat ik hem vijftig schatte.
Hij heeft heel de bus wel twee keer gevraagd hoe oud ze hem schatte.
Te oud was mijn eind conclusie.

De volgende dag reden we richting Pinto nabij Madrid.
We kwamen in een file terecht en reden langzaam langs een stel krotten van zigeuners aan de rand van Madrid.
Zo ga je toch niet wonen, ze stelen zo je knip die ratten, zielig, moet je die vrouw met die baby zien.
Dit waren een aantal van de oer domme reacties uit onze incontinentie bus.
Ik hoopte zo dat ik deze ellende allemaal droomde, maar nee ik kon weer koffers uit laden in Pinto.
Pinto was een niets zeggend plaatsje, waar een groot plein was, waar de mensen zich vredig vermaakte.
Wij genoten daar met vollen teugen van.
De andere bus klootjes, konden er geen kroegen vinden zeurde ze.

De volgende dag was Madrid aan de beurt.
Wil gaf een soort gelijke instructies als in Burgos, voor we de vrijheid kregen ons in deze Wereld stad te vermaken.
Xandra en ik waren kapot, hadden geen oog dicht gedaan omdat onze kamer naast de personeels uitgang in het hotel zat, en we iedereen luidruchtig naar binnen en buiten hoorde gaan.
We waren dus aan het hallucineren door Madrid heen.
Waardoor we er weinig van mee kregen.
Terug in de bus hield Wil me tegen.
He maatje ik ben de hele tijd bezig geweest met het stofzuigen van jouw chips kruimels, wil je daar in het vervolg rekening mee houden.
In werkelijkheid had hij geen chips kruimels opgezogen, maar mijn psoriasis schilvers.
De hele weg tot Pinto hadden we hier de grootste lol om.
In Pinto aten we weer dop erwten en sliepen we net als de dag ervoor klote.

De volgende dag kwamen we aan in de vesting stad Tolledo.
In deze stad kwamen vroeger denk ik, ridders van heide en verre hun wapens laten maken.
Dit had ik achteraf ook moeten doen om de bus vrolijk uit te moorden.
Op een grote trap ging een invalide vrouw uit onze bus met moeite de trap op.
Een of andere leuke peuk, deed haar na, terwijl het enge gezelschap waar hij deel van uit maakte hard stond te lachen.
Nu vindt ik iemand nadoen niet erg, indien het iemand is die voor een trein springt, maar een invalide vindt ik toch wel erg zielig.
Terwijl de gekuifde lul langs mij liep naar zijn vrienden lispelde ik tering hond tegen hem.
Ik verwachte een vecht partij, maar hij deed net of hij me niet hoorde.
Zijn lach was wel opeens verdwenen.

Normaal zou ik u nog anderhalve week van deze groep’s ellende schuldig blijven.
Maar mijn darmen redden het niet, en eigenlijk waren dit de hoogte punten wel zo’n beetje, als je van hoogte punten mag schrijven ten minste.
Doe het nooit, zelfs niet als je eens wat anders wilt doen.

Mijn lul


Een gedicht die ik in 1994 voor mijn allerbeste vriend schreef

Mijn Lul

Mijn lul is mijn beste vriend
Nooit doet hij lullig
Mijn lul is lollig
Mijn lul is mooi
Mijn lul is niet alleen van mij
Soms zie ik hem even verdwijnen de mijne
Als mijn lul plezier heeft heb ik dat ook
Mijn lul en ik hebben nooit ruzie
Mijn lul houd net als ik niet van de kou
Mijn lul en ik zijn onafscheidelijk
Soms heel soms voel ik me net als hij een lul

Dufcotheek




In de tijd dat ik voor het eerst naar een hele echte discotheek ging klonk dancing net zo ouderwets als discotheek nu.
Op mijn zeventiende ging ik er voor het eerst naar toe.
Mijn zusje die drie jaar jonger is, ging toen al regelmatig uit, en snapte maar niet dat haar grote broer niet uit ging.
Het trok me gewoon niet, overdag kwam ik geregeld in discotheken, nachtclubs en zelfs seksclubs, nee ik deed er niks anders als mijn vader helpen die deze tenten verbouwde dan wel restaureerde.
Ik kan mij herinneren dat ik een keer in nachtclub “de ambassadeur” in Scheveningen, heel wat klein geld uit de wc pot viste, die bij dronken kerels uit hun broek was gevallen.
De remsporen konden mij niet schelen, mijn handen kon ik altijd wassen, met mijn mouwen ging dat wat moeilijker.
Mijn buit maakte ik dan op in de amusementshal op de pier.
Het kwam ook voor dat ik boodschappen deed voor een piemel melk meisje die in de Ciderella werkte, of ik hing de DJ uit achter de draaitafels in een Discotheek of nachtclub.
Ja dat was allemaal best plezant bij nader openen van deurtjes in mijn hersenen die ik tot dit verhaal gesloten hield, bofkonten zijn jullie maar dat ik die gewoon even voor jullie open doe.
Ik spreek u aan met jullie omdat ik hoop dat u dit verhaal met meerdere tegelijk leest.

Wim mijn buurjongen die zijn dagen doorkwam met zoveel mogelijk te lijken op George Michael, we wisten toen nog niet dat George meer van mannen hield, en wie weet is Wim nu wel een enorme nicht.
Zo zag de zonnebank gebruinde, geföhnde, dubbele oorring dragende Wim er wel uit.
In Delfshaven vonden ze hem een poot, waar hij terecht schijt aanhad, want iedereen die toen geen matje had zoals ik vonden ze een bruinwerker, heel belangrijk ook allemaal.
Zolang je niet op de vlees klopper hoeft maakt het toch geen witte billen uit waar iemand seks mee heeft.
Maar leg dat die gasten maar eens uit.
Mocht Wim niet zo populair in Delfshaven zijn, daarbuiten was hij dat zeker wel, en dat wist hij maar al tegoed.
Geregeld riep een huppelkutje op straat, “daar loopt George Michael” waarop Wim dan meestal stoer tegen mij zei, “wil jij haar neuken Brother Louis” ja waarom hij mij zo noemde is me nu nog onduidelijk.
Hij haalde mij dus over om eens te gaan stappen.
Maar mijn probleem was dat ik geen nette broeken had, nou die had zijn vader wel.
Een Indonesische man net iets langer als Paulus de Boskabouter.
Daar gingen we dan ik in een veel te strakke zwarte pantalon, bovendien ook veel te kort, met eronder witte tennissokken en zwarte bordeel sluipers, ook twee maten te groot van mijn vader.
Echt zeker van mezelf was ik niet in deze idiote out-fit.
Wat me ook niet hielp was dat Wim de hele weg naar het centrum heeft lopen lachen.
Steeds als ik terug naar huis wilde lopen, zei hij dat ik er tof uit zag.
Aangekomen voor discotheek Amora, ging ik snel in de schaduw staan, zodat de uitsmijters mij niet konden zien en ik naar binnen mocht, hadden ze mij maar geweigerd.
Op de muren stonden bar slecht Griekse goden geschilderd.
Daar had ik het dan ook over tegen Wim die mij wijs negeerde.
Hij keek naar meiden die wild op Madonna, “like a prayer” stonden te dansen.
Ik wilde ook dansen, maar Wim adviseerde mij dat dit niet echt cool was, als je net binnenkwam.
Alsof iemand mij had opgemerkt, of had willen opmerken.
Braaf dronk ik mijn glas cola niet te snel leeg, want ik had maar 15 gulden bij me.
En dat was toen al twee keer niks.
En dan die verdomde consumptiekaart, als je die kwijt raakte moest je 5oo gulden betalen.
Zelfs onder het dansen hield ik mijn hand op die klote kaart.
De meiden stonden zo dicht bij, maar waren voor mij toch zo ver weg.
En ik had nog wel pasjes ingestudeerd met Wim, en mijn haar gemodelleerd met gele Hema gel.
Soms dacht ik dat een meisje naar me lachte, maar dat bleek dan naar Wim naast mij.
Hij was een vriend, en in de regel wens je die het beste, nou voor mij kon hij echt ter plekke dood neer vallen.
Maar al mijn boosheid hield ik in de schedel.
Daarbij kwam dat Wim mij waarschijnlijk in Eén klap op de Schoot van Petrus had geslagen.
Misschien ook wel niet, maar om daar nou om te gaan vechten in een discotheek, ik hield het maar bij piekeren en naar meisjes gluren, om later alle beeldjes die ik had vast gelegd, in mijn bedje terug te laten komen en nog eens en nog eens en nog eens.
Eindelijk gingen we als enige jongens de dansvloer op.
Om me heen negeerde ik het wijzen en gegiechel naar mijn persoon.
En weldra was ik alles wat ik ooit aan dansen gezien had in Eén dans aan het combineren op weet ik veel wat voor nummer, daar had ik geen aandacht voor, ook niet voor Wim of de andere levende in die crème gekleurde ruimte.
In mijn dans voelde ik mij verheven boven alles en iedereen.
In feite was ik natuurlijk in een uitgelaten extreme vorm van zielige vrolijkheid beland.
Toen het nummer afliep naar het volgende nummer keek ik trots naar de plaats waar Wim net nog stond te dansen.
Al snel zag ik hem in een diep gesprek met een blonde rondborstige tante aan de bar staan.
Ik zeek bijna in mijn inmiddels uit het kruis gescheurde broek van jaloersheid.
Dat besloot ik maar niet te doen en leegde mijn blaas in het urinoir.
Daarna dronk ik heel veel water, om uit te sparen op de drank.
Toen ik de dansvloer weer betrad stond Wim inmiddels op zijn Frans te kussen met de blonde tante.
Hij ging zijn gang maar, ik ging uit mijn dak op alle ellende die in die dagen in de top 40 stond.
Na een kwartiertje ruste ik even uit tegen het hokje van de DJ.
Hij keek me glimlachend aan en noemde mij Michael Jackson.
Dit kwam op mij over alsof hij me belachelijk maakte, dus spuwde ik op zijn hippe T-shirt toen hij bukte om een plaat uit zijn koffer te pakken.
En met een genot zalig gevoel ging ik weer verder met dansen op zijn slechte muziek.
Iedereen kon inmiddels mijn Boxersshort zien, maar dat mocht de pret niet drukken.
Na een tijdje kwam Wim naar me toe, hij was moe en wilde naar huis.
Buiten gaf ik de uitsmijter een gulden, die hj tegen mijn voorhoofd aan piekte.
Hij was iets te vierkant om in Eén keer knock-out te slaan, dus liepen we naar huis.
Wim schepte op over zijn getongzoen, met geen woord had hij het over mijn dans kwaliteiten.
Hij was vast jaloers….




Dromen bij de bajesboten




Nog geen 500 meter van mijn huis vandaan liggen op de Gustoweg de Bajesboten.
Weer een nieuw woord voor in de Dikke van Dale (of Dale een Dikke heeft laten we even in het midden).
Erg nieuws gierig geworden reed ik naar deze trek pleister.
Ik heb immers de debiele gewoonte om naar bijzondere boten te gaan kijken die onze haven aandoen.
En als ik dan voor zo’n Cruiseschip sta, merk ik altijd dat ik niet de enige debiel ben.
Bij de Bajesboten aan gekomen omringd door een hek merk ik dat ik daar wel de enige debiel ben.
Als witte schoenen dozen met allemaal vierkante raampjes liggen ze daar, daar waar ooit hijskramen grote boten van oud ijzer voorzagen.
Op de eerste dag was er al een illegaal (een illegaal is een benaming voor een menselijke soort genoot die hier alles behalve gewenst is) ontsnapt.
Mijn held dook in het water en ontsnapte via de kade.
Ik hoop dat ze deze negentien jarige jongeman nooit zullen pakken.

Vroeger had men in Rotterdam al eens het idee om prostituees op sex boten te plaatsen.
Vlakbij mijn ouderlijk huis in Delfshaven.
Mijn moeder vond het verschrikkelijk (ze hoefde er niet eens te werken hoor).
Ik was twaalf en heb er ook nachten van wakker gelegen.
Maar om geheel andere redenen als mijn moeder en al haar soort genoten.
Nee ik was opgewonden, kreeg in die tijd al een erectie van het woord sex boot.
Dat moest in mijn ogen de Hemel zijn, allemaal vrouwen die alleen maar willen vrijen.
Ja inderdaad ik was wat naief bij nader inzien.

Bij de Bajesboten kreeg ik ook gedachte spinsels, al waren die nu minder Hemel’s.
Ik vroeg me af hoe groot de cellen waren.
Wie er verbleven, collega kunstenaars waar ik vast hele leuke gesprekken mee kon voeren, waanzinnige muziekanten, professoren, mooie mensen noem het maar op.
Er moet daar op die mens onterende klote boten toch heel veel toffe mensen zitten.
Die nu misschien en bijna zeker doods angsten ondergaan.
Want ze wachten immers tot ze terug naar hun land moeten waar ze misschien gedood worden of weet ik veel wat voor vreselijks ze te wachten staat.
Bij zo’n conclusie voel je jezelf machteloos hoor.
Het is een naar idee om te weten dat al dat leed zo dicht bij mijn huis plaats vindt.
Voor die mensen maakt het natuurlijk niet uit of die boten in Schiedam of Harlingen liggen.
Het blijft even klote.
Ie wat aangeslagen door mijn eigen hersenspinsels rij ik verslagen naar huis

Dom Juan




Vijftien jaar was ik, een mannetje met veel te veel gel in zijn haar, bleek gelaat met een motorjack aan die mijn moeder voor zeshonderd gulden bij Nelis de groenteboer voor me had gekocht.
Buiten fruit verkocht Nelis ook gestolen waar achterin de winkel.
Ja die pasfoto uit mijn jeugd zal ik maar snel eens verscheuren.
Deze pasfoto stuurde ik op aanraden van mijn vriend Danny Kort naar de popfoto.
Met de hoop dat ze hem bij de contacten rubriek zouden plaatsen.
Toen ik er al lang niet meer aandacht, en ik verveeld boodschappen deed in de Aldi, riep Silvia een oude klasgenoot met enorme borsten die er in dit verhaal niet toe doen,” hey Pieter je staat in de Popfoto, ik wil wel met je uitgaan hoor”.
Mijn kop werd rood, en ik wist niet waar ik kijken moest, iedereen in de Aldi wist nu dat ik naar contact zocht via de Popfoto.
Ik liep naar Silvia toe die vrolijk met de Popfoto stond te zwaaien.
Ik wilde eigenlijk haar gezicht of de vlees snijmachine duwen, maar keek de Popfoto in.
Ja hoor daar stond lulletje drie pinter met zijn permanentje.

Hallo ik ben een sportieve jongen van
Vijftien jaar die graag kennis wil maken
Met leuke meiden.


Dit was de kort maar niet krachtige tekst die er naast mijn pasfoto stond. Ik wilde juichen maar hield me in voor Silvia, “ja dat was maar een geintje” zei ik bijna stoer. Silvia moest lachen en doorzag de situatie, “het is toch een mooie foto, hoef je binnenkort niet meer aan je pik te trekken joh”. Iedereen om mij heen begon te lachen, het zweet liep mijn bilnaad in, zonder om te kijken vluchtte ik hem naar de sigarenboer om te Popfoto te scoren.
U gelooft het vast niet maar toen ik thuis aan kwam lagen er vijfentwintig enveloppe op me te wachten.
De meeste waren versierd met hartjes en lieve tekeningetjes, ik was in heaven.
Snel ging ik naar mijn kamertje om de enveloppe te openen.
De ene brief was nog leuker dan de ander.
Bij sommige zat een foto die ik allemaal boven mijn bed opplakte als een soort aanwinsten.
Meteen begon ik iedere brief te beantwoorden, het voelde alsof ik aan het begin van een harem stond.
Laat in de avond liep ik nog naar de brievenbus om ze van mijn zuur verdiende geld als folder rond brenger te posten.
Terug op mijn bed bekeek ik de foto’s nog eens goed.
Ik besloot de dames te respecteren, en hield mijn handen boven mijn dekbed, met moeite dat wel.
De volgende dag stond ik als voor ons raam op meer brieven te wachten, eindelijk kwam de postbode eraan, hij keek naar boven met een enorme stapel brieven in zijn handen.
Ja postbode, je kijkt nu naar Don Juan uit Delfshaven.
Ik liep mijn moeder haast uit haar nachtjapon om naar de brieven te snellen.
Ze moest erg lachen , haar zoon was eindelijk populair, en dankzij haar wist heel Delfshaven dat.
Wat een mooie meisjes allemaal, en wat wilde ze graag met mij schrijven.
Na twee weken van terug schrijven en heel veel ontvangen, was mijn geld op.
Mijn vader gaf me de raad een selectie te gaan maken, of er een baantje bij te nemen.
Mijn zus maakte de opmerking dat ik misschien wat kon bijverdienen achter het Centraal station als schandknaap.
Trut dacht ik, en verdween weer in mijn kamertje die inmiddels behangen was met foto’s van mooi poserende meisjes.
Toch had mijn vader gelijk en moest ik een selectie gaan maken.
Anders zouden er geen vrouwen voor andere mannen over blijven.
Ik deed dit wat abrupt en hield er twee over, een meisje Cora uit een dorpje in Brabant, en een meisje Linda uit Soestdijk.
Terwijl de brieven maar bleven binnen komen, zelfs een jaar daarna nog uit de Antillen en Suriname, hield ik het bij de grappige Cora en de altijd typende Linda.
In de brieven deelde ik veel met ze, wat in brieven makkelijker is als in het dagelijks leven natuurlijk.
Na een aantal maanden stond er in een brief van Cora dat ze met haar ouders naar haar tante in Rotterdam zou gaan, en dat we dan wel wat konden afspreken.
U begrijpt dat ik in dromenland was.
In snel treinvaart haalde ik de foto’s van de muur.
En dat terwijl ze pas twee weken later langs zou Komen
De brieven van Linda uit Soestdijk lag ik als reserve onder mijn matras.
Mijn sexboekjes gooide ik weg, die tijd was voorbij, hoopte ik.
Toen de dag was aan gebroken dat Cora zou komen, heb ik drie keer gedoucht, mijn haar precies zoals op mijn pasfoto gekamd, en me zwaar geparfumeerd.
Toen de bel ging, rende ik naar de bel, net voor deur bleef ik wachten tot ik opendeed, want anders zou ze misschien denken dat ik had gerend.
Omslachtig hoor een leven als Don Juan.
Daar stond ze, kort donker haar en enorme rode wangen.
Heel anders als op de foto die ze stuurde.
Toen had ze lang haar, en geen rode wangen.
Verdorie dacht ik haar zoenend op de zwakke plekken, die rode wangen heeft mijn moeder ook.
Maar goed er waren vast wel meer dingen die Cora en mijn moeder deelde.
Ik stelde ze aan mijn ouders voor, en nam de heftig babbelende Cora mee naar mijn opgeruimde kamertje.
Ze ging op mijn bed zitten, ze bleek een behoorlijke kont te hebben viel me op toen mijn ze weg zakte in mijn matras.
“Heb je nog meer brieven gekregen” vroeg ze nieuwsgierig.
“Heel veel, maar die van jouw was het leukst” loog ik.
Ze had me denk al door, en reageerde niet.
Haar mond heeft niet meer stil gestaan, ze had het over al haar vorige vriendjes, en lang voor ze mijn leven weer verliet, besloot ik haar nooit meer terug te schrijven.

De laatste kans, typende Linda.
Zij was altijd zo lief, ze schreef dat ze in een villa aan de bos rand woonde, en dat haar vader die ook tuinkabouters maakte, (heel interessant) in een schuur een kantine voor Linda had gemaakt.
We maakte de afspraak dat ik met de kerst bij haar zou slapen.
Weinig slapen dacht ik, we zouden heel Soestdijk wakker houden met ons geneuk, dacht ik, want in mijn brieven geen onvertogen woord.
Tot mijn schrik stelde mijn ouders voor me te brengen.
*“De familie achterop”zei Raymond een vriend toen ik hem dit verhaal vertelde.
Op de een of andere manier kon ik er niet onderuit.
Daar gingen we dan, op naar mijn volgende avontuur.
Ik vergeet nog iets, net voor we de auto in stapte belde de moeder van Linda op, dat Linda een spierziekte had, maar dat ze er gewoon alles mee kon doen.
Ik stelde de moeder gerust, en liep naar de auto.
In de auto vroeg mijn zus of ik het niet raar vond dat Linda nooit foto’s stuurde.
Zoals gewoonlijk liet ik haar lullen.
In het enorme huis was Linda niet aanwezig, zij was volgens de vriendelijke moeder naar pianoles.
We namen plaats op de bank.
Al snel wees mijn zus die trouwens Angelique heet naar een zwart wit foto op de piano.
Een meisje met een enorme bril op, en een vreselijk gezicht keek me aan.
Toen ik bijna dood bleef hoorde ik de moeder zeggen, “daar zullen we Linda hebben”.
Het was ze, het meisje van de foto, ze kon amper lopen, en haar praten kwam ik ook niet uit.
Het arme kind had zware MS.
Wat was ik blij dat mijn ouders erbij waren.
Ze begon geweldig piano te spelen, dat zeker.
Maar ik kon er niet van genieten.
Wat voelde ik me rot.
Met de smoes dat ik de volgende morgen moest wielrennen vertrokken we weer.
Ik kon wel janken.
Uit de grond van mijn hart hoop ik dat Linda een ander slachtoffer heeft gevonden.
In de auto terug naar Rotterdam werd ik echt uitgelachen, en uit nood lachte ik maar mee.
Thuis belde Linda, volledig normaal pratend dat ze een beetje zenuwachtig was, waardoor ze wat vreemd overkwam.
Het enige dat deze lompe lul wist uit te brengen was,” we moeten maar niet meer schrijven”.
Huilend viel ik die avond in slaap.
Dom Juan had gegokt en zwaar verloren.


*De familie achterop was een strip die vroeger achterop de Margriet stond

De Veen Angels




Gert was op vakantie bij zijn oom en tante in Mijdrecht.
Eigenlijk was zo’n weekend niet anders doen, als de verveling aanvechten.
Tante Riek vertelde onder het haken verhalen over haar en de moeder van Gert uit hun jeugd.
Best leuk als zij die maar niet om het half uur herhaald.
En dan dat getik van die haaknaalden tegen elkaar, niet te harden.
En Oom Klaas was gepensioneerd, hij deed geen moeite de verveling tegen te gaan. Gert kende zijn Oom Klaas alleen slapend op de bank, zo af en toe liet hij weten dat hij nog in leven was door een droge harde wind te laten.
Aan de lucht die de wind voortbracht leek het alsof hij al in staat van ontbinding was.
In feite oefende hij met al dat slapen zo alvast voor de dood.

Gert besloot te gaan fietsen in de polder.
Tante Riek keek duidelijk teleurgesteld, nu zou ze alleen in de stront lucht van de schone slaper zitten.
Maar ze vermande zich en gaf haar neef een zakje bitterkoekjes mee, die waarschijnlijk ook uit haar jeugd waren, Gert brak zijn gebit er bijna op.
Met een vrolijke boog, gooide hij de koekjes naar wat krijsende meeuwen, die beesten mocht hij toch niet.
Daar kreeg de blonde Amsterdammer maar pijn in zijn kop van.
Wat moest een achttien jarige jongen als hij ook in een gat als Mijdrecht bij zijn oom en tante.
Kinderen hadden ze niet, waarschijnlijk slaapt de plasser van oom Klaas al sinds zijn geboorte.
Och zo mocht hij niet denken, hoewel hij nog altijd zelf uitmaakt wat er in zijn brein omging.

Op de te kleine roze damesfiets van zijn tante reed het ook al niet erg lekker.
Het zadel drukte hevig tegen zijn balzak, en het kreng piepte als de pest.
In de verte hoorde hij brommers aankomen.
Waarschijnlijk de lokale jeugd.
Misschien wel een mooie boerenmeid, daar had Gert wel zin in.
Wreed werden Gert’s gedachtes verstoord door een puisterig manneke op een Puch, die wees naar Gert en riep,”kijk nou die flikker rijd op een roze fiets”.
Gert liet zich niet kennen, en riep terug” inderdaad ik ben een flikker, moet ik hem even in je gaatje rammen.
De puistenkop nam wat gas terug en was aan het smoezen met zijn twee vrienden eveneens op Puch brommertjes.
Gert was niet van gisteren en stapte van zijn fiets af.
In de eeuwen oude veengrond wachtte hij af op wat “ De Veen Angels” van plan waren.
Ze stonden even verderop ook stil, en waren druk aan het praten.
Gert keek onderwijl rond of hij ergens een tak zag liggen, maar het was niks als veengrond.
In veengrond moest dus 2000 jaar geleden het zesjarige meisje van Yde opgegraven zijn. Een veen lijkje waarvan de mummie in het Drents museum te Assen te zien is.
Gert schopte een kuiltje in de veengrond, dat dit zo goed conserveert, te gek eigenlijk.
Hij keek weer naar de drie klungels die nog steeds aan het plannen waren wat ze met de homofiel gingen doen.
Ze moesten hun zussen maar sturen, dan zouden ze kunnen zien dat Gert geen poot was.
Het zou bovendien een aangename bezigheid zijn.
Toch was Gert niet gerust op een overwinning, de twee andere zagen er wat steviger uit als de puistenkop.
Niet zo stevig als hij, maar ze waren met zijn drieën.
Stel dat ze hem zouden neerslaan en begraven, wie weet stond hij dan ook wel over 2000 jaar in een museum.
Gert moest opeens hard lachen, om de gedachte dat ze hem naakt zouden neerzetten in het museum.
Hij stelde zich bezoekers van het museum voor in 4004.
In zilveren science fiction kledij zou hij een dame horen zeggen tegen haar vrienden, “ jeetje hadden ze in deze tijd nog maar van die grote geslachten”.
Nog harder begon Gert te lachen.
Hij viel om op de grond, zijn kleren zaten onder de drassige veengrond.
Maar dat kon Gert niet boeien, hij had hier eindelijk plezier op de veengrond in Mijdrecht.

De drie “Veen Angels” stonden nu met open mond naar de gierende Gert te kijken.
Was hij gek geworden, had hij drugs gebruikt?

Gert fantaseerde verder, de dames uit de verre toekomst zouden de mummie van Gert, die het museum “grote hanger” benoemd had mee naar huis nemen, in een soort vliegende auto.
Het zou een krappe auto zijn, waar de stijve benen en zijn trots uit zouden steken.
Aan zijn lul zou de blondste dame een vlaggetje doen, zodat met er niet tegen aan zou vliegen.
Inmiddels was de lach kick overgegaan in een warm gevoel in het kruis van Gert.
Hij haalde zijn half harde gevaarte uit zijn inmiddels pik zwarte jeans.
Met in zijn gedachte de dames uit 4004, die met zijn mummie on zedenlijken, maar heerlijke dingen deden, begon hij met zichzelf te spelen.

De puistenkop bleef met open mond als verstijfd kijken naar de rukkende Gert, terwijl zijn twee maatjes hoofdschuddend wegreden.
Wat een joekel had die kerel daar, dacht de puistenkop.
Zouden alle homofielen zo’n grote hebben, voelde hij met een pijnlijke grimas aan zijn kont.

Langzaam reed hij op Gert af, Gert die niks in de gaten had, hij zat in 4004.

Met alle moed in zijn lijfje vroeg de puistenkop aan Gert,”mag ik misschien meedoen”
Gert deed zijn ogen open, en stond meteen rechtop.
“Nee,”flikker op man”.
De puistenkop gaf gas en reed angstig weg.
Gert gooide een stuk veen grond tegen de helm van de puistenkop, en schreeuwde met zijn penis nog altijd zwiepend uit zijn broek” misschien is veengrond wel goed tegen puisten eikel”.
Al snel maakt het verschrikte gezicht van de puistenkop weer plaats voor de meiden uit 4004, en weldra komt Gert klaar op, om en in het Veen!

De Jeugdsoos


Een jeugdsoos, ja die hadden wij ook in Delfshaven, mijn opgroei gebied.
Een vierkant houten gebouw beneden aan een Helling aan de Havenstraat.
Voor de jeugdsoos lag een stenen voetbalveldje, waar je heerlijk gezond kon voetballen, als er niet ook een waanzinnige fabriek van de Akzo zou staan.
Een fabriek die meer als honderd jaar midden in de wijk Delfshaven heeft gestaan.
Dagelijks reden er grote bommen langs ons huis in de vorm van tankwagens, en wij in die dagen maar bang voor de Russen zijn, terwijl we elk moment door onze landgenoten de lucht in konden vliegen.
Maar goed dan was het in ieder geval niet door de vijand, of dat nou scheelt in het sterven of niet.

Net toen vijftien was geworden en naar de jeugdsoos mocht, twijfelde mijn ouders nog of ik daar wel heen mocht, omdat een leidster door wat knullen uit de buurt was verkracht.
Ik weet niet meer waarom ik er dan toch heen mocht, het zal wel iets geweest zijn van, dan had die leidster maar geen vrouw moeten zijn, ik kon erheen.
Er stond een voetbaltafel, een tafeltennistafel en een bar die mijn vader daar nog heeft neergezet toen hij daar nog vrijwilliger was, nee dat was ver voor die verkrachting, hij kon er dus niks mee te maken hebben.
Zijn bar wel misschien, maar laat ik daar niet over uit gaan wijden.
De jeugdsoos was niks voor mij, zeker niet toen ik er net kwam, want de oudere jongens bezette alles, zodat je kon kaarten, liever sterven dan kaarten voor mij, waar ik mee wil zeggen dat ik niet van klaverjassen hou, of TV kijken wat je beter thuis kon doen.
Op vrijdag avond draaide Oom Koos, die iedereen zo noemde, maar die van niemand zijn Oom was er films.
Oom Leen werd zelf pa genoemd, maar dat was door zijn zonen, en dus wat logischer en het benoemen hier niet waard.
Vroeger had Oom Koos een Nachtclub zowat naast ons huis die lullig Lucky luck hete.
Ik kroop er overdag als men er schoonmaakte wel eens naar binnen, en dan draaide ze van die schuine plaatjes van bijvoorbeeld: een beetje geld voor een beetje liefde en Vader wat klotsen je ballen, die tik is er toen bij me ingesloten en helaas nooit meer verdwenen, nodig mij dus nooit uit op feesten en partijen, want ik ben dan de vervelende Oom die schuine grapjes maakt en er alleen zelf hartelijk om moet lachen, terwijl allen andere feestgangers hem het liefst kuchend ineen zien storten om vervolgens te sterven aan de ziekte waar hij al zolang aan leed.

Terug naar die andere Oom die een hekel had aan negers maar gek was op negerinnen, en ik heb niemand zo tof met buitenlanders om zien gaan als hij.
Waarschijnlijk leed hij aan een dubbele persoonlijkheid.
Buiten dat vermaakte hij ons met zijn karate films en zwart wit Godzilla.
Na de hoofdfilm keken we, we waren het vaste groepje tussen de vijftien en zeventien die aan het scherm geplakt zaten en uitgelachen werden door de oudere jongeren aan de bar hangend, naar Oom Koos die het wel begreep en een pornofilm in de projector deed.
Met een gezamenlijke stijve keken we dan naar het vlezige gedoe van slechte acteurs die aan zware astma aanvallen leden, alsof het ons niks interesseerde.
Net iets te vaak liep er iemand naar de toilet om vervolgens met bezweet voorhoofd terug te komen, en geen aandacht meer te tonen voor de film.
Ik vergeet dat we voor het draaien van de pornofilm Oom Koos een pilsje moesten trakteren.
De jeugdsoos moest dicht, wat niet zo erg was omdat er boven aan de Helling een nieuwe jeugdsoos was gebouwd met de naam “de Helling”.
Een groot gebouw waar dezelfde dingen stonden als in het oude gebouw met als extra een gokkast en een pooltafel.
Het kwam terecht geregeld voor dat iemand de herrie van hardrock muziek verstoorde met het rammen van de gokkast omdat hij zijn geld terug wilde.
Er kwamen toen veel hardrockers die aan tafeltjes zaten met in het midden van het tafeltje een baal Nederwiet waar een kudde olifanten aan zou overlijden.
Ik was inmiddels wat ouder en kon er nu ook tafelt3ennisen.
Maar ik kwam er hoogst zelden, gedwongen door verveling die mij er zo nu en dan heen duwde.
Steevast kraakte men elkaar de hele avond af en vertrokken weer naar huis.
Meiden waren er maar zelden, en als ze er waren was het de moeite van een gesprek niet waar.
Er kwam een oude schoolvrienden, Renate waar ik wel mee kletste.
Maar ze was veel te snel voor mij, zodat ik alleen haar aandacht kon blijven trekken door me belachelijk te maken.
Ik ken me er echt geen enkel interessant gesprek herinneren.
Ricardo stond er op zaterdag achter de bar, vaak hielp ik hem aan het einde van de avond met opruimen.
En deelde ik mee in de buit die het kraken van de gokkast ons opleverde.
De enige manier om rijker te worden is ze inderdaad kraken die pleuris geldvreters.
Die avond hebben we gefeest op een Gabberfeest in Parkzicht.
Later werd de Helling voor al bevolkt door Antiliaanse jongeren die Salsa muziek draaide en iedereen in elkaar sloegen die per ongeluk tegen ze aan liep.
Veel mensen klaagde over dat er niks meer aan was, maar echt hoor daar konden die Antilianen ook niks aandoen, er was gewoon nooit wat aan in onze Jeugdsoos.

De Dode lijn



Wilt u op de Dode lijn komen, dan kan dat, nee het kost u niks.
Enige moeite misschien om beroemd te worden.
Want dan maakt u kans om op de dode lijn van Itam van Teeseling en mij te komen.
We bellen elkaar niet vaak, maar als we elkaar bellen is er meestal iemand dood, een beroemdheid zal ik maar zeggen.
Met mijn moe